Ex-jihadist aan de macht: Syrië één jaar later tussen façade en geweld
Het Assad-bewind viel op 8 december 2024 na een elf dagen durend offensief onder leiding van Hay’at Tahrir al-Sham (HTS), een voormalige affiliatie van Al-Qaeda in Syrië. Die doorbraak kwam op dat moment onverwacht maar viel eigenlijk niet helemaal uit de lucht. Ze was het eindpunt van een militair kantelpunt dat al langer in het nadeel van het regime aan het rijpen was.
Wat in 2011 begon als vreedzame protesten in het kader van de Arabische lente, ontspoorde door meedogenloze repressie al snel tot een gewapend conflict. Dertien jaar later was de regering van Assad uitgeput en verzwakt, terwijl de oppositie zich met steun van het buitenland intussen had herpakt en ontwikkeld tot een beter georganiseerde strijdmacht.
In dat vacuüm kon een militaire coalitie, aangevoerd door het in Idlib verankerde HTS, gecoördineerd met Turkije-gesteunde groepen en met rugdekking van Israël, toeslaan. Op 8 december 2024 veroverde ze sleutelsteden, zette Damascus onder druk en deed Assad op de vlucht slaan.
Feestvierders vandaag vragen zich af wie de wapens vasthoudt
De internationale en regionale context speelde heel erg mee. De aandacht van Rusland werd opgeslokt door de oorlog met Oekraïne waardoor het zijn inzet terugschroefde. Iran, dat een essentiële steun was voor Assad, was fel verzwakt door aanvallen vanuit Israël. Dat gold ook voor de Hezbollah-strijders in Libanon.
Traditionele tegenstanders van HTS als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, tolereerden de omverwerping omdat het terugdringen van Iraanse invloed zwaarder woog.
Massale executies
In Damascus trokken tienduizenden mensen vandaag 8 december door de straten voor de eerste verjaardag. Feest, opluchting en hoop. Maar tegelijk met een knoop in de maag: wie houdt nu de wapens vast en hoe houden we dit land bij elkaar?
Na december 2024 namen de rebellen militaire taken over en herdoopten zich tot ‘General Security’. HTS-kaders namen Defensie en Binnenlandse Zaken over. Intussen trokken oude legerleden zich terug en vormden lokale defensiemilities, vooral in Alawitische en christelijke gebieden.
General Security sloeg hard toe tegen wie zich wilde hergroeperen. Bij raids, zoals op 23 januari in Fahel en Mreimin, werden bewoners geslagen en gemarteld, huizen geplunderd en burgers gedood. Tijdens zogenaamde ‘uitkamcampagnes’ klonk haatdragende taal tegen Alawieten, de minderheidsgroep waarop president Assad vooral steunde.
In maart vielen groepen strijders dorpen in Latakia binnen waarna ze mannen en jongens gevangenzetten, folterden en executeerden. De meerderheid van de doden waren burgers. Tussen maart en mei vluchtten 40.000 mensen naar Libanon. Het geweld raakte ook Damascus, Aleppo, Homs, Deir ez-Zor en de Eufraatvallei.
In juli sloeg het geweld over naar Sweida. Regeringskrachten en verbonden tribale groepen doodden Druzen-burgers. Sweida werd daarna ‘effectief afgesneden’ van de rest van het land, en steun groeide voor de hardline Druze leider Hikmat al-Hijri, die meer autonomie eist. Bahaa (33), ex-overheidswerknemer, droeg eerst hoop mee, maar draagt nu een geweer en weigert nog te vertrekken.
Die cijfers tonen hoe misleidend het beeld is dat de oorlog voorbij zou zijn
In Homs blijft het gevaar tastbaar. Eind oktober werd de 32-jarige Alawitische leerkracht Riham Hamouyeh gedood toen aanvallers een granaat in haar huis gooiden, voor de ogen van haar twee jonge kinderen. Haar man was twee maanden eerder gearresteerd, de familie werd al langer geïntimideerd.
“Niemand van ons voelt zich comfortabel; we zijn allemaal uitgeput. Mijn vrouw is ingestort, ze doet de deur niet meer open”, zei haar schoonvader, Mohammed Issa Hameidoosh (63). De moord past in een reeks gerichte aanvallen die in de multireligieuze stad bijna dagelijks voorkomen, ondanks een algemene amnestie door de nieuwe autoriteiten voor wie niet van directe misdrijven wordt beschuldigd.
De onveiligheid is breder dan religieus-etnisch geweld: ook overvallen en wraakmoorden nemen toe. Volgens het Syrian Observatory for Human Rights (SOHR) gaat het dodental sinds de machtsovername door de nieuwe regering richting 11.000, en dat terwijl Ahmed al-Shara’a nog geen jaar aan de macht is.
Zoals al vaker sinds 2011 is dit waarschijnlijk een onderschatting: de registratie is onvolledig en er circuleren beweringen dat het werkelijke cijfer drie tot vier keer hoger ligt, al ontbreekt voorlopig sluitend bewijs daarvoor.
Voortwoekerende burgeroorlog
Die cijfers tonen vooral hoe misleidend het beeld is dat de oorlog voorbij zou zijn. Syrië blijft leven in de logica van een voortwoekerende burgeroorlog.
De regering richtte een raad voor ‘burgerlijke vrede’ op en een orgaan voor overgangsjustitie, bedoeld om eigendomsgeschillen, oorlogsmisdaden en sociale cohesie aan te pakken. Maar activisten zeggen dat een omvattende nationale strategie ontbreekt en dat instellingen ondergefinancierd zijn.
De oude angst is niet verdwenen. Ze heeft alleen nieuwe namen, nieuwe uniformen en nieuwe bondgenootschappen gekregen
Slachtoffers van het vorig bewind weten vaak wie hen terroriseerde, maar botsen op een muur. “We weten wie de wreedheden tegen ons pleegde, ze zijn nog aanwezig in onze huizen”, zegt Ali, een digitale mediawerker. “Maar om klacht in te dienen heb je bewijs nodig. En wie heeft dat?”
In dat gat tussen weten en bewijzen groeit wantrouwen. En wantrouwen, in een land vol wapens, is brandstof. Zonder plan en middelen sluit het venster op gerechtigheid. “We zijn een jaar in de bevrijding: als er elke dag moorden blijven, waar brengt ons dat?” vraagt activist Alaa Ibrahim in Homs.
Zonder snelle, geloofwaardige overgangsjustitie en zonder echte politieke ruimte blijft de samenleving in een staat van permanente nervositeit. De oude angst is niet verdwenen. Ze heeft alleen nieuwe namen, nieuwe uniformen en nieuwe bondgenootschappen gekregen.
Schijndemocratie
Ondanks pogingen van de voormalige jihadi-commandant om zijn imago op te poetsen, is van democratie in Syrië weinig sprake. De nieuwe grondwet geeft de president zeer ruime bevoegdheden en ook het verkiezingssysteem wijst niet op echte volkssoevereiniteit.
Bij de parlementsverkiezingen van 5 oktober was er geen rechtstreekse volksstemming: comités stelden de ‘kieskringen’ samen en benoemden in feite twee derde van het parlement, terwijl de president de resterende zetels zelf invult. Dat levert een Volksassemblee op die eerder door de machthebbers is samengesteld dan door kiezers gekozen.
Het parlement bestaat vooral uit soennitisch-Arabische mannen in een land waar minderheden een groot deel van de bevolking uitmaken
Bovendien vielen hele regio’s buiten het proces: er waren geen kieskringen in de Koerdisch gedomineerde provincies Raqqah en al-Hasakah, noch in het overwegend Druzengebied Suwayda. Minderheden zijn daardoor opvallend ondervertegenwoordigd, en ondanks honderden vrouwelijke kandidaten raakten slechts zes vrouwen verkozen.
Het resultaat is een parlement dat vooral bestaat uit soennitisch-Arabische mannen, waarschijnlijk eerder conservatief, in een land waar minderheden en seculiere stedelingen samen een groot deel van de bevolking uitmaken.
Bovenop die institutionele scheeftrekking staat een ‘Bureau voor politieke zaken’ dat gebouwen van de voormalige partij van Assad heeft overgenomen. Critici zien daarin een nieuwe politieke veiligheidsdienst. Zo getuigt een jurist die workshops rond sociale cohesie organiseert dat ambtenaren eerst de cursusinhoud wilden goedkeuren voor er vergunningen kwamen.
Ook Radwan Ziadeh, een schrijver die dicht bij Sharaa staat, waarschuwt dat de instellingen steeds meer trekken krijgen van een autoritair model: geen partijen, geen bijeenkomsten zonder toestemming.
Het geheel doet Juan Cole onrustwekkend denken aan Irak in 2005, waar een parlement met zware ondervertegenwoordiging van grote bevolkingsgroepen de legitimiteit van de nieuwe orde ondermijnde en mee richting sektarische escalatie duwde.
Syrië is mogelijk nog kwetsbaarder dan Irak: het land heeft geen echt functionerend nationaal leger en probeert uiteenlopende gewapende groepen samen te smeden tot één macht. Als grootschalig geweld opnieuw oplaait, is de vraag wie het nog kan indammen.
Versnipperd
De vraag is bovendien of je nog van een ‘land’ kan spreken. Syrië is vandaag zo versnipperd omdat de staat na jaren oorlog niet langer overal het geweldsmonopolie en het dagelijks bestuur kan afdwingen. In de gaten die daardoor ontstonden, hebben lokale machtsblokken (milities, clans, politieke bewegingen) eigen ‘mini-besturen’ opgebouwd, bijna altijd met steun of bescherming van buitenaf.
Daardoor is een mozaïek ontstaan van invloedssferen die kan verschuiven zodra er ergens gevochten wordt of een sponsor van koers verandert.
Wie het land als ‘gestabiliseerd’ voorstelt, negeert dat het conflict is verschoven naar een nieuwe fase
De regering (overgangsautoriteit) in Damascus controleert wel veel stedelijke en westelijke zones, maar haar greep blijft ongelijk: veiligheid, belastingen en diensten worden op veel plaatsen mee bepaald door lokale gewapende groepen en een oorlogseconomie.
De Koerdisch-geleide SDF bestuurt in de feiten het noordoosten autonoom, terwijl in het zuiden rond Sweida Druze-netwerken en lokale milities vaak een eigen lijn trekken. In het noordwesten houdt een oppositie-enclave stand, en langs de noordgrens is er een Turkse invloedssfeer met Turks-gezinde Syrische groepen.
De VS blijft militair aanwezig, officieel vooral voor de strijd tegen ISIS, dat zelf geen groot ‘kalifaat’ meer heeft maar nog als cellennetwerk kan toeslaan in dunbevolkte en slecht gecontroleerde gebieden.
Bovenop dat alles komt de Israëlische factor: sinds de machtsomwenteling na 8 december 2024 en de daaropvolgende escalaties heeft Israël zijn positie in zuidwest-Syrië fors uitgebreid en druk gezet op een gedemilitariseerde zuidelijke zone. Israëlische troepen zijn genaderd tot op 20 kilometer van Damascus.
Nieuwe fase
In een recordtempo is de voormalige jihaditerrorist Ahmed Al-Sharaa gerecycleerd tot een respectabel politicus. Pas drie dagen voordat hij met alle égards in het Witte Huis werd ontvangen begin november stond hij nog op een Amerikaanse lijst van terroristen.
Na zijn ontmoeting met het Syrische staatshoofd zei Donald Trump op een persconferentie: “Ik mag hem wel. (…) Hij heeft een gewelddadig verleden en ik denk eerlijk gezegd dat je zonder een gewelddadig verleden geen kans maakt.”
Er zijn blijkbaar goede en slechte terroristen, of beter nuttige en onnuttige terroristen. Al-Sharaa heeft zich in elk geval ontpopt tot een van de belangrijkste pionnen van Trump voor diens regionale strategie. De internationale rehabilitatie van deze voormalige jihadistrijder fungeert als een façade voor de situatie in eigen land.
Zonder een breed gedragen politieke hervorming, blijft de fundamentele onzekerheid de toekomst van het Syrische volk bepalen
Wie Syrië als ‘gestabiliseerd’ voorstelt, negeert dat het conflict niet is geëindigd maar is verschoven naar een nieuwe fase. Dat wordt overigens bevestigd door het aantal terugkeerders. Na een jaar zijn slechts zo’n 1,2 miljoen Syriërs teruggekeerd, op 6 à 7 miljoen mensen die sinds 2011 het land ontvluchtten.
De internationale diplomatie mag dan een oppervlakkige normalisatie vieren met de nieuwe leiders in Damascus, de diepe versnippering en het voortwoekerende interne geweld verraden dat de burgeroorlog slechts een nieuwe, precaire fase is ingegaan. Zonder fundamenteel respect voor de minderheden en een breed gedragen politieke hervorming, blijft de fundamentele onzekerheid de toekomst van het Syrische volk bepalen.
Lees ook:
- Waarom is de Syrische regering zo snel gevallen en wat zijn de gevolgen voor de regio?
- Syrië-terrorist pion in VS-strategie voor Midden-Oosten