De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Wie zijn er eigenlijk aan het woord in de Arabistiek?

Afbeelding
Foto: Rienbouw, Wikipedia / CC BY-SA 4.0
Foto: Rienbouw, Wikipedia / CC BY-SA 4.0
Hoe mijn master in Midden-Oosten studies aan de KU Leuven liet zien dat het afwijzen van Oriëntalisme niet altijd tot verandering leidt.

Toen ik besloot om mijn thesis vanuit Egypte te schrijven, was ik me bewust van een aantal mogelijke obstakels die hierbij zouden komen kijken. Wat ik niet had verwacht, is dat het grootste obstakel zich binnen de KU Leuven zelf zou bevinden. Het bleek namelijk uitzonderlijk moeilijk om te achterhalen wat het ethische beleid is met betrekking tot het afnemen van interviews namens de afdeling Arabistiek. 

Waarom? Geen van mijn docenten of begeleiders bleek in hun carrière aan de universiteit tot nu toe ooit een masterproef te hebben begeleid waar de onderzoeksmethode interviews omvatte. 

'Over' mensen in plaats van 'met'

De implicaties van deze informatie sijpelde de dagen erna langzaam bij mij binnen. Dit betekende in sommige gevallen namelijk dat mijn docenten in hun decennialange loopbaan bij de universiteit nog geen enkele keer een interview hebben kunnen faciliteren. Concreet betekent dit dat er gedurende al die jaren vooral onderzoek is gedaan over mensen uit de Arabische wereld, niet met. 

In het Westen vaak wordt gesproken over deze mensen alsof zij zelf niets te zeggen hebben

Palestijns-Amerikaanse schrijver en denker Edward Saïd publiceerde eind jaren 70 een boek over Oriëntalisme: de blik waarmee het westen naar het “verre Oosten” kijkt en het daarmee tegelijkertijd verheerlijkt en ontmenselijkt. Centraal in zijn these staat dat er in het Westen vaak wordt gesproken over deze mensen alsof zij zelf niets te zeggen hebben. Hun bestaan dient in het Westen eerder het doel om geanalyseerd en bekeken te worden, dan iets wat daadwerkelijk wordt geleefd en ervaren door een persoon. 

Saïds boek heeft veel teweeggebracht in de academische wereld. Onderzoek met een oriëntalistische insteek wordt fel bekritiseerd en afdelingen veranderden hun naam van “Oriëntale Studies” naar een modernere en meer inclusieve variant. 

De vraag die nu helaas gesteld moet worden is: Tot in hoeverre zijn deze veranderingen wezenlijk, wanneer de afdeling Arabistiek op de grootste universiteit van België blijkbaar nauwelijks de mensen aan het woord laat wiens taal en cultuur zij bestuderen? 

Academische kennis die Arabische wereld dient?

Aan expertise komt de afdeling Arabistiek op de KU Leuven niet tekort. De professoren zijn stuk voor stuk hoog opgeleid en beschikken over een zeer hoog niveau Arabisch. Wat tegelijkertijd waar is, is dat deze expertise zich sterk richt op de analyse van Arabische historische teksten. Dit op zich is prestigieus – er is dus geen afhankelijkheid van vaak toch gebrekkige vertalingen – maar is ook een methodologische niche die zich niet makkelijk leent voor nieuw onderzoek naar actualiteiten binnen de Arabische wereld. 

Problematisch voor de KU Leuven is dat deze exclusieve focus doorsijpelt naar de studenten aan de afdeling

Mijn vraag om interviews af te nemen, raakte in dit geval dus precies aan de zwakke plek van de afdeling. Problematisch voor de KU Leuven is namelijk niet per se dat professoren zich richten op literaire onderzoeksmethodologie, maar dat deze exclusieve focus ook doorsijpelt naar de studenten aan de afdeling. 

Er zijn namelijk wel degelijk studenten die zich actief bezighouden met onderwerpen die een Oriëntalistische kritiek uitdragen. De verwarring rondom mijn verzoek toont echter aan dat deze kritiek ook door de studenten binnen de afdeling vrijwel exclusief wordt geformuleerd op basis van bestudeerde literatuur, en niet door gesprekken met zij die vanuit geleefde ervaring direct betrokken zijn bij deze onderwerpen. 

Op deze manier blijft het onduidelijk tot in hoeverre er ruimte wordt gecreëerd voor perspectieven die de Oriëntalistische nalatenschap effectief bevragen en ook daadwerkelijk bijdragen aan academische kennis die de moderne Arabische wereld dient. 

Wie mag spreken

Mijn argument is niet dat ethisch en moreel weloverwogen onderzoek niet mogelijk is vanuit de literatuur. Er moet alleen worden erkend dat, ook buiten de muren van de KU Leuven, literatuur komt met een eigen set regels over 'wie mag spreken'. 

In de wereld van gepubliceerde literatuur heeft een schrijver vaak een bepaalde invloed, vermogen of bereik nodig voordat er wordt overgegaan op publicatie. Het kunnen lezen van uitgaven in hun oorspronkelijke taal, in dit geval Arabisch, en dus niet afhankelijk zijn van vertalingen, vermindert deze horde enigszins, maar neemt hem niet weg. 

Deze discrepantie is niet alleen problematisch binnen de grenzen van de academische kennisproductie, maar ook juist omdat het probleem niet gelimiteerd is tot deze wereld. Academisch onderzoek heeft namelijk ook als functie om 'objectieve kennis' te vormen en aan te vullen. 

Ook in de media zien we een disproportionele hoeveelheid mannen en witte mensen

Op een soortgelijke manier bepalen mediakanalen wat nieuwswaardig is, en hoe gebeurtenissen uiteindelijk in ons collectief geheugen worden opgeslagen. Ook in de wereld van de media en journalistiek zien we een disproportionele hoeveelheid mannen en witte mensen, vaak beide, die het voor het zeggen hebben wanneer het gaat om een 'Midden-Oosters'* perspectief - wat deze ook mag zijn. Zo blijven er dus weinig plekken over voor mensen uit de Arabische wereld om hun verhaal te doen, vrij van de inmenging van een Westers perspectief en de oriëntalistische voorinnames die hier vaak in vermengd zitten. 

Visie van mensen uit de regio

Zelfs wanneer we het bredere morele streven naar gelijke inclusie voor nu links laten liggen, vragen de huidige (geo-)politieke ontwikkelingen in de Arabische wereld met een zekere urgentie naar kennisproductie die de visie van mensen uit de regio bevat. Dit vraagt niet om een analyse van hun gedrag vanuit het perspectief van Belgische studenten, maar om de universiteit als kanaal waarmee deze visies direct met een Belgisch of breder Europees publiek kunnen worden gedeeld. 

Als we daadwerkelijk het diepgewortelde Oriëntalisme binnen onze universiteiten willen aanpakken, is het nodig om ruimte te maken voor een platform voor perspectieven, gegrond in geleefde ervaringen. Ruimte maken in de academische wereld wordt niet bereikt door simpelweg de afdeling te hernoemen, maar door zij wie academisch onderzoek betreft structureel te betrekken in het proces.  

 

* Een term die ook vanuit oriëntalistische kritiek wordt gezien als Eurocentrisch en arbitrair. Correcter is WANA (West-Azië en Noord-Afrika)

Simone Flipse is afgestudeerd in Midden-Oosten studies aan de KU Leuven en heeft het afgelopen jaar vanuit Egypte onderzoek gedaan naar Egyptische vrouwen die voor Westerse media werken.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?