De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

VS-inval in Venezuela kan je niet vergelijken met Russische inval in Oekraïne

Afbeelding
Hoofdkwartier extreemrechtse partij ONU tijdens de Maidanopstand, met foto van Stepan Bandera. Foto: spoilt.exile/CC BY-SA 2:0
Hoofdkwartier extreemrechtse partij ONU tijdens de Maidanopstand, met foto van Stepan Bandera. Foto: spoilt.exile/CC BY-SA 2:0
De context en de voorgeschiedenis van de Russische invasie in Oekraïne valt niet te vergelijken met de recente inval van de VS in Venezuela. Onderhandelen over een vernieuwde Europese veiligheidsarchitectuur met wederzijdse garanties voor veiligheid in één ‘Europees huis’, is nog altijd de enige oplossing.

Op zuiver juridisch vlak gaat het bij de invasie van Rusland in Oekraïne en de inval van de VS in Venezuela over dezelfde misdaad, een schending van de soevereiniteit van een ander land. Er zijn echter grote verschillen. Als de VS-inval in Venezuela een actualisering van de Monroe-doctrine[1] is – controle over de Latijns-Amerikaanse achtertuin en zijn rijkdommen, vooral olie – dan is de Russische inval in Oekraïne het gevolg van een VS-actualisering van de Brzezinski-doctrine[2] – de strategie om de Russische nationale eenheid te verzwakken.

Internationale crisissen staan niet op zichzelf, ze oplossen impliceert altijd rekening houden met de context waarin ze ontstaan zijn. Het Westen stelt dat Russisch presidentPoetin de oorlog tegen Oekraïne startte om het vroegere Russisch rijk te herstellen. Is dat de juiste context?

De Monroe-doctrine die nu door president Trump wordt ingeroepen is geen breuk maar een verderzetting van een lange geschiedenis, waarin alleen de retoriek wat anders, meer direct is geworden. In 1898 werd ze ingeroepen om de Cubaanse vrijheidsstrijd tegen de Spaanse kolonisator in de kiem te smoren en het eiland over te nemen onder een nieuw koloniaal bewind, dat van de VS. 

In 1904 voegde president Theodore Roosevelt er een nieuwe ‘corrolary’ aan toe. Voortaan zouden de VS tussenkomen in Latijns-Amerika om daar ‘beschaafd bestuur’ in te voeren. Daarna volgden meerdere militaire ingrepen om een ander regime op te leggen, voornamelijk in Centraal-Amerika: Cuba (1917-1922), Dominicaanse Republiek (1916 en 1924), Haïti (1915-1934), Honduras (1919, 1924 en 1925), Guatemala (1920), Nicaragua (1912-1925, 1926-1933), Panama (1918-1933). 

Na de Tweede Wereldoorlog volgden er militaire operaties, regime changes en bezettingen in Guatemala (1954), Cuba (1961, een poging tot invasie die mislukte), Dominicaanse Republiek (1965), Chili (1973), Grenada (1983), Panama (1989) en meer indirecte steun aan militaire staatsgrepen in o.a. Brazilië en Bolivia. 

Ook buiten de Amerika’s lieten de VS hun invloed voelen met steun aan Groot-Brittannië in zijn kolonies, aan Japan, aan Frankrijk en met de deelname van VS-troepen aan de opstand van de ‘Witten’ in 1920 tegen de nieuwe machthebbers in de Sovjet-Unie sinds de Oktoberrevolutie van 1917. De overname van het Britse imperialisme door de VS begon dus reeds toen, en werd na de Tweede Wereldoorlog volledig. 

In 1944 hadden de VS voor de tweede maal ‘boots on the ground’ in Europa. Na de oorlog werd de NAVO opgericht in 1949 tegen de Sovjet-Unie, die daar in 1955 op reageerde met de oprichting van het Warschau-pact[3], wat in feite opnieuw een uitbreiding van de Monroe-doctrine was. 

De VS vestigden toen ook, hun financieel-economische dominantie met de vervanging van de Britse pond als internationale wisselmunt door de dollar. In 1974 sloot VS-minister van Buitenlandse Zaken onder presidenten Richard Nixon en Gerald Ford een deal met Saoedi-Arabië waarbij dat land garandeerde voortaan al zijn internationale transacties (voornamelijk export van olie) in dollars te doen.

De Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (1975, de latere Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa -OVSE) was een poging van de Sovjet-Unie en een aantal niet-gebonden landen om een andere veiligheidsstructuur op te richten als een ‘Europees Huis’. Na de val van de Sovjet-Unie werden alle pogongen van Rusland om in de NAVo te integreren door de VS afgeblokt – in navolging van de Brzezinski-doctrine.

Deze evolutie is niet wat President Monroe voorzag toen hij zijn doctrine uitsprak. Hij dcht in termen van wederzijdse veiligheid van de VS tegenover de Europese imperia. Hij verjoeg de Europese koloniale mogendheden wel uit Latijns-Amerika maar  beloofde ook zich niet te zullen mengen in Europese conflicten. 

Wat nu gebeurt is een uitvoering van de Brzezinsky-doctrine die stelt dat de Euraziatische landmassa verdeeld moet blijven. 

Dat beleid veranderde dus voor het eerst met president Edward Roosevelt (1904, th) die stelde dat de VS moesten tussen komen in Latijns Amerika om er ‘beschaafd’ beheer te brengen. Met de wereldoorlogen komen de VS ook tussen in Europa en later (1992) volgt de theorie van Zbigniew Brzezinski.  

In zijn boek ‘The Grand Chessboard’ formuleerde hij dat zo: “… de Russische invloed van de voormalige Sovjet-Unie verminderen door het tegenwerken van een te sterke integratie van de twaalf EEG-lidstaten[4] die zich zo zouden afsluiten van Oost-Europese landen, de integratie van Oost-Europese buurlanden in de EEG en de NAVO en voorkomen dat de twaalf EEG-lidstaten een onafhankelijk Europees defensiesysteem zouden opzetten.”

Na de val van de Muur van Berlijn (1989) en de Sovjet-Unie (1991) waren er globaal twee opties. Óf men zou verder werken aan de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) – om een vernieuwde Europese veiligheidsarchitectuur, een ‘Europees huis’, met wederzijdse veiligheidsgaranties te bouwen[5].

Deze keuze had kunnen verwezenlijken dat alle landen van Europa, ook de latere verliezers van de uiteengevallen Sovjet-Unie, na de val van de Muur van Berlijn een eerzame, duurzame plaats zouden krijgen met meer dan handel als band. 

Op een toespraak tot de Raad van Europa in Straatsburg (1989) zag Sovjet-leider Mikhail Gorbatsjov een pan-Europees kader met wederzijdse veiligheidsgaranties waarin veiligheid ondeelbaar was en geen enkele staat zijn veiligheid versterkte ten koste van een andere. Het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa (1990) bekrachtigde deze principes.

Er stelde zich toen ook het probleem van de hereniging van Oost- en West-Duitsland waar West-Duits bondskanselier Helmut Kohl sterk op aandrong. Gorbatsjov was voorstander mits dat zou leiden tot een neutraal Duitsland (zoals Oostenrijk). 

Op 9 februari 1990 deed VS-minister van Buitenlandse Zaken James Baker een toezegging aan Gorbatsjov "als de aanwezigheid van het verenigd Duitsland binnen de NAVO kan zal het NAVO-gebied geen centimeter, ‘not one inch’, worden uitgebreid." Gorbatsjov geloofde deze diplomatieke belofte: de NAVO zou oostwaarts, richting Rusland, niet verder uitbreiden dan de lijn van het voormalige Oost-Duitsland in het verenigd Duitsland.

Een andere optie was zwichten voor de historische schrik van Oost-Europese en Baltische landen van het Tsaristische en later het Sovjet- en het Russische -beleid. Een NAVO-uitbreiding zou hen behoeden voor een inval door de Sovjet-Unie. Ingaan op die schrik lag niet voor de hand omdat er zowel in West-Europa als in de toenmalige Sovjet-Unie veel voorstanders waren voor een ‘Europees Huis’ waar elke staat zijn rechten en plichten zou hebben. Zelfs in de VS werden die stemmen gefluisterd.

Niettegenstaande de ontbinding van het Warschaupact in 1991 bleef de NAVO bestaan. Zij kwam met tactische compromis-voorstellen: de Sovjet-Unie integreren in een ‘North Atlantic Cooperation Council’ en later in een ‘Partnership for Peace’. 

Door de overmoedige verbetenheid van het VS-establishment om haar hegemonie via NAVO-uitbreiding te verzekeren werden die compromissen verworpen. De architectuur van de Europese veiligheid zou omheen en ondanks Rusland gebouwd worden, niet mét Rusland.

Het resultaat was de beslissing van Bill Clinton (1994) om de NAVO uit te breiden. Oost-Europese (1999) en later de drie Baltische staten (2004) werden NAVO-lid, met het tegenpruttelende akkoord van Rusland nu onder Russisch president Vladimir Poetin dat dit evenwel als een diepgaand verraad ervoer van de toezegging over de hereniging van West- en Oost-Duitsland. 

Daarna volgde de beslissing van president George W. Bush om eenzijdig uit het ABM-verdrag[6] te treden en in Oost-Europa antiballistische raketten te stationeren. Sindsdien hebben de VS zich geleidelijk teruggetrokken uit alle wapenbeheersingsverdragen die tijdens de Koude Oorlog waren afgesloten: het ABM-verdrag (2002), het Open Skies-verdrag (2018) en het INF-verdrag (2019). 

Bewijs voor beweerde schendingen van het INF-verdrag door Rusland werd nooit geleverd. Toch installeerde president Donald Trump de AEGIS-raketsystemen in Polen en Roemenië op een duizendtal kilometer van Moskou. Rusland legde zich daar met tegenzin bij neer. 

Vervolgens was er de beslissing van president Joe Biden om de Nord Stream I en II gaspijpleidingen in de Baltische Zee te saboteren (september 2022). Rusland leverde via deze leidingen aardgas aan Duitsland en “was zo in staat druk uit te oefenen”. De sabotering van deze energiecorridor was reeds lang een nauwelijks verdoken doel van het VS-buitenlands beleid[7].

Zo verzwakten de VS de Russische economie en belande Duitsland in een economische recessie waar het tot vandaag mee kampt. Daarenboven moet de EU zich tot duurder vloeibaar aardgas (LNG) wenden, wat de (economische) overmacht van de VS nog zal vergroten en de Europese competitiviteit zal verzwakken.

Gedurende ongeveer tien jaar waarschuwde eerst Gorbatsjov en later Poetin herhaaldelijk dat het een NAVO-uitbreiding naar Oekraïne niet zou tolereren. Poetin stelde dat heel duidelijk zowel op de veiligheidsconferentie in München (2007) als later (kort voor de invasie in februari 2022) toen Frans president Emmanuel Macron in Moskou de Russische troepenconcentratie aan de Oekraïense grens besprak. 

Rusland wou Oekraïne als bufferstaat behouden om zo zijn veiligheidsbelangen te verzekeren. De VS hielden geen rekening met het Russisch standpunt in München en kondigden op een NAVO-conferentie in Boekarest (2008) aan dat Oekraïne en Georgië NAVO-leden zouden worden[8] Londen, Berlijn en Parijs hadden toen nog grote bezwaren tegen die beslissing, maar legden zich er uiteindelijk wel bij neer.

In Oekraïne steunde het Westen de Maidan-revolutie van 2014) die in verschillende fasen kan worden opgedeeld met verschillende actoren. Aanvankelijk verzamelde de Oekraiensen bevolking zich in de grote steden en de hoofdstad Kiev op straat, teleurgesteld over het besluit van president Janoekovitsj om de ondertekening van het EU-samenwerkingsverdrag uit te stellen. 

Oekraïne is altijd al diep verdeeld geweest over de kwestie van toenadering tot Europa. De publieke opinie was ongeveer gelijk verdeeld tussen voorstanders in West-Oekraïne van een overeenkomst met de EU en voorstanders in Zuid-Oost-Oekraïne van een douane-unie met Rusland. Daar is de industrie sterk verbonden met Rusland en de arbeiders vreesden dat een overeenkomst met Europa zonder een gelijkaardige overeenkomst met Rusland hun banen zou kosten.

Het Oekraïens parlement zette Janoekovitsj af in februari 2014 en diende prompt een wetsvoorstel in dat de Kivalov-Kolesnichenko-wet van 2012 zou intrekken waardoor het Russisch niet meer als officiële taal zou worden erkend. De Russischtalige bevolking in het zuiden van het land protesteerde daar fel tegen. 

Rusland steunde de regio’s in Zuid-Oost-Oekraïne en annexeerde in maart 2014 het strategisch belangrijke schierleiland Krim met de militaire zeehaven van Sebastopol. Vanuit West-Oekraïne kwam in mei 2014 een gewelddadige onderdrukking van de regio's Donetsk en Loehansk. 

Deze zelfverklaarde autonome republieken streefden naar ‘zelfbestuur’ binnen Oekraïne, met de mogelijkheid om de eigen Russische taal en gewoonten te blijven gebruiken. Daarop volgende de Minsk-akkoorden I en II, die essentieel voor de de-escalatie van het conflict in de Donbas. Ze werden in februari 2015 ondertekend en het Oekraïense parlement nam in eerste lezing een wetsontwerp over de daarin afgesproken decentralisatie aan. 

Dit stuitte op fel verzet van ultranationalistische partijen die nochtans minder dan 7% van de parlementszetels bezetten maar maatschappelijk een onevenredig grote invloed hadden. Buitenparlementaire ultranationalistische groeperingen organiseerden chaotische en gewelddadige acties vanaf augustus 2015 met tientallen gewonden om parlementariërs onder druk te zetten en de definitieve aanname van dit voorstel tot federalisering van Oekraïne te voorkomen. Zo vernietigde het diverse Oekraïense ultranationalisme gelieerd aan het extreemrechtse Svoboda (‘Vrijheid’) elke kans op vrede teniet.

Het Westen instrumentaliseerde de nationalistische tegenstellingen in Oekraïne. Dat bleek ondermeer uit volgende zaken: 

In een BBC-interview (2008) stelde Hongaars-Amerikaans speculant-zakenman-miljardair George Soros,: “Welnu, ik heb een stichting in Oekraïne opgericht voordat het land onafhankelijk werd van Rusland. Die stichting is sindsdien actief en heeft een belangrijke rol gespeeld in de huidige gebeurtenissen (voorlopers van de opstand op het Maidanplein in 2014).”

Voormalig CIA-agent Ray McGovern formuleerde de Russische invasie als volgt: “De beslissing voor de oorlog werd genomen in de VS. De beslissing om aan te vallen werd genomen in Rusland”.

Victoria Nuland, destijds VS-adjunct-staatssecretaris voor Europa en Eurazië selecteerde in een telefoongesprek met VS-ambassadeur in Kiev Geoffrey Pyatt de leden van de toekomstige Oekraïense regering, tegen de wil in van de Oekraïeners en de Europeanen, die zij met haar uitroep ‘Fuck the EU’ respectloos behandelde (in die periode gaf ook Belgische premier Guy Verhofstadt een belangrijke pro-Europese speech op het Maidan-plein).

de US-Ukraine Foundation stelde 5 miljard dollar ter beschikking om Oekraïense organisaties te helpen zich van Rusland af te keren. Ultranationalisten gelieerd aan Svoboda organiseerden scherpschutters die op het Maidan-plein in Kiev politieagenten en burgers doodden. Er werd wel beweerd dat de schoten werden afgevuurd door aanhangers van toenmalig president Viktor Janoekovitsj, maar het omgekeerde was het geval.

Gezien al wat hier werd samengevat, is het moeilijk om de stelling te weerleggen dat in Oekraïne een door de VS georkestreerde staatsgreep of minstens een staatsgreep met goedkeuring van Washington werd uitgevoerd.

De twee rondes vredesonderhandelingen in september 2014) en februari 2015 in de Wit-Russische hoofdstad Minsk, in aanwezigheid van Duits bondskanselier Angela Merkel en Frans president François Hollande) mislukten, verhinderden niet dat de oorlog van Kiev tegen de provincies in Zuid-Oost-Oekraïne verder liep. 

Met de verkiezingen in mei 1919 werd Volodymyr Zelensky, een bekende komiek met een anti-corruptie- en anti-oorlogagenda, verkozen werd als president. Zijn partij was nochtans onbeduidend klein en zat tijdens zijn verkiezingscampagne niet een in het parlement.  Parlementsverkiezingen twee maand later in juli 1919 brachten hem echter een absolute meerderheid van 73 procent. 

Op 24 februari 2022 begon de onrechtmatige Russische ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne, een oorlog om "in een eerste fase schade toe te brengen aan de militaire infrastructuur, uitrusting en het personeel van de Oekraïense strijdkrachten en in een tweede fase, de volledige bevrijding van de Donbass te realiseren". 

Vredes­onderhandelingen een maand later in Istanboel (maart 2022) mislukten. Het daar bereikte federaliseringsakkoord (in lijn met het Minsk-II-akkoord) werd afgeblazen omdat de Britse premier Boris Johnson president Zelensky duidelijk maakte dat hij “de strijd wilde verder zetten om de oorlog tegen Rusland te winnen”. 

Sindsdien zijn langs beide kanten vele tienduizenden militairen gesneuveld, werden tienduizenden burgers gedood met onnoemelijk veel leed en extreme wederzijdse wreedheid als gevolg. Miljoenen Oekraïeners waaronder ook etnisch Russische Oekraïeners zijn naar het buitenland gevlucht. Vooral in Oekraïne maar ook in Rusland werd infrastructuur extreem zwaar beschadigd. Het zal jaren arbeid en honderden miljarden euro's vragen om de vernielingen van deze ‘ongeprovoceerde’ oorlog, deze proxy-oorlog, te herstellen.

Conclusie

De Oekraïne-oorlog is geen Poetin-oorlog maar een proxy-oorlog van het Westen dat Oekraïne misbruikt om Rusland te verzwakken, zoals Brzezinski had voorzien in zijn doctrine. President Poetin voert nu een onrechtmatige oorlog om een even onrechtmatige militaire Westerse omsingeling te doorbreken. 

Onderhandelen over een vernieuwde Europese veiligheidsarchitectuur met wederzijdse garanties voor veiligheid in één ‘Europees huis’,  is nog altijd de enige oplossing.


 

[1] Deze doctrine werd door president James Monroe uitgesproken in 1823. Ze kwam er op neer dat voortaan het Westerse halfrond van de Amerika’s het exclusieve terrein was van de VS waar de Europese koloniale imperia zich niet langer te moeien hadden. Hij erkende tegelijk wel het recht van de Europese imperia over Afrika en Azië. Daar is in de huidige versie van de doctrine geen sprake meer van.

[2] Zbigniew Brzezinski, zoon van Poolse immigranten, was nationaal veiligheidsadviseur van Democratisch president Carter. Zijn doctrine stelde dat Euraziatische landmassa nooit verenigd mocht worden en altijd door de VS diende verdeeld te blijven in vijandige blokken, waarbij Europa volledig onder VS-controle hoorde. Hij pleitte toen al voor de verwijdering van Oekraïne uit de toenmalige Sovjet-Unie om Rusland te verzwakken. Hij formuleerde die doctrine in zijn boek ‘The Grand Chessboard’.

[3] Officieel het Verdrag van Vriendschap, Samenwerking en Wederzijdse Assistentie tussen de Sovjet-Unie, Albanië, Bulgarije, Tsjechoslowakije, Hongarije, Polen en Roemenië. 

[4] De Europese Economische Gemeenschap (EEG) die in 1991 met het Verdrag van Maastricht de huidige Europese Unie (EU) werd, met dan 12 lidstaten, voor de uitbreiding met de Oost-Europese landen. 

[5] De verschuiving in het machtsevenwicht ten gunste van het Westen werd geformaliseerd met de CVSE-Helsinki-akkoorden in 1975, ondertekend door de Sovjet-Unie, de EEG-lidstaten, de VS en Canada. De slotakte bevestigde deonschendbaarheid van de grenzen, bepleitte economische samenwerking en vrij verkeer van ideeën, informatie en personen.

[6]Het ABM-verdrag (Anti-Ballistic-Misile) was bedoeld om de installatie van defensieve raketten te beperken tot bepaalde specifieke zones (rond Washington D.C. en Moskou) en verbood de installatie buiten het eigen nationaal grondgebied.

[7]Verantwoordelijken binnen het US-establisment als US-minister van defentie Dick Cheney en Paul Wolfowitz, stelden “Rusland is (inderdaad) slechts een derderangsmacht (maar) die mag zich niet ontwikkelen tot een rivaliserende supermacht”.

[8]De NAVO-top van Bucharest (2008) besliste Oekraïne in de NAVO op te nemen en dat tegen het advies van William Burns, de Amerikaanse ambassadeur in Moskou. Aan Condoleezza Rice meldde hij in zijn gesprekken met Russische gezagdragers, 2,5 jaar lang niets anders gehoord te hebben dan dat een eventueel toetreden van Oekraïne tot de NAVO een aanslag zou zijn op de Russische veiligheids­belangen. Ook Angela Merkel verzette zich om die zelfde reden tegen de toetreding.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?