De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Van digitale verdoving naar mondiaal arbeidersverzet

Afbeelding
Foto: Deposit Photos.
Foto: Deposit Photos.
Big Tech verkoopt ons gemak, maar koopt ondertussen onze aandacht, data en gedrag. Wie sociale tegenmacht wil opbouwen, moet daarom ook de strijd aangaan om informatie en technologie.

Wie vandaag naar onze samenleving kijkt, ziet twee werkelijkheden naast elkaar bestaan. Terwijl steeds meer mensen materieel onder druk staan, wordt ons via reclame, technologie en sociale media voortdurend verteld dat consumeren gelijkstaat aan vrijheid, vooruitgang en welzijn.

Dat contrast is geen detail. Het raakt aan de manier waarop economische macht, informatie en technologie steeds sterker in elkaar grijpen, en aan de vraag hoe de werkende bevolking opnieuw politieke tegenmacht kan opbouwen.

De strijd om informatie

Informatie is nooit neutraal geweest. Wat zichtbaar wordt gemaakt, welke feiten bekend raken en welke verhalen verdwijnen uit beeld, hangt altijd samen met macht. Wie controle heeft over communicatie, bepaalt mee welke problemen als maatschappelijk belangrijk worden gezien en welke nauwelijks bestaan in het publieke debat.

Die strijd is vandaag veel groter geworden door digitalisering. Enkele grote technologiebedrijven beslissen mee welke informatie miljarden mensen dagelijks te zien krijgen. Hun platforms, algoritmes en systemen bepalen niet alleen wat circuleert, maar ook wat aandacht krijgt en wat naar de achtergrond verdwijnt.

De mogelijkheid om te kopen vervangt het gesprek over wie economische macht bezit en wie de kosten draagt

Dat heeft politieke gevolgen. Wanneer sociale achteruitgang, armoede, dakloosheid of de ontmanteling van sociale bescherming weinig zichtbaar worden gemaakt, wordt het moeilijker om die ontwikkelingen als onderdeel van een breder economisch systeem te herkennen. Individuele problemen lijken dan los te staan van structurele oorzaken.

Volgens diezelfde logica verdwijnen ook internationale vormen van uitbuiting gemakkelijk uit beeld. Kolonialisme, structureel racisme, slavernij en ecologische vernieling worden wel onderzocht en beschreven, maar zulke rapporten krijgen niet noodzakelijk de publieke aandacht die beantwoordt aan de omvang van de problemen.

Consumeren als schijn van welvaart

Tegelijk worden mensen voortdurend aangesproken als consument. Zelfs wie financieel achteruitgaat, krijgt dagelijks boodschappen voorgeschoteld die suggereren dat geluk, vrijheid en maatschappelijke deelname vooral te vinden zijn in producten, diensten en nieuwe vormen van digitale consumptie.

Zo ontstaat een merkwaardige tegenstelling. Mensen kunnen zich materieel onzekerder voelen, terwijl ze tegelijk worden omringd door beelden van overvloed en keuzevrijheid. Consumeren wordt zo een soort bewijs dat er nog altijd welvaart is, ook wanneer inkomens, openbare diensten of sociale bescherming onder druk staan.

De aandacht verschuift van collectieve belangen en machtsverhoudingen naar individuele voorkeuren, verlangens en keuzes

Dat is wat met consumerisme wordt bedoeld: niet simpelweg dat mensen graag dingen kopen, maar dat consumptie een centrale plaats krijgt in hoe welzijn wordt voorgesteld. De mogelijkheid om te kopen vervangt dan het gesprek over wie economische macht bezit en wie de kosten draagt.

Die verschuiving heeft ook een politieke functie. Wie vooral als consument wordt aangesproken, wordt minder snel aangesproken als werknemer, burger of lid van een sociale klasse. De aandacht verschuift van collectieve belangen en machtsverhoudingen naar individuele voorkeuren, verlangens en keuzes.

Kapitaal, informatie en macht

In het kapitalisme heeft wie het kapitaal bezit ook de controle over de productie. Kapitaalbezitters beslissen waarin wordt geïnvesteerd, welke arbeid nodig is en welke producten worden gemaakt. Daarmee beschikken ze tegelijk over middelen om informatie te verspreiden en om bepaalde verhalen meer zichtbaarheid te geven dan andere.

Digitalisering heeft die bestaande verhouding niet opgeheven, maar enorm versterkt. Informatietechnologie maakt het mogelijk om op wereldschaal markten, communicatie en gedrag met elkaar te verbinden. Daardoor konden kapitaal en economische macht zich in de voorbije decennia veel sterker concentreren.

Big Tech begon als leverancier van technologische infrastructuur, maar groeide uit tot een machtscentrum binnen de economie zelf

Big Tech begon ooit als leverancier van technologische infrastructuur, maar groeide uit tot een machtscentrum binnen de economie zelf. Grote technologiebedrijven beheren niet alleen platformen en communicatiemiddelen, maar verzamelen ook enorme hoeveelheden gegevens en sturen via algoritmes wat gebruikers zien, doen en uiteindelijk kopen.

Daarmee ontstaat wat we hyperkapitalisme kunnen noemen: een kapitalisme waarin economische macht zich steeds meer losmaakt van nationale grenzen en waarin enkele ondernemingen wereldwijd een uitzonderlijke invloed verwerven. Nationale overheden en klassieke sociale tegenmachten hebben steeds meer moeite om die machtsconcentratie te corrigeren.

Die ontwikkeling gaat samen met de verzwakking van publieke instellingen. Wanneer markten steeds meer terreinen overnemen die vroeger publiek georganiseerd werden, verliest de staat een deel van zijn vermogen om sociale ongelijkheid te corrigeren en collectieve belangen boven winstmaximalisatie te plaatsen.

De burger als grondstof

De zogenaamde aandachtseconomie wordt vaak voorgesteld als een strijd om de tijd van consumenten. Maar achter die aandacht zit nog iets anders: gegevens. Iedere zoekopdracht, klik, aankoop en interactie levert informatie op waarmee digitale systemen verder kunnen worden verfijnd. Dat is de grondstof van deze technologiebedrijven.

Daarom hebben techreuzen er belang bij om mensen voortdurend online en actief te houden. Niet alleen omdat ze producten willen verkopen, maar omdat gebruikers gegevens produceren. De consument wordt zo tegelijk klant én grondstof voor systemen die steeds beter leren voorspellen, sturen en beïnvloeden. 

Sociale bewegingen moeten opnieuw nadenken over informatie als terrein van politieke strijd

Artificiële intelligentie versterkt dat proces. AI-systemen hebben enorme hoeveelheden gegevens nodig om verder te ontwikkelen. Hoe meer informatie over gedrag, voorkeuren en consumptie beschikbaar is, hoe krachtiger die systemen worden en hoe groter de economische waarde voor ondernemingen die ze controleren.

De belofte luidt dat technologie ons leven gemakkelijker en beter maakt. Maar achter die belofte zit een verdienmodel dat draait op de verdere concentratie van gegevens, kapitaal en macht. De ontwikkeling van technologie is daardoor niet waardenvrij, ook wanneer ze als puur technisch of onvermijdelijk wordt voorgesteld.

De ecologische prijs daarvan is eveneens groot. De productie van digitale technologie en artificiële intelligentie vraagt grondstoffen, energie en infrastructuur. Tegelijk blijft een economisch systeem dat winstgroei centraal stelt botsen met de grenzen van klimaat, natuur en beschikbare grondstoffen.

Nieuwe tegenmacht nodig

Wie die ontwikkeling wil keren, kan zich daarom niet beperken tot individuele consumptiekeuzes. De kern van het probleem ligt bij de machtsstructuren die bepalen hoe informatie wordt verspreid, hoe technologie wordt ontwikkeld en welke economische belangen daarbij voorrang krijgen.

Dat betekent ook dat sociale bewegingen opnieuw moeten nadenken over informatie als terrein van politieke strijd. Wie economische tegenmacht wil opbouwen, moet niet alleen organiseren op de werkvloer of in sociale bewegingen, maar ook ingrijpen in de informatiestromen die het publieke bewustzijn vormgeven.

Solidariteit tussen werkenden moet dezelfde schaal proberen te bereiken als de macht waartegen ze zich richt

Klassieke nationale vormen van arbeidersverzet botsen bovendien op een economie die wereldwijd georganiseerd is. Als kapitaal, technologie en productie grensoverschrijdend functioneren, kan sociale tegenmacht niet uitsluitend nationaal blijven. Solidariteit tussen werkenden moet dezelfde schaal proberen te bereiken als de macht waartegen ze zich richt.

Dat vraagt meer dan kritiek op Big Tech of op afzonderlijke uitwassen van het kapitalisme. Het vraagt een politiek perspectief dat sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid samenbrengt, en dat de waardigheid van werkende mensen opnieuw centraal stelt tegenover winstmaximalisatie en machtsconcentratie.

De inzet is uiteindelijk groter dan de vraag welke technologie we gebruiken of welke producten we kopen. Het gaat over wie beslist hoe onze samenleving wordt ingericht, wie toegang heeft tot informatie en macht, en of economie en technologie ten dienste staan van winst of van mensen.

Een duurzame en solidaire samenleving kan daarom alleen ontstaan wanneer mensen zich opnieuw als collectieve politieke kracht organiseren. De strijd om informatie, aandacht en technologie is hoe dan ook geen randthema, maar een essentieel onderdeel van een bredere strijd om democratie, sociale gelijkheid en ecologische toekomst.

 

Lees ook: 

Bouwen aan een mondiaal arbeidersverzet

Durven handelen: hoe we de dictatuur van Big Tech en het kapitalisme kunnen breken

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?