Hooggerechtshof fluit Britse regering terug over het verbieden van Palestine Action
Palestine Action werd in 2020 opgericht en voert campagne tegen bedrijven die volgens de organisatie medeplichtig zijn aan “de bezetting, apartheid en genocide van Palestina”, met een bijzondere focus op de Israëlische wapenfabrikant Elbit Systems.
Met een jaaromzet van 7 miljard dollar vorig jaar is Elbit de grootste wapenproducent van Israël, en geldt het als het 25e grootste wapenbedrijf ter wereld. Het bedrijf had tien productiesites in het VK waarvan er al vier door protesten van Palestine Action werden gesloten. Ook in België heeft Elbit twee productiesites waartegen actie wordt gevoerd.
Een primeur
In juli verklaarde de regering Palestine Action tot terroristische organisatie, op dezelfde lijn dus als Islamic State (IS) en Al-Qaida. Lidmaatschap of steun aan de groep werd daarmee strafbaar, met een maximale gevangenisstraf van veertien jaar.
Een documentaire van Channel 4 bracht aan het licht dat Britse ambtenaren van Binnenlandse Zaken regelmatig hierover overlegden met Elbit Systems, en dat binnen het ministerie twijfel bestond over de rechtmatigheid van de maatregel. Toch gaf de regering meer dan 800.000 euro uit in het proces dat Palestine Action tegen het verbod begon. Daarbovenop verklaarde de politie in oktober vorig jaar dat ze al 4 miljoen euro uitgegeven hadden aan het handhaven van dat verbod.
Vele burgers keerden zich tegen deze criminalisering van het protest tegen de genocide in Palestina. Sindsdien zijn meer dan 2.700 van hen gearresteerd tijdens demonstraties omdat zij borden droegen met de tekst: “Ik steun Palestine Action.” Vijfhonderd van hen werden aangeklaagd op grond van artikel 13 van de Terrorism Act, waarop maximaal zes maanden gevangenisstraf staat. Onder hen bevinden zich geestelijken, gepensioneerden en militaire veteranen.
Het is een primeur dat een organisatie die onder de Britse antiterrorismewetgeving werd verboden, dat met succes voor de rechter heeft aangevochten
Het hooggerechtshof volgde de regering niet in haar poging de organisatie te verbieden. Volgens de rechters vormde het besluit een “zeer significante inbreuk” op het recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering.
Huda Ammori, medeoprichter van Palestine Action en initiatiefnemer van de rechtszaak, sprak van een “monumentale overwinning”. Het is een primeur dat een organisatie die onder de Britse antiterrorismewetgeving werd verboden dat met succes voor de rechter heeft aangevochten.
De uitspraak betekent een forse tegenslag voor de poging van de Britse regering om campagnevoerders voor Palestina af te schilderen als gewelddadige criminelen en terroristen. In juridische zin verwijst "geweld" naar aanvallen op personen, niet op eigendommen. Omdat Palestine Action uitsluitend materiële schade toebrengt, met name aan wapens die worden ingezet tegen burgers in Gaza, is het een niet-gewelddadige organisatie die niet verboden had mogen worden.
De VN-speciaal rapporteur inzake mensenrechten en terrorismebestrijding, Ben Saul, evenals Amnesty International UK en Liberty, riepen de regering op het vonnis te respecteren. De leider van de succesvolle Groene Partij, Zack Polanski, verklaarde dat de regering moet stoppen met het criminaliseren van mensen die protesteren tegen genocide. Ook Max Wilkinson van de Liberal Democrats noemde het disproportioneel om Palestine Action in dezelfde categorie te plaatsen als IS.
De regering kondigde echter aan wél tegen het vonnis in beroep te zullen gaan. Ook maakte de Londense politie bekend 'bewijs' te blijven verzamelen voor mogelijke toekomstige vervolging, ondanks dat ze per direct stoppen met arrestaties van mensen die Palestine Action steunen.
Vrijspraak activisten
De leden van Palestine Action, die al sinds hun actie in augustus 2024 in voorlopige hechtenis zitten, werden dus behandeld als terroristen. Hoewel geen van hen is aangeklaagd voor een terroristisch misdrijf werden ze in speciale, en volgens hun aanhangers onmenselijke, detentieregimes vastgehouden. Zeven activisten besloten daarom in hongerstaking te gaan. Drie van hen hielden dat zo lang vol dat hun leven in acuut gevaar kwam.
Begin februari sprak een jury vijf van de zogenoemde ‘Filton Six’ vrij: in totaal werden zes beklaagden niet schuldig bevonden aan de zwaarste aanklachten. De zaak betrof directe actie tegen een Israëlisch wapenbedrijf nabij Bristol in augustus 2024. Activisten gaven toe dat ze daar drones stuk sloegen die moesten dienen om in Gaza burgers te doden.
Hiermee houdt Starmer de medeplichtigheid van zijn regering aan de genocide in Palestina buiten beeld
Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Yvette Cooper probeerde de Filton-activisten af te schilderen als gewelddadige criminelen die bewakers zouden hebben aangevallen. Het overgrote deel van de Britse pers nam dergelijke beweringen en insinuaties klakkeloos over. Die beeldvorming werd echter op het proces met videomateriaal ontkracht. Het omgekeerde bleek het geval: de bewakers bedreigden hen zeer agressief met een afgenomen voorhamer.
De jury verwierp dan ook de stelling dat de verdachten de fabriek van Elbit waren binnengedrongen met de intentie de meegenomen voorwerpen als wapens te gebruiken. De verdediging toonde aan dat de voorhamers bedoeld waren als gereedschap om Israëlische wapens onklaar te maken. Tijdens het proces kwam naar voren dat beeldmateriaal van verschillende interne CCTV-camera’s van Elbit ontbrak. Ook zouden bodycams van beveiligers herhaaldelijk zijn uit- en ingeschakeld en de beelden achteraf bewerkt.
Clare Rogers, moeder van verdachte Zoe Rogers, verklaarde dat het om “zes gewetensvolle jonge mensen” ging die na marsen, petities, brieven aan parlementariërs en protestkampen geen andere uitweg meer zagen dan zelf in actie te komen.
Het feit dat een onafhankelijke volksjury weigerde mee te gaan in de door de regering voorgekauwde veroordeling, bewijst dat ook in deze zaak premier Starmer en de media minder grip hebben op de publieke opinie dan ze zouden willen.
Ook tegen dit vonnis ging de regering in beroep. Het komt hen goed uit dat de aandacht blijft gaan naar het zogenaamde terroristische karakter van de solidariteit met de Palestijnen. Zo houdt Starmer de medeplichtigheid van zijn regering aan de genocide in Palestina buiten beeld, en daarmee ook de vraag of en waar zij zich hiervoor zouden moeten verantwoorden. In Den Haag bijvoorbeeld.