De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Overheidsdienst: sleutelbegrip voor samenleving met toekomst

Afbeelding
Betoging 14 oktober 2025. Foto: Marc Vandepitte
Betoging 14 oktober 2025. Foto: Marc Vandepitte
Enkel de creativiteit van een met verantwoordelijkheid handelende en ondernemende overheid kan borg staan voor een algemeen en duurzaam welzijn.

Vooraf. Nadenken over de overgang naar een door de overheid aangedreven en bestuurde eigentijdse samenleving vormt geen intellectuele Spielerei. 

Maar beantwoordt aan een bittere noodzaak om de mensheid en de menselijke waardigheid te redden uit de handen van het hyperkapitalisme met zijn niets ontziende verpulvering van het sociaal weefsel, zijn mateloze zucht naar het beroven van de planeet van zijn natuurlijke rijkdommen en zijn niet aflatende drang tot privatisering en naasting van de rijkdommen en macht in de handen van een steeds meer slinkende groep vermogenden. 

De bezorgdheid is des te meer verantwoord daar de zo door het kapitaal opgezette liberale markteconomie totaal niet in staat blijkt te zijn de vernietiging van de biodiversiteit af te remmen en van een voor de overleving van de mensheid noodzakelijk klimaatevenwicht op te bouwen. 

Deze laatste aan het kapitalisme toe te schrijven euvels komen enkel de reeds langer gekende en ondervonden economische, politieke en sociale bestrijdingsgronden van het stelsel versterken. Want inderdaad de barbarij waarmee het kapitalisme nu al eeuwen de mensheid heeft opgezadeld door uitsluiting, uitbuiting, kolonisatie, racisme e.a. verrechtvaardigt zonder meer zijn wereldwijde afbraak ten voordele van solidaire samenlevingsvormen.

Zowel voor het succesvol vechten voor het anthropoceen als voor de verwezenlijking van een kwalitatieve solidaire maatschappij met respect voor de waardigheid van alle mensen, is er dus een degelijk geïnformeerde en met kennis van zaken handelende overheid nodig, instaat om een wetenschappelijk verantwoorde economische, ecologische en sociale planning uit te werken en te realiseren.

In de hierna volgende schets pogen we een eerste idee te geven van de maatschappelijke context, waarin zowel de ontmanteling van het kapitalisme als de vestiging van een door de overheid geleide socialiserende economie zullen dienen te geschieden. In beide processen komt een cruciale plaats toe aan een vernieuwd concept van wat men de openbare dienst pleegt te noemen. 

 

1. Tegenstelling tussen algemeen en particulier belang 

In een door het kapitalisme beheerste samenleving nemen het individueel eigendomsrecht, de contractvrijheid en de individuele aansprakelijkheid een prominente plaats in in de vormgeving en de inhoudsbepaling van de maatschappelijke verhoudingen. Net zoals aan de marktwerking en aan het marktmechanisme een wezenlijke rol wordt toebedeeld in het organiseren van het verloop van deze verhoudingen. 

Trouw aan de basisbeginselen van het economisch liberalisme horen de marktwerking en de ernaartoe leidende concurrentie vrij te zijn. Aan de bestuurlijke instanties komt het toe de voormelde vrijheden te garanderen. Een gebied waarin het trouwens niet steeds duidelijk afgebakende onderscheid tussen het particuliere en algemene belang nuttig kan zijn, is nu net dit van de onderwerping aan de marktwerking. 

Goederen en diensten van particulier belang, lees van belang voor de individuele burgers, zijn in regel onderworpen aan de marktwerking en aan de hierboven aangegeven begeleidende beginselen. Dit is in regel niet het geval voor de goederen en diensten bedacht met het etiket ‘van algemeen belang’, die geacht worden de ganse bevolking of op zijn minst een aanzienlijk onderdeel ervan te raken. 

Zij kunnen door de bestuurlijke overheid aan de algemene marktwerking worden onttrokken om aan een specifieke regeling te worden onderworpen, niet zelden een regeling voor ‘openbare diensten’. De argumenten om deze diensten met een specifiek statuut te bedenken, zijn van uiteenlopende aard. Vooreerst en niet in het minst is er het gegeven dat de goederen en diensten een karakter van bestendig en algemeen nut bezitten. 

Hetgeen de overheid verantwoordt erover te waken dat ze permanent worden verzekerd tegen een voor de samenleving betaalbare prijs. Wat inhoudt dat de organiserende overheid een deel of het geheel van de productiekosten zou kunnen dragen. Dezelfde nood aan bestendigheid en algemeenheid van de dienstverlening legitimeert dan ook een duurzaam en kwalitatief personeelsstatuut. 

De dienst moet inderdaad blijvend over bevoegd personeel kunnen beschikken. Openbare diensten mogen dan wel aan de overheid naar redelijkheid kosten. Ze moeten wel efficiënt functioneren volgens een eigen model van efficiëntie. Decennialang is deze wijze van werken door de variërende politieke meerderheden Europawijd aanvaard geworden. 

Tot dat vijftig jaar geleden het neoliberalisme de rol van de Staat en van de overheid fors zal reduceren, zogezegd ten voordele van de vrije marktwerking, maar in werkelijkheid ten bate van de overheersing van de kapitalisten en vermogenden, die daarmee de kans schoon zien om hun macht en greep verder uit te breiden. 

2. Het kapitalisme, de markt en de Staat

Van bij zijn ontstaan vijf eeuwen geleden, heeft het ‘moderne kapitalisme’ een dominante plaats verworven in de gestelde maatschappelijke orde, waarvan de Staat steeds de voornaamste pleitbezorger en garant was. De Staat verstrekte het kapitalisme en de bijhorende economische, politieke en sociale ondersteunende stelsels een legitimatie, die toeliet de handhaving ervan in zijn verscheidenheid uit te bouwen. 

De these geldt voor alle types en vormen, die het stelsel in zijn evolutie heeft aangenomen. Dat het nu het handels-, het industrieel- of technologisch  kapitalisme betreft, steeds werd de uitbuiting, de uitsluiting, de naasting van goederen en grondstoffen en de concentratie van geld en macht in de handen van een beperkte groep vermogenden, door de Staat en zijn politieke en juridische instanties gesteund en afgedekt en dit met inbegrip van de diverse soorten kolonisaties en hun mensonterende praktijken. 

En, zoals het verder zal blijken, onder het thans overheersende hyperkapitalisme is het er zeker niet beter op geworden. 

Historisch bezien heeft de Staat in eerste orde dus gefunctioneerd als de repressiemachine, die het stelsel nodig had om de terechte reacties van de vele slachtoffers op hun gewelddadige uitbuiting en uitsluiting te onderdrukken en neer te slaan. En dit is zelfs tot op heden nog steeds zijn essentiële functie. Het gevolg van het systeem is dan ook niet min. 

De ‘beulen’ worden door het recht beschermd en de zich terecht verwerende slachtoffers worden gecriminaliseerd. De sociale verzorgingsstaat, die de werkende klasse, na decennia van sociaal verzet zal weten af te dwingen, maakt slechts een uitzondering uit op het principe, dat zelfs Europawijd naast de sociale staat is blijven werken. Wel dient opgemerkt dat in het vanaf de negentiende eeuw geldende liberale recht de macht van het kapitaal naar bevoegdheden is omgezet.

De liberale wetgever blijft nu eenmaal zweren bij een objectieve rationaliteit van zijn wetgeving. Zo vindt men de macht van het kapitaal onder meer terug in de formele vrijheden van ondernemen en arbeid, maar vooral dan toch in de eigendom en in zijn afgeleide rechten.

3. De Staat als belager van de vrije markt 

Als vruchten van de door het burgerlijk parlementarisme getolereerde vrijheden van mening en van vereniging, waren er vooral na WOII door de Staat, onder maatschappelijke druk, tal van correcties aangebracht aan de marktwerking o.a. om een zekere sociale rechtvaardigheid, meer politieke gelijkheid onder de burgers, een grotere culturele ontplooiing en vooral ook een toegenomen zorg voor de ecologie gestalte te kunnen geven. 

Maar vergeten we vooral niet dat een zekere fiscale betrokkenheid van de grotere vermogenden bij de financiering van het breder werkend staatsapparaat rustig als de doorn in het neoliberale oog kan worden aangewezen. De neoliberale eis om bij de voorziening in de behoeften staatstussenkomst te vervangen door de privatisering van de diverse behoeften en de marktwerking, kon dan ook niet anders dan leiden tot het aanscherpen van de fiscale inkomensongelijkheid. 

Het aandeel van de meer vermogenden in de financiering van de staatsstructuren wordt drastisch teruggeschroefd. Door de vrije loononderhandelingen in de bedrijven op te heffen, kan de loonspanning tussen de personeelscategorieën rustig worden opgedreven tot zelfs voor de negentiende eeuw buitensporige proporties. 

Anderzijds leidt het neoliberalisme met als slagzinnen ‘de vrije markt en de vrije concurrentie staan het best borg voor kwalitatieve goederen en diensten’, zonder meer tot de geprogrammeerde wegkwijning van het onderscheid tussen het algemene en het particuliere belang. 

Het resultaat kan en mag niet verwonderen: ook openbare diensten komen in het vizier van de privatiseringsdrang en worden in belangrijke mate consequent afgebouwd. Het beroep op de figuren van de projectfinanciering en van de onderaanneming zullen de afbraak van de overheidsdiensten technisch danig vergemakkelijken. 

De vrijwaring van het algemeen belang door een zekerheid biedende overheid moet plaats ruimen voor de vrijwaring van een algemeen belang door de overheid, die de projecten uitschrijft en aan de voordeligste concurrerende onderneming de zorg voor het belang oplegt. In de naïeve of moeten we zeggen bedriegende neoliberale ogen, staan de privatisering, de onderwerping aan de concurrentie van de markt en de beperking van de toezegging van het project of onderaanneming in de tijd, het beste borg voor het belang van de gemeenschap. 

‘Bevrijd’ van de directe last van het organiseren van een openbare dienst, komt nu ook de weg vrij voor de afbraak van het ‘te dure’ ambtenarenstatuut. Onder druk van politiek rechts en met de steun van een schijn van wetenschappelijke verantwoording, stoot de arbeidsovereenkomst door als een zogezegd volwaardig alternatief voor de werkzekerheid en collegiale solidariteit biedende individuele statuut. 

Afgedekt door een massa aan propaganda zal de neoliberale leugen erin slagen verschillende decennia lang de arbeids- en sociale verhoudingen naar zijn hand te zetten. Maar laat ons duidelijk wezen, ondanks enkele mooie slogans heeft het neoliberalisme de kwaliteit van de dienstverlening geenszins verhoogd. Wel integendeel, de efficiëntie en de degelijkheid van de vroegere openbare diensten zijn nog maar een schim van de huidige ‘zogezegde openbare dienst’. 

Trouw aan het kapitalisme dienen de nu geprivatiseerde diensten ook gewoonweg om de winstmaximalisatie van de betreffende ondernemers veilig te stellen. En dit tegen de catastrofale achtergrond van de algemene ontreddering en dissolutie van de samenleving na de verpulvering van zijn sociaal weefsel. 

Dus niet de Staat dient aangewezen als de belager van de markt, maar wel de markt en de vermarkting moeten met de vinger gewezen voor de rampzalige ontbinding van een kwalitatieve samenleving. Maar daar houdt de negatieve balans van het neoliberalisme spijtig genoeg niet mee op. Aangedreven door een versnelde informatisering van de maatschappelijke verhoudingen, effent het de weg naar de kapitaal- en machtsconcentratie in de handen van wat men doorgaans de hyperkapitalisten noemt. 

Zij beheersen thans de politiek over de grenzen heen. Zo komt het dat ze de wereld opzadelen met een keten van fascistische en fasciserende besturen, voor dewelke het behoud van het anthropoceen, het nastreven van een internationale sociale solidariteit en een voor de mensheid benefieke vrije wetenschapsbeoefening, helemaal geen waarden zijn. Een geprogrammeerde ontmanteling van het kapitalisme beantwoordt dus zonder meer aan een existentiële noodzaak.

4. Nood aan geplande graduele ontmanteling van het kapitalisme 

De onmisbare bijdrage van het marxisme en wetenschappelijk socialisme als methode van analyse, tegenmachtsontwikkeling en conceptie van een solidaire samenleving. De informatica eindelijk ten dienste van een toekomstgerichte solidaire maatschappij toegespitst op welzijn. 

De essentiële rol van het wetenschappelijk onderzoek in de omkadering, de ondersteuning en opvolging van het beleid. De fundamenteel democratische inslag van de nieuwe sociaaleconomische ordening, door een consequent op alle beleidsniveaus uitgedacht systeem van tegenmachten. Tegenover elke machtsconcentratie staat een vanuit de basis of vanuit de groep opgebouwde tegenmacht.

Enkel de wereldgemeenschap bezit de legitimiteit om de ontmanteling van het kapitalisme te ensceneren en te programmeren. Aan de VN en aan zijn ondersteunende structuren komt het toe de regie van de ontmanteling van het kapitalisme en van de erop volgende opbouw van een door de overheid geleide samenleving uit te tekenen en te realiseren. 

Aan het WSF om te waken over de inbreng van een volwaardige sociale emancipatie en over het garanderen van een cultuur van inspraak en betrokkenheid van de basis. De actie van het internationaal arbeidersverzet, verlengd en geconsacreerd in de nieuwe sociale structuren.

Meer uitgewerkt. De afbraak en de afbouw van het kapitalisme beantwoordt om meerdere zeer dwingende redenen aan een politieke noodzaak. Het universele respect voor de menselijke waardigheid is er zeker niet de minst belangrijke van. 

Gedurende ettelijke eeuwen hebben de kapitalisten, gedreven door hun onverzadigbare drift naar winstmaximalisatie zonder scrupules de werkende klasse wereldwijd onderdrukt, onderworpen, mishandeld en beroofd van de meest elementaire humane rechten. Een en ander was trouwens slechts de logische consequentie van de structurele onderwerping van arbeid aan kapitaal. De zo typische eigenschap van het kapitalisme. 

Dezelfde kapitalisten hebben er eeuwenlang naar gestreefd hun macht te vestigen door de planeet te beroven van zijn bodemrijkdommen. Dat ze hierdoor de grondslag legden voor de ontwrichting van de natuurlijke omgeving, van het klimaat en van de biodiversiteit, heeft hun honger naar de concentratie van geld en macht nooit echt kunnen bekoelen. 

Ter wille van de eerbied voor de waardigheid van de werkende mens, ter wille van het in stand houden van het anthropoceen en van de biodiversiteit, ter wille van het vinden van een nieuw klimaatevenwicht, komt het de wereldgemeenschap, vertegenwoordig vooral in de VN met zijn ondersteunende diensten en in het WSF, toe de eindverantwoordelijkheid te dragen van de regie en van de enscenering van de totale ontmanteling van het (hyper)kapitalisme en van zijn ondersteunende politieke, economische en geïnformatiseerde structuren.

Omwille van zijn doelmatigheid kan het wetenschappelijk socialisme in het voormelde ontbindingsproces een cruciale rol worden toebedeeld. Aan het internationaal georganiseerd arbeidersverzet komt dan weer een controlefunctie toe bij zowel de gefaseerde afbouw van het kapitalisme als bij de uitbouw van de nieuwe door de overheid geleide solidaire samenleving.

Zo dient het arbeidersverzet er vooral over te waken dat de nieuwe samenleving een fundamentele democratische inslag bezit door het op alle voor het beleid cruciale niveaus een stelsel van machten en tegenmachten te voorzien. 

5. Essentiële schakel bij opbouw van solidaire economie

Een conceptuele oefening, waarvan de kennis van de context niet ontbloot is van enig belang. Parallel met de broodnodige afbraak van het hyperkapitalisme en zijn internationaal verankerde politieke, economische, juridische en geïnformatiseerde machtsstructuren, wacht de werkende klasse een op zijn minst even noodzakelijke opbouw van een solidaire door de overheid geleide staatshuishouding. 

Voor de beide trajecten wacht nog een immens denk- en conceptueel werk. Maar de uitdaging is ingegeven door de noodzaak de mensheid als een bewust, sociaal en ecologisch verantwoordelijke entiteit te laten overleven. 

De keuze is er in feite geen. De hyperkapitalisten rustig laten verder knoeien in de rotzooi, waarin ze de wereldbevolking met hun eeuwenlange egoïstische traditie van winstmaximalisatie hebben gestort, vormt niet meer en niet minder dan een endossering van een versneld parcours naar een zesde extinctie van het leven op de planeet. Immers ondertussen is het glashelder dat het verhaaltje van de ‘o zo performante groene markteconomie en van de groene transitie, de zoveelste leugen betreffen op het conto van de kapitalistische roofbende. 

Maar allicht zijn we thans veel beter uitgerust om de overstap naar een socialistische groene planeconomie met succes aan te vatten. Nog nooit kon de mens bogen op zoveel geletterdheid en op zovele wetenschappelijke data, die toelaten met kennis van zaken een socialiserende eco-bewuste politiek uit te werken en toe te passen. Nooit eerder beschikten we over zo performante en zo snel en veelzijdig werkende interactieve netwerken. 

Een interactie, die trouwens ook kan worden gesolliciteerd om over de democratische inslag van de samenleving te waken door er vooral voor te zorgen dat elke machtsstructuur wordt gecompenseerd door een valabele tegenmacht.

Maar één en ander belet ons niet om nu reeds het immense en bijna evidente belang van de overheidssector en van de openbare diensten te benadrukken in hun huidige vorm. En ervoor te pleiten ze steeds meer taken toe te wijzen door ze aan de marktwerking te onttrekken.

De overheidsdiensten als een wezenlijke schakel in de uitbouw van een op solidariteit steunende samenleving. Om te begrijpen dat aan de overheidsdiensten een schakelfunctie toekomt in een socialiserende op samenhorigheid gerichte economie, volstaat het allicht de ideële kern ervan te vergelijken met deze van de huidige in het neoliberalisme badende kapitalistische maatschappij.

Met de individuele burger als nucleus, draait de liberale samenleving rond individuele formele rechten en vrijheden. Met de neoliberale vermarkting als referentie heerst tussen de burgers een in wezen concurrentiële verhouding. Geen sprake dus van een dominerende plicht tot solidariteit en tot samenwerking. In de socialiserende maatschappij daarentegen primeert het collectief belang op het individuele. 

Werkers staan niet tot elkaar als concurrenten op een markt, maar als partners binnen een collectieve taak van hulp en onderlinge bijstand. Daarom lijkt het ons ook makkelijker in te denken dat rond collectieve belangen georganiseerde overheidsdiensten en openbare diensten bijna op een natuurlijke wijze in het verlengde werken van de primaire opdracht van de samenleving zelf. 

6. Bouwstenen van een op samenwerking en samenhorigheid gegronde maatschappij 

Met wat we hierna als bouwstenen zullen aanmerken is het geenszins de bedoeling of zelfs ooit maar de betrachting om exhaustief te zijn. Stellen dat een stelselmatige afbouw van de samenstellende elementen van het hyperkapitalisme zich opdringt, lijkt trouwens de evidentie zelf. Alleen is het soms nuttig en noodzakelijk evidenties te formuleren en te expliciteren in de hoop hiermee een aanzet te geven tot het opstarten van een reflectie. 

En voor een dergelijke denkoefening is het nu meer dan ooit hoogtijd, wil men de politieke en maatschappelijke ruimte vrijmaken voor de overstap naar een door de politiek aangestuurde samenleving met het behoud van het anthropoceen en de verwezenlijking van een algemene sociale ontvoogding als bakens. 

In dezelfde reflectie dient de inbouw in het nieuwe maatschappijmodel op alle niveaus van systemen van macht en tegenmacht van meet af aan een belangrijke plaats in te nemen. De democratische inslag van een samenleving is geen finale retouche of een zaak van  randversiering. De dictatuur mijden kan de werkende klasse toch niet onverschillig laten, na al die eeuwen dat ze aan de dwingelandij van het geld hebben bloot gestaan. 

Tenslotte lijkt het ons ook essentieel meteen een indicatieve plaats in te ruimen voor de wetenschap en voor de wetenschapsbeoefening in de dynamiek van de nieuwe socialiserende huishouding. Door zijn existentiële verhouding met de rationaliteit biedt de wetenschap een bijna natuurlijke waarborg van objectiviteit en van weerzin voor de willekeur van de macht. 

Wel weten we ondertussen uit de ervaring van twee eeuwen politiek liberalisme dat de weerzin voor willekeur degelijk moet worden begeleid en omkaderd. Herhalen we tenslotte nogmaals dat er technisch niet echt onoverkomelijke redenen zijn om niet meteen aan de reflectie te beginnen. Nog nooit eerder beschikten we over zovele nuttige wetenschappelijke data. 

Nog nooit eerder ook hadden we toegang tot dergelijke sterke bewerkingsmachines. Nog nooit eerder tenslotte hadden we een dergelijk scherp zicht op de zeer talrijke (weliswaar voorlopig nog gefractioneerde) organisaties van werkersverzet tegen de kapitalistische onderdrukking. Ruim meer dan anderhalve eeuw na het Communistisch Manifest kan de oproep van Marx en Engels dus opnieuw met vertrouwen worden hernomen. 

Aan de Marxistische beweging en zijn diverse fracties bijgevolg om het voortouw te nemen bij het uitdenken en uitwerken van de mogelijke scenario’s van een bevrijdingsstrategie. 

7. Afbraak afstoppen 

De afbouw van de overheidssector was het kroonstuk in de neoliberale vermarktingspolitiek. Logisch in het neoliberale verhaal was de Staat het grote probleem dat moest aangepakt (lees geëlimineerd) worden om de economie vlot te trekken. De overheid, die instond voor de waarborg van de verzekering van collectieve behoeften met een permanent karakter had zogezegd geen reden van bestaan meer nu via de constructies van onderaanneming en de projectfinanciering ook de markt voor een kwalitatieve oplossing kon instaan. Quod non. 

In feite was het achterliggende doel van de neoliberalen een einde maken aan de kwalitatieve tewerkstelling door ambtenaren in een zekerheid biedend statuut, dat meteen ook als basis kon fungeren van een linkse syndicale tegenmacht. Volgens de neoliberale bijbel kon enkel de precariteit van een tewerkstelling onder contract voldoende sociale concurrentie voortbrengen, om op zijn beurt borg te staan voor kwalitatieve arbeidsprestaties. 

Doch ook daar was het neoliberale bilan gewoonweg desastreus. De vrijgelaten sociale concurrentie veroorzaakte een massale precarisering en verpaupering van de werkende klasse. Om dan nog te zwijgen over de spectaculaire stijging van de hoeveelheid burn-outs.

De overstap maken naar een door de overheid geleide samenleving sorteert ook ingrijpende gevolgen op de context van het arbeid presteren zelf. Met name het onderscheid tussen particulier en algemeen belang komt in grote mate te vervallen. 

In de door de overheid geleide samenleving wordt omzeggens elke arbeidstaak verricht in een perspectief van vrijwaring van het algemeen belang. Alle reden dus om de nog bestaande resten van het werken onder overheidsstatuut met zijn kwalitatieve werkvoorwaarden onder meer op het stuk van inkomenszekerheid en individuele mondigheid van de werkers aan te houden.

Inderdaad in de nieuw te ontplooien samenleving staat niet meer de winstmaximalisatie centraal, maar wel het nastreven van een maximale levenszekerheid met inbegrip van het behoud van het anthropoceen, van een biodiversiteit en een leefbaar klimaat. En dit alles onder de begeleiding van de werkende klasse tegen een achtergrond van algemene sociale emancipatie. Het bewust verlaten van het kapitalisme wordt dus ook en vooral het muteren van cultuur. 

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?