De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Congopanorama in Tervuren toont hoe propaganda werkt
De Belgische schilders Alfred Bastien en Paul Mathieu wisten tussen 1911 en 1913 zonder twijfel waarmee ze bezig waren toen ze de opdracht kregen een idyllisch Congo te schilderen. In 1910 koos de Belgische overheid hen uit om een groot panoramadoek te schilderen dat tentoongesteld zou worden op de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. De opdracht was om het contrast te tonen tussen de beschaving die België naar Congo bracht en het 'primitieve' Congo dat de Belgen er hadden aangetroffen.
Gewoon weglaten wat niet goed verkoopt, was ook toen de gekende boodschap van propaganda
Het doek moest bezoekers ervan overtuigen dat de kolonisatie een goedbedoelde, vreedzame en succesvolle interventie was. Van wreedheden, slavenwerk, ontberingen en ontwrichting van de oorspronkelijke cultuur mocht op het schilderdoek uiteraard niets blijken. Gewoon weglaten wat niet goed verkoopt, was ook toen de gekende boodschap van propaganda.
Het Congopanorama terug tentoongesteld
Op de tentoonstelling in Tervuren is nu een zeer verkleinde replica te zien van het originele doek. Het origineel is met zijn 115 meter zo lang als een voetbalveld en met zijn hoogte van 14 meter zo hoog als een appartementsgebouw. Voor de presentatie van het doek werd er in 1913 een speciaal rond gebouw ontworpen en gebouwd. Daarin kon het panorama cirkelvorming worden gepresenteerd. Zoals met andere panorama’s moest het doek de toenmalige bezoekers het gevoel geven zelf even helemaal in Congo te zijn.
Vanaf een ophoging in het midden, een fictieve heuveltop, konden bezoekers rondkijken en hun blik over het Congolese landschap laten dwalen. Ze zien de drukke bedrijvigheid van Belgen in de havenstad Matadi, dichtbij een marktplaats, verderop een dorp, tussendoor prachtige natuur. In werkelijkheid lagen de locaties van het schilderij ver uit elkaar en alleen daarom al was dit schilderij een illusie. Maar het ging dan ook niet om de werkelijkheid, maar om het wegdromen en beleven.
Uiteindelijk hebben in 1913 ongeveer 250.000 bezoekers het doek in Gent bekeken. Via de verkoop van ansichtkaarten en foto’s was de uitwerking op de beeldvorming van een idyllisch Congo waarschijnlijk nog groter en de propagandaslag leek daarmee succesvol. In 1935 werd het doek nog eens tentoongesteld tijdens de wereldtentoonstelling in Brussel.
De reis en de opdracht werd betaald door het ministerie van Koloniën
Het originele doek kan inmiddels vanwege zijn gewicht en slechte staat niet worden opgehangen. Het ligt opgerold en zwaar beschadigd bij het Legermuseum in het Brusselse Jubelpark. Maar dankzij de verkleinde kopie in het Afrikamuseum, kunnen we er opnieuw met onze neus bovenop staan.
Die kopie danken we aan het digitaliseringsproject uit 2022 van een groep wetenschappers en beeldbewerkers uit Brussel, Portugal en Ierland. Het doek is daartoe in een loods in Ieper uitgerold. Een timelapse van die indrukwekkende operatie is eveneens te zien op de tentoonstelling in Tervuren. Evenals de misschien wel belangrijkste vondst in verband met dit schilderij, namelijk enkele originele foto’s die de twee Belgische schilders in 1911 in Congo maakten als voorstudie voor het propagandaproject.
Wat zouden de twee schilders gedacht hebben toen ze in 1911 acht weken op studiereis naar Congo gingen en daar de foto’s en schetsen maakten ter voorbereiding voor het grote schilderij? De reis en de opdracht werd betaald door het ministerie van Koloniën. Stonden de mannen inhoudelijk achter de opdracht? Was het voor hen gewoon werk? In een gepubliceerd verslag van de reis vertellen ze opgetogen over “pittoreske” taferelen. Maar ze hebben ook een foto gemaakt van rijen menselijke dragers met loodzware slagtanden op hun nek. Het ivoor is onderweg om over zee naar de haven van Antwerpen te worden vervoerd. Pittoresk? Op het doek is in ieder geval van die ivoor, houtkap of rubberhandel niets terug te vinden.
Beeldvorming versus werkelijkheid
Op het schilderij lijkt het alsof de Congolezen geen andere zorgen hebben dan voor een maaltijd voor de volgende dag te zorgen, terwijl intussen de Belgen hard aan het werk zijn. De illusie van zorgeloze Congolezen wordt geïllustreerd met een dorp met lemen huizen, dansende vrouwen, scharrelende kippen en vissende mannen.
Op het schilderij lijken de mannen het werk vrijwillig te doen
In werkelijkheid, zo blijkt uit het materiaal dat voor deze tentoonstelling is verzameld, hadden de twee schilders nota bene zelf foto’s gemaakt van hoe de Congolezen woonden die in de haven van Matadi werkten. We zien op de foto een heuse sloppenwijk met dicht op elkaar staande, van afval en hout gefabriceerde huizen. Ook daarvan op het schilderij uiteraard geen spoor.
Een andere foto van de schilders betreft Congolezen die buiten aan het werk zijn. Op het schilderij zien we ook mensen aan het werk. Maar dan wel met weglating van de blokken aan de voeten van deze gevangenen, want dat waren het. Op het schilderij lijken de mannen het werk vrijwillig te doen.
Een ander schokkend verschil tussen foto en schilderij vormt tenslotte een afgebeelde loopbrug. Op de foto bestaat de brug uit twee smalle parallelle boomstammen over een kloof. Dragers moesten hier met een zware last op het hoofd maar zien te zorgen dat ze niet in het ravijn zouden donderen. Op het schilderij is de brug ook te zien. Het landschap is identiek en ook de scheve opname van de foto staat op het schilderij, maar de brug op het schilderij is helemaal anders. Hier is het een degelijk exemplaar van diverse parallelle boomstammen en dwars daaroverheen een mooi weefsel van takken die een veilig loopvlak vormen. Zoals een oerwoudbrug in een hedendaagse natuurspeeltuin voor kinderen.
Op het schilderij loopt er ook maar één enkele drager over de brug met iets dat op een koffer lijkt op zijn hoofd. Alsof hij daar voor zijn eigen handel naar het volgende dorp gaat. In werkelijkheid vervoerden dragers de zware lasten op hun hoofd voor het koloniale België, dat er kennelijk dus geen lor om gaf of de weg voor deze mensen wel begaanbaar was.
Wat het schilderij evenmin laat zien is hoe wreed het systeem van die dragers was. De koloniale waren als rubber, ivoor, goud en hout die via Matadi naar de haven van Antwerpen werden verscheept moesten op plaatsen waar de Congorivier niet bevaarbaar was allemaal door mensen gedragen worden. In omgekeerde richting gold dat ook voor de bouwmaterialen om de Belgische infrastructuur in Congo aan te leggen.
De gedwongen arbeid voor onder meer de aanleg van wegen leidde tot uitputting en doden
De dragers hadden soms een gewicht van meer dan 40 kilo op hun hoofd. Daarmee moesten ze afstanden van tientallen, soms honderden kilometers afleggen op vaak ongelijk terrein en bruggen die geen bruggen waren, en dat alles in de brandende hitte. Veel Congolezen die gedwongen dit zware werk deden, probeerden te vluchten. De gedwongen arbeid voor onder meer de aanleg van wegen leidde tot uitputting, doden en ontwrichting van hele gezinnen en dorpsverbanden.
Verbanden met vandaag
Deze parallellen die de tentoonstelling trekt tussen de foto’s en het schilderij zijn veel meer dan zomaar een curieus of onthutsend verhaal uit historische tijden. De vergelijking tussen realiteit en fictie is razend actueel.
Het Afrikamuseum heeft dan ook verschillende hedendaagse kunstenaars uitgenodigd om het gesprek aan te gaan met het meterslange Congopanorama en toont ook hun werk in de tentoonstelling. Zo is er een installatie die het Congopanorama uit 1913 toetst aan huidige door Artificiële Intelligentie gemaakte propagandabeelden. Een ander kunstobject vestigt de aandacht op de toenmalige en huidige ontbossing. Actrice Joëlle Sambi bespreekt het Congopanorama aan de hand van het kijkspelletje “Waar is Wally?”. De zoekende ogen van de kijker dwalen over wat er te zien is op het schilderij, maar de kijker mag zich ook afvragen wat er niet te zien is. Een vergelijkbare aanpak is er in vraaggesprekken die makers van de tentoonstelling stelden aan Congolezen in Congo.
Verderop in het Afrikamuseum, in de vaste tentoonstelling, valt nog het filmpje te bekijken van de culturele organisatie Yole!Africa uit Goma. De directeur van deze organisatie legt op een veel zakelijker, maar eveneens overtuigende wijze uit hoe propaganda werkt. Het is niet zozeer door allerlei nepnieuws te verkondigen, zegt ook zij, maar juist door zorgvuldig onwelgevallige dingen weg te laten.