Analyse

Waarom komt de Vlaamse klimaatsprong niet van de grond?

Afbeelding
De thermische centrale in Taizhou, China, slaat jaarlijks 500.000 ton CO2 op. Foto: Peoples Daily
De thermische centrale in Taizhou, China, slaat jaarlijks 500.000 ton CO2 op. Foto: Peoples Daily
Er worden weliswaar steeds meer middelen ingezet voor de klimaattransitie van de industrie, maar het is niet duidelijk of die middelen wel doeltreffend gaan aangewend worden. De industrielobby wil de kosten voor de uitstap uit de koolstofindustrie afwimpelen over de overheid, op de belastingbetaler. Thomas Goorden, Jelle De Mey en Bart Grugeon Plana zijn zeer kritisch over deze plannen.

In het wellicht erg symbolisch gekozen gebouw van de oude Handelsbeurs in Antwerpen, stelde federaal eerste minister Bart De Wever dat de geboorteplaats van de industriële revolutie geen museum van diezelfde industrie mocht worden, terwijl de toekomst elders wordt gebouwd”. De Wever neemt, met de cijfers over fabriekssluitingen en productiedaling in de hand, zelfs het taboewoord de-industrialisatie” in de mond.

Its the climate, stupid

De Wever zet de vermeende redenen voor deze economische malaise uiteen, waarbij hij zich letterlijk inspireert op de industrielobby zelf: energiekosten, competitiviteit, regelgeving en Chinese dumping. De belangrijkste verklaring, die onder dit alles doorloopt, laat hij echter onvermeld: de steeds problematischer wordende klimaatverandering. 

Voor wie het gemist heeft, de klimaatverandering is ontstaan doordat industriële bedrijven allerlei koolstofhoudende grondstoffen uit de aardkorst hebben gehaald - gas, olie en steenkool - om als energiebron te gebruiken. Of om plastic te maken dat uiteindelijk, zeker in België, wordt verbrand.

Het valt niet te ontkennen dat de komst van de fossiele industrie eind jaren 1960 in Antwerpen, al kwam die een pak later dan de industriële revolutie, voor een enorme welvaartssprong heeft gezorgd. Maar die sprong kwam met een prijs. 

Afbeelding
Menselijke uitstoot broeikasgassen sinds 1850. Tabel: climatechangetracker.org
Menselijke uitstoot broeikasgassen sinds 1850. Tabel: climatechangetracker.org

Al die aangevoerde koolstof wordt immers steevast ook ergens uitgestoten als koolstofdioxide of CO₂. En de hoeveelheid gas die zo reeds uitgestoten werd door de mensheid is voldoende om de gemiddelde temperatuur op aarde te doen stijgen.  Daarbij veroorzaakt die stijging steeds heftiger en frequenter noodweer.

Dat klimaatverandering geen ideologisch probleem is, maar een échte existentiële crisis, wordt al decennialang door de academische wereld aangekaart. Maar ook internationale verzekeringskantoren zoals Munich Re trekken steeds harder aan de alarmbel. Recent lekte een rapport uit van de Britse veiligheidsdiensten dat de ernstige gevaren van klimaatverandering uiteenzet: voedselcrisissen, degradatie van kritieke ecosystemen zoals de regenwouden, enzovoort.

Om die redenen zoekt Europa, samen met vele andere landen en continenten, naar een manier om die klimaatverandering binnen een redelijke grens te houden. In het COP21-klimaatakkoord van Parijs in 2015 werd die stijgingsgrens op 1,5 graden Celsius gelegd. Dat betekent dat er nog maar een beperkte hoeveelheid fossiele koolstof mag bijkomen in de atmosfeer, het zogenaamde koolstofbudget. In 2025 overschreden we reeds dit koolstofbudget, dat ons nog een hoge kans gaf om onder die anderhalve graad opwarming te blijven.

Samengevat zorgt de kosteloze uitstoot van broeikasgassen door de Belgisch-Europese industrie in het verleden voor de hoge kosten van diezelfde uitstoot vandaag. Het zijn net die kosten die Bart De Wever samen met zijn Europese collegas met overheidsgeld, het geld van de belastingbetaler, wil financieren.

De Klimaatsprong

Het is geen geheim dat de Europese industrie worstelt met haar broodnodige klimaattransitie. Ook de Vlaamse regering maakt al enige tijd plannen om onze oude’ industrie het koolstofneutrale tijdperk binnen te loodsen. Zo keurde de Vlaamse regering in oktober 2025 een nieuw vijfjarenplan goed voor de klimaatsprong’ van onze basisindustrie (2). In lijn met de EU Green Deal moeten namelijk ook moeilijk te decarboniseren sectoren als de chemie, raffinage en staalindustrie hun uitstoot met 90 procent doen dalen tegen 2040. 

Op papier klinkt dat streven haalbaar en optimistisch. De zware industrie moet haar productieprocessen massaal met elektriciteit aandrijven, ook zijn hoogovens en zijn krakers (1). Waar dat niet lukt, moet de CO₂-uitstoot aan de schouw afgevangen en opgeslagen worden, de zogenaamde Carbon Capture & Storage (CCS). Waterstof wordt een belangrijke energiedrager van de toekomst. In Vlaanderen zal die gemaakt worden met aardgas maar is het de bedoeling dat de CO2 die daarbij vrijkomt, afgevangen en opgeslagen wordt (zogenaamde 'blauwe' waterstof). 

Maar in de praktijk hebben bedrijven extreme koudwatervrees om in CCS te investeren. Grote investeringen staan on hold (onder andere bij ArcelorMittal in Gent), projecten worden geschrapt (een geplande fabriek van het Deense bedrijf Vioneo in Antwerpen), multinationals kondigen een krimp aan (BASF Antwerpen) of overwegen zelfs om volledig uit Europa weg te trekken (ExxonMobil). 

Ondertussen neemt de industrielobby het Europese klimaatbeleid zelf onder vuur en pleit ze er openlijk voor om de energietransitie ‘uit te stellen’. Samen met de hoge energiekosten zijn de uitstootkosten het meest zorgwekkende waarmee we geconfronteerd worden”, zei bijvoorbeeld Markus Kamieth, ceo van Duitse chemiereus BASF, in de Financial Times.  Europa is de enige regio in de wereld waar bedrijven boetes moeten betalen voor hun uitstoot, waardoor ze volgens Kamieth een aanzienlijk concurrentienadeel” ervaren.

Feit is dat er vandaag een kloof gaapt tussen ambitie en uiteindelijke realisatie. In Vlaanderen werd meer dan de helft van alle innovatieve klimaatprojecten die door bedrijven in de basisindustrie werden aangekondigd, nog niet bevestigd. 

Dus, waarom komt de Vlaamse klimaatsprong niet van de grond? Omdat er achterliggende problemen zijn die niet zomaar op te lossen vallen: de koolstofmarkt, de koolstofopslag, de elektrificatie en het geld dat ervoor nodig is. 

Probleem 1: de koolstofmarkt

In Europa betalen grote bedrijven voor hun CO₂-uitstoot in de Europese koolstofmarkt (EU-ETS)(3). Een systeem dat bedoeld is als stimulans om geleidelijk steeds meer te vergroenen. Alleen, dit systeem werkt minder goed dan gedacht werd. Zo is het vandaag voor de zware industrie nog altijd goedkoper om haar CO₂-emissies te compenseren met ETS-certificaten of zelfs de productie in de EU terug te schroeven, dan te investeren in klimaattransitie. 

Miljardeninvesteringen in het kader van de klimaattransitie “hebben bij de huidige energie- en CO₂-prijzen geen rendabele businesscase, wat een verdere bedreiging vormt voor de concurrentiepositie die vandaag reeds sterk onder druk staat”, schrijft het consultancybedrijf Ortelius van vermogensbeheerder Geert Noels in een recent rapport voor het Vlaamse netwerk voor ondernemingen VOKA.

Een snelle stijging van de kostprijs voor industriële uitstoot in Europa zou daar verandering in kunnen brengen. Pas dan loont het echt voor bedrijven om hun uitstoot drastisch terug te dringen. Maar, dat zal niet snel gebeuren, omdat de koolstofmarkt een ingebouwde rem heeft: bij een tekort aan aangekochte certificaten treedt een mechanisme voor stabilisering van de markt in werking. Het systeem geeft dan een marktreserve vrij die de prijs opnieuw drukt. 

Omdat de industrie in Europa minder uitstoot dan verwacht was en haar emissiecertificaten niet opgebruikt, moest de EU zelfs een overschot aan deze marktreserves wegsnijden. Voor alle duidelijkheid: dit komt dus niet noodzakelijk door vergroening van de industrie. Dat de Vlaamse industriële emissies tussen 2019 en 2023 sterk zijn gedaald, heeft vooral met een lagere productie te maken.

De vergroening van de industrie gebeurt dus onvoldoende via de marktwerking, zoals het ETS-systeem beoogt. Wanneer zal het voor bedrijven dan wél lonen om te investeren in de energietransitie? Rond 2040 zullen de gratis uitstootrechten en de strategische reserves uitgeput zijn. Dan zal de CO₂-prijs naar alle waarschijnlijkheid steil omhooggaan. 

Dan komen heel wat bedrijven in de problemen. Om dat scenario te voorkomen rekent men volgens onderzoeksbureau Enerdata vooral op een groot CCS-netwerk (voor het afvangen en opslaan van CO₂-uitstoot) dat een aanzienlijk deel van de uitstoot zou bufferen (4).

Probleem 2: koolstofopslag

In 2021 bestelde het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) een roadmapstudie als hoeksteen van het beleid. Daarin speelt CCS een sleutelrol voor energie-intensieve sectoren: in 2050 zou 10 à 14 miljoen ton CO₂ per jaar worden afgevangen, waarbij 70 procent wordt opgeslagen en de rest wordt hergebruikt. Ter vergelijking: in 2023 hadden de sectoren van chemie, raffinage en staal samen gerapporteerde emissies van 20,6 miljoen ton CO₂. Voor ruim de helft zou dat dus met CCS opgelost moeten worden.

In 2026 slaan we nog geen enkele industriële uitstoot op. Volgens het VLAIO moet de infrastructuur voor afvang, transport en opslag van koolstof nog binnen dit decennium klaar zijn voor gebruik. Daar is op het terrein bitter weinig van te merken. 

Dat bedrijven aarzelen om in te zetten op CCS – ondanks zware Europese subsidies – is niet onlogisch, meent Grégoire Léonard, chemisch ingenieur en hoogleraar aan de Université de Liège: “Een ton CO₂ afvangen kan tot 100 euro kosten en daar moet dan soms nog 100 euro worden bijgeteld voor transport, zuivering en opslag. Bovendien is er niet één procedé om CO₂ af te vangen en moeten de pijpleidingen om de CO₂ vervolgens af te voeren nog gebouwd worden.” 

Voor het ogenblik is de prijs voor afvangen en opslaan ongeveer 80 euro per ton. Zolang die kosten hoger liggen dan deze CO₂-prijs op de Europese koolstofmarkt heeft het voor bedrijven dus geen zin om daarin te investeren. De overheid zou dat verschil kunnen bijleggen, zoals nu al in Nederland en Denemarken gebeurt, maar openbaar beschikbare analyses over de financiële impact hiervan ontbreken.

Zonder hoge CO₂-prijzen blijken CCS-investeringen weinig aantrekkelijk, maar wanneer technologie niet op tijd wordt ontwikkeld en op gepaste schaal wordt gebracht, loopt de industrie onvermijdelijk tegen de muur aan van net zero’ (5) van het Europese klimaatbeleid. Dan zal het te laat zijn om nog te beginnen met investeringen, tenzij de regels van de koolstofmarkt onder druk van de industrielobby nog worden aangepast. 

Andrew Reid van het Institute of Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA) heeft meer fundamentele bezwaren tegen CCS. Volgens hem gebruiken regeringen het vooral als een soort wondermiddel dat hun plannen net zero zal maken.Ze beweren dat zo: “De industrie gebruikt zulke koolstofafvang en -opslag al jaren en het wérkt. We hoeven ons geen zorgen te maken.” Andrew Reid reageert hierop: “… ik vrees dat weinig mensen beseffen dat CCS een behoorlijk complex procedé is. Alle bekende projecten voor koolstofopslag vielen duurder uit of werden geschrapt wegens te moeilijk of onzinnig.”

Wat niet helpt als je zo overmatig rekent op CCS, is dat Vlaanderen zelf geen opslagmogelijkheden heeft voor afgevangen koolstof. We zijn daarvoor aangewezen op lege olie- en gasvelden in Noorwegen, Denemarken, Nederland of het Verenigd Koninkrijk. Waar deze landen CCS dus als een verdienmodel zien, is dit voor de Belgische economie een externe kost.

De nieuwe programmanota van de Vlaamse klimaatsprong spreekt ondertussen over “naar achteren verschoven ambitieniveaus” voor CCS. Deze nota verschuift de aandacht naar de vermindering van uitstoot door elektrificatie in plaats van koolstofafvang. 

Probleem 3: Elektrificatie

Industriële processen kunnen nu al vaak net zo goed door elektriciteit aangedreven worden, in plaats van door fossiele brandstoffen, zeker in het geval van warmteprocessen. Dat vergt dan op zijn beurt miljardeninvesteringen voor de industrie. Voor staalproductie kan men bijvoorbeeld groene waterstof en elektrische boogovens (6) gebruiken.

In de praktijk wil dat minder vlotten. ArcelorMittal beloofde jaren geleden om 1,1 miljard euro te pompen in de productie van ‘groen staal’ (het zogenaamde Zesta-project). Het bedrijf krijgt daar meer dan 250 miljoen euro subsidies voor van de EU. Toch drukte de staalreus de pauzeknop van dit project in. ArcelorMittal België is nog niet klaar om de grootste klimaat­investering ooit in ons land te realiseren”, verklaarde ceo Frederik Van De Velde begin november 2025 tijdens een commissiezitting in het federaal parlement. 

Het team van VUB-onderzoeker Tomas Wyns identificeerde de verschillende technologieën die in de Belgische industrie voor de nodige reductie van broeikasgasemissies kunnen zorgen. Het uitgangspunt is daarbij het behoud van de zware industrie, waarbij sterk op elektrificatie wordt gerekend.

Wyns en zijn collegas berekenden dat groene elektriciteit hiervoor veel goedkoper moet worden én dat de capaciteit moet verdubbelen. Ze stellen daarom een radicale taxshift voor, een prijsverschuiving van aardgas naar elektriciteit. 

Om de productiecapaciteit te verdubbelen, rekent de Vlaamse roadmapstudie van VLAIO ook op een significante uitbreiding van wind- en nucleaire energieproductie of op import uit het buitenland. Nieuwe windmolens krijgen in Vlaanderen echter nauwelijks nog een vergunning, het hoogspanningsproject Ventilus (dat stroom van de parken voor offshore windmolens naar het binnenland moet transporteren) ligt stil en de onzekerheid over het potentieel van kleine kerncentrales (SMRs) blijft torenhoog.

Een mogelijk lichtpunt is wel de aankondiging van de EU om in samenwerking met de sector van de windindustrie voor 100 gigawatt (GW) windmolenparken op de Noordzee bij te bouwen. Ook energiereus Engie kondigde onlangs een investering aan van 4 miljard euro in windturbines en biogasproductie voor België. Dat klinkt veel, maar om aan een verdubbeling van de Belgische stroomproductie te komen, zou deze inspanning van Engie ongeveer zeventig keer herhaald moeten worden.

En dan is er nog de stroomprijs. Hier zit België, net zoals voor CCS, met een structureel probleem: in verschillende regio's in Europa is meer en goedkopere duurzame elektriciteit beschikbaar. Waarom zouden dan nieuwe installaties, zoals elektrische krakers en boogovens voor staal, hier gebouwd moeten worden?

Kort voor Kerstmis 2025 raakte bekend dat de federale regering de industriële stroomprijs alvast omlaag duwt naar het Europese minimum van 50 euro per megawattuur (in plaats van ongeveer 80 euro vandaag), als reddingsboei voor de energie-intensieve sectoren. Dat mag van de EU maximaal drie jaar. Het kost de Belgische staat bijna een miljard euro. Het is niet duidelijk of deze enorme subsidie zal leiden tot meer investeringen richting decarbonisatie, of eerder zal dienen om de fossiele industrie nog langer in stand te houden. 

Probleem 4: Geld

Vlaanderen deelde in een pilootproject jaarlijks 7 miljoen euro uit aan negen bedrijven uit de basisindustrie, wat een habbekrats is, een druppel op een hete plaat. Deze subsidies gaan naar elektrische boilers en warmtepompen. Onlangs maakte de Vlaamse regering bekend dat ze die steun optrekt tot jaarlijks 200 miljoen euro, ook in de vorm van doelgerichte subsidies en met inkomsten uit de ETS-koolstofmarkt. Het is cruciaal dat de investeringsmotor van onze Vlaamse industrie opnieuw aanslaat”, zei Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) daarover.  

De details liggen nog niet vast, maar de som van 2 miljard euro gespreid over 10 jaar zou mogelijk naar kleine modulaire kernreactoren (SMRs) gaan en naar industriële elektrificatie, koolstofopvang (CCS) en andere innovatieve technieken”. Voor het eerst geeft de Vlaamse regering daarmee het signaal dat het haar menens is. Tegelijk blijft ook deze subsidie slechts een fractie van de vele miljarden die nodig zijn om onze industrie te decarboniseren.

Die kleine SMR-kerncentrales zijn mogelijk een nog meer speculatief pad dan CCS. In de Verenigde Staten klapte NuScale, één van de grootste spelers op dat vlak, eind 2025 nog grotendeels in elkaar wegens uit de hand lopende kosten. In Mol zou pas tegen 2034 een experimentele SMR worden gebouwd, met hoop op een commerciële versie in 2039.

Het VLAIO erkent dat de volledige Europese energie-intensieve industrie voor een grote uitdaging staat. Het overstijgt de Vlaamse middelen en is niet eenvoudig te verhelpen”, verklaarde VLAIO-beleidsadviseur Bart De Caesemaeker voordat het nieuws over de 2 miljard euro extra subsidies bekend was. “Het Vlaamse programma Klimaatsprong heeft 17 concrete acties gedefinieerd om de klimaattransitie te faciliteren, ook op het vlak van infrastructuur en beschikbaarheid van betaalbare energie en innovatie”, aldus nog het VLAIO. Die maatregelen worden nu uitgewerkt.”

Volgens de industrie zullen daarvoor publieke middelen nodig zijn, ‘waarvan we weten dat ze schaars zijn’, volgens de hierboven reeds geciteerde studie van Ortelius. VOKA meent dat de Vlaamse industrie recht heeft op meer Europees klimaatgeld uit de opbrengsten van de ETS-markt.

Yelter Bollen van de Bond Beter Leefmilieu hield de data tegen het licht en waarschuwde in 2024 al dat de verhouding scheef zit. Sterk vervuilende industrieën zijn op weg om het leeuwendeel van de inkomsten uit het emissiehandelssysteem (EU ETS) te ontvangen die tussen nu en 2030 voor Vlaanderen zijn gereserveerd. Daardoor wordt de overheid beroofd van de middelen die ze hard nodig heeft om de decarbonisatie en een rechtvaardige transitie te financieren.”

Er worden sindsdien steeds meer middelen op tafel gelegd, maar het is nog steeds niet duidelijk of deze wel doeltreffend gaan aangewend worden voor een klimaattransitie.

 

Thomas Goorden is natuurkundige en net als Jelle De Mey en Bart Grugeon Plana freelance journalist. Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

 

Notes (nvdr):

  1. Krakers zijn installaties die ruwe aardolie omzetten in lichtere waardevolle producten door het ‘kraken’ van de lange moleculeketens. Daar zijn zeer hoge temperaturen voor nodig die een grote CO2-uitstoot veroorzaken (nvdr).
  2. De basisindustrie of zware industrie is dat deel van de maakindustrie die ruwe grondstoffen omzet in ‘halffabricaten’. Dit zijn basisproducten die als grondstof door de maakindustrie worden verwerkt tot ‘eindproducten’ zoals papier, staal, cement, glas (nvdr). 
  3. Het Emissions Trading System (ETS) laat grote vervuilers toe om te betalen voor hun emissies van broeikasgassen. Lijkt in theorie oké, maar in werkelijkheid laat het de bedrijven toe hun fossiele vervuiling onverminderd verder te zetten en er niet toe aangezet worden om te verduurzamen (nvdr). 
  4. Bufferen is het tijdelijk opslaan van energie om een verschil tussen aanbod van productie en vraag van verbruik op te vangen om die in te zetten wanneer de vraag hoog is en de productie te laag.
  5. Net zero is het moment waarop er een evenwicht is bereikt tussen de uitstoot van broeikasgassen door de vermindering via hernieuwbare energie en de compensatie door koolstofopvang.
  6. Elektrische boogovens of vlamboogovens zetten schrootafval om in volwaardig staal door een vlamboog tussen elektroden en het schroot.
Afbeelding
j
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?