Industrie in crisis (3): Het klimaatbeleid staat onder druk
Europa moet de totale uitstoot van broeikasgassen met 90 procent dalen tegen 2040, dat werd in november nog eens bevestigd. De Europese Commissie besliste toen onder druk van de industrie dat 5 procent van die reductie elders in de wereld mag gebeuren, samen met nog enkele andere geitenpaadjes.
Bovendien staat er dit jaar een herziening van de koolstofmarkt voor bedrijven (EU ETS1) op de agenda. Het EU ETS is het Europese emissiehandelssysteem: bedrijven moeten voor hun uitstoot emissierechten inleveren, waardoor CO₂ een prijs krijgt. Volgens de huidige tijdlijn worden de beschikbare emissierechten afgebouwd tot er vanaf 2039 nagenoeg geen meer overblijven. Ook de gratis uitstootrechten zullen daarbij verdwijnen. Vanaf dan moet elke ton CO₂ uitstoot gecompenseerd worden met een vorm van negatieve emissies, koolstofopslag dus. Een versoepeling van de timing kan de industrie toelaten om grote investeringen nog wat uit te stellen.
Markus Kamieth, CEO van het veelgeplaagde BASF én voorzitter van lobbygroep CEFIC, kloeg in een interview met de Financial Times uitgebreid over de kosten die deze Europese koolstofmarkt met zich meebrengt. Hij stelt dat bedrijven alleen in Europa voor deze uitstoot moeten betalen en pleit voor een hervorming van het hele systeem.
Het kunnen ontwijken van klimaatkosten heeft er mogelijk voor gezorgd dat er nauwelijks klimaatinvesteringen werden gedaan
Carbon Market Watch weerlegt in een studie uit 2024 echter de claim dat het Europese emissiesysteem aan de basis ligt van de malaise in de sector. Volgens de organisatie hebben de 83 chemische installaties in België de voorbije jaren structureel meer gratis emissierechten ontvangen dan nodig was, waardoor ze effectief geen koolstofprijs betaalden. Ze stellen omgekeerd dat het kunnen ontwijken van dat soort kosten er mogelijk net voor gezorgd heeft dat er nauwelijks klimaatinvesteringen werden gedaan.
ETS stond ook centraal op de Europese top van de industrie deze week. België heeft nog geen standpunt over de toekomst van ETS. Over de Europese milieu- en klimaatregelgeving zei premier Bart De Wever (N-VA) in een interview met VRT NWS wel dat Europa zich moet blijven houden aan de eigen klimaatdoelstellingen. Tegelijk vindt hij dat "we grote morele principes hebben in Europa, en die zijn belangrijk, maar als je altijd de vriendelijkste en de properste wil zijn van de hele wereld, dan maak je het je bedrijven te moeilijk."
Er gaan wel degelijk stemmen op om de klimaatdoelstellingen los te laten. “Is het realistisch om in Europa tegen 2050 de laatste 20 procent van onze uitstoot te elimineren?” vroeg energie-expert Andreas Tirez zich onlangs af in De Tijd.
Pieter Vingerhoets van EnergyVille merkte op LinkedIn droogjes op dat zelfs bij het laten vallen van alle klimaatdoelstellingen het zeer onzeker is of de industriële activiteit wel in Europa blijft. "Het industriële model van de jaren 90 komt mogelijk nooit terug," stelt hij.
Klimaatdoelen zijn juridische plicht
De Europese regels en daarmee klimaatdoelstellingen loslaten ligt juridisch sowieso erg moeilijk. Na een jarenlange strijd eindigde de Belgische Klimaatzaak in november 2023 met een duidelijk vonnis: de minimale reductiedoelstelling voor broeikasgassen ligt op min 55 procent tegen 2030, in lijn met min 90 procent tegen 2040. Vlaanderen trok naar het Hof van Cassatie tegen de uitspraak, maar dit werkt niet opschortend.
In april 2024 bevestigde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de positieve verplichting van overheden om nationaal klimaatbeleid te ontwikkelen in overeenstemming met onder andere het Verdrag van Parijs. Het Europese Mensenrechtenverdrag impliceert, volgens dit vonnis, “het recht van individuen op effectieve bescherming door overheden tegen ernstige negatieve gevolgen van klimaatverandering voor hun leven, gezondheid, welzijn en levenskwaliteit”.
Om onder klimaatdoelstellingen uit te komen, zouden eerst grote delen van het Europese en internationale rechtsstelsel afgebroken moeten worden.
Het Internationale Gerechtshof van de Verenigde Naties scherpte dat in juli nog wat aan. In een gezaghebbend advies schrijft het onder andere dat de klimaatopwarming beperken tot 1,5 graden Celsius niet optioneel is, zoals politiek soms voorgesteld, maar een rechtsplicht voor VN-lidstaten. Het Hof stelt ook dat deze verantwoordelijkheid van de overheid niet afhangt van wat andere landen doen, en veegt zo een ander klassiek argument van de tafel.
Klimaatdoelstellingen zijn dus minder een politieke keuze dan een algemeen geldende juridische verplichting. Om hier onderuit te komen, zouden eerst grote delen van het Europese en internationale rechtsstelsel afgebroken moeten worden.
Vlaanderen kan, als deelregio van België, deze gerechtelijke uitspraken verder proberen negeren. Sarah Tak van de Klimaatzaak reageert scherp: "Ze ondermijnen daarmee een fundamenteel principe van de rechtsstaat: dat ook de uitvoerende macht aan het recht gebonden is. Buitenlandse voorbeelden tonen aan waar zulk delegitimeren van de rechterlijke macht toe leidt: economische onzekerheid, institutionele erosie en een verminderde bescherming van burgers tegen de staat."
Ook de Europese Centrale Bank bekeek jaren geleden wat er economisch gebeurt wanneer de klimaatdoelstellingen volledig genegeerd worden, onder de noemer ‘hot house world scenario’. Ze wijst erop dat dit op korte termijn misschien voordelig is voor het bruto binnenlands product, maar dat de te verwachten schade uit klimaatrampen dit voordeel volledig wegspoelt. Voor bedrijven betekent dit extreme scenario vooral dat hun winstmarges kelderen en de kans op faillissementen sterk verhoogt.
Uitstel dan?
Er gaan ook stemmen op om de klimaatdoelstellingen partieel uit te stellen of op andere manieren af te zwakken. Maar ook hier wordt het prijskaartje zelden vermeld.
Volgens het IPCC, het wetenschappelijke panel van de Verenigde Naties dat klimaatverandering bestudeert, is de kans om met een hoge waarschijnlijkheid onder de 1,5 graden Celsius opwarming te blijven vorig jaar reeds verlopen. Aan het huidige tempo verdwijnt zulke hoge kans op 2 graden Celsius reeds in 2042.
De negatieve impact is nauwelijks te overzien
Elk uitstel van het internationale klimaatbeleid zet in de praktijk deze virtuele thermostaat nog net iets hoger. Indien de mensheid er niet in slaagt om tot nul broeikasgasemissies te komen, kan de globale klimaatopwarming alleen maar blijven stijgen.
Het Global Tipping Points rapport, een samenwerking van meer dan 160 wetenschappers uit 87 organisaties, geeft een idee wat te verwachten wanneer de klimaatopwarming bijvoorbeeld richting 3 graden zou gaan. Ze verwachten onder meer het instorten van de West-Antarctische ijskap, het stilvallen van de Noord-Atlantische golfstroom en het massaal verdwijnen van gletsjers. De negatieve impact van dat alles op onder andere de water- en voedselvoorziening is nauwelijks te overzien.
De harde realiteit is dat de mensheid en de hele biotoop daarrond aangepast is aan een bepaalde globale temperatuurszone, die nu door eigen toedoen verlaten wordt. De eerste, negatieve gevolgen hiervan worden nu reeds wereldwijd waargenomen en ervaren. Dat kan mede verklaren waarom het politiek in Europa toch niet zo eenvoudig blijkt om de klimaatdoelstellingen te lossen.
Dit artikel is onderdeel van een reeks, lees ook de vorige twee artikels:
Waarom komt de Vlaamse klimaatsprong niet van de grond? | De Wereld Morgen
Industrie in crisis (2): De klok tikt voor de klimaattransitie | De Wereld Morgen
Deze reeks werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.