De grote verdwijntruc: 16 miljard euro aan loon verdampt
In de afgelopen tien jaar heeft er een opvallende verschuiving plaatsgevonden in de Belgische welvaartsverdeling. Het aandeel voor werknemers is geslonken, terwijl een groter stuk van de koek nu naar bedrijven en hun aandeelhouders stroomt.
In 2014 ging van elke 100 euro die Belgische bedrijven creëerden nog bijna 64 euro naar de werknemers. Tien jaar later is dat teruggevallen tot 59 euro. Dat berekende de studiedienst van PVDA. Vijf procent klinkt misschien bescheiden, maar op de schaal van onze economie gaat het over een kolossaal bedrag. En ook voor een gezinsbudget is het een flinke hap.
Per gezin komt deze transfer neer op een jaarlijks verlies van 3.200 euro
Als werkenden vandaag nog hetzelfde aandeel kregen als in 2014, dan zou er jaarlijks 15,8 miljard euro extra naar hen vloeien. Omgerekend per gezin komt dat neer op een jaarlijks verlies van 3.200 euro. Wat arbeid verloor, werd simpelweg opgeslokt door het kapitaal, in de vorm van winsten en dividenden.
Verdoken uitholling van je pensioen
Die transfer van arbeid naar kapitaal is mee het gevolg van jarenlang beleid: lonen werden geblokkeerd, terwijl winsten bleven klimmen. Maar er speelt meer.
Bij loon denken veel mensen vooral aan het bedrag dat op hun rekening verschijnt. De studie van de PVDA, gebaseerd op cijfers van de Nationale Bank, legt een dieper en pijnlijker mechanisme bloot. Vooral de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid zijn fors gedaald. In tien jaar tijd zakten die bijdragen van 16 procent naar 13,3 procent van de toegevoegde waarde.
Zelfs Bart De Wever gaf in 2016 toe dat er bewust werd gekozen om gaten in de begroting te laten
Dat is wat men ‘uitgesteld loon’ noemt. Je ziet het niet meteen als minteken op je loonbrief, maar je voelt het wel wanneer je ziek wordt, werkloos raakt of met pensioen gaat.
Door maatregelen van de huidige en vorige regeringen is er vandaag een jaarlijks tekort van 9,2 miljard euro in de sociale kas. Denk aan onder meer de verlaging van de vennootschapsbelasting, accijnsverlagingen en de vermindering van de sociale werkgeversbijdragen. Deze ‘cadeaus’ aan de bedrijfswereld gaan ten koste van de sociale zekerheid.
Het is net uit die sociale kas dat pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en tussenkomsten bij ziekte worden betaald. Het leegzuigen van de sociale zekerheid gebeurt minder opzichtig, maar het komt wel neer op een indirecte en verraderlijke transfer.
De Arizona-regering duwt door
Dit is het resultaat van bewust beleid. Denk aan de indexsprong, de loonblokkering en de beruchte tax shift van de regering-Michel. Die hervorming verlaagde de bijdragen voor bedrijfsleiders van 33 procent naar 25 procent. De beloofde jobcreatie zou alles compenseren, maar dat verhaal hield geen stand.
Zelfs Bart De Wever gaf in 2016 toe dat er bewust werd gekozen om gaten in de begroting te laten: “We hebben er bewust voor gekozen om niet met alles rekening te houden.”
Het doel was budgettaire druk te creëren om later te kunnen snoeien in de sociale zekerheid. De zogenaamde ‘competitiviteit’ van onze bedrijven wordt zo rechtstreeks betaald met onze collectieve bescherming en met onze toekomstige zekerheid.
De overheid roept dat de pensioenen "onbetaalbaar" zijn, terwijl die zelf de inkomstenkraan dichtdraait
De plannen voor 2026 beloven weinig goeds. De Arizona-coalitie wil deze logica van lastenverlagingen voor de top doortrekken. Een schokkend voorbeeld dat de PVDA-studie aanhaalt, is het schrappen van bijdragen op lonen boven de 340.000 euro. Terwijl de gewone werknemer de broeksriem strakker moet aantrekken, krijgen de allerhoogste inkomens een cadeau dat de kas miljoenen kost.
Tegelijkertijd wordt de sociale zekerheid verder uitgehold door de uitbreiding van flexi-jobs en studentenarbeid. Op die uren wordt nauwelijks of niet bijgedragen. Tegen 2029 zorgt dit volgens het ACV voor een extra gat van 1,5 miljard euro. En dan klinkt het weer dat pensioenen "onbetaalbaar" zijn, terwijl dezelfde overheid intussen zelf de inkomstenkraan dichtdraait.
Er is genoeg voor iedereen
Het hoeft niet zo te zijn. Op basis van cijfers van de Commissie voor de Vergrijzing berekende de PVDA-studie dat er tegen 2029 zo'n 6,7 miljard euro extra nodig is voor de pensioenen. Als we die 15,8 miljard euro die naar het kapitaal vloeide terug naar de arbeid halen, kunnen we de pensioenen moeiteloos betalen, en blijft er zelfs nog heel wat geld over.
Met het overschot van 9,1 miljard euro zou elk mediaanloon met 165 euro bruto per maand kunnen stijgen. De taart groeit wel degelijk, alleen wordt ze steeds schever verdeeld. Het is tijd dat werkende mensen opnieuw hun eerlijke deel opeisen.
In dat verband plant het gemeenschappelijk vakbondsfront van ABVV, ACV en ACLVB provinciale actiedagen op 5, 10 en 12 februari en een nationale betoging op 12 maart.
Lees ook:
Geen geld? Jaarlijks gaat 52 miljard steun naar bedrijven