Nieuws

1 op 5 leerkrachten overweegt onderwijs te verlaten: je zou voor minder staken

Afbeelding
Foto: Deposit Photos.
Foto: Deposit Photos.
Voor het eerst sinds 2001 leggen leerkrachten in Vlaanderen twee dagen na elkaar het werk neer. Het zegt alles over hoe diep de onrust zit in het onderwijs.

Dat het 24 jaar geleden is dat leerkrachten twee dagen op rij staakten, zegt veel. Het wijst op structurele problemen die zich jaar na jaar hebben opgestapeld: financieel, organisatorisch en menselijk. “Uitzonderlijke maatregelen vragen uitzonderlijke acties”, zegt Nancy Libert, algemeen secretaris van ACOD Onderwijs.[1]

Vorige acties trokken tienduizenden stakers, nu is de nervositeit nog groter omdat de plannen dit keer rechtstreeks snijden in wat de job nog aantrekkelijk maakt. 

Pensioenen 

De lont aan het kruitvat is de pensioenhervorming. Tot nu toe bouwden leerkrachten sneller een volledig pensioen op dan werknemers in de privésector. Dat gunstregime verdwijnt.

Ook de tweede voordeelregel gaat op de helling. Het pensioen werd berekend op de laatste tien loonjaren. Dit zijn meestal de best betaalde jaren. Maar dat wordt nu stapsgewijs afgebouwd richting een berekening over de volledige loopbaan. 

Volgens de bonden verliezen leerkrachten daardoor gemiddeld 200 tot 300 euro netto per maand aan pensioen. Bij directies kan dat zelfs oplopen tot 1.000 euro. Voor wie bijna met pensioen is, is de klap door overgangsregels kleiner. Maar wie middenin of aan het begin van de loopbaan staat, ziet het pensioenbedrag flink teruglopen. 

Opa’s en oma’s voor de klas is pedagogisch geen goed idee, maar voor velen ook gewoon onwerkbaar

De geplande maatregelen zullen ook vrouwen het meest treffen. Onderwijs is een sector met veel deeltijds werk. Dit zijn vaak vrouwen die zorg en job combineren. Precies bij hen bijt de hervorming het hardst: ze voldoen trager aan loopbaanvoorwaarden en hebben dan minder pensioenopbouw.

Leerkrachten zullen in de toekomst niet alleen een lager pensioen hebben, ze zullen er ook langer voor moeten werken. En dat is teveel van het goede. Opa’s en oma’s voor de klas is pedagogisch gesproken al niet direct een goed idee, maar voor velen is het gewoon onwerkbaar. 

Op dit moment is één op de tien 55-plussers wegens ziekte afwezig. Trek je die leeftijd verder op, dan stijgt de afwezigheid door ziekte nog meer. Zeker nu de vroegere landingsbanen zijn afgeschaft.

Hoge pensioenen?

Leerkrachten hebben doorgaans een hoger wettelijk pensioen dan werknemers in andere sectoren, maar in de privésector wordt dat vaak gecompenseerd met groepsverzekeringen. Het onderwijspensioen kan je beschouwen als een sociaal contract. Het is uitgesteld loon als gedeeltelijke compensatie voor lagere lonen en minder extralegale voordelen tijdens de loopbaan. Denk hierbij aan een bedrijfswagen, hospitalisatieverzekering, of een tweede pensioenpijler. 

Leraren dragen bovendien meer pensioenbijdragen af dan veel andere beroepsgroepen, waardoor een hoger pensioen logisch is. De geplande afbouw van voordelen of verplicht langer werken voor hetzelfde pensioen, voelt dan ook als inbreuk op dat uitgestelde loon. 

Job nog minder aantrekkelijk 

De geplande pensioenmaatregelen tasten ook de aantrekkelijkheid van de job verder aan. Omwille van de hoge werkdruk was die de laatste jaren al flink gedaald. Uit een grootschalig tijdsonderzoek van 2018 blijkt dat leraren, de vakantieperiodes ingerekend, gemiddeld 42 uur per week werken, met pieken van bijna 50 uur in een gewone lesweek. Bijna de helft van de leerkrachten werkt vaak of altijd na acht uur ’s avonds en 45 procent werkt ook op zondag. 

Een op drie leerkrachten riskeert een burn-out. Dat is de hoogste score van alle sectoren.

Het lesgeven zelf is ook moeilijker en lastiger geworden, omdat de klassen heterogener zijn, de leerlingen en de ouders mondiger, en het aantal leerlingen met specifieke zorgnoden is sterk gestegen. Die hoge werkdruk eist zijn tol. Een op drie leerkrachten riskeert een burn-out. Dat is de hoogste score van alle sectoren. 

Leerkrachten worden stiefmoederlijk behandeld. Ze moeten zich voor van alles en nog wat administratief verantwoorden én indekken. Ouders stappen tegenwoordig gemakkelijk naar de rechter als ze niet akkoord gaan met een beslissing van de klassenraad. Doorheen de jaren werd de didactische en pedagogische autonomie ook sterk ingeperkt. 

Voor starters duurt het bovendien soms jaren voordat ze een stabiele en volledige betrekking, en dus inkomen, hebben. Als men nu bovenop die hoge werkdruk ook nog eens de gunstige pensioenregeling ongedaan maakt, dan valt een van de belangrijkste ‘voordelen’ van het onderwijs weg en krijgt de aantrekkelijkheid van de job opnieuw een flinke knauw. 

“Politici hameren terecht op het belang van kwalitatief onderwijs in ons land. Maar die kwaliteit kunnen we alleen garanderen als we voldoende gekwalificeerde en enthousiaste personeelsleden hebben”, aldus Koen Van Kerkhoven, secretaris-generaal van de christelijke onderwijsvakbond. 

De boodschap van de regering dat “iedereen moet bijdragen” komt in de leraarskamer aan als: “jullie nog wat extra”

De cijfers liegen er niet om. In een bevraging die het COC en COV[2] deed, zegt 1 op 5 van het personeel te overwegen het onderwijs te verlaten als de plannen doorgaan. Dat is niet minder dan leegloopalarm in een sector die nu al piept en kraakt onder een lerarentekort. De boodschap van de regering dat “iedereen moet bijdragen” komt in de leraarskamer aan als: “jullie nog wat extra”. 

Eisen

Onderwijsmensen grijpen niet snel naar het stakingswapen. Ze laten hun leerlingen niet graag in de steek en zijn bovendien getraind om conflicten op een herstelgerichte wijze op te lossen, door overleg en geduldig luisteren. Als ze volgende week toch staken, dan wil dat zeggen dat de noden hoog zijn.

Twee gemiste lesdagen zijn misschien vervelend voor de ouders, maar een structurele uitholling van het beroep weegt zwaarder. Als 1 op 5 leerkrachten overweegt te vertrekken, dan heb je geen “gijzeling” door staking, maar een systeem dat in slow motion vastloopt. 

De vakbonden willen een krachtig signaal geven aan de regering. De regering serveert het verhaal dat “iedereen zijn deel doet”, maar schuift in de praktijk de rekening door naar openbare diensten en hun personeel. De echte sterkste schouders blijven te vaak buiten schot. Zo worden grote vermogens en kapitaalinkomens milder belast dan arbeid. 

Volgens de onderwijsbonden kiest de regering vandaag voor een begrotingspad dat pijn doet aan mensen die onze samenleving juist dragen.

Hun eisen zijn duidelijk. Ze vragen compensaties als de pensioenplannen doorgaan, bijvoorbeeld via een groepsverzekering. Daarnaast eisen ze een verlaging van de werkdruk met minder planlast, duidelijke kerntaken en structurele zorg- en administratieve ondersteuning in elke school.  

“Wie onderwijs verwaarloost, snijdt niet enkel in budgetten, maar in het hart van de samenleving”

Ze vragen werkbare klassen met realistische maxima. Ze willen een bescherming voor wie zorg en job combineert: deeltijds werken mag niet langer een boete zijn op latere leeftijd. Ten slotte willen ze dat er geïnvesteerd wordt in waardige loopbanen en dat er opnieuw treffelijke eindeloopbaanstelsels komen. 

Bart De Wever gaf aan dat hij de welvaartsstaat wil redden. Als dat echt het geval is, dan laat je het onderwijs niet bloeden en leg je de rekening niet bij wie voor de klas staat. COV formuleert het zo: “Wie onderwijs verwaarloost, snijdt niet enkel in budgetten, maar in het hart van de samenleving.” 

 

Lees ook: 

- Zijn de onderwijspensioenen werkelijk te hoog?
- De Wever spaart superrijken en legt de factuur bij wie werkt

Notes:

[1] ACOD Onderwijs is de onderwijssector van de socialistische vakbond ACOD die personeel in het onderwijs in België vertegenwoordigt en verdedigt.

[2] COC en COV zijn de twee onderwijsbonden van het ACV. COC vertegenwoordigt personeel in onder andere secundair, hoger en volwassenenonderwijs en CLB/ondersteuning, terwijl COV het kleuter- en lager onderwijs organiseert.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons | DeWereldMorgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?