Analyse

Is Latijns-Amerika in de ban van extreemrechts?

Afbeelding
Foto: Vox España, CC0 1.0
Foto: Vox España, CC0 1.0
Latijns-Amerika wordt overspoeld door een reeks rechtse verkiezingsoverwinningen. Maar achter die ruk naar rechts schuilt minder ideologische bekering dan woede, angst, onzekerheid en een diepe crisis van de democratie.

Van de laatste vijftien presidentsverkiezingen in Latijns-Amerika werden er twaalf gewonnen door kandidaten van rechts of extreemrechts. Recente overwinningen in Peru, Colombia, Chili, Honduras en Bolivia bevestigen het beeld van een continent dat politiek naar rechts opschuift.

Kandidaten als Abelardo de la Espriella in Colombia spiegelen zich aan excentrieke en extreemrechtse figuren als Nayib Bukele in El Salvador en Javier Milei in Argentinië. Ze beloven megagevangenissen voor drugshandelaren, een minimale overheid en een keiharde aanpak (mano dura) van criminaliteit.

Die taal slaat aan in een regio waar onveiligheid een dagelijkse realiteit is geworden. Latijns-Amerika en de Caraïben behoren al jaren tot de meest gewelddadige regio’s ter wereld. Volgens de VN ligt de moordgraad in de regio ongeveer drie keer hoger dan het wereldgemiddelde, met georganiseerde misdaad als belangrijke motor achter dat geweld. De afgelopen jaren is de georganiseerde misdaad bovendien doorgedrongen in landen die vroeger relatief veilig waren, zoals Chili en Uruguay. 

Wie in angst leeft, is minder ontvankelijk voor langetermijnverhalen over sociale rechtvaardigheid

Criminele netwerken beperken zich niet langer tot cocaïne- en fentanylhandel. Ze verdienen ook aan illegale goudwinning, mensensmokkel en afpersing. Volgens recente opiniepeilingen maken Latijns-Amerikanen zich vandaag meer zorgen over criminaliteit dan over armoede of werkloosheid.

Dat is moeilijk terrein voor links. Wie in angst leeft, is minder ontvankelijk voor langetermijnverhalen over sociale rechtvaardigheid. Autoritaire populisten bieden een eenvoudiger verhaal: onmiddellijke orde, een zichtbare vijand, een grote gevangenis, een gesloten grens en een gekrenkt vaderland.

Angst, woede en een vermoeid links

De ruk naar rechts heeft vele oorzaken. Ze komt voort uit onwetendheid, falend onderwijs, angst voor misdaad, vermoeidheid over corruptie en een gevoel dat niemand naar gewone mensen luistert.

Veel burgers stemmen niet noodzakelijk uit liefde voor de ijzeren vuist. Ze stemmen omdat ze zich al decennia genegeerd voelen. De autoritaire stem stapt precies in dat vacuüm en belooft wat traditionele partijen niet meer lijken te kunnen bieden: controle, duidelijkheid en orde. Daarbovenop komt de groeiende invloed van evangelische kerken, die conservatieve waarden versterken. 

De (sociale) media spelen een heel grote rol. In veel Latijns-Amerikaanse landen is het medialandschap sterk geconcentreerd in handen van rijke families, economische groepen en politieke elites. Daardoor krijgen conservatieve, marktgezinde en anti-linkse stemmen vaak meer gewicht in het publieke debat. 

Volgens The Economist bouwt de rechterzijde in Latijns-Amerika aan een eigen krachtig netwerk als tegenhanger van het linkse São Paulo Forum.[1] Influencers verspreiden rechtse ideeën online en zien cultuur als voorwaarde voor politieke verandering. Sociale media zijn daarbij doorslaggevend: voor 40 procent van de Latijns-Amerikanen vormen ze de belangrijkste nieuwsbron. 

Campagnes draaien op humor, snelheid en digitale zichtbaarheid. Met veel geld en steun vanuit Trumps campagnenetwerk verspreiden strategen en lobbyisten die technieken over het hele continent. Zij speelden een belangrijke rol bij de verkiezingsoverwinningen van rechtse presidenten in Argentinië, Honduras en Bolivia.

De economische context maakte het de afgelopen jaren voor de linkerzijde ook moeilijker. Na de crisis van 2007 en 2008 hadden progressieve regeringen veel minder ruimte om sociale investeringen uit te breiden dan in de jaren daarvoor. Met beperkte hervormingsprogramma’s werd het moeilijker om brede volkssteun op te bouwen.

Trump gebruikt zijn volle politiek gewicht om (extreem)rechtse presidentskandidaten in Latijns-Amerika te steunen of af te dreigen

Sommige delen van de arbeidersklasse en de boerenbevolking zochten daardoor hun toevlucht bij neofascistische bewegingen. Niet omdat die hun sociaaleconomische belangen verdedigen, maar omdat ze een antwoord lijken te geven op onmiddellijke onzekerheid, angst en vernedering. 

Tenslotte is er ook nog de inmenging en druk van de VS. Voor en na de presidentsverkiezingen in Venezuela van 2024 haalde de VS alles uit de kast om een extreemrechtse kandidaat Machado te laten verkiezen. De huidige president Trump gebruikt zijn volle politiek gewicht om (extreem)rechtse presidentskandidaten in Latijns-Amerika openlijk te steunen, of omgekeerd te dreigen met sancties als een linkse kandidaat zou verkozen worden. 

De pogingen van Trump om in Europa extreemrechts te promoten hebben weinig of geen succes, in Latijns-Amerika daarentegen lijkt dit wel te lukken. Sinds hij in januari 2025 aantrad, heeft rechts alle zeven presidentsverkiezingen in de regio gewonnen. 

De paradox van progressief succes

De cijfers uit Colombia tonen een opvallende paradox. Onder de progressieve regering van Gustavo Petro daalde de armoede in 2025 naar het laagste niveau ooit. Bijna 1,8 miljoen Colombianen ontsnapten aan armoede. Ook extreme armoede en ongelijkheid namen af.

Toch kozen de Colombianen bij de presidentsverkiezingen voor de rechtse advocaat en zakenman Abelardo de la Espriella. Zijn nationalistische programma, gericht op harde misdaadbestrijding, stond lijnrecht tegenover het beleid van de vorige regering.

Dat toont dat sociale vooruitgang niet automatisch leidt tot electorale trouw. Zodra mensen de armoede ontstijgen en toetreden tot de middenklasse, veranderen hun prioriteiten. Ze willen vooral hun nieuw verworven status beschermen.

Verkiezingen lijken steeds vaker op een muntworp boven een land dat in brand staat

Daardoor staan ze vaak minder open voor progressief beleid dat dezelfde voordelen wil uitbreiden naar groepen die nog achterblijven. Het succes van progressieve politiek verandert dus de verwachtingen en belangen van de eigen achterban.

Dat fenomeen beperkt zich niet tot Colombia. Ook in Argentinië, Chili en Ecuador werden periodes van progressief bestuur gevolgd door conservatieve leiders met compleet andere prioriteiten. Links kan dus niet volstaan met te wijzen op gerealiseerde sociale vooruitgang.

Mexico vormt daarop een belangrijke uitzondering. Na het presidentschap van Andrés Manuel López Obrador werd Claudia Sheinbaum verkozen, uit dezelfde politieke beweging. Daar bleef het progressieve project wel brede volkssteun behouden.

Die steun was niet alleen het gevolg van effectief bestuur. Het Mexicaanse project bouwde ook aan een gemeenschappelijk gevoel van identiteit en doel. Het sprak over Mexicaans humanisme en overstijgt daarmee deels de klassieke labels van links en rechts.

Democratie als muntworp

De uitslagen in Latijns-Amerika tonen geen stabiele rechtse meerderheid, maar extreme polarisatie. In Colombia won De la Espriella met minder dan één procentpunt verschil. Zulke minieme marges wijzen niet op een krachtig mandaat, maar op een diep verdeelde samenleving.

In verschillende landen splitst de samenleving zich bijna exact in tweeën. Verkiezingen worden gewonnen met minimale verschillen, terwijl instituties verzwakken en woede zich opstapelt. De democratie blijft aan de oppervlakte functioneren, maar daaronder barst ze open. Verkiezingen lijken steeds vaker op een muntworp boven een land dat in brand staat. De ene helft wint nipt, de andere helft blijft achter met rancune en voelt zich uitgesloten.

De rechtse golf is minder een duurzame ideologische verschuiving dan een uiting van frustratie over criminaliteit

Colombia toont een diepe breuk tussen veiligheid en sociale hervorming. Peru leeft in bijna permanente institutionele crisis. Bolivia kampt met blokkades, inheemse breuklijnen en conflicten over grondstoffen. Chili slingert tussen beloften van orde en angst voor verandering.

Volgens de Financial Times is de rechtse golf daarom minder een duurzame ideologische verschuiving dan een uiting van frustratie over criminaliteit. De economische agenda van rechts heeft weinig breed draagvlak. Wat resteert is verdeeldheid, stilstand en politieke patstelling.

Kruispunt

De uitdagingen voor Latijns-Amerika zijn nochtans enorm. Economisch verloor het continent de voorbije decennia terrein. In 1980 vertegenwoordigde Latijns-Amerika nog 9 procent van het wereldwijde bbp. In 2019 was dat gedaald naar 7 procent. Ondertussen groeiden Aziatische opkomende economieën veel sneller en namen zij een steeds grotere plaats in de wereldeconomie in.

Ook productiviteit, investeringen, aandeel in de wereldhandel, wetenschap en technologie tonen een gelijkaardige trend. Latijns-Amerika dreigt opnieuw vast te lopen in een oude rol: leverancier van grondstoffen, zonder voldoende industrie, wetenschap of waardige lonen.

Het continent heeft nood aan een sterk links alternatief, dat van onderuit moet komen

Richting 2030 en 2035 staat Zuid-Amerika voor een harde keuze. Wordt het continent een soevereine kracht rond voedsel, water, energie, kritieke mineralen en biodiversiteit? Of blijft het een strategisch magazijn, beheerd door binnenlandse elites en buitenlandse belangen?

Het continent heeft nood aan een sterk links alternatief, dat van onderuit moet komen. Politieke macht mag niet alleen worden afgemeten aan verkiezingsuitslagen. Regeringen komen en gaan. Duurzame macht wordt opgebouwd door organisaties die verkiezingen overleven: vakbonden, inheemse gemeenschappen, buurtcomités en sociale bewegingen. 

Daar ligt de echte tegenmacht. Niet in een leider die één keer wint, zoals dat het geval was bij Rafael Correa in Ecuador, maar in jarenlange lokale organisatie en in dagelijkse aanwezigheid. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom de samenleving in Venezuela na de kidnapping van president Maduro niet is ingestort, maar standhoudt dankzij de kracht van de georganiseerde basis en de diepgewortelde sociale netwerken.

Bovenal heeft het een ‘echte’ democratie nodig die niet alleen stemmen telt, maar ook de meerderheid van de bevolking kansen en toekomst geeft. Ook die zal vanaf de basis moeten afgedwongen worden. Zonder zo’n democratie dreigt 2030 of 2035 een continent te vinden dat meer gewapend, meer verdeeld, meer afhankelijk en dieper ontgoocheld is dan vandaag.

 

Note:

[1] Het São Paulo Forum is een netwerk van linkse partijen en bewegingen uit Latijns-Amerika en de Caraïben, opgericht in 1990 op initiatief van onder meer de Braziliaanse Arbeiderspartij. Het moest linkse krachten samenbrengen na de val van de Sovjet-Unie en groeide uit tot een politiek overlegplatform voor progressieve en socialistische partijen in de regio.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?