Albanië: “Volksopstand tegen een corrupte klasse”
“Het is begonnen met het beschermen van flamingo’s”, steekt Xhemal van wal. “Ondertussen is de beweging uitgegroeid tot een gigantisch volksprotest. Ongezien in de geschiedenis van Albanië. Daar moeten we over berichten." Lang hoeft Xhemal mij niet te overtuigen. Een dag later, op 3 juli, stappen we op het vliegtuig naar Tirana. Het wordt een ontdekkingstocht die ik niet voor mogelijk hield.
Xhemal is opgegroeid in Albanië en kent het land door en door. Verblijven doen we bij een vriend van hem, Artur. Ook hij is actief in de beweging, net als de rest van zijn vriendengroep. Iedere avond, wanneer de temperatuur wat gezakt is, komt zowat de hele stad samen op de centrale boulevard in de hoofdstad Tirana.
“Rama burg! Berisha burg!”, scandeert de menigte. De premier en de belangrijkste oppositieleider zijn kop van jut. De masse wil beiden in de gevangenis - burg in het Albanees - zien.
De grote leegloop
Die avond zijn wij er ook bij. Artur sleept ons de menigte in. Ik zie een oude man wenend roepen dat het leven geen zin heeft sinds zijn kinderen het land zijn ontvlucht. Een jonge vrouw die studentenvertegenwoordiger is, legt mij uit dat de afgelopen jaren zowat een miljoen Albanezen het land zijn ontvlucht.
“We blijven nu nog maar met twee miljoen over in Albanië.” Dat is niet veel voor een land dat bijna zo groot is als België. Het is symptomatisch. Jongeren vluchten het land uit en het vruchtbaarheidscijfer is bij de laagste in Europa.
Lage lonen en pensioenen, privatisering van de gezondheidszorg, het onderwijs en het openbaar vervoer. De lijst met problemen is ellenlang. “Als het hier gemakkelijk was, waarom zou je dan alles achterlaten en naar België verhuizen?”
Een charismatische man met een nette baard en gel in het haar zet de kwestie op scherp. “Voor een job van acht tot twaalf uur per dag word je in Albanië tussen de 500 en 750 euro betaald. De huur voor een huis is minstens 450 euro. Hoe kan je dan overleven?”
Ook de kinderen van Artur wonen allemaal in het buitenland. Als je met je diploma aan de slag kan, verhuis je. Toch zijn er uitzonderingen. “Ik blijf in Albanië”, zegt de jonge vrouw met wie ik aan de praat raakte stellig. “Iemand moet het opnemen tegen de oligarchen.”
“Ons land wordt uitverkocht”
Corruptie. Het woord komt terug in ieder gesprek waar ik pols naar de oorzaken van de protestbeweging. Na twee dagen aan protestmarsen rijden we naar het zuiden. Naar Sazan, het privé-eiland dat Jared Kushner en Ivanka Trump willen bemachtigen en Zvërnec de prachtige ongerepte natuur waar flamingo’s plaats moet maken voor luxe resorts. De manier waarop het land hier wordt uitverkocht is een symbool van iets veel groters.
Albanezen worden feitelijk weggepest
Op weg naar daar passeren we de luchthaven in aanbouw, meer dan 50 procent is compleet. We naderen de kust en zien dat deze wordt volgebouwd met hotels en luxe appartementen. De bouwwoede lijkt eindeloos. “Albanezen zonder geld kunnen hier niet van de zee genieten. Een stoel aan het strand huren kost 20 euro.” De resorts gaan eindeloos door. Albanezen worden feitelijk weggepest.
Het is normaal in het Albanië van Edi Rama dat oligarchen en buitenlandse concerns gronden voor een appel en een ei krijgen toegewezen. Boeren die gebruik maken van die gronden kunnen ophoepelen.
We rijden verder. “Wist je dat we de duurste olie hebben van de hele Balkan?”, werpt Igli - onze chauffeur van dienst - mij voor de voeten terwijl we voor de slagbomen van een trein wachten. Heel langzaam trekt de trein zich voort. Een oliegeur maakt zich meester over de omgeving.
“De olie die hier voorbij tjoekt, wordt in de haven op de boot gezet. Vroeger hadden we een eigen raffinaderij, maar nu wordt deze naar het buitenland gebracht en daar verwerkt, om dan duurder terug te komen. Onze eigen olie is in onze buurlanden goedkoper. Kan je dat geloven?”
Die goederentrein is trouwens de enige trein die nog rijdt in Albanië. Vroeger waren alle grote steden met de trein verbonden en reden er publieke bussen rond. “Tegenwoordig zijn we verplicht een auto te kopen, maar op onze wegen valt er amper te rijden”.
Oligarchen bouwen betalende snelwegen en vervolgens laat de staat de openbare weg verkommeren. Het gevolg ondervinden we aan den lijve. Steden zitten vast in een verkeersinfarct, een alternatief voor de auto is er immers niet.
“Er is nergens meer plaats voor mensen”
Daar komt nog bij dat alle publieke ruimte in Tirana wordt volgebouwd door bouwpromotoren. Xhemal leidt me met een zwaar hart en een tikkeltje weemoed rond in een wijk. Voor het gebouw waar we verblijven was vroeger een basketbalterrein. Daarnaast was er een zaaltje waar jongeren muziek konden beoefenen. Alles moet plaatsmaken voor luxe flats. De cinemazaal, het voetbalveld, het park, de fontein. Het is overal hetzelfde verhaal.
“Er is nergens meer plaats voor mensen”, getuigt Xhemal. “Enkel om te consumeren in restaurants en cafés is er plaats. Vroeger hing iedereen rond hetzelfde pleintje, jong en oud. Ze vroegen naar je als je er een dag niet was. Nu moeten jongeren binnen blijven en op hun telefoon zitten.”
Leegstand als witwaspraktijk
Tirana met veel groen en publieke ruimte te over, ik kan het me haast niet voorstellen. Nu worden zelfs delen van de stoep bebouwd om cafés en eetgelegenheden uit te breiden. Zelfs het huis van Artur willen ze platgooien en met een veelvoud aan verdiepingen weer optrekken.
“Ze beloven ons een nieuw appartement en enorme winsten, maar de mensen die ik ken die daarop intekenden, zagen de bouwpromotor niet meer terug nadat het gebouw werd neergegooid en een bouwput overbleef”, getuigt Artur.
Gebouwen optrekken en ze dan leeg laten staan. In mijn hoofd maakt het geen sense, en toch gebeurt het. De bevolking krimpt en toch is Albanië één grote bouwwerf.
Op een avond wijst Xhemal mij het hoogste gebouw van Albanië aan. De kaart van het land staat over het hele complex gedrukt. “Slechts twaalf appartementen uit dit reusachtige gebouw zijn verkocht”, weet Xhemal. Het is pikkedonker en toch brandt er geen enkel licht in het hele gebouw. Hoe is dit mogelijk?
De bouwsector is de meest lucratieve sector om geld wit te wassen, zo blijkt. Drugsgeld of zwart geld van oligarchen, de wasmachine wast witter dan wit. Hierover getuigenissen verzamelen ligt moeilijk. Iedereen weet het, maar publiekelijk getuigen is te gevaarlijk.
De oligarchen
We zouden het bijna vergeten, maar ooit waren de nationale rijkdommen in publieke handen in Albanië. Het socialisme van Enver Hoxha produceerde alles zelf, zeker nadat het zich politiek en economisch van de rest van de wereld had afgescheurd.
Als ik er naar pols, blijkt niemand terug te verlangen naar de tijd waarin de politie je aansprak omdat je westerse kleding droeg en het verboden was om naar Italiaanse radio te luisteren. Sterker nog, velen hebben het gevoel dat het communisme nog niet gevallen is.
“Tsjoepen, tsjoepen, tjoepen, die mannen doen niets anders”
En toch, het kapitalisme deed wel degelijk zijn intrede in Albanië. De nationale schatten werden verpatst aan een handvol oligarchen. Mensen die daarvoor hoge functies hadden, stonden op de eerste rij. Het is deze kliek die de dienst uitmaakt in Albanië. Alle sleutelsectoren zijn in hun handen, inclusief de media.
De regeringspartij van Edi Rama en de grootste oppositiepartij worden gezien als de marionetten van de oligarchen. “Tsjoepen, tsjoepen, tjoepen, die mannen doen niets anders”, roept Xhemal uit.
Wanneer we over het centrale plein in Tirana wandelen geeft Xhemal mij de volgende anekdote mee: “Na de revolutie maakten de communisten een poppentheater voor kinderen van het burgerlijke parlement. In feite is die knipoog naar hoe ons systeem werkt nog steeds toepasselijk.”
Menselijke waardigheid en respect
Wanneer Xhemal vertelt over zijn jeugd, lichten zijn ogen op. “Het was de meest fantastische tijd van mijn leven”, vertelt hij. “Tot de middag school, en daarna ravotten op de pleintjes. In de zomer hadden we twee en een halve maand vakantie vol jeugdkampen, sport en plezier.” Mij lijkt het ook fantastisch. “Wij komen uit een tijd waar er nog respect en menselijke waardigheid was. We waren geen consumenten, maar werden als mens gezien.”
Het is deze unieke tijd die ook unieke banden creëert. De vrienden uit zijn jeugd zijn nog steeds zijn boezemvrienden. Het is een soort vriendschap die zeldzaam is bij volwassen mannen. Overal waar we komen, worden we overladen met eten. Vrienden staan klaar om Xhemal - en mij bij uitbreiding - te laten logeren, rond te rijden en noem maar op. Geen moment zijn we alleen. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat gaan de gesprekken door: anekdotes worden opgehaald, de stand van het land wordt opgemaakt, we kijken voetbal, er wordt gelachen.
Op een namiddag wandelen we een 400-tal meter van de wijk waar Xhemal opgroeide en komen aan bij een meer met een park errond. “Vroeger waren de bossen hier eindeloos en daarachter waren de collectieve boerderijen waar we stiekem vruchten gingen plukken”, legt Xhemal uit.
Momenteel zijn er overal appartementen verrezen zover het oog reikt. De afvoer van al deze appartementen gaat rechtstreeks het meer in. Xhemal toont de oude zwem-infrastructuur in het meer waar hij vroeger gretig gebruik van maakte met zijn vrienden. Heel de buurt kwam hier zwemmen, vandaag kan dat niet meer.
Zelfs de WC kan je niet meer gebruiken zonder te betalen
Iets verderop passeren we het voetbalterrein waar hij ieder jaar op één mei een groot toernooi speelde. Vandaag kost het 20 euro om het terrein voor een uur af te huren. Ook het openluchttheater waar ieder weekend gratis voorstellingen plaatsvonden, is betalend geworden. Zelfs de WC kan je niet meer gebruiken zonder te betalen.
Het zegt iets over het nieuwe Albanië. Een nieuwe generatie heeft de meritocratische droom omarmd. Alleen, het blijft een droom. Ik moet terugdenken aan een oude betoger die me het volgende zei: “Vroeger waren de ziekenhuizen en scholen dan wel gratis, we deden wel vrijwilligerswerk om de treinsporen te bouwen. Daar werden we niet voor betaald. Wij willen een Albanië waar werk loont."
Iedereen begrijpt dat je in Albanië niet vooruit komt met hard werken. Toch blijft deze droom sluimeren in alle gesprekken. Eén ding staat vast, van de politiekers en oligarchen moet niemand weten op straat. “Albanezen zijn als een grote familie, wie steelt er nu van zijn eigen familie?”, vraagt een betoger zich retorisch af.
Waar het naartoe gaat weet niemand. Een beetje terug naar de toekomst? Het is de Albanezen van harte gegund. Opdat het land niet verder wordt uitverkocht en de nationale rijkdommen terug van de Albanezen worden.