De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
De 'neutraliteit' van Eurovisie is allang niet meer geloofwaardig
Midden mei was jarenlang mijn favoriete moment van het jaar. Dan kroop ik met een warme kop kamillethee in de zetel, televisie aan en notitieboekje in de hand om de deelnemers van het Eurovisiesongfestival genadeloos te beoordelen - beter dan Peter Van de Veire ooit zou kunnen. Maar telkens wanneer Israël in beeld kwam, zapte ik weg. Ik hoefde hun optreden niet te zien. Als Arabische diaspora zijnde vroeg ik me al langer af waarom een staat die mijn volk onderdrukt überhaupt deel uitmaakt van een wedstrijd die zegt diversiteit, vrede en verbondenheid te vieren.
Toen de genocide in Gaza begon en de Europese Unie, ondanks massaal protest, weigerde Israël uit te sluiten van het Eurovisiesongfestival - terwijl Rusland eerder wél werd uitgesloten - kantelde er iets voor mij. Vanaf dat moment besloot ik mijn televisie niet meer aan te zetten voor een liedjeswedstrijd die wegkijkt voor genocide, terwijl duizenden Palestijnen onder het puin verdwijnen.
Wat zou het betekenen voor de geloofwaardigheid van de Europese identiteit mocht Israël winnen?
Vele mensen kijken nog steeds naar de liedjeswedstrijd, ondanks de controverse rond Israëls deelname aan het Eurovisiesongfestival. De wedstrijd presenteert zichzelf graag als een symbool van Europese verbondenheid, inclusiviteit en gedeelde waarden. Maar wat zou het betekenen voor de geloofwaardigheid van de Europese identiteit mocht Israël winnen?
Europese identiteit is politiek
Het Eurovisiesongfestival dankt zijn naam aan het Eurovision TV Distribution Network, opgericht door de European Broadcasting Union in 1956. Het festival ontstond in de nasleep van de wereldoorlogen, met een duidelijke politieke en culturele ambitie: een verscheurd Europa opnieuw dichter bij elkaar brengen via muziek. Eurovision moest meer zijn dan entertainment alleen. Het moest sociale cohesie stimuleren, verbroedering bevorderen en bijdragen aan het idee van een gedeelde Europese identiteit. Eurovision - in tegenstelling tot de EBU’s zelfverklaarde neutraliteit - is dus altijd al politiek geweest en stond in teken van wereldburgerschap. Maar wat betekent die Europese identiteit vandaag nog precies?
Europese verbondenheid en identiteit is namelijk nooit een vanzelfsprekend of natuurlijk gegeven geweest. In de woorden van Jean Monnet (1950) moest Europa als project bewust opgebouwd worden. Volgens het politieke tijdschrift SamPol is Europa dan ook een sociale constructie: een idee dat voortdurend vorm krijgt door de samenlevingen die er deel van uitmaken. De Europese Unie presenteert zichzelf daarom niet enkel als een economisch samenwerkingsverband, maar ook als een gemeenschap gebaseerd op waarden zoals vrijheid, rechtvaardigheid, solidariteit en mensenrechten. Naar buiten toe wil de EU een actor zijn die internationaal recht respecteert, armoede bestrijdt en wederzijds respect tussen volkeren bevordert.
De zogenaamd “neutrale” houding van de European Broadcasting Union roept vandaag veel vragen op
Volgens het kennisplatform NPO Kennis gebruiken landen Eurovision al sinds zijn ontstaan om internationale aandacht te vragen voor hun nationale context, trauma’s of politieke spanningen. Die verbondenheid leek nog voelbaar in 2009, toen de Palestijnse Mira Awad samen met de Joodse Noa Israël vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival. Hun nummer werd gezongen in het Engels, Hebreeuws en Arabisch en bracht een expliciete boodschap van vrede tussen Palestijnen en Israëli’s. Politiek was bij Eurovision toen dus duidelijk geen probleem, integendeel, het werd gepresenteerd als een kracht van verbinding.
Net daarom roept de zogenaamd “neutrale” houding van de European Broadcasting Union vandaag zoveel vragen op. Want als het Songfestival echt apolitiek is, waarom werden eerdere politieke boodschappen wel toegelaten?
Hypocriete neutraliteit
Die zogenaamde neutraliteit blijkt namelijk opvallend selectief. NPO Kennis geeft aan dat Palestijnse vlaggen, uitspraken of beelden worden gecensureerd omdat ze zogezegd “te politiek” zouden zijn, terwijl Europese en vooral Oost-Europese landen jarenlang veel explicietere politieke boodschappen konden verwerken in hun acts. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Eurovision meermaals een podium voor spanningen tussen Rusland en Oekraïne. Oekraïense inzendingen verwezen openlijk naar Russische agressie of nationale strijd, soms subtiel, soms nauwelijks verhuld. Dat leidde hoogstens tot kleine tekstaanpassingen, maar nooit tot dezelfde morele paniek of systematische disciplinering die Palestijnse solidariteit vandaag oproept.
Alsof politieke pijn enkel legitiem is wanneer ze binnen herkenbare, witte Europese referentiekaders past
Dat de EBU halsstarrig blijft volhouden dat Eurovision apolitiek is, terwijl politieke boodschappen selectief worden toegestaan of gecensureerd, toont vooral hoe broos die zogenaamde neutraliteit eigenlijk is. Neutraliteit blijkt geen afwezigheid van politiek, maar een keuze over welke politiek aanvaardbaar wordt geacht.
En precies daar wordt Eurovision een spiegel van bredere Europese machtsverhoudingen. Sommige politieke gevoeligheden worden binnen Europa gezien als begrijpelijk, menselijk en zelfs cultureel waardevol, terwijl andere meteen worden weggezet als bedreigend, te emotioneel of 'te controversieel'. Alsof politieke pijn enkel legitiem is wanneer ze binnen herkenbare, witte Europese referentiekaders past.
Het israëlische Songfestival
“Israël heeft het Songfestival ontegensprekelijk politiek geïnstrumentaliseerd en gekaapt. De EBU, en ook de meeste ledenomroepen, staan erbij en kijken ernaar”, stelde de hoofdredacteur van Songfestival.be. Mocht Israël winnen, dan zou dat daarom veel meer betekenen dan een overwinning in een muziekcompetitie. Het zou symboliseren dat Europa bereid is zijn eigen waarden flexibel toe te passen wanneer economische belangen, geopolitieke allianties of herkenbare machtsstructuren op het spel staan. Vrijheid, rechtvaardigheid, solidariteit en mensenrechten - de waarden waarmee Europa zichzelf graag definieert - zouden dan niet langer universeel lijken, maar afhankelijk van wie ze opeist en welk lichaam ze draagt.
Het probleem is dat Europa zichzelf graag ziet als een moreel project: een gemeenschap gebouwd op lessen uit oorlog, fascisme en mensenrechtenschendingen. Eurovision is daar een cultureel verlengstuk van. Maar wanneer die waarden niet consequent toegepast worden, verandert Europa van een waardenproject in een imagoproject. Dan blijft enkel nog de esthetiek van solidariteit over - regenboogvlaggen, slogans en glitter - zonder de politieke moed die erbij hoort.
Als Europa koste wat kost blijft zingen terwijl Gaza brandt, dan betaalt het die prijs met zijn geloofwaardigheid
Eerlijk? Een deel van mij hoopt bijna dat Israël wint, omdat het Europa zou dwingen in de spiegel te kijken. Niet langer wegduiken achter het woord “neutraliteit”, maar expliciet beslissen welke levens en welke vormen van geweld blijkbaar aanvaardbaar zijn binnen de Europese ruimte. Want elk liedje heeft een prijs. En als Europa koste wat kost blijft zingen terwijl Gaza brandt, dan betaalt het die prijs met zijn geloofwaardigheid.
Jean Monnet zei ooit dat Europa gemaakt moest worden. Vandaag lijkt het alsof Europa zichzelf langzaam verkoopt: niet alleen politiek, maar ook moreel. Als Israël wint, verliest Europa misschien niet meteen een liedjeswedstrijd, maar wel opnieuw een stuk van zijn integriteit. Een Europese identiteit die enkel standhoudt zolang ze geen echte consequenties vraagt, dreigt uiteindelijk niet meer te zijn dan een mooi decor met een fragiele fundering.
Ik zal deze editie alleszins opnieuw onder mijn dekentje kruipen met mijn notitieboekje erbij. Alleen vrees ik dat ik dit jaar maar één score zal moeten uitdelen: nul punten voor Europa.
Steun ons hier!