Brabo-fontein in Antwerpen herinnert wat te doen met reuzen die tol eisen van gewone mensen
Op een avond, toen de Schelde traag langs Antwerpen schoof en de kasseien van de Grote Markt nog warm waren van de dag, gebeurde er iets vreemds. Voor het stadhuis lag de Grote Markt erbij zoals alleen de Grote Markt dat kan. Schoon, koppig, een beetje ijdel.
In het midden stond de Brabo-fontein, met die eeuwige arm in de lucht, alsof Antwerpen zichzelf al eeuwen herinnert aan wat men moet doen met reuzen die tol eisen van gewone mensen. Den Engel en Den Bengel lagen naast elkaar. Twee cafés die, beter dan menig partijprogramma, uitleggen wat een stad is: een plek waar de heilige en de lastigaard naast elkaar mogen bestaan.
Een stad is niet van wie haar bestuurt
Voor het plein stonden mensen om hun stem te laten horen. Met borden, rode banden, zachte woede en het soort moed dat groeit wanneer mensen ontdekken dat ze niet alleen zijn.
Antwerpen bewees dat men voor een nachtmerrie geen oceaan hoeft over te steken
Plots bewoog er iets boven de gevels. De geest van Brabo werd wakker. Hij had lang geslapen onder de stad, ergens tussen Schelde, slib en herinnering. Hij had dokwerkers gehoord, moeders, marktkramers, nieuwkomers, stakers, kinderen, dichters en mensen die niets meer hadden behalve elkaar. “Wat gebeurt hier?”, bromde hij.
De burgemeester stapte naar voren, gehuld in een mantel van mist en mooie woorden. “Alles is onder controle,” zei ze. “Een lokale kwestie. Een moeilijke stemming. Een genuanceerd verhaal.”
Brabo keek naar de rand van het plein. Gemaskerde politiemensen in donkere T-shirts liepen tussen burgers. Sommigen herkenbaar, anderen nauwelijks. Metallica op de rug, masker voor het gezicht, gezag zonder gezicht bij een plein waar mensen net hun gezicht kwamen tonen.
Antwerpen bewees dat men voor een nachtmerrie geen oceaan hoeft over te steken. Een paar kasseien volstaan. Toen klonk geroep. Mensen werden weggeleid. Een voorzitter werd opgepakt. De avond verloor iets van haar onschuld.
“De democratie heeft gesproken,” zei de burgemeester. “Wie sprak er mee?” vroeg Brabo. “Extreemrechts,” zei iemand achteraan. Het werd stil tussen Den Engel en Den Bengel.
Brabo keek naar zijn standbeeld, dat daar al die tijd met opgeheven arm stond. Zelfs steen leek die avond te willen tussenkomen. “En jullie noemen dat gewoon bestuur?”
Kan een coalitie, waarbij één partij zich laat rechthouden door extreemrechts, gewoon verder?
Daar lag de vraag nu, vlak bij de Grote Markt, tussen de terrassen, de kasseien, de fontein en de ramen van het stadhuis. Kan een coalitie, waarbij één partij zich laat rechthouden door extreemrechts, gewoon verder? Kan een democratische meerderheid nog geloofwaardig verder, wanneer sommige partijen tegelijk tonen dat hun steun bruikbaar wordt zodra de rekensom moeilijker uitvalt? Denken partijen echt dat men zo kiezers overtuigt richting 2029?
“Zo bouwt men geen dam”, zei Brabo. “Zo geeft men de reus een gratis rondleiding.”
Een man uit de groep stapte naar voren. “De volgende keer draag ik een petje van Duvel, een T-shirt van Pearl Jam, een rode band van het ABVV rond mijn arm en misschien ook een masker voor mijn gezicht. Dan kunnen ze rustig onderzoeken welk deel van mij de openbare orde bedreigt. Mijn biercultuur? Mijn muzieksmaak? Mijn syndicale kleur? Mijn gezicht? Of gewoon het feit dat ik niet alleen ben?”
Uit de voegen tussen de kasseien kwamen stemmen. Oude stemmen. Nieuwe stemmen. Antwerpse, Brusselse, Waalse, Vlaamse, vreemde en vertrouwde stemmen. Stemmen van mensen die ooit aan dat plein stonden om te vieren, te rouwen, te eisen, te zingen of iemand vast te houden.
“Een stad is niet van wie haar bestuurt”, fluisterden de kasseien. “Een stad is van wie haar draagt.” Brabo glimlachte. “Daar begint solidariteit.”
Niet in grote woorden. Niet in nette verklaringen. Solidariteit begint wanneer iemand blijft staan naast iemand anders. Wanneer een mens zegt: uw pijn mag niet uit het straatbeeld worden geduwd omdat ze mij slecht uitkomt. Wanneer angst kleiner wordt omdat ze gedeeld wordt.
Welterusten partijvoorzitters
De nacht viel over Antwerpen. De kathedraal wees naar de hemel, Den Engel schonk nog een glas, Den Bengel maakte een slechte grap, Brabo hield zijn arm koppig in de lucht en de Schelde stroomde verder, zoals ze altijd doet wanneer bestuurders denken dat zij de richting bepalen.
Brabo boog zich over de stad. “Welterusten, partijvoorzitters”, zei hij. Zijn stem rolde over de daken, langs de Schelde, door Wetstraat en kabinetten, tot in slaapkamers waar telefoons op nachtkastjes lagen te trillen.
De partijvoorzitters die dit ernstig nemen, moeten nu maar eens naar voren stappen
“Welterusten aan wie denkt dat Antwerpen morgen wel weer overwaait. Welterusten aan wie bestuurt met partijen die lokaal de grens met extreemrechts laten vervagen. Welterusten aan wie straks opnieuw campagne voert tegen extreemrechts, nadat vandaag is getoond hoe soepel die grens wordt wanneer macht lonkt. Welterusten aan wie liever schaamlapje blijft dan ruggengraat toont.”
De partijvoorzitters die dit ernstig nemen, moeten nu maar eens naar voren stappen. Niet met een zin voor de camera, niet met een zucht achter gesloten deuren, niet met bezorgdheid die verdwijnt zodra de vergadering begint. Naar voren. Zichtbaar. Hoorbaar. Met het besef dat stilte soms ook een handtekening is.
Aan de rand van de Grote Markt stonden nog altijd mensen. Kwetsbaar, kwaad, warm, koppig. Mensen die voelden dat democratie niet woont in marmer, maar op kasseien. Mensen die begrepen dat solidariteit geen oud woord is, maar een hand op een schouder wanneer de nacht te zwaar wordt.
Antwerpen sliep die nacht niet meteen. De stad luisterde. Naar de Schelde. Naar de kasseien. Naar Den Engel en Den Bengel. Naar Brabo, die zijn arm niet liet zakken omdat sommige gebaren eeuwen later nog altijd moeten zeggen dat niemand tol mag eisen op de vrijheid van gewone mensen.
De kasseien hielden hun adem in. Toen klonk, heel zacht, bijna teder, maar scherp genoeg om de nacht open te snijden: “Mevrouw de burgemeester, slaap zacht.”
Slaap zacht in uw nette bedden van nuance, met uw telefoons op stil en uw verklaringen voor morgenvroeg al half klaar. Maar onthoud dit. Een stad ziet meer dan u denkt. Kasseien vergeten minder dan u hoopt. En wie vandaag zwijgt wanneer extreemrechts mee de deur openhoudt, moet morgen niet verbaasd zijn wanneer de tocht door het hele huis jaagt.
Welterusten, partijvoorzitters.
Wij blijven wakker.