Interview, Nieuws, Wereld, Cultuur, Canada, Immigratie, Filmmagie, Monsieur Lazhar, Philippe Falardeau, Trauma's, Schoolomgeveing -

Philippe Falardeau, regisseur van ‘Monsieur Lazhar’: “Een mooie leugen, toch!”

Verleden jaar verraste Denis Villeneuve met 'Incendies', dit jaar is het de beurt aan Philippe Falardeau met 'Monsieur Lazhar'. Canadese makers van films, telkens gebaseerd op een theaterstuk rond het thema verbondenheid over generaties en grenzen heen. Een interview met regisseur Falardeau.

donderdag 22 maart 2012 11:10

Opmerkelijker nog is dat ‘Monsieur Lazhar‘, naar ‘Bachir Lazhar’ van Evelyne de la Chenelière, de Publieksprijs won op de filmfestivals van Locarno, Namen, Rotterdam én – vorige zondag nog – Brugge. Niet niks om op het palmares te hebben.

‘Monsieur Lazhar’ lijkt eerst te focussen op scholieren die van een drama getuige zijn geweest, maar langzaamaan komt het zwaartepunt bij hun nieuwe leerkracht te liggen?

Philippe Falardeau: “De vervangleraar wil het koste wat het kost over de dood hebben, want hij heeft daar nood aan. Het waarom wordt pas later in de film duidelijk. Het is een voorwendsel als zouden de kinderen van zijn klas daar behoefte aan hebben, hij in elk geval wel. De klas weet niets over zijn leven, want hij weigert daarover te praten. Het is zo dat het de kinderen zijn die monsieur Lazhar helpen om zijn verdriet te verwerken. In het theaterstuk, een monoloog, stond er één iemand op de scène. Toen ik begon te schrijven, zei ik bij mezelf dat dat trauma zich moest reflecteren.”

Je hebt drie jaar aan het scenario, aan de filmadaptatie geschreven. Hoe ben je te werk gegaan?

“De eerste stap was: de kracht van het toneelstuk te begrijpen die alleen maar in het theater mogelijk is. En niet de vergissing te maken om dat absoluut naar film te willen overbrengen. Op een scène kunnen dingen eenvoudig zijn: evocatie, theatrale conventie, poëzie vaak. Dat is sterk in het theater, maar misschien niet mogelijk om dat naar film te vertalen.”

“Vervolgens moet je andere personages uitvinden: de kinderen, de schooldirectrice, enz. In het theaterstuk heeft men het over de zelfmoord van de lerares – men weet dat ze dat gedaan heeft en het verhaal begint -, in een film moet dat reëel zijn.”

“Maar ik wou echt wel geen film maken over haar of over zelfdood, wel over het schuldgevoel bij de kinderen. En daar heb ik een spanning rond opgebouwd. De schrijfster van de monoloog wou niet aan het filmscenario meeschrijven. Ze speelt in de film de moeder van Alice. Maar ze was altijd de eerste die een nieuwe versie van het scenario te lezen kreeg. Soms keerde ze naar huis terug, dacht na en stuurde me dan enkele concrete opmerkingen.”

“Ze heeft me enorm geholpen om van de film iets anders te maken dan het toneelstuk. Ik had haar op het hart gedrukt om me onmiddellijk te zeggen wanneer ik de hoofdfiguur zou verraden. Ik heb van hem iemand anders gemaakt maar ik heb hem niet verraden.”

“De schrijfster van het toneelstuk had ik op het hart gedrukt om me onmiddellijk tot de orde te roepen wanneer ik het hoofdpersonage zou verraden”

Eerst focus je wel op de vriendschapsrelatie tussen twee klasgenootjes Alice en Simon?

“Die focus gaat terug naar de casting. Je moet niet naar de beste acteurs zoeken, maar naar het beste stel acteurs. Ondanks haar kinderlijk gezichtje heeft het meisje volwassen ogen en een zekere maturiteit terwijl de jongen nog echt een kind is. Zij moet hem voortdurend aanporren. Het is ook dankzij haar dat het schuldgevoel verdwijnt.”

“De kinderen vormen het belangrijkste verschil tussen het toneelstuk en de film. Het verhaal begint niet met de komst van monsieur Lazhar, wel wanneer we in de eerste scènes door de ogen van het meisje kijken. De film begint met Alice op de speelplaats, die haar vriendjes observeert, in haar eentje, in een hoekje. En de film sluit af met het meisje, die de beslissing neemt om het taboe te overstijgen en ook om opnieuw de vriendschap met de jongen op te nemen.”

“Ik wou niet dat de kinderen zoals volwassenen zouden spreken – wat vaak het geval is. Dankzij de actrice geloof je haar personage ook echt. Ze is trouwens echt in literatuur geïnteresseerd en wisselt met de leerkracht ook boeken uit.”

Waarom zijn je hoofdpersonages kinderen van 11, 12 jaar, een leeftijd waarop men bepaalde dingen begint te begrijpen?

“Onmiddellijk heb ik aan die leeftijd gedacht. Ik wou dat de jonge acteurs het onderwerp en de psychologie van de personages zouden begrijpen. Qua leeftijd bevinden zij zich in een scharnier van het leven. Vandaar de metafoor van de chrysalide, de pop van een insect, een idee dat uit het theaterstuk komt trouwens. 8-, 9-jarigen zijn minder goed onder controle te houden en zijn minder klaar om te praten over verdriet, dood, rouw enz. Bovendien zijn mijn eigen herinneringen aan de schooltijd het sterkst naar het einde van de lagere school: 11 à 12 jaar. Dan ben je klaar – zoals de chrysalide – om iets anders te worden in het leven: een adolescent.”

“Mijn eigen herinneringen aan mijn schooltijd zijn het sterkst die van een 12-jarige, op het einde van de lagere school, want dan ben je klaar voor een volgende stap in het leven: de adolescentie”

De eigennamen van je personages zijn ook niet zomaar lukraak gekozen? Het meisje heet bijvoorbeeld Alice? En Bachir toevallig Lazhard?

“De juf van Alice en Simon heette Martine Lachance, de directrice van de school Latendresse. Wij schenken daar nauwelijks aandacht aan, maar in de ogen van een migrant, een Algerijn, dankzij hem die met belangstelling naar de namen van de kinderen vraagt en de betekenis ervan wil weten, herontdekken we de betekenis ervan.”

“Een naam zegt ook wel iets natuurlijk. Philippe, mijn naam, van Griekse oorsprong, wil zeggen liefhebber van paarden. Bachir wil zeggen ‘kans’ en Lazhard ‘brenger van goed nieuws’.”

Behalve verbondenheid is migratie een ander heel belangrijk thema van de film?

“Al lang wou ik dat thema aankaarten omdat het in het Westen spanningen creëert en de politici niet goed weten hoe ze deze problematiek moeten aanpakken. Maar ik wou niet dat het een cursus over migratie zou worden, wel een accent leggen op het vraagstuk van integratie.”

“Het personage Bachir Lazhar integreert zichzelf, hij wordt leerkracht. Omdat het verhaal fictief is er een drama nodig is, laat ik hem liegen. Maar het is niet de migrant die liegt. Hij heeft zijn vrouw verloren en poogt haar terug te vinden via het onderwijzen. Een mooie leugen, toch! Maar aan de integratiecommissie vertelt hij de waarheid. Wat ik interessant vond, is dat hij daardoor het statuut van de migrant overstijgt om de mens te laten ontdekken en de onderwijzer die in hem kan schuilen.”

In feite is hij op zoek naar een nieuwe ‘familie’?

“Zeer juist! De nagel op de kop. Wanneer hij voor de commissie verschijnt en de kijker verneemt dat hij zijn familie heeft verloren, en hij gaat naar huis – thuis zien we dan een foto van zijn vrouw en zijn gezin. En het plan erna, dat daarop volgt, zijn de kinderen van de klas die in de camera kijken.”

“Tijdens de montage hebben we daar veel over gepraat of we die beelden al dan niet zouden behouden, want je zondigt tegen de fundamentele regels van de cinema. Hij kijkt naar de foto, maar zijn kinderen zijn er niet meer. Het was in een reflex dat de man naar de school stapt en zegt: ‘Ik ben leraar’. Hij heeft een behoefte om aan kinderen iets te geven. Voor mij betekent dat: dat zijn zijn kinderen nu!”

De film begint in de winter, de seizoenen evolueren met de kinderen mee?

“De seizoenen zijn belangrijk. Maar het probleem was dat we niet altijd in het juiste seizoen draaiden. Zo zijn er binnenopnames opgenomen waarin de kinderen met hun jassen aan zaten terwijl het buiten 35 graden heet was. Verschrikkelijk voor hen. Terwijl wij voor de vensters artificiële sneeuw uit de hemel lieten dwarrelen.”

“We hadden een klas uitgekozen waarvan de vensters uitgaven op een blinde muur; plus vier dagen gedraaid in januari – de buitenopnames. Fundamenteel voor ons was dat we tenminste twee à drie seizoenen nodig hadden: winter, lente, begin zomer, met het oog op een natuurlijke cyclus.”

Is je film ook geen kritiek op een tendens in onderwijskringen dat alles amusant moet zijn. Het eerste dat de nieuwe klasleraar Bachir doet, is lezen en dicteren uit Honoré de Balzac, toch niet direct de gemakkelijkste – wel een van de grootste – Franse schrijvers?

“Ja, en daarbij komt dat men in het onderwijs bij ons veel te weinig boeken doet lezen. Dat is een lacune. Uiteraard heb ik een gag gescoord. Want voor 11-jarigen Balzac, zeker wat verdriet betreft, dat is erover. Bachir vergist zich, maar hij is dan ook geen onderwijzer.”

“In Québec gaat dat het publiek erg aan het lachen brengen. Dat is sciencefiction! Voor ons, Franstaligen in Canada, wij spreken dezelfde taal als de Fransen, het is dezelfde grammatica, maar je hoort een ander accent. Balzac is onze literatuur, zelfs voor de Algerijn, want Frans is voor hem zijn tweede taal. We praten dan wel dezelfde taal, maar het is een andere cultuur. Zoals jullie, Vlaanderen en Nederland. Ik neem aan dat jullie op school zowel Vlaamse als Nederlandse auteurs lezen. Dat komt zeer zelden voor.”

Bijna de hele film speelt op school? Een bewuste keuze?

“Er waren 26 dagen om te draaien voorzien. Vermits het buiten winter was, was ik gedwongen om binnen op te nemen. Ik had geen keuze. Ik hield wel van het idee van een huis clos – en de klas als antichambre de passage. Dramaturgisch ook zeer interessant omdat het precies in die ruimte is dat de vorige lerares zich van het leven heeft benomen.”

“Een belangrijk visueel element was het vele daglicht; we hadden een klas gekozen met grote ramen. En de camera is altijd gericht naar het licht, want ik wou niet dat de film somber zou zijn, wel lumineux. Net omdat het begin van de film zo dramatisch is. Van al mijn films is Monsieur Lazhar de meest uitgezuiverde, de meest sobere. Ik heb alleen het essentiële behouden.”

Simon heeft een foto van Martine, zijn vorige juf?

“Vreemd dat je dat vraagt, want dat is een element in het verhaal dat we jammer genoeg in de montagefase wat zijn kwijtgeraakt. Bachir vraagt op een gegeven moment aan Simon: ‘Waarom wil je toch altijd alles fotograferen?’ De jongen antwoordt dat dat een idee van de juf was. Het fototoestel was een cadeau van Martine, die vond dat hij creatieve kwaliteiten had. En zij dacht dat een camera hem daarbij zou helpen.”

“Wat je nu ziet, is gewoon dat Simon begint te wenen en zegt dat de camera een cadeau van Martine is. Dat passeert nu een beetje onopgemerkt. Voor Simon drukt dat zijn band met Martine uit en zijn manier om het creatieve in hem te ontwikkelen.”

“Jammer genoeg werkten de scènes niet, ze vertraagden het verhaal enz. Het feit dat Simon die foto van Martine heeft, wijst op een teken van schuldgevoel. Hij wil er ook onmiddellijk van af. Het is daarom dat hij die foto aan het meisje poogt te geven die onmiddellijk zegt: ‘Nee, nee, dat is te bizar!'”

“Het is gek dat jij daarover begint, want nu vind ik het bijzonder jammer dat ik de scènes niet in de film heb gelaten. Herinner je je ook de scène dat Bachir op een bepaald moment de ronde van de pupiters doet en de pupiter van Simon opent die vol foto’s steekt, foto’s van hem van op de rug gezien terwijl hij op het bord aan het schrijven is.”

“Maar tijdens de montage had men daar allerlei bedenkingen bij alsof het leek dat Bachir naar indicaties zocht over wat er in feite met Martine was gebeurd enz. En ik wou niet dat de film op dat moment een thriller zou worden. Eerlijk. Vandaag denk ik dat ik daarrond misschien één scène te veel heb weggesneden.”

De meester en Alice

Québec. Bachir Lazhar, een 50-jarige Algerijnse migrant, komt zichzelf aanmelden op een lagere school om in het 6de leerjaar een tragisch om het leven gekomen lerares te vervangen. Terwijl de hele school zich focust op hoe het klasje een groot verlies zal gaan verwerken, heeft niemand ook maar het minste vermoeden van het pijnlijke verleden van Bachir Lazhar.

Bovendien is zijn status zeer onzeker. Hij moet nog verschijnen voor een commissie en de levensbedreigende situatie in zijn vaderland bewijzen om als politiek vluchteling in Canada te mogen blijven. Een uitwijzing hangt hem als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Maar niemand op school blijkt daarvan de hoogte.                                                                                                             

De film is gebaseerd op het min of meer gelijknamige toneelstuk ‘Bachir Lazhar’ van Evelyne de la Chenelière. Toen Falardeau het bijwoonde – in feite een monoloog voor één personage, wist hij meteen dat hij eindelijk de ideale insteek had gevonden om zijn film over migratie te maken.

Niet veroordelend of politiek geladen, maar registrerend en op een menselijk niveau. Bachir is in de eerste plaats een mens, daarna pas een migrant. Hij wordt niet geportretteerd als iemand die vraagt om bij ons te komen wonen, hij neemt actief deel aan het sociaal leven.

De totaal verschillende culturele en sociale achtergrond – nooit voorwerp van een sociaal-politieke analyse – benadrukken alleen maar de ontworteling van een man die in zijn nieuwe omgeving elke zekerheid en elk referentiekader kwijt is. Ondanks het verwijt van een ouder: “Vous n’êtes pas d’ici, vous ne pouvez pas comprendre!”, is Bachir, precies door zijn pijnlijk verleden, misschien wel de enige die begrijpt wat de kinderen doormaken.

Hij is bereid zijn eigen verdriet en bureaucratische problemen opzij te zetten om de kinderen over hun trauma heen te helpen, onder meer door met hen te praten over taboes zoals dood, zelfmoord en schuld en hen te leren elkaar te vertrouwen. Zijn taak wordt extra bemoeilijkt door de ook in Québec heersende extreem rigide opvattingen over lichamelijk contact tussen leerkracht en leerling, die onschuldige bewegingen en goedbedoeld gedrag genre troostende knuffel al snel zeer verdacht maken.

Het verhaal vertrekt vanuit het standpunt van het kleine meisje en gaat dan over naar dat van de migrant, om in de laatste scène samen te vloeien in een omhelzing. Hiermee wordt alvast ook het door die opvattingen gecreëerde taboe doorbroken.                                                                                     

Monsieur Lazhar is zeker geen film over school of onderwijs zoals Entre les murs (Laurent Cantet, 2008) of Être et avoir (Nicolas Philibert, 2002). De school is nu eenmaal een universele plaats waar mensen, klein en groot, jong en volwassen, van verschillende leeftijd, origine en opvatting met elkaar omgaan, broeiplaats van contacten en conflicten.

Maar de portrettering van de school en het klasgebeuren zijn erg realistisch en sfeerrijk: de relatie tussen leerkracht en leerlingen, tussen leraar en directie, tussen leraars onderling, reacties en bewegingen van kinderen, gedragingen van ouders op een oudercontact … Ze zijn allemaal meer dan herkenbaar.

Het is vooral de kracht van het woord en de luisterbereidheid in de subtiel en overtuigend neergezette interactie tussen kinderen en leraar – beiden worstelend met een verlies – die zorgen voor enig soelaas in beider verwerkingsproces. In het schetsen van de migratieproblematiek en de onderwijssituatie bewijst Falardeau zijn fijngevoeligheid in de aanpak van delicate onderwerpen.

Geloofwaardige uitdieping van zowel de beredeneerde en zakelijke ouderen als van de meer emotionele en impulsieve kinderen, en uitgewerkte shots waarin subtiele details de psychologische context van de personages belichten, zorgen voor een realistisch, overtuigend, bij momenten hard, maar – mede dankzij flarden humor – altijd even gevoelig en hartverwarmend portret van een samenleving vandaag en haar problemen. Zonder de sentimentele toer op te gaan is Monsieur Lazhar een prachtfilm die op een diepmenselijke manier een universele problematiek aanreikt.

Erwin Lormans

GENRE: sociaal drama
REGIE & SCENARIO: Philippe Falardeau
FOTOGRAFIE: Ronald Plante
MUZIEK: Martin Léon 
CAST: Mohamed Fellag (Bachir Lazhar), Sophie Nélisse (Alice), Emilien Néron (Simon), Danielle Prouxl (Mme Vaillancourt), Brigitte Poupart (Claire)
PRODUCTIE: Canada – 2011 – 94’ 
DISTRIBUTIE: Imagine

‘Monsieur Lazhar’ was op 8 maart 2012 de openingsfilm van Cinema Novo Festival in Brugge. De film kreeg er ook de publieksprijs. Daarna loopt de film ook in enkele Belgische bioscopen.

take down
the paywall
steun ons nu!