Dr. Saad Jawad tijdens de lezing op Mind The Book op 10 maart 2012
Interview, Nieuws, Politiek, Onderwijs, Irak, Hoger onderwijs, Mind the book, Amerikaanse bezetting, Academici, Baathpartij, Saad Naji Jawad -

De vernietiging van het Iraakse onderwijs heeft nu een naam: educide

GENT - De Iraakse prof. dr. Saad Naji Jawad was zaterdag 10 maart te gast op 'Mind the Book'. Dit naar aanleiding van de voorstelling van het boek 'Beyond Educide' over de vernietiging van het Iraakse onderwijs. Het boek bevat aanbevelingen geformuleerd tijdens een internationaal seminarie over de vernietiging van het hoger onderwijs in Irak, dat plaatsvond in Gent van 9 tot 11 maart 2011.

dinsdag 13 maart 2012 16:30

Prof. dr. Saad Naji Jawad werkte van 1979 tot 2009 op het department Internationale Studies aan de universiteit van Bagdad. Hij is ex-voorzitter van de vereniging van Iraakse hoogleraren en vicevoorzitter van de Arab Association for Political Sciences. In 2009 vluchtte hij naar Engeland waar hij verbonden is aan de London School of Economics (LSE). Hij is dus vertrouwd met de situatie gedurende de sancties en voor en na de bezetting.

In april 2010 stelde hij aan het BRussells Tribunal voor om een seminarie te organiseren over de bedreigingen en moorden op de Iraakse academici en de toestand van het hoger onderwijs in Irak. Dat heeft het Tribunal dan ook gedaan in maart 2011, in samenwerking met MENARG, de Middle East and North African Research Group van de UGent. Een jaar later kwam hij het boek over dit seminarie ‘Beyond Educide’, een samenvoeging van ‘genocide’ en ‘education’, voorstellen tijdens ‘Mind the Book’ in Gent. Moderator was prof. Lieven De Cauter, voorzitter van het BRussells Tribunal.

Kunt u iets vertellen over de geschiedenis van het onderwijs in Irak?

Saad Naji Jawad: “Eind jaren 1950, toen de olie-inkomsten de Iraakse economie ten goede begonnen te komen, werden plannen gemaakt om het aantal geschoolde en goed opgeleide Iraakse deskundigen te verhogen. Subsidies werden gegeven aan westerse universiteiten om de jonge Irakezen westerse kennis en waarden te leren kennen. In de jaren 1970, toen de olieboom begon, met de beslissing van de Baath-regering om de Iraakse olie-industrie te nationaliseren, stuurde de regering duizenden studenten naar het buitenland. De meeste om een postdoctorale studie voort te zetten.”

“Tegen het einde van de jaren 1970 ging Irak er prat op dat het een eigen expertise had op elk gebied van studie, onderzoek, industrie of landbouw. Helaas is dit proces vertraagd met de oorlog tussen Irak en Iran in 1980. Gelukkig waren Iraakse universiteiten in staat om het verlies van subsidies om studenten naar het buitenland te sturen, op te vangen door hoger onderwijs in alle kennisdomeinen te organiseren in Irak zelf. Er was ook een uitbreiding van het aantal universiteiten en hogescholen.”

“Er zijn 20 universiteiten en 47 hogere technische instituten in Irak, die allemaal onder leiding staan van het ministerie van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. Daarnaast zijn er 10 privéhogescholen die programma’s aanbieden in de informatica, bedrijfskunde, economie en management. Het is vermeldenswaard dat enkele universiteiten en instituten werden opgericht tijdens de oorlog Irak-Iran, en zelfs onder de periode van sancties in de jaren 1990.”

“Over de kwaliteit van de Iraakse onderwijs zegt de UNESCO-fact sheet van maart 2003 dat het onderwijssysteem in Irak vóór 1991 een van de beste was in de regio. Er was een hoog niveau van geletterdheid, zowel bij mannen als vrouwen. Het hoger onderwijs, in het bijzonder de wetenschappelijke en technologische instellingen, voldeden aan de internationale normen en waren bemand door hoog gekwalificeerd personeel.”

Welke was de invloed van de sancties op het onderwijs?

“De 12-jaar durende sancties, opgelegd na de Iraakse invasie van Koeweit, brachten ook de vernietiging van het onderwijssysteem mee. Onder de sancties mochten geen wetenschappelijke tijdschriften het land in, zelfs geen potloden. Onderwijsbudgetten, uitgaven en salarissen werden teruggeschroefd tot op het laagste niveau in de geschiedenis van het moderne Irak. Uiteraard hadden alle andere sectore ook erg te lijden onder de sancties, zoals de gezondheidszorg, sociale structuren en economie.”

“Op het gebied van hoger onderwijs werd het wetenschappelijk onderzoek het meest negatief beïnvloed: de VS domineerde het VN-sanctiecomité en ontzegde universiteiten en individuele medewerkers het recht op fundamenteel onderzoek en materialen, waaronder boeken, wetenschappelijke tijdschriften, researchpapers, etc. De officiële reden was dat deze dingen zouden kunnen helpen bij de productie van massavernietigingswapens. Toch slaagden professoren erin om de kloof die de sancties veroorzaakte, te verkleinen: ze kopieerden de nieuwste boeken of tijdschriften die ze van hun bezoeken aan de Arabische en internationale universiteiten, instituten en onderzoekscentra meebrachten.”

Hoe overleefden de professoren gedurende die periode?

“Het salaris van een hoogleraar bedroeg op een gegeven moment 15 dollar per maand. De brain drain, die al was begonnen tijdens de oorlog tegen Iran, nam een hoge vlucht gedurende de sancties. Depressie vermengd met een gevoel van verzet was de houding van het merendeel van de Iraakse academici op dat moment. Veel van mijn collega’s zijn naar het buitenland vertrokken tussen 1990 en 2003.”

Was de brain drain een onbedoeld effect van de sancties of was er opzet in het spel?

“Madeleine Albright, minister van Buitenlandse Zaken onder president Clinton, is bekend vanwege twee uitspraken. De eerste is het beroemde antwoord dat zij gaf op de vraag in het programma 60 minutes of 500.000 dode kinderen de prijs was om het embargo aan te houden. Ze antwoordde: “it is a very hard choice, but we think the price is worth it”.”

“Maar de tweede uitspraak die zij deed vlak voor de invasie was nog meer verhelderend. Op de vraag of een invasie echt nodig was, vermits het land toch vernietigd was en alle massavernietigingswapens uitgeschakeld, antwoordde ze: “Yes, but the brains are still there”. Kan het nog duidelijker? Irak moest kapot en vooral de academici waren een doorn in het oog van de Israëli’s en de Amerikanen, omdat een hooggeschoolde middenklasse de capaciteit heeft om het land terug op te bouwen. En dat moest koste wat kost worden vermeden.”

En wat na de invasie?

“Als gevolg van de chaos en vernietiging die de invasie met zich meebracht – zogenaamd om Irak te ‘bevrijden’, werden Iraakse universiteiten geplunderd en platgebrand, soms met actieve hulp van de Amerikanen. Campussen werden omgevormd tot kampen voor de invasietroepen, of dienden als hoofdkantoor voor de Iraakse oppositiegroepen die in het kielzog van de Amerikaanse tanks waren meegekomen. De hoop van academici en universitaire bestuurders op het herstel van hun faciliteiten was en is nog steeds tevergeefs.”

Vertel ons eens iets over de ‘debaathificering’?

“In mei 2003 werd de nieuwe wet van ‘debaathificering’ (een zachte vertaling van de hardere Arabische term die de ‘ontworteling’ van de Baathpartij en haar structuren suggereert) uitgevaardigd. Als gevolg daarvan verloren duizenden bekwame en gekwalificeerde medewerkers van de universiteit hun baan.”

“Onder het Baath-regime waren er veel academici die weigerden lid te worden van de Baath-partij. Toch werden ze toen niet ontslagen. Ze behielden hun baan, wetenschappelijke promoties, en alle andere financiële privileges. Ik ben nooit lid geweest van de Baath-partij, dus ik weet waarover ik spreek.”

“‘Debaathification’ leidde tot een onwaarschijnlijke brain drain. Veel collega’s werden om opportunistische redenen lid van de Baath-partij. Ze moesten allemaal opstappen. Bovendien, met de snelle verslechtering van de openbare orde werden veel academici bedreigd en vermoord in wat een goed georganiseerde campagne leek te zijn. Die campagne is nog steeds bezig.”

Wat was de reactie van de bezetters op die golf van moorden?

“Geen enkele zaak werd onderzocht door de bezetter of de Iraakse autoriteiten. Eén voorval kan misschien duidelijk maken wat de reactie van de bezetter is op de golf van moorden op de academici. In november 2006 werden tussen de 140 tot 150 leden van het ministerie van Hoger Onderwijs ontvoerd op klaarlichte dag. Het was de grootste ontvoeringsoperatie in de Iraakse geschiedenis. De inval vond plaats op één km van de Groene Zone, in een gebied dat zeer goed beschermd is door een grote aanwezigheid van Iraakse troepen en een aantal checkpoints.”

“De paramilitairen, geschat op minstens 50 tot 100 man, in de uniformen van de Iraakse Nationale Politie, kwamen met 20 à 30 pick-uptrucks van het ministerie van Binnenlandse Zaken en snel werd het gebied afgezet. De paramilitairen verrichtten hun arrestaties op basis van lijsten. Vervolgens werden de gedetineerden geboeid, geblinddoekt en weggevoerd. Ze ondervonden geen enkele tegenstand, ondanks de aanwezigheid van leger en politie.”

“De meesten werden later vermoord, terwijl het lot van meer dan 60 nog onbekend is. De belangrijkste reden achter deze operatie was dat dit departement verantwoordelijk is voor de verificatie van de diploma’s. Zij verwierpen veel van de valse diploma’s van leden van de regerende partijen die met de Amerikaanse bezetter mee waren gekomen, diploma’s die vrij kunnen worden verkregen op de zwarte markt.”

“U moet weten dat er zo’n 30.000 valse universiteitsdiploma’s in omloop zijn, tot in de hoogste politieke kringen, onder wie zelfs de huidige minister van Hoger Onderwijs: Ali Al-Adeeb. Zo was het geen toeval dat het ontvoeringsteam alle CD’s stal en alle computers van de afdeling vernietigde.”

“Er werd geen poging gedaan om deze mensen te bevrijden, hoewel er aanwijzingen waren dat de regering en de Amerikaanse troepen de locatie kenden waar deze mensen werden gevangen gehouden. Enkele maanden later ontvoerde en vermoordde een terroristische groep drie Amerikaanse soldaten. Een paar uur later bombardeerden Amerikaanse vliegtuigen de schuilplaats van de leider van de terroristische groep, en doodden hem en zijn medewerkers.”

Wat met de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen?

“Sektarische verdeeldheid heeft een grote invloed op het academische leven. Hogescholen en universiteiten zijn sterk verdeeld, en de meeste van de universiteiten zijn thans verworden tot religieuze (sektarische) centra in plaats van wetenschappelijke instellingen.”

“Medewerkers van de universiteit werden bedreigd wegens hun achtergrond. Voor de bezetting behoorden universiteiten tot de weinige ruimten waar pluralisme heerste. In een situatie waarin de beperkingen op politieke activiteiten op de campus, opgelegd door het Baath-regime, werden opgeheven, waar de administratieve structuren van universiteiten waren ingestort, en de samenleving werd overspoeld door sektarisch geweld, was de gemengde aanwezigheid op de campus van soennieten, sjiieten en christenen een recept voor geweld.”

“Bovendien was het principiële engagement tot kosmopolitisme en interreligieuze verdraagzaamheid van enkele universitaire gemeenschappen het doelwit van de fundamentalisten. Vrouwelijke studenten, vooral als ze geen hijab dragen, waren ook slachtoffer van intimidatie en bedreigingen door fundamentalistische milities op de campus. Vrouwelijke studenten bleven massaal weg van de universiteiten. Het gevolg van de invasie, die door veel liberalen in het Westen gerechtvaardigd werd om onderdrukte islamitische vrouwen te redden, is dat jonge vrouwen terug traditionele islamitische kledij moeten dragen.”

Maar de Amerikanen beheerden toch het hoger onderwijs na de invasie?

“Direct na de invasie werden de Iraakse universiteiten onder het commando van jonge Amerikaanse legerofficieren gebracht. Deze officieren hadden geen ervaring in het beheer van het academisch leven. Met andere woorden: het zelfstandig academisch leven van de universiteit werd ondergeschikt gemaakt aan de bestuurlijke grillen en politieke agenda’s van de jonge en onervaren officieren van het leger.”

“Sommigen van deze officieren probeerden zich te mengen in academische kwesties. Tijdens een bezoek aan een onderzoekscentrum van de Universiteit van Bagdad, zag een officier een kaart van Palestina. Hij stopte, wees naar de kaart en vertelde het hoofd van het centrum: “nee, geen Palestina meer, deze kaart moet worden verwijderd en vervangen door een andere”.”

“Het was ook duidelijk dat de Amerikaanse invasietroepen weinig bezorgd waren over de veiligheid van het academisch korps of de Iraakse wetenschappers. In feite zijn er aanwijzingen dat de Amerikanen al plannen hadden voor de invasie om de Iraakse academici te liquideren.”

“In 2008 maakte president Bashar al-Assad van Syrië bekend dat in mei 2003 de toenmalig Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, Syrië bezocht en hem ontmoette. In dat gesprek en na het opscheppen over de Amerikaanse successen in Irak waarschuwde hij de Syrische president tegen het verlenen van gastvrijheid aan Iraakse wetenschappers of academici. “Velen van hen werden later vermoord”, voegde president al-Assad er nog aan toe.”

En is de situatie niet verbeterd in de jaren na de invasie?

“Integendeel. Langzaam maar zeker verslechterde de situatie in Bagdad. Chaos en het gebrek aan openbare veiligheid maakten het leven steeds moeilijker. Het meest gevaarlijke en intimiderende gevolg van de bezetting was de golf van moorden op de leden van het onderwijzend personeel van de verschillende universiteiten en scholen. Men kan gerust zeggen dat de verschillende Iraakse, regionale en internationale inlichtingendiensten aan deze moordcampagne meededen.”

“De Amerikanen en de Israëli’s waren de eersten die werden beschuldigd van de moord op Iraakse wetenschappers, vooral degenen die hadden deelgenomen aan het kernenergieprogramma. Dan werden de Iraniërs beschuldigd van het liquideren van mensen die bepalend zijn geweest voor de Iraakse overwinning op Iran in 1988.”

“Daarna speelden de Koerdische en de sektarische milities een grote rol in het elimineren van wie ze dachten tegen hun ideologieën te zijn. Baath-elementen waren verantwoordelijk voor de moord op oud-collega’s die ze beschuldigden van samenwerking met de bezettingsmacht.”

Wat is de precieze omvang van deze liquidatie?

“Alleen al in 2006 blijkt uit de officiële regeringscijfers dat 198 leden van het onderwijzend personeel werden gedood, 149 gearresteerd of verdwenen, 54 ontvoerd en 41 gewond. De Vereniging van Iraakse Academici – een gerespecteerde onafhankelijke instantie waarvan de voorzitter prof. Issam al-Rawi werd vermoord, documenteerde 269 moorden en 285 academici die op verschillende manieren werden bedreigd, aangevallen, aanslagen op hun leven hadden verijdeld of bedreigd werden om niet hun werk te hervatten.”

“De overgrote meerderheid heeft het land verlaten. Wijlen prof. al-Rawi noemde deze statistieken bijtend ‘de Oogst van de Bevrijding’. Volgens de Los Angeles Times (25.03.2007) waren er meer dan 200 wetenschappers, 110 artsen en 76 journalisten gedood. Volgens recente statistieken, o.a. van het BRussells Tribunal (2011), zijn meer dan 467 tot 500 leden van het hoger onderwijspersoneel vermoord. 6.700 gekwalificeerde academici hebben het land verlaten. Als een direct gevolg van deze migratie, werden meer dan 100 hogere studierichtingen in verschillende instellingen gewoon geannuleerd.”

En hoe evolueert de toestand nu aan de Iraakse universiteiten?

“In maart 2010 vertelden twee decanen van wetenschappelijke colleges en een afdelingshoofd me over hun academische lijdensweg. Zij meldden dat er geen sprake was financiële middelen of een verhoging van de budgetten voor het hoger onderwijs. Als gevolg daarvan waren universitaire laboratoria niet in staat om nieuwe apparatuur en benodigdheden te kopen sinds 2003 (dit komt bovenop de toch al dramatische situatie gedurende de periode van de sancties), terwijl lokalen en bibliotheken geen nieuwe boeken en computers hadden gekregen. Deze situatie is nog verergerd door het gebrek aan elektriciteit en andere basisvoorzieningen.”

En hoe ziet de toestand er uit voor studenten?

“Ook voor de studenten wordt het uitermate lastig. Zelfs onder de sancties was de overgrote meerderheid gehuisvest op kamers gehuurd door de overheid, en de studenten kregen ook geschikte kleding. Ze kregen studiebeurzen. Aan het begin van de bezetting werden al deze faciliteiten ofwel gestopt of tot minder dan de helft teruggebracht. Terwijl de studenten deze veranderingen accepteerden in de hoop dat de toekomst beter zou worden, en dat de belofte aan jobs dit verlies zou compenseren. Ze kwamen er snel achter dat hun verwachtingen niet zouden uitkomen.”

Is de financiële situatie van de Iraakse academici verbeterd na de invasie?

“Neen, niet echt. Een andere bron van ontgoocheling was de wijziging van de salarissen van universiteitspersoneel. Er was wel een serieuze salarisverhoging in het hoger onderwijs. De stijging was echter gebaseerd op basis van dienstjaren, en niet op basis van diploma’s of graden.”

“Als gevolg hiervan ontvangen veel administratieve medewerkers nu hetzelfde loon, en soms meer, dan professoren. Aan het begin was deze stijging een grote hulp, maar naarmate de bezetting voortduurde, werd die loonsverhoging teniet gedaan door de stijgende kosten van levensonderhoud (de prijs van olie, de energie die de meeste Irakezen gebruiken om te koken of voor verwarming, bereikte 150 dollar op de zwarte markt).”

“Terwijl de maandelijkse rantsoen verdwenen of verminderden, verviervoudigden de marktprijzen. Uiteindelijk was een salaris nauwelijks voldoende om je in leven te houden. Degenen die hadden geleden onder de sancties lijden nu zelfs nog meer. Ook de corruptie is toegenomen uit economische noodzaak en wegens het ontbreken van enig toezicht of disciplinaire maatregelen. Dit fenomeen is al begonnen in de jaren 1990 als gevolg van de sancties.”

De brain drain duurt dus voort?

“Al deze feiten, samen met de dagelijkse pesterijen, bedreigingen en het doden van docenten en studenten, heeft geleid tot een dramatische toename van het aantal drop-outs, en moedigde de vlucht van professoren en docenten aan. Het gebrek aan orde en veiligheid verhinderde ook de studenten om de lessen bij te wonen.”

“Na twee grootschalige aanvallen op de al-Mustansriya-universiteit in Bagdad, en andere aanvallen op verschillende universiteiten in het hele land, daalde het aantal studenten dat daadwerkelijk lessen volgde tot 10 procent in 2007. Andere factoren die meespeelden: ziekteverzuim, het grote aantal nieuw ingevoerde (religieuze) feestdagen, de continue avondklok, en ten slotte de dominantie van bepaalde sektarische milities op de campussen.”

“Voorheen hing de toelating tot de Iraakse universiteiten volledig af van behaalde cijfers, niet van sekte of nationaliteit. Dit is nu niet meer het geval. Het sektarische onderscheid werd duidelijk in de verdeling van de subsidies. De meesten die werden toegelaten tot binnenlandse of buitenlandse universiteiten zijn lid van de heersende sektarische partijen. Voor 2003 onder het regime van de Baath-partij werden duizenden postdoctorale beurzen toegekend aan studenten die verbonden waren met politieke partijen.”

Bestaat er nog enige academische onafhankelijkheid?

“Onnodig te zeggen dat de academici in het algemeen zich hulpeloos voelden om de invasie te stoppen of te bestrijden. Maar de meeste docenten verzetten zich wel heftig tegen alle pogingen om in te grijpen in het wetenschappelijk werk. De pogingen om in te grijpen in het curriculum werden op dezelfde wijze verijdeld.”

“Een bijzonder gevaarlijke vorm van weerstand was de weigering om deel te nemen aan sektarische activiteiten op de campus. Verschillende van mijn collega’s hebben het leven verloren wegens hun protest tegen het sektarisme op de campus.”

“Alleen in het eerste jaar van de bezetting waren er verkiezingen voor de functies van decaan van de universiteiten. Thans worden deze functies ingevuld door figuren van de heersende sektarische partijen. Als gevolg daarvan heeft bijvoorbeeld de al-Mustansriya-universiteit in Bagdad drie rectoren: één benoemd door de vorige minister, een tweede benoemd door de huidige minister, en een derde benoemd door de president zelf. De drie vervullen hun taken op dezelfde campus en elk heeft zijn eigen kantoor, bodyguards en secretariaat.”

“Een ander belangrijk probleem is het gebrek aan coördinatie tussen de minister en de overgrote meerderheid van de bestuurders van de universiteiten als gevolg van sektarische verschillen. De meeste van de orders van de minister worden naast zich neergelegd door de bestuurders. Hoe kan in een dergelijke sfeer het hoger onderwijs in Irak worden opgebouwd?”

Wat moet er volgens u gebeuren?

“We hebben uitgebreide aanbevelingen neergeschreven in het boek Beyond Educide. ‘Educide’ is een term die Hans von Sponeck, voormalig humanitair coördinator voor Irak, graag in de woordenboeken zou krijgen. Het is een samenvoeging van ‘genocide’ en ‘education‘: de vernietiging van het onderwijs.”

“Het seminarie zelf was een uitermate geslaagd evenement, mede dankzij de aanwezigheid van veel prominente Iraakse academici die verantwoordelijk waren voor de opbouw van het hoger onderwijs gedurende de voorbije 50 jaar. Het was bij mijn weten de belangrijkste conferentie over de vernietiging van het onderwijs die ooit heeft plaatsgegrepen, ook al omdat ze concrete aanbevelingen formuleerde. Een pluim voor de UGent dat ze de moed heeft gehad om dit thema op de agenda te plaatsen.”

“Er zijn verschillende conferenties geweest, in Amman, Erbil en andere plaatsen, alle gesponsord werden door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat soort conferenties kan moeilijk iets opleveren omdat de situatie van het hoger onderwijs bekeken wordt zonder rekening te houden met de externe factoren zoals de plunderingen en afbraak van de universiteiten, het extreem gebrek aan veiligheid, de versmachtende invloed van het sektarisme en fundamentalisme, de moorden en intimidaties van mijn collega’s, enz.”

“Het hoger onderwijs in Irak bevindt zich in een luchtbel, ergens in het heelal. In die zin was het internationaal seminarie in Gent redelijk uniek. Zonder een klare analyse van de huidige situatie kunnen immers geen degelijke aanbevelingen worden geformuleerd.”

Heeft u nog een boodschap?

“Je moet weten dat onderwijs voor de Irakezen heilig is. Er werd altijd veel aandacht en middelen aan besteed. Je zal dus begrijpen dat de vernietiging van het onderwijs een dolksteek is in het hart van de meeste Irakezen. Irak heeft een zeer rijke geschiedenis en is de bakermat van de beschaving. Irakezen zijn zeer trots op de kennis die zij verwierven.”

“Dat dit allemaal kan gebeuren onder het oog van de wereldgemeenschap is voor ons onbegrijpelijk. Een dictator verdrijven, tot daar aan toe, maar waarom de economische, sociale, culturele en educatieve structuren moesten worden vernietigd, waarom de gezondheidszorg moest wegkwijnen bij gebrek aan medisch personeel: dat gaat echt ons verstand te boven. Irakezen voelen zich dus verlaten door de wereldgemeenschap.”

Misschien toch een aantal dringende aanbevelingen voor de Europese academische gemeenschap?

“Beurzen en subsidies moeten worden toegewezen op grond van verdienste en goede kwalificaties en niet op basis van quota, lidmaatschap van sektarische organisaties of bepaalde partijen.”

“De wederopbouw van het hoger onderwijs moet onder Iraakse leiding gebeuren, niet onder leiding van de landen die Irak illegaal hebben bezet. Die landen mogen enkel hun geld en materiaal ter beschikking stellen: betalen wat ze stuk gemaakt hebben.”

“Westerse universiteiten zouden meer moeten investeren in het toekennen van studiebeurzen aan Iraakse studenten en aan gevluchte academici. Maar opgelet: eerst zouden de gevluchte studenten de kans moeten krijgen om hun studie verder af te maken in het land waarheen ze gevlucht zijn. Dat lijkt me logisch.”

“En niet te vergeten, ook een aanbeveling voor de westerse vredesbewegingen: de landen die de beslissing namen om Irak illegaal en onwettig binnen te vallen, te bezetten en te vernietigen, moeten aansprakelijk worden gesteld voor het herstel van het hoger onderwijs en moeten worden verplicht tot een volledige compensatie. Zonder een degelijke middenklasse kan een land immers niet worden opgebouwd. We hebben ingenieurs, dokters, technici en wetenschappers nodig om uit deze impasse te geraken.”

“Zolang de Amerikanen en de Iraakse marionettenregering de middenklasse blijven intimideren en uitschakelen, is er geen enkele hoop op verbetering. Dit lijkt me een essentieel actiepunt voor jullie om de nadruk te leggen op herstelbetalingen en de VS en de andere landen van de Coalition of the Willing te dwingen om hun verantwoordelijkheid op te nemen.”

“Tot slot: ik zou iedereen, zeker de academische gemeenschap, willen aanraden om toch eens de aanbevelingen te lezen in het boek Beyond Educide. Sanctions, Occupation and the Struggle for Higher Education in Iraq. Ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast was te vernemen dat een Engelse en Arabische versie samen in één boek werden opgenomen. Dat is ongetwijfeld nieuw en het getuigt ook van respect voor de mensen waarover het seminarie ging: de Irakezen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!