De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Longread

Fidel Castro over liefde, ethiek en marxisme

Afbeelding
Foto: OPJM
Foto: OPJM
Fidel Castro over liefde, ethiek en marxisme
Terwijl het klassieke marxisme ethiek vermeed, maakte Fidel er zijn krachtigste wapen van. Morele overtuiging werd het kompas dat Cuba 67 jaar verzet liet overleven.

Op 13 augustus is het de 100ste verjaardag van Fidel Castro. In dit aritkel staan we stil bij de uitzonderlijke plaats die ethiek innam in het denken van ‘El Comandante’. 

“De ethiek als handelwijze is essentieel 
en een rijkdom die grenzeloos is.
Het is de machtigste kracht waarover men kan beschikken.”[1]

De marxistische traditie

Geen sociale theorie is zo waardengeladen als die van Marx en Engels. Hun geschriften zijn één aanklacht tegen onrecht en uitbuiting. Heel hun leven stond in dienst van één groot ideaal: de ontvoogding van de arbeiders, het einde van de uitbuiting en de vrijheid voor iedereen. Maar omwille van filosofische en historische redenen kwam de ethische of utopische dimensie niet expliciet voor in hun geschriften. 

Een van de meest fundamentele discussies in de Westerse filosofie betreft die tussen Kant en Hegel. Het gaat onder andere over het verband tussen Sein (het zijn, de realiteit) en Sollen (het behoren of hoe het zou moeten zijn, het ideale). Kant vertrekt van het ethisch imperatief: het Sollen – een set van tijdloze ethische richtlijnen en criteria – geeft richting aan het Sein, de realiteit. Op die richtlijnen of waarden moeten we ons handelen afstemmen. Sein en Sollen zijn sterk van elkaar onderscheiden. 

Hegel kiest daarentegen voor een dialectisch en historisch verband tussen beide. De historische realiteit (Sein) bevat in zich een dynamiek – het creëren en overwinnen van tegenstellingen  die uit zichzelf tendeert naar het ideale (Sollen) en doorheen het leerproces van de geschiedenis dit uiteindelijk ook bereikt. Hegel vat de geschiedenis op als één groot leerproces van de rede. 

Marx was een leerling van Hegel en heeft die dialectiek ‘vermaterialiseerd’: voor hem is de motor van de geschiedenis niet het leerproces op het vlak van de ideeën, maar de klassenstrijd.[2] De ideeën (het bewustzijn) zijn een weerspiegeling van de historische realiteit (het zijn). Omdat Hegel het onderscheid verwerpt tussen Sein – domein van de historische realiteit – en Sollen – domein van de ethiek – is er bij hem sowieso al veel minder aandacht voor het uitwerken van een expliciete ethiek. In de materialistische visie van Marx verdwijnt dit helemaal. 

Een tweede belangrijke reden is van historische aard. Marx en Engels ontwikkelden hun ideeën in polemiek met de utopische socialisten, zoals ze diverse socialistische stromingen van hun tijd beschreven. Het wetenschappelijk socialisme van Marx en Engels baseert zich op empirische feiten en historische wetmatigheden terwijl de utopische socialisten vertrokken van eeuwige waarden of wensdromen. 

Afbeelding
.
Marx en Engels. Foto: Deposit Photos. 

Volgens Marx en Engels worden klassen of bevolkingsgroepen in de eerste plaats gedreven door klassenbelangen en niet door waarden of overtuigingen. Subjectieve strevingen of intenties spelen bij hen een ondergeschikte en onbelangrijke rol. Een nobel kapitalist die zijn arbeiders bijvoorbeeld een eerlijk en dus hoger loon zou willen uitbetalen, kan dit niet. De concurrentie verbiedt dat, hij zit gevangen in een economisch keurslijf.[3]

Voor Marx en Engels komt het streven naar het socialisme niet voort uit een soort rechtvaardigheidsgevoel of de hang naar een ideale wereld. De wereld verandert niet door ideeën of een ideaal.[4] Het streven naar socialisme is het gevolg van de emancipatiestrijd van de arbeidersbeweging, die zelf uitgelokt wordt door de onverzoenlijke tegenstelling tussen de burgerij en het proletariaat. 

Het is doorheen die emancipatiestrijd dat de arbeidersbeweging zich bewust wordt van zijn vooraanstaande rol in de geschiedenis. Het socialisme is ook geen verre onbereikbare droom, een utopie of een ideaal, maar de uitkomst van de loop van de geschiedenis.

De architecten van het marxisme ontwikkelden geen ethiek. Hun theorie gaat niet over goed en kwaad, maar over wat in de geschiedenis te gebeuren staat.[5] Voor bevrijding uit onrecht of het bereiken van een betere wereld zijn idealen niet alleen onvoldoende, ze zijn vaak misleidend. 

Waarden en idealen zijn de weerspiegeling van de heersende krachtsverhoudingen en creëren een vals bewustzijn, ze leiden – binnen het kapitalisme – tot aanvaarding en onderdanigheid bij de onderdrukten.

In het Communistisch Manifest staat bijvoorbeeld: “De wetten, de moraal, de godsdienst zijn voor hem [de proletariër, nvda] even zoveel burgerlijke vooroordelen, waarachter zich even zoveel burgerlijke belangen verschuilen.”[6]

In Anti-Dühring schrijft Engels: “Elke moraaltheorie is het product van de economische situatie van de maatschappij van haar tijd. Net zoals de maatschappij tot nog toe geëvolueerd is binnen klassentegenstellingen, zo is ook de moraal steeds een klassenmoraal geweest.”[7]

Daarom vermijden Marx en Engels elke expliciete verwijzing naar ethiek in hun teksten. Zo bijvoorbeeld meldt Marx in een brief aan Engels dat hij een tekst had geschreven in opdracht van de Internationale. Hij merkt daarbij het volgende op: “Ik was verplicht om in het voorwoord van de statuten twee zinnen te zetten over ‘rechten en plichten’ en idem over ‘waarheid, moraliteit en rechtvaardigheid’. Maar deze werden zo geformuleerd dat ze geen kwaad kunnen.”[8]

In het klassieke marxisme werd de utopische dimensie verbannen en kreeg de ethiek een ondergeschikte plaats 

Marx en Engels vermijden niet alleen ethische formuleringen, ze binden ook de strijd aan tegen de moraal en de eeuwige waarden. In het Communistische Manifest verwoorden ze een rechtse aanklacht, gericht tegen de communisten : “Bovendien zijn er eeuwige waarheden, zoals vrijheid, gerechtigheid, enz., die gemeenschappelijk zijn in alle maatschappelijke situaties. Maar het communisme schaft de eeuwige waarheden af, het schaft de godsdienst en de moraal af in plaats van er een nieuwe vorm aan te geven.” 

Ze weerleggen deze aanklacht niet, integendeel, het marxisme breekt precies met die voorbijgestreefde ideeën: “De communistische revolutie is de meest radicale breuk met de traditionele eigendomsverhoudingen. Het wekt dus geen verbazing dat in de loop van haar ontwikkeling het radicaalst gebroken wordt met de traditionele ideeën.”[9]

Volgens Engels kan je een ethiek pas uitwerken nadat het kapitalisme overwonnen is.[10] Het utopisch socialisme is in de ogen van Marx en Engels niet alleen gedoemd om te mislukken, het leidt de arbeiders af van hun historische taak op dat moment: het voeren van de klassenstrijd. Bevrijding komt enkel voort door de ‘gang van de geschiedenis’ te respecteren, dat wil zeggen de maatschappelijke tegenstellingen te onderkennen en te verhevigen, en te weten welke historische klassen daarin de hoofdrol moeten spelen.

Het gevolg was dat in het klassieke marxisme de utopische dimensie verbannen werd en dat de ethiek een ondergeschikte plaats kreeg. Historische gebeurtenissen na Marx en Engels maakten de verhouding tot de ethische dimensie nog moeilijker. 

Binnen de socialistische familie brak een belangrijke stroming met een aantal centrale stellingen. De beoogde revolutie werd vervangen door geleidelijke hervormingen via parlementaire weg en de klassenstrijd was niet langer de motor van de geschiedenis. In plaats van te steunen op klassenbelangen zweerde men bij morele overtuigingen om de arbeiders te mobiliseren. 

Deze stroming wordt omschreven als ethisch socialisme of waardensocialisme. In feite gebruikten ze, misbruikten ze in de ogen van de marxisten, ethiek om de klassenstrijd af te zweren. 

Voor marxisten was het een bevestiging van hun achterdocht tegen ethiek. Voor Lenin bestond er wel zoiets als moraal, meer bepaald een communistische moraal,[11] maar die was ondergeschikt aan de klassenstrijd: 

“We zeggen dat onze ethiek volledig ondergeschikt is aan de belangen van de klassenstrijd van het proletariaat. Onze moraliteit heeft als vertrekpunt de belangen van de klassenstrijd van het proletariaat. (...) Communistische ethiek is datgene dat de strijd dient en de werkende bevolking verenigt tegen alle uitbuiting, tegen alle privé-eigendom. (...) Voor een communist is de hele ethiek samen te vatten in deze samenhangende wetenschap en in de bewuste massastrijd tegen de uitbuiters.”[12]

In de leninistische traditie werd ethiek hoofdzakelijk teruggebracht tot revolutionaire moraal en discipline

Ook bij Lenin was er geen uitgewerkte en expliciete ethische theorie. In de leninistische traditie werd ethiek hoofdzakelijk teruggebracht tot revolutionaire moraal en discipline, meer bepaald tot gedragsregels en attitudes die neerkomen op een onvoorwaardelijke inzet voor de revolutie en de partij.[13]

De index van de Nederlandstalige versie van het wijdverspreide standaardwerk over marxisme-leninisme van de Academie der Wetenschappen van de Sovjetunie telt meer dan 1300 woorden. Woorden als ethiek, moraal, waarden, waardigheid of rechtvaardigheid staan er niet tussen.[14]

Een verdere complicatie voor de ethische en utopische dimensie was de sciëntistische wereldopvatting. Die won binnen het marxisme gaandeweg meer terrein, onder andere door de Rus Plechanov.[15]Sciëntisme is een theorie die ervan uitgaat dat wetenschappelijke kennis toelaat om de onwetendheid in alle domeinen ongedaan te maken. Het komt erop aan de principes van de natuurwetenschappen toe te passen op alle levensterreinen tot en met de filosofie, de religie, de sociale wetenschappen en de politiek. 

In die wereldopvatting is helemaal geen plaats meer voor moraliteit, ethiek of utopieën, tenzij als te verwerpen vals bewustzijn.[16] Tot zover de marxistische traditie.[17]

De rol van ethiek in de Cubaanse revolutie

Fidel ontwikkelde zijn ideeën in een heel andere context en vanuit een heel andere traditie. Hij zag ethiek niet als rem maar juist als basis en voedingsbodem van zijn politieke overtuigingen, de bron van zijn radicaal engagement. In een terugblik op zijn eerste stappen in de politiek zei hij daarover het volgende:

“Als je ethische waarden, rebelse strijdlust, afkeer voor onrecht – een hele reeks dingen die je begint te appreciëren en die andere mensen niet waarderen –, zin voor persoonlijke waardigheid, eer en plichtsgevoel, allemaal met elkaar combineert, dan heb je naar mijn mening de elementaire basis die ervoor kan zorgen dat een mens later een politiek bewustzijn ontwikkelt.”[18]

Als tweeëntwintigjarige student was hij toevallig aanwezig bij een spontane volksopstand in Bogota, Colombia. De hele onderneming was zo goed als waanzin, maar zijn idealisme en zijn morele overtuiging wogen zwaarder door dan andere overwegingen. Hij vond het gewoon zijn plicht om aan te sluiten bij de opstand omdat hij naar eigen zeggen “consequent handelde, vanuit principes, met een correcte moraal, met waardigheid, eer, discipline en groot altruïsme”.[19] 

Voor Fidel was moraal de grondslag van alles

Net zoals veel Cubanen was de jonge Fidel gedegouteerd van de politieke elite van zijn land. Die miste elke vorm van moraliteit. Politiek stond gelijk met “de bekroning van het opportunisme van mensen met middelen en geld” terwijl de revolutie perspectieven opende “op echte verdienste aan hen die eerlijke waarden en idealen hebben, aan hen die de borst ontbloten en de banier in de hand nemen”.[20] 

Voor Fidel was moraal de grondslag van alles. Men beseft niet “hoeveel belang het navolgen van een ethiek en een waardige gedragslijn heeft”.[21] Het is het fundament van de samenleving, de ziel van de revolutie, “elke revolutionaire gedachte begint met een beetje ethiek”.[22] Ethiek is de sleutel voor succes, het is “de belangrijkste kracht waarover men kan beschikken”.[23] De overwinning in de oorlog “hangt af van een minimum aan wapens en een maximum aan moraal”.[24] 

Ethiek is ook de essentie van goed leiderschap, “een leider heeft geen behoefte aan titels, maar nood aan morele autoriteit, aan morele kracht”.[25]. Op dat vlak was de Cubaanse bevrijdingsstrijder uit de 19de eeuw, José Martí, een belangrijke inspiratiebron: “als we een ethiek hebben, dan zeg ik u dat de ethiek fundamenteel via Martí tot ons is gekomen”.[26] En dat gold ook voor Che. 

“Als communistisch revolutionair, écht communistisch, had hij [Che] een oneindig vertrouwen in morele waarden, een oneindig geloof in het bewustzijn van de mens. En ik moet zeggen dat het voor hem heel duidelijk was dat de morele invloed de fundamentele hefboom was voor het communisme in de menselijke samenleving.”[27]

Afbeelding
.
Standbeeld van José Martí in Havana. Foto: Deposit Photos. 

De ethiek en de waarden komen er echter niet vanzelf, ze moeten aangereikt en aangeleerd worden. Voor Fidel kan er geen socialistische maatschappij komen “zonder dat bepaalde ideeën onverzettelijke ethische principes worden van elke burger”.[28] Vandaar de grote nadruk op onderwijs, vorming en cultuur. Kinderen komen op de wereld met natuurlijke impulsen die “vaak tegenstrijdig zijn aan waarden zoals solidariteit, edelmoedigheid, moed en broederlijkheid”. 

Opvoeden kwam voor Fidel daarom voor een groot deel neer op het “verspreiden van waarden en het ontwikkelen van gevoelens die vaak haaks staan op die natuurlijke en spontane impulsen”.[29] Er moet, om het met de woorden van Che te zeggen, een ‘nieuwe mens’ gecreëerd worden.[30]

Fidel vatte ethiek op in brede zin. Het gaat niet zozeer over opgelegde regels, geboden of verboden, maar over een geheel van opvattingen, attitudes, waarden en deugden die leiden tot de bevrijding van de onderdrukten, tot een betere samenleving. Zijn speeches en geschriften staan bol van ethische aanmaningen. Een goed voorbeeld is een passage uit een uiteenzetting die hij gaf in de Lionsclub, direct na de overwinning.

“We zijn vol van goede wil, dat is tenminste al iets. Goeie wil betekent eerlijk zijn en niet stelen, goeie wil betekent niet wispelturig zijn, niet ijdel niet koppig. (...) Naast goeie wil heb je grote bescheidenheid nodig. (...) Je moet kunnen vechten voor een roeping, een droom zonder gelijk welke beloning te verwachten, noch een morele, noch een materiële.”[31] 

Het lijstje van zijn favoriete waarden en attitudes is lang. Enkele van de meest voorkomende: rechtvaardigheid, gelijkheid, altruïsme, respect voor elk mensenleven, zorg voor de medemens, uitbannen van haat, beleefdheid, eerlijkheid, integriteit, bescheidenheid, edelmoedigheid, zelfstandig denken, toegeven en rechtzetten van fouten, eer, persoonlijke waardigheid, doorzettingsvermogen, beginselvastheid, standvastigheid, discipline, onverzettelijkheid, bereidwilligheid, opofferingsgezindheid, stoutmoedigheid, heldhaftigheid. 

Ze betreffen zowel de persoonlijke als de collectieve en zelfs diplomatieke sfeer. Volgens Fidel worden volkeren gedreven door waarden en principes en zijn ze een belangrijke stuwkracht voor de bevrijding en emancipatie. Voor idealen zijn mensen bereid hun leven te geven. 

Che heeft het over “morele projectielen die zo’n verwoestende efficiëntie hebben dat ze het belangrijkste element worden in de beoordeling van Cuba.”[32] Rotsvaste overtuigingen zijn het machtigste wapen in de handen van de onderdrukte volkeren, het doet de rangen sluiten en maakt ze zo goed als onoverwinnelijk. 

“Lach maar als je wil, maar principes zijn op de lange duur machtiger dan kanonnen. Van principes voeden en vormen zich de volkeren. Van principes leven ze in de strijd, voor principes sterven ze.”[33]
“Juiste ideeën hebben meer macht dan alle reactionaire krachten samen. ... Er bestaat geen machtiger wapen dan een diepe overtuiging en een klaar idee van wat gedaan moet worden. Met dit type wapens - die geen grote sommen geld veronderstellen, maar enkel de kunst om juiste ideeën en waarden voort te brengen en ze te verspreiden - zal ons volk steeds meer bewapend worden. De wereld zal veroverd worden door ideeën en niet door het geweld, wiens macht om de mensheid te domineren en te onderwerpen steeds kleiner zal worden.”[34] 

Een revolutionair moet dromen, moet idealen koesteren, zelfs al zijn die niet volledig haalbaar. Don Quichot is voor Marx de karikatuur van het utopisch socialisme, het prototype van de tot mislukken gedoemde naïeve idealist. Hij gebruikt de held van de Cervantes als een scheldnaam voor zijn ideologische tegenstrevers.[35] Uitgerekend deze schertsfiguur is Fidel’s grote held, evenals die van Che.[36]

Afbeelding
.
Standbeeld in Holguín. Foto: Deposit Photos.

De roman over Don Quichot was het eerste boek in Cuba dat op miljoenen exemplaren gedrukt en verspreid werd na de overwinning.[37] Op het eiland vind je overal standbeelden van deze edelman die het opneemt tegen windmolens. We zijn hier ver verwijderd van de antihouding tegenover ethiek en utopieën in het marxisme.

“Martí zei dat de dromen van de idealist van vandaag de wetten van morgen zijn. Tegen ons zei men ook dat we dromers waren toen we de strijd tegen Batista begonnen, maar vandaag maken we de revolutionaire wetten van de republiek. Meer nog: hoewel de doelen misschien niet bereikt worden, is erover dromen en ze ambiëren op zich reeds de éérste stap tot hun realisatie. Als we dat zo hoge doel niet bereiken, maar slechts de helft ervan, is dat al veel. Je moet het hoogste nastreven om zoveel mogelijk te bereiken.”[38] 

Je zou je kunnen afvragen of Fidel terugkeerde naar het utopisch of ethisch socialisme. Maar dat is niet het geval, omdat ‘zijn’ ethiek klassengebonden is en in functie staat van een revolutionair project. Hij zag moraal niet als een vals bewustzijn dat de status quo in stand houdt, maar integendeel als een onvervangbare kracht tot verandering. 

Die strijdmoraal wordt gevoed door de strijdervaringen van de voorvaderen. Het was José Martí die hem dat inzicht bijbracht. In de ogen van Fidel deed links er niet verstandig aan om de ethische kracht niet te gebruiken. Het recupereren van de ethische dimensie en het humanisme is wellicht zijn belangrijkste bijdrage aan het marxisme-leninisme. 

“Het volk schaamde zich diep, maar de corruptie, ondeugd en politiekerij in de neokoloniale republiek waren niet in staat om het zaad te doen verdwijnen van heldendeugd, vrijheids- en vaderlandsliefde. Die waren voortgekomen uit de onafhankelijkheidsstrijd in Yara, Jimaguayú, Baraguá, Baire, Dos Ríos, Punta Brava en gekweekt door Martí’s onaflatende prediking en eeuwige inspiratie van menselijke waardigheid. Het zou voor marxistisch-leninistische revolutionairen onverstandig geweest zijn om de waarde en kracht van deze morele factoren van onze nationale identiteit te negeren.”[39] 

Het ethisch gehalte van de Cubaanse revolutie

Het hoog ethisch gehalte van de Cubaanse revolutie vertaalt zich in ongeziene sociale verwezenlijkingen voor een derdewereldland. Cuba heeft een gezondheidssysteem dat kan concurreren met de rijke landen, terwijl het een bbp per inwoner heeft dat minstens vijfmaal lager is en het land geteisterd wordt door meer dan zestig jaar economische blokkade. 

Vóór de energieblokkade was de kindersterfte er lager dan in de VS. Zelfs tijdens de zeer zware economische depressie in de jaren negentig, als gevolg van de val van de SU en de verscherping van de blokkade, bleven de sociale indicatoren er merkwaardig genoeg op vooruitgaan. 

Kinderen en ouderlingen krijgen een voorkeurbehandeling. De zorg voor gehandicapten is ongekend voor een derdewereldland. Fidel mocht terecht zeggen dat de revolutie voor iedereen zorgt en “absoluut niemand vergeet, of die nu blind is, of doof of om het even welke handicap heeft”.[40] 

Speciale inspanningen werden gedaan om racisme en discriminatie uit te schakelen. Het was een belangrijk thema van bij het begin van de revolutie, want “er is niets absurder en crimineler dan discriminatie”.[41] Etnische spanningen of rassendiscriminatie zijn er onbestaande, wat niet betekent dat er geen achterstand of vooroordelen zouden zijn. Zoiets kan je pas na generaties volgehouden inspanningen helemaal uitroeien.

“Uiteindelijk hebben we allemaal een bleker of donkerder huid. Wanneer iemand hier een wat donkerder huid heeft is dat omdat hij afstamt van de Spanjaarden en omdat Spanje gekoloniseerd werd door de Moren, en omdat de Moren uit Afrika kwamen. We hebben huidskleuren die min of meer donker zijn omdat ze niet recht uit Afrika komen, maar niemand kan van zichzelf denken van een puur ras te komen, de blanken het allerminst. (…) Laat de raciale discriminatie stoppen op de werkvloer; laat blanken en zwarten samen het hatelijke racisme stoppen op het werk. Zo zullen we geleidelijk aan het nieuwe vaderland uitbouwen.”[42]

Eenzelfde houding was en is er ten opzichte van de vrouw. Ook dat is geen gemakkelijke strijd, en “hij moet gevoerd worden door heel de maatschappij”.[43] De vooroordelen en het machismo zijn zeer diepgeworteld, zeker in een Latijns-Amerikaanse context. Er is nog een lange weg te gaan, maar naar de maatstaven van het continent is reeds heel wat gerealiseerd. Zo studeren er vandaag aan de universiteiten meer vrouwen dan mannen en is 57 procent van de parlementairen een vrouw, waarmee Cuba in de top 5 zit van de wereld.[44]

“Ik wil dat jullie weten dat één van de moeilijkste gevechten van de revolutie dat voor de gelijkheid van de vrouw is. Want die discriminatie bestond niet enkel in de hoofden van de mannen, maar ook in die van de vrouwen, een eigenaardige vaststelling, ondanks alle vooruitgang op het vlak van vorming en ideologie.”[45]
“Ik ben er absoluut van overtuigd dat de samenleving er zou bij winnen in de mate dat ze in staat is de morele, menselijke en intellectuele capaciteiten van de vrouw te ontwikkelen. Daarvan ben ik absoluut overtuigd.”[46]

De moraliteit van de Cubaanse revolutie blijkt ook uit de houding tegenover aartsvijand de VS. Vanaf ’59 heeft Washington er alles aan gedaan om de revolutie te nekken en zijn leider uit te schakelen: honderden moordpogingen op Fidel, steun aan contrarevolutionaire guerrilla in de jaren zestig, verschillende bombardementen, bomaanslagen op hotels en fabrieken, het neerhalen van een lijnvliegtuig, bacteriologische oorlogsvoering, de economische blokkade, ... 

In totaal kostte dat het land meer dan drieduizend doden en tientallen miljarden dollars. Toch is er in Cuba geen spoor van anti-Amerikanisme. Fidel heeft in zijn speeches altijd een strikt onderscheid gemaakt tussen de Noord-Amerikaanse regering en zijn burgers, en zelfs tussen de VS als natie en als imperialistische mogendheid. Binnen de revolutie is geen plaats voor chauvinisme.[47]   

“De boodschap stelt duidelijk dat de revolutionaire strategie gericht is op de vernietiging – niet van de VS – maar van de imperialistische dominantie van de VS. Laat de imperialisten niet proberen het volk van de VS, de VS als natie – die niet enkel uit imperialisten is samengesteld – te verwarren met de imperialisten zelf.”[48] 

Zowel na de aanslagen van 11 september als na de overstromingsramp in New Orleans betuigde Fidel aanstonds zijn medeleven met de slachtoffers en werden honderden artsen in gereedheid gebracht om medische bijstand te leveren. Het werd zoals te verwachten telkens geweigerd. Toen de Cubaanse veiligheidsdiensten op de hoogte waren van een moordplan tegen Reagan, gaven ze de informatie onmiddellijk door aan de Noord-Amerikaanse autoriteiten.[49]

Die houding en serene toon van de Cubaanse regering steken schril af tegen de honderden moordpogingen op Fidel beraamd door de cia en tegenover het discours van een doorsnee westerse leider die het heeft over leiders van vijandelijke staten.  

Vandaag heeft Cuba meer dan twintigduizend artsen en verpleegkundigen werkzaam in het buitenland

Ook tegenover de vijanden in eigen land hield Fidel steeds een strikte ethische code aan. Bij het begin van het eerste schooljaar na de overwinning sprak hij de leerkrachten toe en drukte hen op het hart de kinderen van de oorlogsmisdadigers op dezelfde manier te behandelen als de anderen, ze zelfs met liefde te behandelen. Vergelijk dat met de behandeling van familieleden van collaborateurs in de meeste West-Europese landen na WOII.

“In onze scholen zijn alle kinderen welkom. Het doet er niet toe of ze de kinderen zijn van de soldaten van vroeger, het doet er zelfs niet toe dat ze kinderen zijn van een of andere crimineel of moordenaar, want dat is niet de schuld van die kinderen. Jullie moeten weten dat kinderen onschuldig zijn, en dat op school elk kind – ook al is het van een soldaat van vroeger – moet behandeld worden als een broer. Als dit kind het ongeluk heeft dat zijn vader een misdadiger is, heeft het daar geen schuld aan, het is medeslachtoffer. (...) Jullie moeten hen het goede van de revolutie uitleggen, en hen trachten te winnen met liefde, niet met misprijzen.”[50] 

De zorg voor de zwaksten en meest kwetsbaren blijft niet beperkt tot de Cubaanse bevolking. Van bij het begin van de revolutie heeft Cuba steun geboden aan zusterlanden uit het Zuiden. De revolutie was nog maar vier jaar oud toen Algerije geteisterd werd door een aardbeving. Fidel stuurde meteen een vijftigtal artsen, ondanks het gegeven dat Cuba op dat moment zelf maar over drieduizend dokters beschikte.[51]

Vandaag heeft Cuba meer dan twintigduizend artsen en verpleegkundigen werkzaam in het buitenland.[52] Dat is veel meer dan wat de Wereldgezondheidsorganisatie wereldwijd uitzendt. 

Vandaag leidt Cuba bijna tienduizend jonge artsen op uit 82 landen van het Zuiden. Na de kernramp in Tsjernobyl in 1986 heeft Cuba duizenden kinderen opgevangen en medisch verzorgd. Na de aardbeving in Pakistan in 2005 verzorgden Cubaanse artsen meer dan twee miljoen getroffenen. De afgelopen jaren heeft Cuba via Operación Milagro meer dan drie miljoen blinden of slechtzienden in Latijns-Amerika het zicht terug geschonken. 

Het lijstje is lang en indrukwekkend, geen enkel land kan er in de verste verte aan tippen. Voor Cuba is het internationalisme een vanzelfsprekendheid, of beter gezegd een ethische plicht.

“Zonder het internationalisme zou de Cubaanse revolutie niet eens bestaan. Internationalist zijn is het vereffenen van onze schuld met de mensheid.”[53] 
“Het argument voor het internationalisme is: We moeten de anderen helpen, hoewel niemand ons zal helpen. Dat is gewoon een morele plicht, een revolutionaire plicht, een principiële plicht, een gewetensplicht. Het is bovendien een ideologische plicht: het is een bijdrage aan de mensheid zelfs als de mensheid niets voor ons zou hebben gedaan. Dat is internationalisme!”[54]

Cuba aarzelde ook niet om gevaarlijke, militaire missies te ondernemen. Zo waren er internationale missies in Vietnam, Syrië, Algerije, Ghana, Congo (Brazzaville), Zaïre, Equatoriaal-Guinea, Zimbabwe, Ethiopië, Somalië, Eritrea, Zuid-Jemen, Tanzania, Angola, Namibië en Guinea-Bissau en steun aan verschillende guerrillabewegingen in Latijns-Amerika.[55] Het ondernam deze missies zelfs als het daar allesbehalve voordeel uit haalde. 

Op het Afrikaans continent was het piepkleine Cuba in de jaren zeventig tot negentig een belangrijk tegengewicht tegen supermacht VS

De meeste missies waren tegen de zin van de Sovjet-Unie, zijn beschermheer en belangrijkste handelspartner. De missie in Angola bracht een begin van ontdooiing tussen Cuba en de VS in het gedrang.[56] In totaal namen vierhonderd duizend Cubanen deel aan die missies, allemaal op vrijwillige basis. Meer dan twee duizend Cubanen lieten er het leven.[57]

Op het Afrikaans continent was het piepkleine Cuba in de jaren zeventig tot negentig een belangrijk tegengewicht tegen supermacht VS. Het Cubaanse leger bracht in Cuito Cuanavale (Angola) een beslissende slag toe aan het apartheidsregime van Zuid-Afrika, dat tot op het laatste moment door de Westerse democratieën werd gesteund. Dat heeft mee de machtsbalans doen overslaan met grote gevolgen voor zuidelijk Afrika. We laten kroongetuige Mandela hierover zelf uitvoerig aan het woord:

“We komen hier met een groot gevoel van schuld die we hebben t.a.v. het Cubaanse volk. Welk land kan een indrukwekkender palmares van altruïsme voorleggen dan Cuba in zijn relaties met Afrika? Hoeveel landen in de wereld genieten van het werk van Cubaanse gezondheidswerkers en leerkrachten? Welk land heeft ooit Cuba’s hulp tevergeefs gevraagd? Hoeveel landen die bedreigd werden door het imperialisme of die vochten voor nationale bevrijding konden rekenen op Cuba’s steun? In de gevangenis hoorde ik voor het eerst van de gigantische steun die Cubaanse vrijwilligerstroepen het Angolese volk gaven, zo groot dat je eraan zou twijfelen of het waar was! (...)
Wij in Afrika zijn gewoon slachtoffer te worden van landen die ons territorium willen inpikken en onze soevereiniteit willen onderuithalen. Het was nooit voorgekomen in de Afrikaanse geschiedenis dat een ander volk de wapens opneemt om ons te verdedigen. (...)
De verpletterende nederlaag die het racistische leger werd toegebracht in Cuito Cuanavale, was een overwinning voor heel Afrika! (...) Zonder de nederlaag van Cuito Cuanavale zou de ban op onze organisaties niet opgegeven geweest zijn! De nederlaag van het racistische leger in Cuito Cuanavale heeft het mogelijk gemaakt dat ik vandaag hier ben! Cuito Cuanavale is een keerpunt geweest in de bevrijdingsstrijd van het continent en voor ons land in de strijd tegen de gesel van de apartheid! De beslissende nederlaag van Cuito Cuanavale heeft de krachtsverhoudingen in de regio veranderd en verminderde substantieel de capaciteit van het Pretoria-regime in het destabiliseren van de buurlanden.”[58] 

Afbeelding
.
Mandela en Fidel Castro. Foto: Granma.

Ethiek als troef

De revolutionaire leiding heeft sinds ’59 nooit hardhandig opgetreden tegen protesten of dissidenten. De politieke eenheid na de overwinning werd niet bereikt door een verbod van partijen of uitschakeling van personen, maar door overtuigingswerk en geduldig zoeken naar consensus. Er is de laatste vijftig jaar geen enkel geval van verdwijning, foltering of politieke moord, een unicum in het continent. 

De laatste tien jaar werden in Latijns-Amerika 72 journalisten vermoord, geen enkele daarvan in Cuba. In Europa en Noord-Amerika, werden er in die periode 37 persmensen om het leven gebracht.[59] Rellen in Cuba zijn uiterst zeldzaam. 

De economische crisis na de val van de SU bereikte een hoogtepunt in augustus ’94. Aangestookt door radio-uitzendingen vanuit Miami brak er protest uit in enkele straten van Havanna. Het protest werd niet gecounterd door het repressieapparaat maar door de mobilisatie van duizenden arbeiders met aan het hoofd Fidel. Hij ging persoonlijk met de relschoppers spreken, nadat hij richtlijnen had gegeven aan de politie om ze vriendelijk te behandelen.[60]

In een interview met María Shriver, NBC-journalist, vat Fidel het goed samen: “In Cuba hebben ordediensten nooit een betoging uiteengedreven. Dagelijks gebeurt dat in de VS, Engeland, Spanje, Frankrijk, Italië, West-Duitsland. Daar worden arbeiders in staking, pacifisten en betogers onderdrukt. Nooit in dertig jaar werd er traangas gebruikt tegen het volk, nooit in dertig jaar werd er één schot gelost tegen het volk, geen enkele slag, rubberkogel of politiehond. Toch zien we dat dagelijks in de VS, Engeland, Spanje, Frankrijk, Italië, West-Duitsland.”[61]

De sterk ethische opstelling is een grote troef gebleken in de overwinnings- en overlevingskansen van de revolutie

De ethische prioriteit vertaalt zich niet in een teveel aan scrupules, in een softe opstelling die leiders als Arbenz (Guatemala), Lumumba (Congo), Nkrumah (Ghana), Sukarno (Indonesië), Salvador Allende (Chili), de Sandinisten (Nicaragua in de jaren negentig), en Arisitide (Haïti) de das hebben omgedaan.[62] Het is in de moeilijkste momenten dat hoge ethiek en een sterke moraal van tel zijn: “Hoe moeilijker de omstandigheden zijn, des te hoger moet ons moreel peil zijn, des te hoger onze spirit en des te sterker onze vastberadenheid!”[63] 

Kardinale deugden van de revolutie zijn onverzettelijkheid en de bereidheid om tot het einde toe te vechten: ‘Patria o muerte’ (het Vaderland of de dood). Fidel liet er in elk geval geen twijfel over bestaan, “er zijn twee types communisten: zij die makkelijk gedood kunnen worden en wij, communisten die zich niet zomaar laten afmaken!”[64]

Moraliteit is geen zwakte, integendeel, het is precies de sterk ethische opstelling die een grote troef is gebleken in de overwinnings- en overlevingskansen van de revolutie. De zorgzame behandeling van de gevangenen en het keurig gedrag van de guerrilleros staken schril af tegen de brutaliteiten van het Batistaleger. Dat was een belangrijke reden waarom de barbudos de steun kregen van brede lagen van de bevolking. In het interview met Thomas Borge stelde Fidel het zo:

“Waarom hebben wij de oorlog gewonnen? Omdat we een humanitaire politiek voerden. Daarmee hebben we de mensen voor ons gewonnen. Dat zou misschien zelfs idealistisch kunnen overkomen, want in de oorlog en op momenten van gevaar zijn er steeds redenen om wreedheden te begaan.”[65] 

Dat is de reden waarom de revolutie standhoudt tegen de langstdurende blokkade uit de wereldgeschiedenis. Toen de SU zijn economische relaties met Cuba abrupt opzegde en de VS hun blokkade verscherpten, kende het land een nooit geziene economische crisis. Een depressie van een dergelijke omvang wordt bijna steeds vergezeld van een sociaal-politieke crisis. 

Regimes die met een ernstige economische ineenstorting geconfronteerd worden kunnen meestal maar het hoofd boven water houden door hun toevlucht te nemen tot militaire repressie zoals in Chili en Argentinië in de jaren '80. Statistisch gesproken was de revolutie in de jaren negentig gedoemd om uit elkaar te spatten. Maar de ineenstorting bleef uit, een politieke crisis eveneens. Meer zelfs, de Cubaanse overheid speelde zijn legitimiteit niet kwijt. 

De verklaring waarom de revolutie in die uiterst moeilijke periode is overeind gebleven is complex. Fidel zag in de morele kracht “dé reden waarom miljoenen Cubanen het land én de revolutie willen verdedigen”.[66] Een onafhankelijk onderzoek van een Britse inlichtingendienst bevestigde dat. Zij zagen negen redenen waarom de Cubaanse revolutie overleefde en waarom de bevolking ondanks de zware economische achteruitgang in de jaren negentig de leiding is blijven steunen: 

1. De vrij snelle economische recuperatie 
2. De verregaande participatie in de besluitvorming
3. een onbestaande interne oppositie
4. stevig en stabiel leiderschap en vertrouwen in de leiding
5. internationale solidariteit
6. de sociale voordelen
7. de egalitaire aanpak van de crisis
8. het radicaal nationalisme 
9. sterke revolutionaire waarden.[67]

De laatste vijf zijn elk op zich een aspect van het ethisch gehalte dat we hierboven beschreven hebben. De sterke morele kracht en de diepe overtuiging zijn inderdaad een zeer belangrijke, zoniet beslissende factoren voor de hardnekkige overleving van deze tropische revolutie. 

Het verklaart waarom het gros van de Cubanen bereid waren en zijn om in de moeilijkste omstandigheden de revolutie te blijven steunen, en waarom het eiland al 67 jaar overeind blijft in één van de meest ongelijke conflicten uit de wereldgeschiedenis.

“Het zou wijs zijn indien de huidige en toekomstige leiders van de VS zouden begrijpen dat David gegroeid is. Hij is veranderd in een morele gigant die geen stenen werpt met zijn slinger, maar voorbeelden, boodschappen en ideeën, waar tegenover de grote Goliath van de financies, van de kolossale rijkdommen, de kernwapens, de meest gesofisticeerde technieken, een politieke wereldmacht die zich baseert op het egoïsme en de demagogie, de leugen en de hypocrisie, machteloos staat.”[68] 

 

Lees ook: Tussen Martí en Marx: de synthese die Cuba onoverwinnelijk maakte

 

Katrien Demuynck en Marc Vandepitte schreven verschillende boeken over Cuba. Van hen verschijnt deze zomer een biografie van Fidel Castro. 

 

Afbeelding
.

 

Notes: 

[1] Respectievelijk Ramonet I., Cien horas con Fidel, Havana, 2006, 3de uitgebreide druk, p. 142; Discurso, 9 augustus 2000. De meeste redevoeringen van Fidel bevinden zich op http://www.cuba.cu/gobierno/discursos. Indien dit het geval is vermelden we als referentie Discurso, gevolgd door de datum.

[2] Volgens Marx en Engels is de geschiedenis het product van de klassenstrijd en beantwoordt de evolutie van de geschiedenis aan een dialectisch schema: de geschiedenis is een paradoxaal proces waarin er vooruitgang of ontwikkeling plaatsvindt doorheen tegenstellingen (klassenstrijd). Een these roept een antithese op en dat leidt tot de opheffing van die tegenstelling in een synthese. Maar die synthese creëert na verloop van tijd een nieuwe tegenstelling (een nieuwe antithese) op een hoger niveau. Enzovoort. Marx haalde zijn dialectische methode bij Hegel, maar deze laatste paste die enkel toe op het ideële. Bij Marx gaat het over het materiële, vooral de klassenstrijd.

[3] ‘We moeten hier altijd veronderstellen dat het betaalde loon economisch gesproken eerlijk is, dat wil zeggen bepaald door de algemene economische wetten. De tegenstellingen moeten hier uit de algemene verhoudingen zelf volgen, niet uit de afzetterij van de individuele kapitalisten.’ Marx K., Grundrisse der Kritik der Politischen Ökonomie. (Rohentwurf), Berlin 1974, p. 329, vn.

[4] Karl Marx in het voorwoord van de tweede druk van Das Kapital: “Voor Hegel is het denkproces, dat hij onder de naam van Idee zelfs tot een zelfstandig subject herleidt, de schepper van het werkelijke, welke slechts het uiterlijke verschijnsel van dit proces vormt. Daarentegen is bij mij het ideële niets anders dan het in het menselijke brein getransponeerde, vertaalde materiële.” Marx K., Het Kapitaal. Een kritische beschouwing over de economie, De Haan 1978, p. xxii.

[5] In De armoede van filosofie verwerpt Marx het onderscheid tussen goed en kwaad, dat is volgens hem niet dialectisch. “De heer Proudhon heeft van Hegels dialectiek enkel de manier van spreken. Zijn eigen dialectische methode bestaat in het dogmatisch onderscheid tussen goed en slecht. (…) Ook al heeft hij het voordeel boven Hegel, dat hij problemen aan de orde stelt, waarvan hij zich voorneemt ze op te lossen in het voordeel van de mensheid, hij heeft daarentegen het nadeel volledig onvruchtbaar te zijn om een nieuwe categorie in het leven te roepen door dialectische creatie. De dialectische beweging bestaat nu juist in het naast elkaar bestaan van beide tegenovergestelde kanten, hun tegenstrijdigheid en hun opgaan in een nieuwe categorie. Zodra men zichzelf alleen het probleem stelt de slechte kant uit te roeien, snijdt men de dialectische beweging stuk.” http://www.marxists.org/archive/marx/works/1847/poverty-philosophy/ch02.htm

[6] Marx K. & Engels F., Het Manifest van de Communistische Partij, p. 115.

[7] Anti-Dühring. Herr Eugen Dühring’s Revolution in Science (1877): http://www.marxists.org/archive/marx/works/1877/anti-duhring/ch07.htm.

[8] De brief dateert van 4 november 1864. http://www.marxists.org/archive/marx/works/1864/letters/64_11_04-abs.htm.

[9] Marx K. & Engels F., Het Manifest van de Communistische Partij, p. 115, 124-5.

[10] Engels in Anti-Dühring: ‘Een werkelijke humane moraal, die boven de klassen staat, zal slechts mogelijk zijn als de maatschappij een niveau bereikt heeft, waar men niet alleen de klassentegenstellingen overwonnen heeft, maar die in de praktijk van het leven vergeten is.’ op. cit. 

[11] ‘Bestaat er zoiets als een communistische ethiek? Bestaat er zoiets als communistische moraal? Natuurlijk bestaat dat. Vaak werd gesuggereerd dat we geen eigen ethiek hadden, heel vaak beschuldigde de burgerij ons, communisten ervan elke moraliteit te verwerpen. Dat is een methode om verwarring te zaaien rond de kwestie, om zand te gooien in de ogen van de arbeiders en boeren.’ Lenin, The Tasks of the Youth Leagues, https://www.marxists.org/archive/lenin/works/1920/oct/02.htm

[12] Ibid.

[13] Dit was het geval bij de Chinese en de Vietnamese revoluties. Ho Chi Minh verwoordt het als volgt: „De revolutionaire moraal bestaat uit de volgende elementen: je leven wijden aan de strijd voor de partij en de revolutie. Het betekent hard werken voor de partij, de partijdiscipline naleven en de lijnen en het beleid van de partij uitvoeren. Het betekent de belangen van de partij en het werkende volk boven de eigen belangen stellen. Het betekent het volk van ganser harte dienen. Het betekent onbaatzuchtig strijden voor de partij en het volk, en in alle opzichten een voorbeeld zijn.” Ho Chi Minh, Down with Colonialism!, Londen 2007, p. 154.

[14] Academie der Wetenschappen van de U.S.S.R., Ekonomisch instituut, Leerboek politieke ekonomie. Deel 1, Berchem s.d.

[15] Zie o.a. Sotolongo P., Ernesto Che Guevara. Ethics and aesthetics of an existence, Havanna 2002, p. 21v.

[16] In die visie wordt de mens benaderd alsof hij een biologisch systeem is (hormonen, hersenen, stimuli-respons) en zijn gedrag het resultaat is van prikkels, biologie constitutie en de omgeving. Vrije wil en normatieve keuze worden in die visie geminimaliseerd of zelfs ontkend. 

[17] Over de rol van ethiek binnen het marxisme zijn bibliotheken volgeschreven. Zie bijvoorbeeld Kautsky K., Ethics and the Materialist Conception Of History, 1906, https://www.marxists.org/archive/kautsky/1906/ethics/index.htm; Holst H. R., Communisme en moral, 1925, https://www.marxists.org/nederlands/roland-holst/1925/moraal/index.htm; Callinicos A. (ed.), Marxist Theory, Oxford 1990; Lukes S., Marxism and Morality, Oxford 1985; Callinicos A., Making History, Cambridge 1987; Sandkühler H. & de la Vega R. (eds.), Marxismus und Ethik, Frankfurt am Main 1974.

[18] Betto F., Fidel y la religión, Havanna 1994, p. 140.

[19] Geciteerd in Isidrón del Valle A. (ed.), Antes del Moncada, Havana, 2001, p. 112.

[20] Uittreksel uit een pamflet dat Fidel uitdeelde op 16 maart 1952, zes dagen na de staatsgreep van Batista. Het was gericht tegen de kopstukken van zijn eigen partij: de Ortodoxen. De tekst verscheen in El Acusador op 16 augustus onder de schuilnaam Alejandro. http://www.cuba.cu/gobierno/discursos/2007/esp/f250807e.html.

[21] Discurso, 9 augustus 2000.

[22] Discurso, 17 november 2005.

[23] Discurso, 9 augustus 2000.

[24] Suárez Pérez E. & Caner Román A. (ed.), De cinco palmas a La Habana, Havana, 1998, p. 221.

[25] Discurso, 9 augustus 2000.

[26] Ramonet I., op. cit., p. 140.

[27] Discurso, 18 oktober 1967. 

[28] Discurso, 8 januari 1989.

[29] Discurso, 2 september 2002.

[30] Guevara E., El socialismo y el hombre en Cuba, 1965, https://www.marxists.org/espanol/guevara/65-socyh.htm.

[31] Guerra D., Concepción M. & Hernández A., (ed.), José Martí en el ideario de Fidel Castro, Havanna 2004, p. 86-7.

[32] Guevara E., Obras Escogidas 1957-1967. Tomo 1, Havanna 1970, p. 494.

[33] http://www.cuba.cu/gobierno/discursos/2007/esp/f250807e.html.

[34] Discurso, 2 december 2001.

[35] Bijvoorbeeld Marx K., Grundrisse der Kritik der Politischen Ökonomie. (Rohentwurf), p. 77.

[36] In zijn afscheidsbrief aan zijn ouders in 1956 schrijft hij: ‘Andermaal voel ik onder mijn sporen de ribben van Rocinante.’ Guevara, E., Obras Escogidas 1957-1967, p. 693. Rocinante is het paard van Don Quichote.

[37] Jayatilleka D., Fidel’s Ethics of Violence. The Moral Dimension of the Political Thought of Fidel Castro, Londen 2007, p. 180.

[38] Discurso,16 februari 1959.

[39] Discurso, 1 januari 1979. 

[40] Discurso, 5 februari 1987.

[41] Discurso, 29 maart 1959.

[42] Toespraak op arbeidersbijeenkomst in Havana, 23 maart 1959, http://lanic.utexas.edu/la/cb/cuba/castro.html.

[43] Discurso, 29 november 1974.

[44] https://www.ipu.org/parliament/cu

[45] Discurso, 17 september 1987.

[46] Discurso, 8 maart 1980.

[47] Jayatilleka D., op. cit., p. 185.

[48] Geciteerd in Ibid.

[49] Reflexiones del comandante en jefe, El imperio y la mentira, 11 september 2007, http://www.cuba.cu/gobierno/discursos/2007/esp/f110907e.html.

[50] Discurso, 14 september 1959.

[51] In 1958 waren er nog 6.000 artsen in Cuba. Na de overwinning vertrokken zo’n 3.000 naar de VS. Fitz D., The 3,000 Who Stayed, Monthly Review, mei 2016, https://monthlyreview.org/articles/the-3000-who-stayed/.

[52] Yaffe H., Cuba Sends Doctors, the US Sends Sanctions, Jacobin, 2025, https://jacobin.com/2025/03/cuba-medical-programs-us-sanctions

[53] Discurso, 26 juli 1978.

[54] Discurso, 4 april 1982.

[55] Voor de Cubaanse aanwezigheid in Afrika, zie Gleijeses P., Misiones en Conflicto. La Habana, Washington y África. 1959-1976, Havanna 2004.

[56] Jayatilleka D., op. cit., p. 106.

[57] Silva León A., Breve historia de la revolución cubana, Havanna 2003, p. 104.

[58] The African Courier, 2016, https://www.theafricancourier.de/remembering-how-fidel-castro-and-cuba-helped-to-defeat-apartheid/.

[59] https://www.unesco.org/en/safety-journalists/observatory/grid.

[60] Gott R., Cuba. A New History, New Haven 2004, p. 298-9.

[61] Castro F., NBC Interview, 24 februari 1988, Havana 1988, p. 59. 

[62] Cfr. Jayatilleka D., op. cit., p. 6.

[63] Discurso, 7 november 1993.

[64] Discurso, 26 juli 1989.

[65] Borge T., Un grano de maíz, Havanna 1992, p. 226.

[66] Geciteerd in Jayatilleka D., op. cit., p. 149.

[67] Kapcia A., ‘Cuba After The Crisis. Revolutionising the Revolution’, in Conflict Studies april 1996. Conflict Studies is een Britse inlichtingendienst die adviseert aan het bedrijfsleven in Groot-Brittannië.

[68] Discurso,1 mei 2000.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?