De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Oekraïne: geheime gevangenissen en gevechten tussen geheime diensten
In een regime dat op instorten staat gebeuren vreemde dingen. De situatie aan het front waar Rusland uiterst langzaam terrein verovert, is reden genoeg voor grote zorg. Bovendien volgt in Oekraïne de ene crisis op de andere. President Zelensky lijkt meer en meer de grip op het politieke spel te verliezen.
Inleiding door Johan Depoortere
Een jonge minister van Defensie die algemeen geacht werd de oorlog ten gunste van Oekraïne te doen keren, wordt de laan uitgestuurd. Even later gevolgd door de opperbevelhebber van het leger. Economisch ondergaat het land de wet van de sterkste: de 40-daagse drone – en rakettencampagne tegen burgerdoelen in Rusland is als een boemerang teruggekomen, terwijl Oekraïne niet over de luchtafweer beschikt om zich daartegen te verdedigen.
Dat alles tegen de achtergrond van de schijnbaar onuitroeibare corruptie onder de naaste medewerkers en vrienden van Zelensky. Zijn zakenpartner Mindich – bekend van de gouden toiletpot – was betrokken in een miljoenenschandaal in de energiesector maar kon op onverklaarbare wijze ontkomen naar Israël.
Yermak, tot voor kort de machtigste man in Oekraïne na Zelensky moest aftreden als kabinetchef van de president wegens sterke vermoedens van corruptie. En zeer recent de arrestatie van de vice-procureur generaal Serhii Kropyva bij wie stapels bankbiljetten werden gevonden in zijn kantoor.
Hij wordt samen met zijn baas Ruslan Kravchenko beschuldigd van bendevorming en afperspraktijken ter “bescherming” van de illegale call centers die met frauduleuze telefoontjes Russische en Europese burgers miljoenen euros lichter maken. Deze praktijk brengt Oekraïne naar verluidt elk jaar 12 miljard dollar misdaadgeld binnen.
De controle over deze call centers is mee de inzet van de jongste spectaculaire spionnenoorlog: de strijd tussen twee inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met als centrale figuur een Russische neo-nazi die hoog in het militaire establishment is geïntegreerd en die ervan verdacht wordt de rol van dubbelspion te spelen. Het is een hoogst ingewikkeld verhaal dat Marco van Duijn hieronder glashelder analyseert.
Analyse door Marco van Duijn
Op 2 september gebeurde er iets opmerkelijks in Kyiv. Terwijl Oekraïne al jaren oorlog voert met Rusland, raakten twee van de belangrijkste onderdelen van het eigen veiligheidsapparaat verwikkeld in een gewapende confrontatie. Aan de ene kant stond de SBU, de Oekraïense binnenlandse veiligheidsdienst, aan de andere kant de HUR, de militaire inlichtingendienst van het ministerie van Defensie. Er werd geschoten en drie HUR-medewerkers raakten gewond.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky reageerde scherp en noemde wat er was gebeurd beschamend. De vraag is waarom twee zwaarbewapende diensten van dezelfde staat überhaupt tegenover elkaar kwamen te staan.
Het antwoord voert ons langs geheime gevangenissen, liquidaties en operaties tot ver buiten Oekraïne, langs fascistische militanten in dienst van HUR en langs de CIA en AIVD (de Nederlandse Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, nvdr), die hielpen het apparaat op te bouwen dat nu met zichzelf in conflict is geraakt.
Russische spion of Oekraïense agent?
Centraal in de schietpartij die op 2 september plaatsvond stond de Rus Stepan Kaplunov, plaatsvervangend commandant van het Russian Volunteer Corps, kortweg RVC, een in Oekraïense dienst vechtende Russische formatie die onder de militaire inlichtingendienst HUR opereert.
Kaplunov was bepaald geen onbekende binnen het Oekraïense militaire apparaat. Hij vocht sinds 2014 aan Oekraïense zijde, onder meer bij de fascistische organisaties Azov en Right Sector, en werd ongeveer een maand voor zijn arrestatie door HUR nog onderscheiden voor zijn diensten.
Kaplunov zegt dat hij op 23 augustus in Kyiv op straat werd meegenomen, geboeid en geblinddoekt en vervolgens negen dagen op geheime locaties werd vastgehouden. Volgens zijn eigen relaas probeerden SBU-functionarissen hem onder zware druk verklaringen te laten afleggen over vermeende contacten tussen mensen rond HUR en de Russische veiligheidsdienst FSB.
Over één belangrijk feit lijken beide kanten het eens: Kaplunov onderhield contacten met mensen die banden hadden met de FSB. Over de betekenis daarvan staan SBU en HUR echter lijnrecht tegenover elkaar. De SBU zag in die contacten aanleiding om mogelijke Russische infiltratie te onderzoeken.
Volgens Denis Kapustin, neonazi, oprichter en commandant van het RVC, waren die contacten juist onderdeel van inlichtingenwerk voor HUR. Russische diensten proberen volgens hem geregeld mensen binnen het RVC te benaderen, waarna HUR zo’n contact kan oppakken om te achterhalen wie erachter zit, desinformatie te verspreiden of de operatie tegen de Russische opdrachtgever te keren.
Wat voor de SBU dus mogelijk bewijs van Russische infiltratie was, was volgens Kapustin onderdeel van Kaplunovs werk voor HUR. En precies daar begint het verhaal merkwaardig bekend voor te komen. Vier jaar eerder botsten HUR en SBU namelijk over een andere man met uitgebreide contacten in Rusland. Zijn naam was Denys Kireiev.
Kireiev was een Oekraïense bankier met uitgebreide zakelijke en persoonlijke contacten in Rusland. Juist daarom was hij interessant voor Kyrylo Boedanov, destijds hoofd van HUR, die hem volgens eigen zeggen als agent voor zijn militaire inlichtingendienst gebruikte. Een dag voor de grootschalige Russische invasie van 24 februari 2022 zou Kireiev hem hebben gewaarschuwd dat de aanval op handen was en informatie hebben geleverd over de geplande Russische aanval op het vliegveld Hostomel (cargoluchthaven ten noordwesten van Kyiv).
Enkele dagen later nam Kireiev op verzoek van Boedanov deel aan de eerste onderhandelingen met Rusland. Op 5 maart werd hij in Kyiv door mensen van de SBU meegenomen, kort nadat hij was opgeroepen vanuit het kantoor van Oleksandr Poklad, op dat moment hoofd van de afdeling contraspionage van de SBU. Poklad stond daarmee aan het hoofd van precies het onderdeel van de SBU dat Russische infiltratie moest opsporen. Niet veel later werd Kireiev vermoord teruggevonden.
Boedanov verklaarde later dat Kireiev in een SBU-auto was gedood en dat hij de mensen kende die hem hadden “geëxecuteerd”. Voor HUR was Kireiev dus een eigen agent die dankzij zijn Russische contacten waardevolle informatie kon verzamelen. De SBU behandelde hem als veiligheidsrisico juist vanwege dergelijke contacten.
Vier jaar later zien we rond Kaplunov vrijwel dezelfde tegenstelling terug. Opnieuw heeft HUR iemand in zijn netwerk die contacten onderhoudt met mensen aan Russische zijde. Opnieuw beschouwt HUR juist die contacten als onderdeel van zijn inlichtingenwerk, terwijl de SBU daarin een mogelijke Russische infiltratiepoging ziet. En opnieuw speelt Oleksandr Poklad een rol.
Volgens Kaplunov, die inmiddels is vrijgelaten, was het Poklad zelf die hem tijdens zijn negen dagen durende geheime detentie persoonlijk ondervroeg. Kaplunov beschuldigt hem ervan dat hij onder druk verklaringen moest afleggen over mensen binnen HUR-eenheid Tymur en over Boedanov die inmiddels is opgeklommen tot hoofd van het bureau van Zelensky. Ditmaal overleefde de man om wie het ging zijn detentie. Maar daarmee was de zaak niet voorbij.
Toen de SBU Kaplunov na negen dagen detentie naar zijn woning bracht voor een huiszoeking, waren daar al mensen van HUR aanwezig. Volgens Kaplunov was dat geen toeval. HUR had eigen mensen in zijn woning geplaatst omdat de dienst er rekening mee hield dat de SBU tijdens een huiszoeking belastend materiaal zou kunnen planten. Of die vrees terecht was weten we niet, maar er spreekt veel onderlinge wantrouwen uit.
Nadat de SBU de woning binnenging, riepen de aanwezige HUR-mensen versterking op. Vervolgens kwamen steeds meer gewapende HUR-mensen ter plaatse, onder wie de commandant van de Special Unit Tymur, het operationele HUR-verband waaronder ook het RVC valt. Uiteindelijk moest er tussen vertegenwoordigers van beide diensten worden onderhandeld over het vrijlaten van aangehouden HUR-mensen en het vertrek van de SBU. En toen werd er geschoten. Drie HUR-medewerkers raakten gewond.
Vier jaar na de dood van Kireiev stonden daarmee opnieuw dezelfde twee veiligheidsdiensten tegenover elkaar: HUR, jarenlang geleid door Boedanov, en de SBU afdeling contraspionage waarin Poklad carrière had gemaakt. Alleen eindigde het conflict ditmaal niet met één dode man op straat, maar met medewerkers van beide Oekraïense veiligheidsdiensten die hun wapens op elkaar richtten.
De geboorte van een veiligheidsapparaat
De vraag is hoe het zover heeft kunnen komen. Om die te beantwoorden moeten we kort terug naar 2014. Na de Maidan-opstand, de Russische annexatie van de Krim en het uitbreken van de oorlog in de Donbas besloot het Westen de Oekraïense veiligheidsdiensten intensief te ondersteunen. Vooral de Verenigde Staten speelden daarbij een grote rol.
Uit een uitvoerige reconstructie van The Washington Post blijkt dat de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst CIA vanaf 2015 tientallen miljoenen dollars investeerde in de modernisering van SBU en HUR. De Amerikanen leverden surveillanceapparatuur, beveiligde communicatiemiddelen, training en financiële steun.
HUR was voor de CIA aantrekkelijk omdat de dienst relatief klein en jong was en volgens Amerikaanse functionarissen minder belast was met de erfenis van de Sovjet-Unie dan de veel grotere SBU. Een voormalige Amerikaanse functionaris omschreef die verhouding later opvallend openhartig en noemde HUR “our little baby.”
HUR werd in relatief korte tijd omgevormd van een beperkte militaire inlichtingendienst tot een veel offensievere organisatie. Er werden nieuwe capaciteiten ontwikkeld voor elektronische spionage, agentennetwerken in Rusland en clandestiene operaties achter vijandelijke linies.
Nederland speelde in die opbouw eveneens een rol. In 2016 en 2017 kwamen tientallen jonge Oekraïense inlichtingenmedewerkers naar Amsterdam en Rotterdam. Onder de codenaam Operation Goldfish werden zij daar opgeleid door de CIA en de AIVD.
De eerste Goldfish-training vond in de zomer van 2016 plaats in Amsterdam. Een jaar later werd het programma met een nieuwe groep HUR-officieren in Rotterdam herhaald. In 2017 organiseerde de CIA bovendien in Huis ter Duin in Noordwijk een conferentie waaraan naast de CIA ook de AIVD, HUR en de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6 deelnamen. Centraal stond de samenwerking van de diensten tegen Rusland.
Dit alles is belangrijk voor de chronologie. De intensieve betrokkenheid van Nederland en de Verenigde Staten bij de opbouw van de Oekraïense geheime diensten begon immers niet pas na de Russische invasie van februari 2022. Een deel van de infrastructuur van het huidige Oekraïense veiligheidsapparaat werd al jaren vóór 2022 met Nederlandse steun ontwikkeld. Het is dus ook “Our little baby”.
Van spionage naar liquidaties
En die ontwikkeling van geheime diensten beperkte zich niet tot klassieke spionage. Binnen de SBU ontstond na 2014 bijvoorbeeld het zogenoemde Vijfde Directoraat, een contraspionage-eenheid die achter de frontlinie kon opereren. Een van de leidinggevende figuren daarbinnen was Roman Chervinsky, een Oekraïense inlichtingenofficier die leiding gaf aan clandestiene operaties van deze eenheid.
Chervinsky spreekt tegenwoordig betrekkelijk open over wat zijn eenheid deed. Aanvankelijk ging het om infiltratie en inlichtingenoperaties, maar al snel volgden sabotageacties en liquidaties. Bekende separatistische commandanten als Arsen Pavlov, beter bekend als Motorola, en Mikhail Tolstykh, twee militaire leiders van de separatisten in Donetsk, werden in 2016 en 2017 gedood bij aanslagen die Chervinsky jaren later openlijk als operaties van zijn SBU-eenheid presenteerde.
Wat na 2014 met hulp van Westerse geheime diensten werd opgebouwd, breidde zich na februari 2022 uit. Volgens The Washington Post voerden HUR en SBU tientallen gerichte liquidaties uit op Russische militairen en functionarissen en op mensen die zij als collaborateurs beschouwden. Daarnaast werden netwerken van geheime agenten diep in Rusland uitgebouwd en namen sabotage- en droneoperaties toe.
In oktober 2023 vergeleek een voormalige hoge CIA-functionaris tegenover The Washington Post de ontwikkeling van de Oekraïense geheime diensten met “de geboorte” van diensten zoals de Mossad in de jaren zeventig. Hij waarschuwde daarbij expliciet voor de mogelijkheid dat Oekraïense diensten hun tegenstanders uiteindelijk ook in derde landen zouden gaan aanvallen. Net als de Mossad en CIA, voeg ik daar aan toe.
Die waarschuwing was niet uit de lucht gegrepen. Onder leiding van Boedanov, die in 2020 op slechts 34-jarige leeftijd door Zelensky tot hoofd van HUR werd benoemd, kreeg de militaire inlichtingendienst een steeds groter operationeel bereik.
Binnen HUR werd de Special Unit Tymur uitgebouwd tot een verband waaronder verschillende gespecialiseerde eenheden opereren. De commandant van Tymur heeft zelf duidelijk gemaakt dat hij het werkterrein van zijn mensen niet beperkt ziet tot Oekraïne. Russische militairen en andere tegenstanders zouden ook elders kunnen worden aangepakt. In gelekte Amerikaanse documenten en latere berichtgeving duiken plannen en operaties op in onder meer Syrië en Soedan.
Chervinsky’s naam duikt ook op bij een grote operatie buiten Oekraïne. In een gezamenlijk onderzoek wezen The Washington Post en Der Spiegel hem in 2023 aan als de vermoedelijke coördinator van de sabotage van de Nord Stream-gaspijpleidingen in september 2022. Volgens hun bronnen zou hij de logistiek en ondersteuning hebben gecoördineerd voor het team dat de explosieven plaatste. Chervinsky zelf ontkent iedere betrokkenheid.
De Oekraïense geheime diensten beperkten hun operaties dus allang niet meer tot Oekraïens grondgebied. Maar voor het karakter van het veiligheidsapparaat is niet alleen van belang waar en hoe het opereert. Minstens zo interessant is wie er binnen dat apparaat een plaats krijgt.
Fascisten in dienst van de staat
En daarmee komen we terug bij Kaplunov. Het RVC waarvan hij plaatsvervangend commandant is, wordt geleid door Denis Kapustin. Kapustin heeft een lange geschiedenis binnen nazistische milieus in Rusland en West-Europa. Onder de naam White Rex bouwde hij netwerken op in de wereld van de vechtsport, hooligans en ultranationalistische activisten. Het RVC opereert niet als een zelfstandige fascistische militie die toevallig aan Oekraïense zijde vecht. De formatie is via de Special Unit Tymur opgenomen in de structuur van HUR.
Het RVC is bovendien niet het enige voorbeeld van een fascistische organisatie binnen de HUR. Binnen HUR bevindt zich ook de speciale eenheid Kraken, een in 2022 in Kharkiv gevormde gevechtseenheid waarin onder anderen Azov-veteranen, HUR-officieren en voetbalhooligans samenkwamen. Een van de oprichters, Kostiantyn Nemichev, had zelf bij Azov gevochten en was daarna leider van de Kharkiv-afdeling geworden van National Corps, de fascistische politieke partij die werd opgericht door Andriy Biletsky.
Biletsky is inmiddels allerminst een figuur aan de rafelrand van het Oekraïense staatsapparaat. Hij is brigadegeneraal en commandant van het Derde Legerkorps van de Oekraïense strijdkrachten, dat zelf rechtstreeks voortkomt uit de Azov-beweging. In augustus 2026 verleende Zelensky hem bovendien de hoogste Oekraïense staatsonderscheiding Held van Oekraïne en gaf hij hem een belangrijke verantwoordelijkheid voor de verdediging van Donetsk. De voormalige leider van National Corps en oprichter van Azov behoort daarmee inmiddels tot de militaire top van Oekraïne.
De band tussen Kraken en de Azov-beweging gaat bovendien verder dan enkele individuele veteranen. Biletsky zei zelf in 2023 dat er wat hem betreft geen werkelijke scheiding bestond tussen de verschillende onderdelen van de Azov-beweging: mensen uit National Corps waren inmiddels verspreid geraakt over verschillende militaire formaties en speciale eenheden, waarbij hij Kraken expliciet noemde. Kraken groeide tijdens de oorlog uit tot een veel bredere gevechtseenheid, maar de organisatorische en personele wortels liggen duidelijk in de Azov-beweging.
Daarmee ontstaat een breder patroon. Fascistische en ultranationalistische netwerken die rond de Maidan-opstand en de daaropvolgende burgeroorlog een belangrijke rol speelden, verdwenen daarna niet naar de marges. Een deel ervan werd juist opgenomen in de militaire en veiligheidsstructuren van de Oekraïense staat.
Dit alles betekent uiteraard niet dat iedereen binnen dergelijke eenheden een doorgewinterde fascist of nazi is, en evenmin dat HUR als fascistische organisatie kan worden gekarakteriseerd. Maar het betekent wel dat HUR bereid is samen te werken met uitgesproken fascistische militanten en antisemieten, hen bewapent en hen een formele rol geeft binnen het Oekraïense staatsapparaat. Naarmate het veiligheidsapparaat tijdens de oorlog groter en machtiger wordt, winnen ook deze netwerken aan institutionele betekenis en invloed. Dat lijkt mij geen detail.
Oekraïne als krijgersnatie
Het staat bovendien niet los van de bredere politieke cultuur waarin dit veiligheidsapparaat opereert. Militant Oekraïens nationalisme heeft daarin een steeds prominentere plaats gekregen. Dat is ook zichtbaar bij Boedanov zelf. Hij spreekt over Oekraïne als een historische “krijgersnatie” en vindt dat veteranen niet alleen erkenning verdienen voor hun militaire prestaties, maar een “morele autoriteit voor de gehele staat” moeten worden.
Zijn opvattingen worden nog duidelijker wanneer hij over de geschiedenis van het Oekraïense nationalisme spreekt. In 2026 was Boedanov prominent aanwezig bij de herbegrafenis van twee historische leiders van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten, de OUN. In mei ging het om Andriy Melnyk, die tijdens de Tweede Wereldoorlog leiding gaf aan een van de belangrijkste stromingen binnen de OUN. In augustus volgde Yevhen Konovalets, oprichter en eerste leider van de organisatie en een van de grondleggers van het georganiseerde Oekraïense ultranationalisme.
Vooral die laatste gebeurtenis is veelzeggend. De stoffelijke resten van Konovalets werden uit zijn graf in Rotterdam gehaald en naar Oekraïne overgebracht. Boedanov was bij de organisatie daarvan betrokken en Konovalets werd in aanwezigheid van Zelensky, Boedanov en de Oekraïense politieke en militaire top met staatseer begraven op de Nationale Militaire Herdenkingsbegraafplaats bij Kyiv.
Boedanov presenteerde hem daarbij niet simpelweg als een historische onafhankelijkheidsstrijder. Hij trok een directe lijn van Konovalets naar de oorlog van vandaag. Konovalets en zijn generatie namen volgens hem meer dan een eeuw geleden de verantwoordelijkheid op zich om een onafhankelijke Oekraïense staat te verwezenlijken.
De omstandigheden zijn veranderd, aldus Boedanov, maar de essentie van die strijd is dezelfde gebleven en wordt nu door een nieuwe generatie Oekraïense strijders voortgezet.Daarmee maakt Boedanov van Konovalets niet alleen een nationale held, maar ook een politiek kompas van de Oekraïense strijders van vandaag.
De OUN was echter niet alleen een onafhankelijkheidsbeweging, maar vertegenwoordigde in de jaren dertig en veertig een autoritaire vorm van etnisch nationalisme waarin antidemocratische, antisemitische en fascistische denkbeelden een belangrijke rol speelden. Wanneer Boedanov de strijd van de huidige generatie nadrukkelijk in het verlengde van die traditie plaatst, zegt dat dus ook iets over het nationale zelfbeeld dat hij uitdraagt.
En die historische herwaardering wordt inmiddels door de staat geïnstitutionaliseerd. Het huidige graf van Konovalets is slechts tijdelijk: uiteindelijk moet hij een plaats krijgen in het nog te realiseren nationale helden pantheon. Ook Stepan Bandera, de leider van de nog radicalere OUN-B die nu nog in München begraven ligt, wordt genoemd voor een toekomstige herbegrafenis in dat pantheon.
Zo komen verleden en heden bij elkaar. Leiders uit de OUN-traditie worden als nationale helden geëerd en Boedanov verbindt hun strijd expliciet met die van de huidige generatie. Tegelijkertijd heeft de inlichtingendienst die hij jarenlang leidde een formele plaats ingeruimd voor militanten uit fascistische en ultranationalistische netwerken.
Van geheime dienst naar politieke macht
Sinds 2014 is met omvangrijke westerse steun een steeds machtiger veiligheidsapparaat opgebouwd dat politiek geweld tot zijn repertoire rekent, tot ver buiten Oekraïne opereert en ook uitgesproken fascisten in zijn structuren heeft opgenomen.
Tegelijkertijd werd HUR jarenlang geleid door een man die Oekraïne als een krijgersnatie presenteert en de huidige oorlog nadrukkelijk in het historische verlengde van de strijd van de OUN plaatst. De vraag is daarom wat de groei van zo’n veiligheidsapparaat met de Oekraïense staat zelf doet.
In januari 2026 wordt die vraag nog relevanter. Boedanov, sinds 2020 chef van HUR en tijdens de oorlog uitgegroeid tot een van de bekendste publieke figuren van Oekraïne, maakt dan de overstap van de militaire inlichtingendienst naar het centrum van de politieke macht. Zelensky benoemt hem tot hoofd van het presidentiële bureau.
Boedanov volgt Andriy Yermak op, jarenlang Zelensky’s belangrijkste politieke vertrouweling en een van de machtigste mannen van Oekraïne. Yermak was enkele weken eerder afgetreden nadat anticorruptieonderzoekers zijn woning hadden doorzocht. Zijn vertrek stond niet op zichzelf. Oekraïne wordt al jaren geteisterd door een vrijwel onafgebroken reeks corruptieschandalen die zich uitstrekken tot Defensie, het veiligheidsapparaat en de directe omgeving van Zelensky.
De betekenis van die benoeming gaat verder dan Boedanovs persoonlijke carrière. De man die jarenlang leiding gaf aan de steeds machtiger geworden HUR schuift rechtstreeks door naar het hart van de politieke macht.
In diezelfde maand maakt ook Oleksandr Poklad promotie. Poklad, die we eerder tegenkwamen rond de dood van Kireiev, wordt op 5 januari 2026 benoemd tot eerste plaatsvervangend hoofd van de SBU. In juli volgt een volgende stap: Zelensky wijst hem aan als waarnemend chef van de gehele veiligheidsdienst. Poklad is overigens een schimmig figuur. Al sinds 2008 circuleren in Oekraïne verhalen over een veroordeling wegens afpersing en betrokkenheid bij de georganiseerde misdaad.
Daarmee staan de twee mannen die we eerder rond Kireiev tegenkwamen vier jaar later op sleutelposities binnen de Oekraïense staat tegenover elkaar. Boedanov leidt Zelensky’s presidentiële bureau; Poklad staat aan de top van de SBU.
De cirkel sluit zich
Op dat moment duikt Stepan Kaplunov op. Volgens Kaplunov was het Poklad persoonlijk die hem tijdens zijn negen dagen durende geheime detentie ondervroeg en onder druk zette om belastende verklaringen af te leggen over mensen binnen Tymur en over Boedanov.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom de schietpartij van 2 september meer is dan een ruzie over één verdachte Rus. In 2022 botsten HUR en SBU rond Kireiev, die volgens Boedanov voor Oekraïne spioneerde maar door de SBU werd meegenomen en vervolgens dood werd teruggevonden.
Vier jaar later botsen dezelfde veiligheidsdiensten opnieuw rond Kaplunov, wiens Russische contacten volgens HUR onderdeel zijn van zijn inlichtingenwerk en volgens de SBU aanleiding geven tot verdenking van Russische infiltratie. Ditmaal blijft het niet bij een arrestatie. HUR en SBU roepen versterkingen op en uiteindelijk schieten medewerkers van beide diensten op elkaar.
Twee dagen later volgt nog een opmerkelijke gebeurtenis. Op 4 september vliegt een drone het hoofdkwartier van de SBU in Kyiv binnen en treft uitgerekend het kantoor van Poklad. Hij is niet aanwezig en blijft ongedeerd. Oekraïne schrijft de aanval toe aan Rusland, maar er wordt ook gespeculeerd over een vergeldingsactie van HUR.
‘Our little baby’ is volwassen geworden
En daarmee zijn we terug bij de vraag waarmee dit verhaal begon: hoe kan het gebeuren dat twee zwaarbewapende diensten van dezelfde staat op elkaar schieten?
Voor mij ligt het antwoord in de ontwikkeling die sinds 2014 heeft plaatsgevonden. Met Amerikaanse en ook Nederlandse steun is een veiligheidsapparaat opgebouwd dat steeds machtiger en gewelddadiger is geworden.
Geheime detentie, sabotage en liquidaties behoren tot het repertoire, operaties worden tot ver buiten Oekraïne uitgevoerd en fascistische en ultranationalistische militanten zijn niet buiten het apparaat gehouden, maar erin opgenomen. Tegelijkertijd zijn mensen uit dat veiligheidsapparaat steeds verder doorgedrongen tot het centrum van de politieke macht.
Wat er op 2 september gebeurde, staat niet los van die ontwikkeling. Wie fascisten in het staatsapparaat opneemt, haalt immers ook fascistische praktijken in huis. De schietpartij waarmee dit verhaal begon, laat zien waar dat uiteindelijk toe kan leiden.
'Our little baby' is volwassen geworden en het ziet er niet fraai uit.
Marco van Duijn is advocaat en animator van de Weblog Recht voor Allen. Dit artikel verscheen eerder op Substack. Dit is een overname van het Salon van Sisyphus.