Onderwijs put uit: één op vier leerkrachten richting burn-out
Alarmerende cijfers
De Motivatiemonitor, een nieuw jaarlijks rapport over het mentaal welzijn van leerkrachten, schetst een heel somber beeld. Bijna een kwart van de 3.503 ondervraagde leerkrachten rapporteert een zeer hoge mate van burn-out-symptomen. Eén op drie zegt zwaar mentaal uitgeput te zijn en één op zes denkt concreet aan stoppen met lesgeven.
Van alle sectoren vertonen de werknemers in het onderwijs de meeste stressklachten (45 procent) en burn-out-symptomen (17 procent). Dat vertaalt zich in hoge afwezigheid wegens ziekte. Bijna 5 procent van de leerkrachten zit thuis wegens ziekte en bij oudere leerkrachten is dat zelfs 10 procent.
Op vlak van mentaal welzijn is het niet overdreven om te spreken van een diepe crisis. Maar liefst 9 op 10 leerkrachten voelen zich ondergewaardeerd.
“Ik raakte niet meer van de tram”
Achter die percentages zitten mensen. Zoals Robine Simons (28), leerkracht Nederlands en leerlingbegeleider voor anderstalige OKAN-leerlingen in Antwerpen.
Ze kreeg in 2019 een burn-out. Ze was 22, kwam rechtstreeks van de lerarenopleiding en startte in september in de B-stroom van een school in het centrum van Antwerpen. In haar stages had ze nauwelijks met zo’n grootstedelijke context kennisgemaakt.
In de B-stroom komen veel zorgnoden samen. Robine merkte dat ze er niet goed mee om kon gaan. Er was weinig begeleiding voor een startende leerkracht en ze wist niet bij wie ze terechtkon. “Ik zag door het bos de bomen niet meer”, zegt ze.
Eén gebeurtenis was “de druppel”. Na een incident in de klas kreeg ze via een familielid van een leerling een Facebook-bericht. Bedreigend: ze wisten waar ze woonde en kenden haar familie. Robine zocht steun, maar kreeg van haar directie te horen dat ze het niet ernstig moest nemen, dat zulke dingen “wel vaker” gebeurden.
Bijna de helft van de leerkrachten werkt vaak of altijd na acht uur ’s avonds. En 45 procent werkt ook op zondag
Ze bleef nog werken, maar het ging elke dag moeilijker. Tot het lichaam stop zei: “Op den duur raakte ik fysiek niet meer van de tram toen die passeerde aan de halte van de school.” De huisarts schreef haar voor langere tijd thuis.
Robine is niet verrast door de huidige cijfers van de Motivatiemonitor. Ze ziet het ook bij vrienden voor de klas. De druk ligt hoog “in elke context”: in stedelijke scholen door de grote zorgnoden, elders door druk van ouders. Ze ziet collega’s die een extra studie volgen om te kunnen uitwijken naar een andere sector.
Vakbonden hameren al langer op dezelfde nagel: werkdruk omlaag. Zij wijzen naar het lerarentekort, het groeiende aantal leerlingen met een rugzakje in het gewone onderwijs en de "eindeloze administratie”.
Dat is ook meetbaar. Een grootschalig tijdsonderzoek uit 2018 toont dat leraren – vakantieperiodes inbegrepen – gemiddeld 42 uur per week werken, met pieken van bijna 50 uur in een gewone lesweek. Bijna de helft werkt vaak of altijd na acht uur ’s avonds. En 45 procent werkt ook op zondag.
Leeg
De Motivatiemonitor meet niet alleen ‘gevoelens’, maar ook gevolgen. Een op de drie (31 procent) zegt dat het werk zo zwaar weegt dat ze cognitief slechter presteren.
Volgens een onderzoek van de Arteveldehogeschool in 2023 zit 45 procent van de leerkrachten tijdens de werkdag in overlevingsmodus en voelt 63 procent zich leeg op het einde van de schooldag. In andere sectoren is dat slechts één op de vijf.
Dat is niet alleen slecht nieuws voor de leerkracht, maar ook voor de leerlingen: wie voortdurend moe is, kan minder helder uitleggen, minder geduldig reageren en minder creatief lesgeven.
Minder dan vier op tien leerkrachten ervaart een sterke mate van autonomie in de klas
En wie eenmaal begint te dromen van een andere job, keert niet vanzelf terug. Naast de 17 procent die daadwerkelijk wil stoppen, denkt nog eens 21 procent er ‘gemiddeld’ over na. Samen is dat een gevaarlijke barst in een onderwijslandschap dat al met serieuze leraar-tekorten kampt.
De druk weegt extra zwaar op starters. Voor beginnende leerkrachten duurt het soms jaren voor ze een stabiele en volledige betrekking, en dus een zeker inkomen, hebben. Tel daar weinig aanvangsbegeleiding bij, en je krijgt een recept om af te haken nog voor iemand goed en wel geland is.
De cijfers liegen er niet om. Van de instromende leerkrachten staat iets meer dan 28 procent in Vlaanderen een schooljaar later niet meer voor de klas.
Pijnpunten
De Motivatiemonitor vertrekt vanuit het ABC-model. Om goed te functioneren hebben leerkrachten namelijk drie psychologische basisbehoeften: Autonomie, verBondenheid en Competentie.
Net daar knelt het. 85 procent van de leerkrachten met een hoog burn-out-risico scoort slecht op die drie pijlers. Bij wie overweegt het onderwijs te verlaten, geldt hetzelfde: 83 procent ervaart sterke frustratie op die domeinen.
Opvallend: leerkrachten scoren hoog op verbondenheid. 78 procent voelt zich sterk verbonden met collega’s, 86 procent met leerlingen. Maar autonomie blijft achter: minder dan vier op tien van de leerkrachten ervaart een sterke mate van autonomie in de klas.
Leerkrachten krijgen bijvoorbeeld nieuwe taken, terwijl directie en overheid te weinig uitleggen waarom iets moet. Als de ‘waarom’-vraag niet beantwoord wordt, voelt een opdracht als planlast: een verplicht nummer dat energie vreet.
Motivatiepsycholoog Vansteenkiste verwijst in dat verband naar de nieuwe ambitieuze minimumdoelen in het lager onderwijs. Die zijn welkom, zegt hij, maar de begeleiding bij de uitrol is essentieel. Anders duw je leerkrachten “zonder zwembandjes in een zwembad”.
Door de aanhoudende malaise, grote stress en onderbetaling is het heel moeilijk om voldoende bekwame directeurs te vinden
Een ander pijnpunt is zich competent voelen voor de klas. Slechts 61 procent zegt zich “zeer bekwaam” te voelen. Wie niet zeker is of hij een klas rustig kan houden of leerlingen kan motiveren, ervaart stress. In dat verband wijst onderwijsminister Zuhal Demir geregeld op orde en structuur. Zij is voorstander van het strenge Engelse model. Maar “streng zijn om de vorm” is volgens Vansteenkiste achterhaald.
Externe beloningen of dreigende sancties activeren leerlingen wel, maar niet duurzaam. Duurzamer is dat leerlingen regels volgen, omdat ze de meerwaarde begrijpen: je legt uit, bouwt relatie op, en zoekt samen naar oplossingen als regels systematisch overtreden worden.
Betere werkorganisatie
De Motivatiemonitor toont verschillen tussen onderwijsniveaus. In het secundair onderwijs hebben leraren vaak veel verschillende klassen. Dat zorgt voor minder tijd om relaties op te bouwen. In het basisonderwijs staat een leraar langer voor dezelfde groep, wat verbondenheid makkelijker maakt.
Het Netwerk Warme Scholen zet beleidsgericht in op scholen waar welzijn van leerlingen én leerkrachten centraal staat, vanuit dat ABC-model. In de scholen die deelnamen aan de studie, hebben leerkrachten 50 procent meer kans dat hun basisbehoeften worden vervuld.
Robine benoemt precies dat verschil. Na een extra studie en een tussenperiode in een andere school vond ze haar plek in De Resonant in Antwerpen. “Hier wordt heel hard voor het team gezorgd.” Als ze een babbel nodig heeft, kan ze gewoon bij de directeur terecht. Dat geeft ademruimte en veiligheid.
De onderwijsminister zou haar energie beter steken in een echte, grondige aanpak van de welzijnscrisis die het onderwijs al jaren teistert
Een goed management is hier essentieel en daarmee bots je meteen op een ander belangrijk pijnpunt. Door de aanhoudende malaise, grote stress en onderbetaling is het heel moeilijk om voldoende bekwame directeurs te vinden.
Een derde van de directeurs uit het basisonderwijs zit in de risicozone voor een burn-out en heel wat directieleden houden het niet lang vol. In 2022 was er in bijna de helft van alle scholen een wissel van de wacht.
Opdracht voor de minister
Waar haar voorganger Ben Weyts niet uitblonk in daadkracht, legt Zuhal Demir grote ijver aan de dag. Op enkele maanden tijd heeft ze al heel wat maatregelen genomen. Denk onder andere aan het smartphoneverbod op school, het inductiejaar voor starters, hervorming van de inspectie, hoger inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs en het actieplan over gedrag en tucht.
Maar los van het feit dat het lang niet allemaal goede maatregelen zijn, zou ze haar energie beter steken in een echte, grondige aanpak van de welzijnscrisis die het onderwijs al jaren teistert. Welzijn is de voorwaarde voor al de rest.
“Politici hameren terecht op het belang van kwalitatief onderwijs in ons land. Maar die kwaliteit kunnen we alleen garanderen als we voldoende gekwalificeerde en enthousiaste personeelsleden hebben”, zegt Koen Van Kerkhoven, secretaris-generaal van de christelijke onderwijsvakbond terecht.
De werkdruk moet omlaag en de job aantrekkelijker. Minister Demir, maak er werk van!
Lees ook:
1 op 5 leerkrachten overweegt onderwijs te verlaten: je zou voor minder staken