Na 37 jaar dreigen de Gentse Feesten Debatten te verdwijnen: “Het schooien is voorbij”

Afbeelding
Eric bij de presentatie van de Debatten   foto Trefpunt
Eric bij de presentatie van de Debatten foto Trefpunt
Al 37 jaar brengt Eric Goeman tijdens de Gentse Feesten politiek debat naar een publiek dat niet voor slogans komt, maar voor verdieping. Dit jaar dreigt die Gentse traditie voor het laatst plaats te vinden, tenzij de stad eindelijk een vaste oplossing biedt.

De debatten zijn in volle gang. Alweer met een brandend actueel programma en geëngageerde sprekers die er toe doen. Volledig gratis midden de feestenzone in Nieuwpoort te Gent. 9 opeenvolgende dagen diepgaand politiek debat. Een origineel concept en een unieke traditie van 37jaar.

Eric Goeman is een man die je niet makkelijk naast je neerlegt: imposant, scherp van tong en met genoeg ironie om een hele feesttent wakker te houden. Met zijn zwarte hoed, zijn theatrale flair en zijn onverwoestbare zin voor tegenspraak maakte hij van de Gentse Feesten een plek waar niet alleen gedronken, maar ook gedacht wordt. 

Al 37 jaar organiseert hij politieke debatten: lang, koppig, rumoerig en zelden vrijblijvend. Ziekte, verlies, kunstvoeten, geldgebrek en twaalf locaties kregen hem niet van het podium. Goeman is geen neutrale gespreksleider, maar een democratische lastpak. Hij is een levend stuk Gents erfgoed met een hart van puur rood staal. Precies daarom heeft Gent hem nodig.

Van talkshow naar debat

Voor de Gentse Feesten Debatten bestonden, maakte Eric Goeman al live talkshows in Gent. Halfweg de jaren tachtig keek Vlaanderen nog massaal naar Nederlandse televisie. Sonja Barend, Koot en Bie, Adriaan van Dis en Jan Lenferink waren toen grote namen.

Goeman deed drie jaar talkshows op de Korenlei, in dienst van de Sint-Michielsdekenij. Daarvoor had hij ook al een zomerse reeks gemaakt aan het Waterhuis aan de Bierkant. “Meestal met Gentse vedetten”, vertelt hij. “Dat trok veel mensen aan, het zat er altijd afgeladen vol.”

Guy Verhofstadt: “Meneer Goeman, ik dacht dat ge mij uitgenodigd had voor een debat, maar dat is hier een volkstribunaal!”

Een van zijn bekendste gasten uit die periode was Dille, de legendarische Gentse travestiet. “Ja, het was een showbeest”, zegt Goeman. Dille werd later jarenlang stadsgids in Gent, met vlagje, pseudo-uniform en hoedje.

Daarna volgden talkshows in de Vanderdoncktdoorgang, beter bekend als het Glazen Straatje. Een projectontwikkelaar wilde de voormalige rosse buurt omvormen tot een keurige passage met kunstgalerijen, coffeeshops en designwinkels. Goeman moest er op zondag publiek trekken.

Ook daar werkte de formule. “Ik had daar ook eens de jonge Helmut Lotti aan tafel”, herinnert hij zich. “Die zong nog in het operakoor op dat moment.” Ook Koen Crucke en de jonge Herman Brusselmans kwamen langs, nog voor ze grote namen werden.

Het project in het Glazen Straatje hield uiteindelijk geen stand. De chique winkels verdwenen en het straatje werd opnieuw wat het daarvoor was. Maar Goeman had intussen bewezen dat een publiek wel degelijk wilde luisteren naar gesprekken, zolang die op de juiste plek gebeurden.

“Ik wilde echt politieke debatten”

In 1989 vroeg Guido De Leeuw van vzw Trefpunt aan Goeman of hij tijdens de Gentse Feesten talkshows wilde doen op het grote podium van Trefpunt. Goeman zag dat wel zitten, maar niet op dat podium.

“Ze willen onder vrienden iets drinken en zelf babbelen”, zegt hij. “De gesprekken waren met moeite te begrijpen.” Het grote podium was volgens hem geen plek voor inhoudelijke gesprekken. Bovendien wilde hij geen luchtige talkshows meer.

“Ik wilde echt politieke debatten over de toekomst, want het was toen meer dan ooit nodig”, zegt Goeman. De Berlijnse Muur zou enkele maanden later vallen. Vakbonden, academici, middenveld en politici zochten naar woorden voor een wereld die kantelde.

Zo ontstond in 1990 de eerste echte reeks, in de Spiegeltent. De formule heette aanvankelijk nog niet Gentse Feesten Debatten, maar “Pietje Bell en de Rebellen”. Goeman was Pietje Bell, de deugniet die de boel wakker moest schudden.

De opening was elke dag theatraal. Op een tafeltje stond een Heilig Hartbeeld waarvan het hoofd vervangen was door een ballon met daarop “God en Staat”. Terwijl Goeman naar het podium stapte, gooide hij zijn zwarte hoed op de ballonkop.

De debatten waren meteen politiek geladen. In het eerste jaar ging het onder meer over “de jongens en meisjes van mei ’68”. Figuren uit de PVDA, de trotskistische beweging, het feminisme en Dolle Mina kwamen er samen op het podium.

Na twee jaar werd de Spiegeltent te klein. Trefpunt liet een grote tent plaatsen aan de Sint-Jacobskerk. Daar vond een berucht debat plaats met Guy Verhofstadt, toen al jarenlang VLD-voorzitter en bekend om zijn botsingen met de vakbonden.

Afbeelding
foto Trefpunt
foto Trefpunt

Goeman had een microfoon in het midden van de tent laten zetten voor het publiek. In de zaal zaten syndicalisten die tegen Verhofstadt hadden gestaakt. Toen zij hun gal begonnen te spuwen, reageerde Verhofstadt boos: “Meneer Goeman, ik dacht dat ge mij uitgenodigd had voor een debat, maar dat is hier een volkstribunaal!”

Verhofstadt stapte van het podium. “Beter kon het eigenlijk niet”, zegt Goeman. In die tijd kwam de pers nog kijken. De Gentenaar zat soms het volledige debat uit en bracht de volgende dag een halve pagina verslag.

Een linkse zomeruniversiteit

De meest succesvolle periode begon na de verhuis naar de Baudelokapel. Daar zaten dagelijks honderden mensen. De sfeer in het historische gebouw was volgens Goeman uitzonderlijk. De debatten werden er steeds meer een plaats van linkse vorming.

Met filosoof Jaap Kruithof als centrale gast werden achttien debatten georganiseerd over de verschillende facetten van het neoliberalisme. Elke dag lanceerde Kruithof een stelling, waarna panelleden reageerden. Zo ontstond bijna een soort marxistische zomeruniversiteit.

De debatten trokken grote namen uit de academische en culturele wereld. Etienne Vermeersch, Koen Raes, Ronald Commers, Rudolf Boehm, Walter De Buck, Roland Van Campenhout en vele anderen passeerden langs. Niemand werd betaald. Vaak volstond een lunch of diner.

Goeman ontdekte dat Vlaamse en Nederlandse politicologen en filosofen elkaar nauwelijks kenden

Soms vlogen de vonken ervan af. In een debat over neoliberalisme botste Ernest Mandel met Paul Staes over de DDR. Mandel zei plots: “Met alle respect, maar hier scheiden onze wegen.” Daarna vertrok hij. Voor het publiek was dat natuurlijk onvergetelijk.

De Baudelokapelperiode eindigde abrupt. Tijdens een debat begon zand in een straal uit het plafond te vallen, recht in de statige haardot op het hoofd van Monica Van Paemel, die het niet eens merkte. Goeman zag plots de scheuren tot in het midden van de zaal lopen. Even later viel een stuk plafond op het hoofd van een aanwezige, die hevig bloedend op de grond lag.

Paniek brak uit. Goeman riep in de microfoon of er een dokter in de zaal was. Reginald Moreels, zelf panellid én chirurg – maar dat was Eric in de verwarring even vergeten - sprong naar voren om de man – die er niets ernstigs aan overhield - te verzorgen. De kapel werd afgesloten en wordt tot op heden nauwelijks gebruikt.

De debatten moesten alweer verhuizen. Het zou niet de laatste keer zijn. In 37 jaar tijd deden ze twaalf locaties aan. Toch bleven ze bestaan dankzij de koppigheid van Goeman die blijvend ondersteund wordt door een kleine ploeg, vrijwilligers van democratie 2000. Zo organiseren André en Myriam al meer dan 15 jaar de boekenstand van EPO, die er geen personeel meer kan voor inzetten.

Grote namen, weinig middelen

Na enkele jaren improviseren zorgde burgemeester Daniël Termont ervoor dat de debatten terecht konden in de refter van het Laurent Instituut in de Onderstraat. Het werd opnieuw een mooie plek, tussen historische gebouwen, maar ook daar werd de zaal al snel te klein.

In die jaren kwamen opnieuw grote namen naar Gent. Adriaan van Dis, Geert Mak, Maarten van Rossem, Hans Achterhuis, Ewald Engelen en Hein de Haas stonden op het podium. In Nederland vragen zulke sprekers vaak duizenden euro’s. In Gent kwamen ze gratis.

Afbeelding
foto Trefpunt
met Guido De Leeuw, tot voor enkele jaren de grote organisator van Trefpunt en de feesten aan Sint-Jacobs, in 2017

Goeman ontdekte dat Vlaamse en Nederlandse politicologen en filosofen elkaar nauwelijks kenden. De diners na de debatten waren daarom soms het begin van samenwerkingen of zelfs vriendschappen. De reputatie van de Gentse Feesten Debatten groeide ook in Nederland.

Toen het Laurent Instituut te klein werd, verhuisden de debatten naar NTGent. Voor het publiek betekende dat eindelijk comfortabele zetels. “De mensen worden samen met mij ook een beetje ouder”, zegt Goeman.

Na het einde van Termonts burgemeesterschap moest ook NTGent plaatsmaken voor een eigen programma tijdens de Gentse Feesten. Daarna bood de School of Arts onderdak in de Miryzaal. Ook dat werden mooie jaren, met de Achtersikkel als terras waar mensen na de debatten lang bleven napraten.

Toen corona kwam, besloten de organisatoren de debatten toch te laten doorgaan, zonder publiek maar met livestream. Het ABVV stelde de Fernandezzaal aan de Vrijdagmarkt gratis ter beschikking. Met minimale middelen en veel vrijwillige inzet werd toch een groot online bereik gehaald.

Vandaag vinden de debatten plaats in Kunstencentrum Campo, in de Nieuwpoortstraat. Dat is minder comfortabel en minder uitnodigend om na afloop te blijven hangen. Toch blijft de inhoud overeind, gedragen door een klein team rond Democratie 2000.

“Geen aalmoezen meer”

Maar de rek is eruit. Op de persconferentie van Trefpunt zei Goeman het scherp. De kas is leeg. De Gentse Feesten Debatten hebben dringend een vaste zaal nodig. Anders wordt de 37ste reeks mogelijk de laatste.

Een schepen noemde de debatten ooit Gents socio-cultureel erfgoed. Maar erfgoed zonder plek, zonder geld en zonder structurele steun blijft kwetsbaar. Goeman is duidelijk: “Geen aalmoezen meer, geen mooipraterij. Het schooien is voorbij.”

De debatten betalend maken is voor hem geen optie. Net zoals de Gentse Feesten zelf moeten ze toegankelijk blijven. Dat is geen detail, maar de kern van het project: politiek debat voor iedereen, niet alleen voor wie een ticket kan betalen.

De Gentse Feesten Debatten hebben geen applaus nodig, maar een zaal, middelen en erkenning

Ook de praktische grenzen zijn bereikt. “Momenteel kunnen we ons geen Nederlandse gasten meer permitteren, want geen geld voor hotelkamers”, zegt Goeman. Ook de diners zijn niet meer in restaurants. Vandaag eten panelleden in Bar Edward, waar mensen met een mentale beperking vegetarische maaltijden bereiden.

“Goedkoper kan echt niet meer”, zegt Goeman. Gelukkig zijn er nog altijd vrijwilligers. Olaf zorgt met weinig materiaal voor degelijke geluidsversterking. Maar ook dat volstaat niet langer. “De rek is er financieel helemaal uit.”

Schepen Joris Vandenbroucke verzekerde Goeman dat er een oplossing komt. “We leven van hoop dus”, zegt hij. Maar hoop alleen betaalt geen zaal, geen techniek en geen organisatie.

De oude wereldorde leeft voort

De rode draad van de debatten blijft opvallend actueel. “Er wordt veel gepraat over de nieuwe wereldorde, maar heel veel problemen van de oude wereldorde zijn er nog steeds”, zegt Goeman. “De neoliberale globalisering gaat gewoon door. De financialisering van de economie gaat gewoon door.”

Daarbovenop komt de groeiende macht van techmiljardairs en artificiële intelligentie. Volgens Goeman zijn de thema’s van 37 jaar geleden daarom nog altijd springlevend. Alleen zijn de machtsconcentraties groter geworden en is de democratische tegenmacht zwakker.

Daarom blijven de Gentse Feesten Debatten belangrijk. Ze zijn geen nostalgische traditie uit een links verleden, maar een zeldzame publieke ruimte waar lange gesprekken nog mogelijk zijn. Vier uur debat, negen dagen lang, midden in een feest dat anders vooral vluchtigheid ademt.

Dat Goeman er nog altijd staat, is op zich opmerkelijk. Het voorbije decennium verloor hij zijn vrouw en maakte hij een zware ziekte door waarbij hij beide voeten verloor. Toch bleef hij elk jaar op het podium. Ook dit jaar modereert hij drie van de negen debatten.

De vraag is of Gent deze traditie wil laten verdwijnen. Een stad die haar feesten koestert, moet ook de plekken koesteren waar tijdens die feesten wordt nagedacht. Zeker op een moment waarop democratie, solidariteit en sociale rechtvaardigheid opnieuw onder druk staan.

Na 37 jaar is de boodschap eenvoudig. De Gentse Feesten Debatten hebben geen applaus nodig, maar een zaal, middelen en erkenning. Anders dreigt een uniek stuk politiek erfgoed te verdwijnen, niet omdat het publiek wegbleef, maar omdat de stad het liet vallen.

 

Het volledige programma van de debatten dit jaar vind je hier.

 

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?