De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Afrika en het einde van op regels gebaseerde orde: drie diagnoses
De afgelopen dagen verschenen drie gezaghebbende bijdragen over de verschuivende wereldorde: The three blows that killed the rules-based international order van de Noorse politiek econoom Jostein Hauge, Davos-Carney and the staged revolt against American hegemony van de Britse journalist Thomas Fazi, en The end of history - US culture wars and Africa van Jakkie Cilliers, voorzitter van het Institute for Security Studies (ISS) in Pretoria (Zuid-Afrika).
In dit artikel worden deze drie analyses vergeleken en gespiegeld aan de kernthese van mijn recente boek Afrika eist zijn legitieme plaats op[1].
Het debat bij deze drie auteurs draait rond een beperkt aantal centrale fenomenen: het verlies aan geloofwaardigheid van de rules-based international order, de overgang van verhulde naar openlijke machtspolitiek, de opkomst van een multipolaire wereld en de vraag of Afrika daarin een object blijft of een handelende actor wordt.
Herverpakking van bestaande machtsstructuren
Jostein Hauge beschrijft het einde van de regelsorde niet als een abrupte beleidsbreuk, maar als het sluitstuk van een langdurig proces. Regels functioneerden zolang zij bestaande machtsverhoudingen konden verhullen. Zodra dat masker valt, verdwijnt ook hun legitimiteit. Het speelveld wordt daarmee transparanter, maar niet noodzakelijk rechtvaardiger.
Thomas Fazi gaat verder door te laten zien hoe zelfs de erkenning van dat verval wordt ingekapseld door westerse elites. Zijn analyse van de toespraak in Davos van de Canadese eerste minister David Carney’s toont hoe ‘vernieuwing’ vaak neerkomt op een herverpakking van bestaande machtsstructuren. Daarmee bevestigt hij een centrale these uit mijn boek. Afrika boekt slechts vooruitgang wanneer het zich niet laat meeslepen door westers hervormingsdiscours.
Regels functioneerden zolang zij bestaande machtsverhoudingen konden verhullen. Zodra dat masker valt, verdwijnt ook hun legitimiteit. Het speelveld wordt daarmee transparanter, maar niet noodzakelijk rechtvaardiger.
Ook Jakkie Cilliers situeert de wereldorde op een historisch kantelpunt. Hij beschrijft hoe de VS zich terugtrekt uit multilateralisme en het naoorlogse op regels gebaseerde systeem inruilt voor een transactionele machtsorde, geïnspireerd door Huntington’s beschavingsdenken[2] en los van Fukuyama’s liberale eindpunt[3]. Voor Afrika betekent dit volgens hem een reële dreiging: herleiding tot grondstoffenleverancier en geopolitiek inzetstuk, waarbij loyaliteit en volgzaamheid impliciet worden geëist.
Waar Hauge en Fazi zich beperken tot analyse van het scharniermoment zelf, waagt Cilliers zich aan een toekomstperspectief voor Afrika. Dat perspectief blijft echter ambigu.
Hij schetst meerdere opties: aansluiting bij een Amerikaans of Chinees machtsblok, of inzet op een hervormde, pluralistische regelsorde samen met Europa en het Globale Zuiden, zonder duidelijk te maken welke strategische keuzes daaruit volgen. Die terughoudendheid is begrijpelijk, maar maakt het voorstel weinig richtinggevend.
Hiërarchisch multilateralisme
Die ambivalentie hangt samen met een bredere spanning in Cilliers’ betoog. Het naoorlogse op regels gebaseerde systeem was immers geen neutrale orde, maar een door de VS vormgegeven hegemoniale structuur.
Voor Afrika functioneerde het systeem vaak als hiërarchisch multilateralisme: formeel universeel, feitelijk asymmetrisch. In dat licht is de impliciete nostalgie naar multilateralisme problematisch.
Wat vandaag verdwijnt, is niet een evenwichtige wereldorde, maar een institutioneel gelegitimeerde Amerikaanse dominantie die onder Trump een openlijk transactioneel karakter kreeg.
Cilliers vermijdt bovendien een expliciete keuze tussen de VS en China. Een keuze voor de VS betekent in essentie continuïteit, een keuze voor China een functionele, niet-normatieve machtsrelatie.
Zijn pleidooi voor een ‘derde weg’ , een hervormde regelsorde, is normatief coherent, maar niet strategisch onderbouwd noch machtsrealistisch. Het blijft onduidelijk hoe Afrika en Europa zich concreet moeten positioneren in een wereld waarin macht openlijk de doorslag geeft.
Dat spanningsveld komt scherp tot uiting in Cilliers’ stelling dat Afrikanen ‘niet geïnstrumentaliseerd willen worden’, maar dat hun opties met China beperkt zouden zijn omwille van de sterke vraag naar democratische verantwoording onder een jonge, goed verbonden bevolking. Die bewering wordt echter niet empirisch onderbouwd.
Breed opinieonderzoek, met name van Afrobarometer[4], toont dat Afrikanen democratische idealen vaak combineren met een pragmatische waardering van China’s economische rol. Positieve percepties van China hangen niet samen met een afwijzing van democratische waarden.
De publieke opinie is gemengd en contextgebonden, niet ideologisch polariserend. De veronderstelling dat democratische aspiraties zich automatisch vertalen in een geopolitieke afwijzing van China vindt daarin geen steun.
Beleidsgebonden discours
Zoals betoogd in het boek Afrika eist zijn legitieme plaats op, is het zinvol om dergelijke analyses ook institutioneel te contextualiseren. Het ISS werkt – volstrekt legitiem en transparant – in opdracht en met financiering van Europese instellingen aan scenario’s over Afrika’s toekomst.
Dat beïnvloedt onvermijdelijk het analytisch kader. Vanuit dat perspectief verschuift Cilliers’ bijdrage van louter analyse naar beleidsgebonden discours: het denkbaar houden van een Europese rol in Afrika binnen een wereldorde in transitie.
Dat verklaart waarom hij het op regels gebaseerde systeem presenteert als beschadigd maar herstelbaar, een positie die aansluit bij Europese strategische belangen in een context van beperkte hard power.
Vanuit Afrikaans perspectief was die orde echter minder een vangnet dan een instrument van machtsuitoefening. In Cilliers’ analyse blijft Afrika grotendeels een object van grootmachtspolitiek, geen volwaardig strategisch subject. Zijn oproep tot ‘partnerschap’ blijft daardoor noodzakelijk vaag en asymmetrisch.
Dit alles maakt Cilliers’ artikel niet irrelevant, maar wel beperkt. Het biedt een genuanceerde diagnose van het verval van de liberale orde, maar ontwijkt de structurele consequenties daarvan.
Waar het boek Afrika eist zijn legitieme plaats op vertrekt vanuit Afrikaanse zelfpositionering in een post-westerse wereld, blijft Cilliers opereren binnen het denkraam van een orde die hij wil hervormen, maar niet kan loslaten. Juist daarin schuilt het verschil, en de reden voor dit kritische, maar respectvolle, artikel.
Notes:
[1] Paul Lookman. Afrika eist zijn legitieme plaats op – De race om economische relevantie. Koersel: Geopolitiek in Context, 2026 (pp. 221-222).
[2] Samuel Huntington. The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. New York: Simon & Schuster, 1966.
[3] Francis Fukuyama. The End of History and the Last Man. New York: Free Press, 1992.
[4] AD489: Africans welcome China’s influence but maintain democratic aspirations - China has invested deeply in Africa – We checked to see whether that is undermining democracy - Here’s what Africans think about China’s influence in their countries