De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Vrede is niet de stilte tussen twee oorlogen

Afbeelding
Witte duiven aan de Blauwe Moskee in Mazar-i-Sharif, Afghanistan. Foto: Peretz Partensky/CC BY-SA 2:0
Witte duiven aan de Blauwe Moskee in Mazar-i-Sharif, Afghanistan. Foto: Peretz Partensky/CC BY-SA 2:0
De hoop van vrede op aarde - een wens die de Belgische koning in zijn kerstboodschap telkens weer als een blinkend ornament in de boom hangt - wordt graag uitgesproken, maar de realiteit eronder zucht en puft. Jongsocialisten Tyson Kouraichi en Ulla Walravens weigeren zich neer te leggen bij de zogenaamde onvermijdelijkheid van oorlog.

De voorbije maanden is oorlog weer een aanvaardbaar beleidsinstrument geworden. Defensiebudgetten worden verhoogd aan een ongeziene snelheid, herbewapening wordt verkocht als 'nuchter realisme'. Trump zet haast wekelijks een nieuw land op zijn verlanglijst, NAVO-baas Rutte roept ons op ons klaar te stomen voor een oorlog met Rusland en de militarisering gaat zo ver dat rekruteringskraampjes inmiddels een vaste plek hebben op de zondagsmarkt. Oorlog is overal, maar wie vragen durft stellen bij die logica wordt in het debat al gauw als 'naïef' neergezet. 

Er is dit jaar iets fundamenteel verschoven. Waar vrede lang het politieke en morele vertrekpunt was, lijkt het nu de uitzondering. We bevinden ons in een gevaarlijke paradigmawissel: we bereiden oorlog voor in plaats van hem te ontwijken. Maar, vrede is geen toeval, het is een bewuste keuze. 

Als jongsocialisten willen we het debat niet opentrekken over oorlog an sich, maar de normalisering ervan in taal, denken en beleid in vraag stellen. Dit is iets waar wij ons allemaal van bewust moeten zijn, ons tegen moeten verzetten en ons inzetten om die wereldvrede te bereiken. 

De taal van paraatheid 

Wie de kranten openslaat of naar het politieke debat luistert, ziet een nieuwe woordenschat ontstaan. Defensie is ‘top of mind’, wapensystemen worden opgevoerd als redders in de nood en miljardenbudgetten worden met een pennenstreek toegekend. Defensieminister Theo Francken (N-VA) schuift zonder verpinken miljarden richting extra F-35’s en systemen voor luchtverdediging, de grootste defensie-injectie in veertig jaar. 

In Europa, de VS, China en Rusland, waar de defensie-uitgaven blijven doordraaien als een machine die niemand nog lijkt uit te zetten blijven en gezamenlijk de mondiale uitgaven richting 2.600 miljard dollar stuwen. 

De focus is verschoven van preventie naar paraatheid, een systeem dat zichzelf in stand houdt en vooral niet te stoppen is. Er zijn steeds meer militaire budgetten nodig, steeds meer redenen om in wapens te investeren en steeds meer gekken op de wereld die deze oorlogsretoriek realiteit maken. 

De normalisatie van oorlogstaal sijpelt door in het denken van elk van ons. We leven in een herboren Koude Oorlog-narratief waarin de nucleaire dreiging een alledaags gespreksonderwerp is geworden, waarin oorlog zijn schokkende karakter dreigt te verliezen. Angst en acceptatie gaan hierbij hand in hand. 

Vooral bij de jongere generatie nestelt zich een verontrustend wereldbeeld: een wereld waarin oorlog niet langer een fout in het systeem is, maar een logisch onderdeel van de toekomst, een angstbeeld waar wij de kinderen van deze generatie mee laten opgroeien. 

De morele slijtage van aanvaarding 

De kern van het probleem ligt niet in de beleidsbeslissingen zelf, maar in de nonchalance waarmee we oorlog als denkpiste aanvaarden. Waarmee we op de kar springen van sujets als Trump, Poetin en Netanyahu om hun oorlogen en gewelddaden goed te praten. Waarmee oorlog iets normaal is geworden. 

Dit ‘wat als’-denken is overigens diep kwetsend voor zij die de gruwel van oorlog werkelijk hebben ondergaan: de vluchteling die alles verloor, de veteraan met onzichtbare littekens en de burger die tussen de brokstukken van het bestaan overleeft. 

Wat is de belofte ‘Nooit meer oorlog’ nog waard als we elke dag ontwaken en ons mentaal bewapenen met het idee ervan? Vrede verdwijnt niet door één enkel besluit, maar door duizend woorden die de wereld stukje bij beetje anders doen aanvoelen, zonder dat iemand het doorheeft. 

Oorlog is geen natuurverschijnsel dat ons overkomt als een onvermijdelijke storm. Het is een product van menselijk handelen, van keuzes. Toch is vrede momenteel niet aan de orde in de geesten van onze leiders. De redenen hiervoor zijn even cynisch als tastbaar. Achter elke dreiging schuilt immers een economische motivatie. 

De wapenindustrie en haar lobby’s gedijen niet bij stabiliteit, maar bij de onzekerheid die nieuwe miljardeninvesteringen legitimeert. Een angst die zichzelf voedt en een self fulfilling prophecy wordt. Investeringen die niet gaan naar klimaatverandering, ontwikkelingssamenwerking of onderwijs. Tegelijkertijd worden menselijke levens in het geopolitieke schaakspel om energie en grondstoffen gereduceerd tot statistieken in de kantlijn van een machtsbalans. 

Het is bovendien electoraal aantrekkelijker om met stoere taal over nationale veiligheid te scoren dan te pleiten voor het trage, onzichtbare handwerk van diplomatie en internationale verdragen. 

In een tijdsgewricht waarin strijdlust wordt verward met realiteitszin zijn de echte rebellen niet zij die de trom roeren voor meer bewapening. Sommigen zien deze wapens als noodzakelijke afschrikking, een waakhond tegen een agressieve buurman. Al zijn die argumenten niet onomstotelijk. Herbewapening glijdt gemakkelijk weg in een cyclus van wantrouwen en escalatie, waardoor iedereen onveiliger wordt. 

De ware dissidenten zijn zij die weigeren om oorlog als een voldongen feit de kamer binnen te laten. Deze rebellen herkennen oorlog voor wat het is: een sociale constructie. Zij staan op, poetsen hun tanden en drinken hun koffie, doen de boodschappen in de Colruyt en zetten die netjes in de koelkast. Maar terwijl iedereen zich op een oorlog voorbereidt, doen zij iets anders. 

Zij factchecken de oorlogsretoriek, ontmantelen de simplistische vijandbeelden, zoeken nuance op plaatsen waar anderen roepen, en blijven koppig spreken over diplomatie wanneer het koor om bewapening zwelt. Zij weten dat een wereld van conflict eerst wordt gebouwd in woorden en beelden voordat ze op het slagveld verschijnt. 

Hun verzet is intellectueel en vurig: zij blijven de vrede benoemen, doordenken en verdedigen, net op het moment dat de publieke opinie hen wegzet als naïef. Als wij in staat zijn om met onze taal een vijandbeeld te construeren, zijn we evengoed in staat om met diezelfde taal een architectuur van vrede te ontwerpen. Tegenover de logica van escalatie rest ons de weigering. Vrede is geen passieve rustpauze of een toevallige afwezigheid van geweld. Het is een dagelijkse inspanning die moed vereist. 

De Nederlandse filosoof Baruch Spinoza (1632-1677) herinnerde ons er al aan dat vrede geen afwezigheid van oorlog is, maar een deugd voortkomend uit durf. Dit moet elk van ons elke dag tonen, durf om zich te verzetten tegen het gangbaar denken, durf om zich te verzetten tegen de oorlogsretoriek waar aan de keukentafel, in scholen en dagelijks op het nieuws over wordt gesproken. 

Daarom is het aan ons om van beleidsmakers meer te eisen dan alleen wapens en drones. We moeten diplomatieke creativiteit afdwingen en weigeren de taal van de onvermijdelijkheid nog langer te spreken. Kies in elk gesprek voor de optie die de 'pauzeknop' weer transformeert tot de norm. 

Vrede is niet de korte stilte tussen twee oorlogen. Het is het enige scenario dat een toekomst verdient.

 

Afbeelding
Word DWM Bondgenoot
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?