Opinie

Staking 25 november: waarom publieke sector onmisbaar is

Afbeelding
Betoging 14 oktober 2025. Foto: Marc Vandepitte
Betoging 14 oktober 2025. Foto: Marc Vandepitte
De publieke sector staakt vandaag. Niet uit luxe, maar omdat zonder sterke diensten een samenleving vastloopt. Van zorg tot openbaar vervoer: wie bespaart op basisfuncties, oogst chaos, duurdere fouten en burgers die in de kou blijven staan.

“Grote rampen hebben op zijn minst één verdienste: ze zorgen ervoor dat sommige mensen de voordelen van openbare diensten herontdekken”, schreef een journalist van Libération.  

De decemberstorm van 1999 eiste een zware tol in Frankrijk: 92 doden en 2.000 gewonden. Op dat moment kon het Office National des Forêts nog 12.000 mensen inzetten. Maar in 2022 moest diezelfde dienst het doen met amper 8.000 medewerkers, terwijl bosbranden, overstromingen en modderstromen net frequenter en heviger geworden zijn. 

Minder teams betekent minder preventie (brandgangen en risicobeheer), tragere waarschuwingen en overbelaste interventies. Alsof dat nog niet volstond, werden tussen 2021 en 2025 nóg eens 500 posten geschrapt. Die afslanking vergrootte de kwetsbaarheid van bewoners en hulpdiensten.

Niet alleen Frankrijk, maar ook België en andere Europese landen onderschatten hoe hard het publieke apparaat nodig is voor klimaat- en rampenbeleid. En dat geldt niet alleen voor het rampenbeleid.

De voorbije decennia is de staat herleid tot opdrachtgever voor de markt

Openbare diensten zijn geen luxe, maar de nutsvoorzieningen van menswaardigheid: zorg, onderwijs, mobiliteit, veiligheid, energie, water, huisvesting, sociale bescherming. Ze garanderen continuïteit, betaalbaarheid en toegang, ook wanneer de winstlogica dat niet doet. Als we die basis tot ‘kostenpost’ herleiden, betalen we dubbel: in wachttijden, fouten, vermijdbare armoede en verloren vertrouwen.

Gevolgen neoliberaal beleid 

De voorbije decennia is de staat herleid tot opdrachtgever voor de markt. Lineaire besparingen moesten zogezegd de werking 'efficiënter' maken, digitalisering werd een wondermiddel, consultancy het standaardantwoord, fusies en hertekeningen van departementen de routine. Statutaire zekerheid maakte plaats voor tijdelijke contracten, taken werden weggeschoven naar lagere overheden zonder extra middelen. 

Het resultaat was de uitholling van kennis in huis, versnippering van verantwoordelijkheid en een permanente stijging van de werkdruk.

De belofte zou 'efficiënter' en 'goedkoper' zijn, maar de realiteit was anders: geprivatiseerde diensten met winstverplichting, hogere verborgen kosten voor burgers en personeel, en publieke structuren die steeds minder kunnen waarmaken wat ze beloven. Het onderscheid tussen algemeen en particulier belang verdween uit beeld. De burger werd vooral klant.

Iedereen voelt het. Hulpverlening wordt trager en minder toegankelijk. Zorg wordt onpersoonlijker. Mobiliteit laat te wensen over. Onderwijs is ‘inclusief’ op papier, maar komt handen tekort in de klas. Administratie digitaliseert, maar wie geen laptop heeft, botst op muren. En wanneer iets misloopt, is er geen mens meer aan de lijn.

Tijdens Covid kregen deze werknemers applaus, maar met applaus alleen geraak je er niet

Deze erosie is het voorspelbare gevolg van politieke keuzes. Wie de basistegemoetkoming voor zorg of de werkingsmiddelen van scholen kortwiekt en tegelijk de financiering blokkeert, snijdt automatisch in mensentijd. Wie loketten sluit, verliest nabijheid. Wie contracten onzeker houdt, jaagt ervaring weg. Zeggen dat “de burger er niets van mag voelen” is fictie.

Respect 

Publieke werknemers worden al te vaak afgeschilderd als probleem: “te duur”, “niet efficiënt”, “niet flexibel”. Intussen houden zij de samenleving dagelijks overeind: verplegers en zorgkundigen, leerkrachten en buschauffeurs, maatschappelijk werkers, vuilnisophalers, brandweerlui, politie, technici, balie- en loketmedewerkers, inspecteurs, planners en IT’ers. 

Tijdens Covid kregen deze werknemers applaus, maar met applaus alleen geraak je er niet. Respect begint bij stabiele teams, leefbare werkdruk, zinvolle digitalisering, eerlijke lonen en pensioenen, veilige carrières én vertrouwen in vakmanschap.

Het alternatief kennen we: kapotte diensten, vermoeide werknemers, boze burgers

Uitgesteld loon - pensioenen, ziekte- en werkloosheidsverzekering - is deel van die faire deal. Daaraan sleutelen “om de begroting te redden” is geen hervorming, maar een verschuiving van risico’s naar wie de boel doet draaien.

Sterke publieke diensten horen bij een sterke democratie. Transparantie, onafhankelijke inspecties, toegankelijke klachtenprocedures en open data maken beleid toetsbaar.

Onmisbaar 

We zijn het verhaal gaan geloven dat 'de markt' altijd beter is en dat de overheid vooral moet 'uitbesteden en controleren'. Maar samenleven is geen contract tussen anonieme partijen. Het is zorg dragen voor elkaar, nu en later. Daar horen structuren bij die blijven en borgen, mensen die hun vak kunnen uitoefenen, plannen die verder reiken dan de volgende begrotingscontrole.

Om dat te realiseren is de publieke sector onmisbaar. Wie dat opnieuw durft te benoemen en ernaar handelt, kiest niet voor de duurste, maar voor de verstandigste weg: minder verspilling, meer zekerheid, sterkere democratie. 

Het alternatief kennen we al: kapotte diensten, vermoeide werknemers, boze burgers. Laten we het roer omgooien met publieke ambitie, politieke moed en respect voor wie elke dag onze samenleving draaiende houdt.

Investeren loont 

“Er is geen geld”, wordt steeds herhaald. Maar we zien wel tientallen miljarden voor defensie en fiscale gunstregimes, terwijl andere sectoren en de gewone bevolking moeten inleveren. 

Een ander budgettair verhaal is wel degelijk mogelijk: eerlijke fiscaliteit die arbeid en vermogen gelijker belast, sluiting van achterpoortjes, aanpak van renteniersinkomens, publieke investeringen die zichzelf terugbetalen via lagere sociale kost en hogere maatschappelijke opbrengst.

Besparen op het fundament is duurder dan investeren

Besparen op het fundament is duurder dan investeren. Een geredde jongerenloopbaan bespaart levenslang op uitkeringen en justitie. Voldoende thuiszorg voorkomt duurdere ziekenhuisopnames. Goede sociale huisvesting drukt gezondheidskosten. Publieke infrastructuur schept werk, reduceert files en CO.

Investeren is niet met geld gooien, het is kapitaal en menskracht richten op publieke missies. 

Wat er moet veranderen

Zorg en welzijn moeten weer menselijk worden. Verlaag de caseload in OCMW’s en jeugdzorg, geef woonzorgcentra, structurele zekerheid en genoeg handen aan het bed. Bouw respijtzorg uit zodat mantelzorgers het volhouden. Maak geestelijke gezondheidszorg laagdrempelig en een einde aan de wachtlijsten.

Onderwijs en kinderopvang vragen ademruimte. Zorg voor kleinere klassen waar het nodig is, minder planlast en starterszekerheid voor jonge leraren. Een werkbare eindeloopbaan met landingsbanen hoort daarbij. Kinderopvang is een recht, geen loterij, met loon en opleiding die passen bij de verantwoordelijkheid.

Mobiliteit en leefbare steden beginnen bij betrouwbaar openbaar vervoer als basisdienst, niet als restproduct. Investeer in veilige fiets- en voetpaden in elke gemeente. Geef regionale en lokale voldoende middelen vóór die taken.

Betrouwbaar openbaar vervoer als basisdienst, niet als restproduct

Huisvesting en energie vragen publieke regie. Zet grootschalige bouw- en renovatieprogramma’s op voor betaalbare, energiezuinige woningen. Neem als overheid een stevige rol in hernieuwbare energie, met publiek eigenaarschap en sturing, zodat de transitie sociaal én zeker is.

Digitaliseer met de mens in het midden. Technologie moet ontzorgen, niet vervangen. Werk met open standaarden, een publieke cloud waar nodig en volledige transparantie over algoritmes. En zorg altijd voor een loket voor wie digitaal niet mee kan.

Hou kennis in huis. Minder consultancy, meer publieke expertise. Bouw loopbanen uit waarin vakspecialisten kunnen doorgroeien zonder manager te moeten worden. Werk samen met universiteiten en hogescholen, maar behoud publieke regie.

De klimaatcrisis vraagt om schaal, snelheid en richting, precies wat de markt niet vanzelf levert. Overheden kunnen gerichte opdrachten formuleren (isoleren, elektrificeren, sterk OV, circulaire ketens) en kapitaal, kennis en regels bundelen. 

Op dit moment is de Europese klimaatfinanciering zwaar onvoldoende. Het huidige EU-budget van ongeveer 87 miljard per jaar dekt minder dan 10 procent van de circa 1.000 miljard die jaarlijks nodig is om de 2030-doelen te halen. Landen zoals België, Spanje, Frankrijk en Italië halen zelfs de minimale groene investeringen niet. Forse publieke investeringen en sterke overheidsdiensten zullen nodig zijn om de klimaatdoelen te halen.

Ander beleid nodig 

Om dat allemaal te realiseren moet het roer omgegooid worden. 

Stop de lineaire besparingen op publieke diensten. Herstel structurele financiering met meerjarenzekerheid. Stabiliseer contracten en verminder werkdruk door echte aanwervingen, niet door 'efficiëntiewinsten' die enkel in PowerPoints bestaan. Investeer in opleiden en zij-instroom, met begeleiding op de werkvloer. 

Leg publieke normen vast voor bereikbaarheid: digitaal én menselijk, met fysieke loketten waar nodig. Beperk uitbesteding en maak publieke kerncapaciteit weer aantrekkelijk. En vooral: betrek personeel en gebruikers in ontwerp en evaluatie. Zij weten waar het wringt, zij kunnen het oplossen.

Uiteindelijk moeten we de mensheid en haar waardigheid beschermen tegen het hyperkapitalisme: het sloopt het sociale weefsel, plundert de natuurlijke rijkdommen en drijft de privatisering en machtsconcentratie in handen van een steeds kleinere elite. De openbare sector vormt een cruciale dam daartegen.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons | De Wereld Morgen

Een meer uitgewerkte versie van dit artikel vind je hier

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?