Opinie

Beste Zuhal Demir, een school is geen onderneming

Afbeelding
Bron: Terzake 22 mei 2025
Bron: Terzake 22 mei 2025
“Ik merk dat mijn geduld slijt", reageert Serge Renson, een ervaren leraar, in een open brief op de besparingen in het onderwijs van minister Zuhal Demir. Hij vraagt zich af of er nog ruimte is voor menselijkheid in een beleid dat vooral vertrouwt op managementtaal, efficiëntie denken en publieke profilering?

Mevrouw de minister,

Ik schrijf u niet uit impuls. Mensen die meer dan vierendertig jaar voor een klas hebben gestaan, leren zichzelf af om impulsief te reageren. Geduld wordt in het onderwijs geen deugd meer; het wordt een tweede skelet. Men draagt het dag na dag mee, ook wanneer systemen kraken, hervormingen over elkaar buitelen en beleidsmakers spreken over ‘efficiëntie’ alsof kinderen boekhoudkundige posten zijn.

Ik heb generaties leerlingen zien komen en gaan. Ik heb de stille leerlingen zien openbloeien, de moeilijke leerlingen zien rechtkrabbelen, de gekwetste leerlingen zien ademen wanneer eindelijk iemand de tijd nam om hen ernstig te nemen. Onderwijs speelt zich zelden af in slogans. Het gebeurt in nuances, in vertraging, in aandacht. In het geduld van een leraar die begrijpt dat een kind geen spreadsheet is.

Daarom verontrusten uw recente beslissingen mij niet alleen als leerkracht, maar als burger. Wanneer dispensaties en redelijke uitzonderingen steeds meer worden voorgesteld als tekenen van laksheid of overmatige toegeeflijkheid, dan verdwijnt iets fundamenteels uit het onderwijs: het vermogen om onderscheid te maken tussen gemakzucht en noodzakelijke zorg. Niet elke uitzondering is een verzwakking van kwaliteit. Soms is ze precies het tegenovergestelde: een poging om menselijkheid overeind te houden binnen een systeem dat steeds minder ruimte laat voor complexiteit.

Ook de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken baart mij ernstige zorgen

Een leerling met zware angstproblemen, een jongere die tijdelijk vastloopt, een kind dat om medische of psychologische redenen niet volledig mee kan, dat zijn geen administratieve hinderpalen. Dat zijn mensen. Een school die geen ruimte meer krijgt om daar verstandig mee om te gaan, verliest langzaam haar pedagogische ziel.
Ook de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken baart mij ernstige zorgen.

Men spreekt over ‘flexibilisering’, over ‘efficiëntere organisatie’, over grotere groepen en graadklassen alsof dit neutrale technische ingrepen zijn. Maar woorden kunnen de werkelijkheid slechts tijdelijk verbergen. Iedereen in het onderwijs begrijpt wat hier gebeurt: men bespaart. Men bespaart fors. En opnieuw gebeurt dat op een plaats waar ontmoeting, gesprek en reflectie centraal zouden moeten staan.

Levensbeschouwing is niet alleen een vak. Het is voor veel leerlingen één van de weinige momenten waarop nog gesproken mag worden over twijfel, afkomst, dood, geweten, identiteit, eenzaamheid of verantwoordelijkheid. In een tijd waarin jongeren steeds meer verdwaald raken in snelheid, schermen en een permanente prestatiedruk, lijkt het mij een merkwaardige keuze precies die ruimte te verkleinen.

Grotere groepen betekenen minder gesprek. Minder veiligheid. Minder vertrouwen. Minder individuele aandacht. Dat weet iedere leraar. Daar bestaat geen ideologisch debat over; dat is dagelijkse ervaring.

Kinderen herinneren zich zelden de efficiëntie van een systeem

Wat mij misschien nog het meest treft, is de toon die steeds vaker rond onderwijs hangt. Alsof professionaliteit van leraren vooral bestaat uit het zonder morren uitvoeren van steeds nieuwe organisatorische ingrepen. Alsof ervaring nauwelijks nog gewicht heeft. Alsof mensen die decennialang voor klassen hebben gestaan eerst moeten bewijzen dat hun bezorgdheid rationeel genoeg is om gehoord te worden.

Ik ben altijd een geduldige leraar geweest. Misschien té geduldig. Ik heb hervormingen overleefd die elkaar tegenspraken. Ik heb besparingen meegemaakt die men ‘modernisering’ noemde. Ik heb beleidsnota’s gelezen waarin prachtige woorden langzaam veranderden in uitgeholde gangen op scholen waar niemand nog tijd had.

Maar ik merk dat mijn geduld slijt. Niet omdat verandering onmogelijk zou zijn. Onderwijs moet evolueren. Natuurlijk. Maar omdat redelijkheid en professionaliteit steeds moeilijker te vinden lijken in een beleid dat vooral vertrouwt op managementtaal, efficiëntie denken en publieke profilering.

Een school is geen onderneming. Een leerling is geen rendement. Een leraar is geen uitvoerend onderdeel van een communicatiestrategie.

Misschien is dat uiteindelijk waar deze discussie werkelijk over gaat: over de vraag of onderwijs nog een menselijke ruimte mag blijven, met alle traagheid, imperfectie en nuance die daarbij horen.

Na vierendertig jaar in het onderwijs weet ik één ding zeker: kinderen herinneren zich zelden de efficiëntie van een systeem. Ze herinneren zich wel de volwassenen die tijd voor hen maakten.

Ik hoop dat die gedachte nog ergens plaats heeft in het beleid dat vandaag over onze scholen wordt uitgerold.
 

Steun ons hier!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?