Opinie

Terwijl Belfast brandde, dacht ik: “Volgende keer is het hier”

Afbeelding
Kathleen Van Den Daele, algemeen coördinator van LEVL vzw. Foto: LEVL vzw
Kathleen Van Den Daele, algemeen coördinator van LEVL vzw. Foto: LEVL vzw
In de nacht van 8 juni vindt er in Belfast een mesaanval plaats. De dader is een vluchteling afkomstig uit Soedan. De dagen erna vinden er gewelddadige en racistisch gemotiveerde rellen plaats in de stad. Kathleen Van Den Daele, algemeen coördinator van LEVL vzw, waarschuwt in deze opinie dat het ook hier kan gebeuren.

Ik keek naar beelden die ik niet meer kon wegklikken. Gemaskerde mannen die deuren intrappen. Auto’s, huizen in vlammen. Bewoners die hun woning ontvluchten, niet omdat ze iets misdeden, maar omwille van hun naam, huidskleur, religie of herkomst. 

Eén man pleegde een vreselijke misdaad. Binnen vierentwintig uur werd dat voorval omgezet in collectief geweld tegen een hele bevolkingsgroep. 

Wat in Belfast gebeurde, volgde een bekend script. Binnen enkele uren circuleerden grafische beelden online, riepen publieke figuren op tot demonstraties. En toen stond de straat in brand. 

Wie zegt dat haatspraak ‘maar woorden’ zijn heeft Belfast niet gezien

Tussen het aanzetten en het geweld zat slechts één dag. Dat is de snelheid waarmee online haat zich vertaalt naar brandende huizen. Wie zegt dat haatspraak ‘maar woorden’ zijn heeft Belfast niet gezien. Of erger: wel gezien en naar zijn hand gezet. 

“Bij ons gebeurt dat niet”, een gevaarlijke leugen 

Acties blijven niet beperkt tot online memes. Ze worden doodsbedreigingen aan studenten, geviseerde vakbondsgebouwen, oproepen om leerkrachten aan te pakken. Onderzoek van Knack en Lost in Europe toonde hoe extreemrechts geweld in Vlaanderen past in een Europees netwerk dat “remigratie” en “omvolking” salonfähig maakt.  

Het huidige verschil tussen Belfast en Vlaanderen is een kwestie van schaal, niet van aard. Wie denkt dat die schaal vanzelf klein blijft, begrijpt uitsluitingsmechanismen niet. Schaal is geen constante. Hoe groot het wordt, hangt af van hoeveel we toelaten. 

De grens tussen wat zeg- en denkbaar is, is verschoven. Wat tien jaar geleden de taal was van een geïsoleerde rand, is vandaag mainstream. Overgenomen in talkshows en in de monden van mensen met macht. 

En zodra haatvolle woorden mainstream worden, komt geweld dichterbij. Want als “remigratie” een legitiem beleidsstandpunt wordt, dan wordt een brandende deur op een dag een legitiem actiemiddel.  

Wat ik vraag

Dit zeg ik niet als iemand die hier professioneel mee bezig is. Gewoon als Vlaming. Een inwoner van dit land. Zoals u. 

Want dat is wat de gemaskerde mannen in Belfast niet zagen: een buurman, een collega, een ouder, een kind. Ze zagen een herkomst, een huidskleur. Het mechanisme dat Belfast in brand zette, kijkt niet naar wie ik ben, maar naar de kleur van mijn huid. Ik wil beschermd worden omdat ik hier woon, leef en thuis ben. 

Aan N-VA, als grootste partij van Vlaanderen: u hebt de handelingsruimte om bescherming te bieden. Met die ruimte komt verantwoordelijkheid. 

Bescherming bieden betekent niet in een hoek staan en hopen dat het overwaait

Aan de ministers Crevits (integratie), Gennez (gelijke kansen) en Demir (werk en justitie). Aan het politieapparaat, dat op straat staat wanneer het misgaat. Aan iedereen die meldingen ontvangt: bescherming bieden betekent niet in een hoek staan en hopen dat het overwaait. Het betekent maatregelen nemen die deze escalaties radicaal een halt toeroepen. Voordat het vuur er is. 

Concreet betekent dat: het aanzetten tot haat aanpakken vóór het uitmondt in geweld. Beschermende regelgeving niet uithollen maar versterken. “Remigratie”-retoriek benoemen voor wat het is. Bedreigingen vervolgen. Aangiftes ernstig nemen. Haatmisdrijven behandelen als dusdanig en niet als incidenten die “erbij horen”. 

Verantwoordelijkheid groeit met bereik 

De verantwoordelijkheid ligt bij elke burger. Of we de gemoederen sussen of opjutten, of we onze buur als mens zien of als categorie. Niemand is vrijgesteld. Maar wie een mandaat heeft en een platform dat door honderdduizenden wordt gehoord, draagt een verantwoordelijkheid. Wie spreekt tot een heel land, zou moeten verbinden in plaats van ophitsen. 

Geweld, ongeacht vanuit welke hoek, is onaanvaardbaar en moet aangepakt worden. Waar het mij om gaat, is de analyse waarom dit gebeurt, de taal die gebruikt wordt en het bereik van wie ze verspreidt. Wie een hele groep jongeren wegzet als “krapuul” of een vaag spook van “extreemlinks” oproept om een protest te framen, voedt mee de polarisatie. Het is de splijtende taal en het gebrek aan analyse die het probleem zijn, niet het strenge standpunt. 

Datgene waarvan zij anderen beschuldigen: opruiing, verdelen, daar zit men zelf middenin. Wie ophitst vanuit macht, kan zich niet verschuilen achter verontwaardiging over wie ophitst vanaf de zijlijn. Verbinding zoeken is de plicht van wie spreekt namens ons allemaal. 

Uitsluiting als afleidingsmanoeuvre  

We tellen suïcidecijfers die ruim boven het Europese gemiddelde liggen. Voor vrouwen behoort België tot de hoogste van de EU. Een spiraal van langdurig zieken en burn-outs. Schooluitval, een zorg die kraakt, mensen die het niet meer bolwerken. Vlamingen met en zonder migratieachtergrond. Linkse burgers, rechtse burgers en iedereen daartussen.  

Dat is de truc van polarisatie: ze laat ons naar elkaar kijken in plaats van naar boven

Het gaat over een systeem dat fundamenteel faalt en iederéén onrecht aandoet. Het geluid van een samenleving waarin steeds meer mensen lijden en waarin niemand nog naar boven kijkt. Naar de machtsstructuren die dit versterken en in stand houden. 

Dat is de truc van polarisatie: ze laat ons naar elkaar kijken in plaats van naar boven. Ze laat de jongere de schuld geven aan ‘de migrant’, links aan rechts, rechts aan links. En ondertussen blijft het systeem dat ons allen klemzet onaangeroerd, want zolang we elkaar bevechten, stelt niemand de vraag die ertoe doet: Wie heeft er baat bij dat het zo blijft? En hoe veranderen we dat? 

Wie bescherming wil bieden aan iedereen pakt niet alleen de symptomen aan. Die durft de scheefgegroeide structuren zelf onder ogen te zien. 

Ik gebruik het woord radicaal zeer bewust, want gematigde maatregelen tegen een radicaliserend gevaar zijn geen voorzichtigheid, maar nalatigheid. 

We hebben nood aan een radicalere aanpak, want wat nu in Belfast gebeurt, is ook hier niet ondenkbaar. Wachten we af of doen we nu wat nodig is? Ik ken mijn antwoord. Ik vraag de overheid om het hare. 

En als u voorstellen wilt, die liggen klaar 

Dit is geen beschuldiging, maar een uitnodiging. Naar inhoud en oplossingen kijken, samen met wie de macht heeft om ze uit te werken en te implementeren. 

Ik schrijf in eigen naam, maar sta niet alleen. Talloze andere organisaties, burgerinitiatieven en individuen staan klaar om structurele antwoorden te ontwikkelen die de vinger op de wonde leggen. 

Nog vaak zet men in op het symbool in plaats van het systeem. Beleid zonder reële impact is zelfs gevaarlijk: het geeft een illusie van actie terwijl het vuur dichterbij komt.

Stop dus met het zoveelste symbolische gebaar dat niemand bedreigt en niets verandert. De structuren die haat laten groeien, in de wet, in de straffeloosheid, in de retoriek die we normaal zijn gaan vinden. Die structuren breekt u niet af met een hapje en een handdruk. 

De antwoorden zijn er, het gereedschap ook. De vraag is alleen of u ze wilt zien en de moed hebt om ze te gebruiken? 

 

Kathleen Van Den Daele is algemeen coördinator van LEVL, de belangenbehartiger voor personen met een migratieachtergrond. Dit stuk schrijft zij uit eigen naam, niet als coördinator, maar als Vlaming en inwoner van dit land. 

Steun ons hier!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?