Neuropsycholoog Michael Portzky onderzocht 800 leerkrachten uit 32 scholen én een controlegroep. Zijn conclusie, die in Het Laatste Nieuws verscheen is onthutsend: 55 procent van de leerkrachten scoort boven de alarmdrempel voor burn-out.
Opvallend: vooraf was afgesproken dat het onderzoek kon dienen om de problematiek bij de overheid aan te kaarten. Maar de resultaten waren zo confronterend dat de betrokken scholengroep nu zwijgt, uit vrees voor reputatieschade. Dat zegt veel over hoe gevoelig dit thema ligt.
Als je 100 willekeurige Vlamingen op straat test, scoren leerkrachten slechter dan 90 van hen
De vergelijking met andere sectoren is pijnlijk. Als je 100 willekeurige Vlamingen op straat test, scoren leerkrachten slechter dan 90 van hen. Zelfs wie zich nog 'prima' voelt, tilt de groep niet op. De gesteldheid van werknemers die nu in het onderwijs 'normaal' is, zou elders reden zijn om thuis te blijven.
Wat Portzky in scholen ziet, noemt hij “neurologische kortsluiting”. Leerkrachten die tijdens vergaderingen wegzinken in hun smartphone, niet meer reageren op mails van ouders, roddelen in geheime chatgroepen, of zelfs openlijk ontploffen tegen collega’s. Niet uit onwil, maar uit uitputting.
Prikkels worden te veel. Lawaai in de klas of de zoveelste ping van Smartschool kan iemand in een primitieve verdedigingsmodus duwen. Als het brein het niet meer kan volgen, komt de rekening ook lichamelijk: hartkloppingen, spierpijn, extreme vermoeidheid en een lijf dat niet meer herstelt.
Eén op negen leerkrachten grijpt naar antidepressiva om de dag door te komen
Eén op negen leerkrachten grijpt naar antidepressiva om de dag door te komen. Dit is meer dan in de rest van de beroepsbevolking. En Portzky benadrukt dat dit nog maar het topje van de ijsberg is: wie al thuiszit met burn-out zit niet in de cijfers, en wie écht diep zit vult vaak geen vragenlijst meer in.
De Motivatiemonitor, een jaarlijks rapport over mentaal welzijn in onderwijs, bevestigde eind 2025 deze cijfers. In dat rapport zegt één op de drie leerkrachten zwaar mentaal uitgeput te zijn.
Onderwijs vertoont bovendien de meeste werkstressklachten van alle sectoren: 45 procent. Bij 17 procent van de leerkrachten worden burn-outsymptomen gemeten. Dat vertaalt zich in ziekte: bijna 5 procent zit thuis, en bij oudere leerkrachten loopt dat op tot 10 procent.
Andere onderzoeken leggen dezelfde zenuw bloot. De Arteveldehogeschool stelde in 2023 vast dat 45 procent tijdens de werkdag in overlevingsmodus zit en 63 procent voelt zich leeg op het einde van de schooldag. In andere sectoren is dat slechts één op de vijf werknemers.
Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat één op vijf concreet denkt aan stoppen met lesgeven. En dat in een systeem dat nu al kampt met structurele tekorten en vervangingsproblemen.
Waarom het fout loopt
De werkdruk is meetbaar hoog. Een grootschalig tijdsonderzoek uit 2018 toont dat leerkrachten gemiddeld 42 uur per week werken, vakanties inbegrepen, met pieken richting 50 uur in een gewone lesweek. Bijna de helft werkt vaak of altijd na 20 uur.
Ook zondag is voor velen geen rustdag. 45 procent werkt dan geregeld, omdat verbeterwerk, voorbereiding en administratie anders simpelweg niet rond raken. Lesgeven zelf is ook moeilijker en lastiger geworden. Klassen zijn heterogener, zorgnoden nemen toe en leerlingen én ouders zijn mondiger.
28 procent van de starters staat na één schooljaar niet meer voor de klas
Tegelijk voelen leerkrachten meer druk om beslissingen voortdurend te verantwoorden en zich juridisch in te dekken, uit angst voor klachten of procedures.
Portzky wijst ook op het wegvallen van de ‘aan-uit-knop’. Vroeger stopte de schooldag aan de bel. Vandaag eet Smartschool de privétijd op met een eindeloze stroom aan vragen. Daarbovenop komen soms agressieve berichten laat op de avond, bijvoorbeeld over een B-attest.
Leerkrachten voelen ook te weinig bewegingsruimte. Minder dan vier op de tien ervaart echte autonomie in de klas.
Nieuwe taken worden opgelegd zonder dat directie of overheid voldoende uitlegt waarom ze nodig zijn. Als de waarom-vraag ontbreekt, voelt een opdracht snel als planlast: een verplicht nummer dat energie vreet. Zeker als het bovenop een al overvolle agenda komt te liggen.
Starters krijgen het extra zwaar te verduren. Het duurt soms jaren voor beginnende leerkrachten een stabiel vast contract hebben en dus inkomenszekerheid. Met weinig aanvangsbegeleiding is dat een recept voor vroeg afhaken. De cijfers liegen er niet om. Van de instromende leerkrachten staat iets meer dan 28 procent in Vlaanderen een schooljaar later niet meer voor de klas.
Ook organisatie en leiderschap staan onder druk. Door stress, onderbetaling en de algemene malaise is het moeilijk om voldoende bekwame directeurs te vinden. Een derde van de directeurs in basisonderwijs zit in de risicozone voor burn-out, en in 2022 wisselde in bijna de helft van de scholen de directie.
Eén op de tien 55-plussers is wegens ziekte afwezig
Bovenop de werkdruk komt de pensioenhervorming als lont aan het kruitvat. Leerkrachten bouwden tot nu toe sneller een volledig pensioen op dan werknemers in de privésector, maar dat gunstregime verdwijnt. Ook de berekening op basis van de laatste tien loonjaren wordt afgebouwd.
Volgens de vakbonden verliezen leerkrachten daardoor gemiddeld 200 tot 300 euro netto per maand. Bij directies kan dat zelfs oplopen tot 1.000 euro. Wie bijna met pensioen is, wordt door overgangsregels minder hard geraakt, maar midden- en jongere generaties betalen de volle prijs.
Leerkrachten zullen niet alleen minder pensioen krijgen, maar ook langer moeten werken. Dat is problematisch in een beroep waar uitval bij ouderen nu al hoog is: één op de tien 55-plussers is wegens ziekte afwezig. Een hogere pensioenleeftijd dreigt de druk verder op te voeren en tekorten te verergeren.
Wat moet er gebeuren?
De vakbonden hameren al langer op dezelfde nagel: werkdruk omlaag. Minder planlast en administratie, duidelijke kerntaken en structurele ondersteuning. Zeker in scholen met veel zorgnoden is extra omkadering nodig, maar ook elders groeit de druk door ouderverwachtingen en voortdurende verantwoording.
Concreet vragen ze administratieve én zorgondersteuning in elke school, werkbare klassen met realistische maxima, en bescherming voor wie zorg en job combineert. Deeltijds werken mag geen boete worden die later keihard doorweegt op je pensioen. Ook vragen ze opnieuw deftige eindeloopbaanstelsels, omdat langer werken voor iedereen gewoon niet haalbaar is.
Als de pensioenplannen doorgaan, eisen de bonden compensaties, bijvoorbeeld via een groepsverzekering. Zonder zulke correcties wordt de job nog minder aantrekkelijk, net terwijl het onderwijs personeel tekortkomt. De enige echte grondstof die we in België hebben, zijn onze hersenen, en die kweek je niet met uitgebluste leerkrachten die op adrenaline tot de vakantie overleven.
Wat moet er nog gebeuren vooraleer politieke verantwoordelijken wakker schieten bij zulke cijfers?
Minister Zuhal Demir vond er niet beter dan de leerkrachten nog maar eens op te jagen door de facultatieve vrije dag en de pedagogische studiedag te schrappen en de evaluatieperiode voor de examens in te korten. In plaats daarvan zou ze haar energie beter steken in een echte, grondige aanpak van de welzijnscrisis die het onderwijs al jaren teistert. Welzijn blijft de voorwaarde voor al de rest.
We zitten met 55 procent boven de alarmdrempel, een kwart met zware burn-outsymptomen en een uitstroom die al bezig is. Wat moet er nog gebeuren vooraleer politiek verantwoordelijken wakker schieten bij zulke cijfers, en eindelijk structureel ingrijpen?