Analyse

Staken: praten over de klassenstrijd is taboe

Afbeelding
Bewerkt beeld: mike223, via Canva.com
Bewerkt beeld: mike223, via Canva.com
Een merkwaardige paradox: de samenleving wordt fundamenteel gestructureerd door klassentegenstellingen. Tegelijk wordt het benoemen van klasse als oorzaak voor ongelijkheid en conflict steeds moeilijker. Dat schept naast een sociaal probleem ook een democratisch probleem.

Een staking is bij uitstek een uiting van een klassenconflict. Er is geen andere manier om een staking te begrijpen dan als de uitdrukking van een structureel conflict tussen twee collectieve, maar tegenstrijdige belangen. 

Aan de ene kant staat een werkende klasse die een degelijk, liefst zo hoog mogelijk inkomen wil voor een aanvaardbare, leefbare werklast. Aan de andere kant een bezittende en heersende klasse die liefst zo weinig mogelijk betalen wil voor de arbeid die ze gebruikt om haar winsten te bewerkstelligen. 

Noteer: dit is een structurele tegenstelling die niet te herleiden is tot individuele keuzes of moraliteit. Er bestaan heus eerlijke en oprechte lieden in beide klassen. De arbeider is moreel gezien niet beter dan de ondernemer, of vice versa. Maar structureel en materieel gezien staan beiden tegenover: hoe duurder arbeid, hoe minder winst voor de kapitalist, hoe goedkoper arbeid, hoe minder kwaliteitsvol leven voor de arbeider. 

Beide klassen zijn afhankelijk van een 'vrije' markt

Dat komt omdat beiden uiteindelijk afhankelijk zijn van een ‘vrije’ markt: de werkgever verkeert in een ongewilde competitie met andere producenten, de werknemer is afhankelijk van de arbeidsmarkt. Verzaken aan die competitie betekent ten onder gaan.

Het is veelzeggend dat een van de meest duidelijke uitdrukkingen van een klassenconflict, de staking dus, vandaag nauwelijks kan worden begrepen of geduid als een conflict tussen klassen. Binnen de publieke sfeer is het woord klasse haast een taboe, terwijl niemand de sociologische realiteit van klasse kan ontkennen. Vergelijk het even met een woord als woke, dat voortdurend in de mond wordt genomen, maar nauwelijks een sociologische realiteit heeft.

Schade aan de economie

Het dominante spreken over de staking is er één van een permanent verhullen. De realiteit van het klassenconflict moet voortdurend worden toegedekt door middel van een vertoog waarin klassentegenstellingen niet meer kunnen worden genoemd. 

Aan de vooravond van deze staking orakelde het VBO bijvoorbeeld nog dat de staking ‘de economie’ ruim een half miljard zou kosten. Uiteraard worden dergelijke berichten kritiekloos opgepikt door vrijwel alle media. Geen journalist die zich hier de vraag stelt wat in dergelijke berichtgeving precies wordt bedoeld met ‘de economie’ en wie die ‘kosten’ van de staking draagt. 

‘De economie’ bestaat niet: je komt die niet tegen op café en ze spreekt nooit

Nochtans een logische vraag, want ‘de economie’ bestaat niet. Je komt die niet tegen op café en ze spreekt nooit - buiten dan door de mond van economen die zich het recht toe-eigenen namens haar te spreken. Dus over wie hebben we het precies als we het over ‘de economie’ hebben en de kosten die moeten worden gedragen? 

Als de staking iemand iets kost, dan is het de werknemer die staakt. Die ontzegt zichzelf immers het loon voor die dag en krijgt daar een vergoeding voor die het loonverlies niet dekt. Maar daar heeft het VBO het niet over, dat is blijkbaar niet ‘de economie’.

Zoals wijlen Jan Blommaert benadrukte, zijn de kosten waar het VBO het over heeft, het verschil tussen de waarde van wat normaal geproduceerd zou worden en de verminderde waarde door de onderbreking van de productie. Hieruit volgen twee eenvoudige, maar fundamentele waarheden. 

Ten eerste, bedrijven kunnen slechts produceren, en dus winst maken, dankzij arbeid. Geen arbeid, geen product, geen meerwaarde. Ten tweede, op arbeid gebaseerde productie creëert winst en dat is dan wat ‘de economie’ wordt genoemd. Wanneer dus ‘schade’ wordt toegebracht aan ‘de economie’, dan heeft men het over minder geanticipeerde winst voor de heersende klasse. Wat ‘de economie’ wordt genoemd, valt altijd samen met het eigenbelang van die klasse. 

De staking en ‘hinder’

Een staking reveleert niet enkel de actualiteit van de klassenstrijd. Ze toont ook steeds opnieuw aan dat we in een klassenmaatschappij vertoeven waarin het kapitaal een quasi-monopolie heeft op wat er wordt gecommuniceerd en hoe dat gebeurt. 

Er is uiteraard niemand die expliciet en publiekelijk dicteert dat er niet over klasse kan worden gesproken, maar er is wel een heel duidelijke, media-institutionele keuze om een bepaald discours te laten domineren en een ander te marginaliseren. 

Het is een ijzeren mediawet dat er bij iedere staking wordt gefocust op ‘hinder’

Bijvoorbeeld, het is een ijzeren mediawet dat er bij iedere staking wordt gefocust op ‘hinder’. Een staking veroorzaakt ‘hinder’ die ‘mogelijk voelbaar’ zal zijn, zo klinkt het van ochtendjournaal tot avondjournaal. Maar ‘hinder’ is net als ‘schade’ of ‘de economie’ geen neutraal begrip. 

De staking verschijnt als hinder voor zij die niet staken. Voor de buitenstaander, de passant of de consument kan een piket, een ontbrekend product of een haperende dienst inderdaad ervaren worden als hinder. Maar voor wie staakt, is die voelbare hinder net de essentie en bedoeling van de staking. 

Het gebruik van het woord hinder is dus altijd een impliciete desolidarisering met de stakers, en daardoor onvermijdelijk een solidariteitsbetuiging aan de bezittende klasse. Dit wordt des te meer duidelijk wanneer we vertrekken van een fictief, omgekeerd scenario. Een impliciete steunbetuiging aan stakers zou erin bestaan om zij die werken tijdens de staking te omschrijven als ‘hinder’ voor de staking. Het feit dat dit ondenkbaar is binnen de huidige berichtgeving, bewijst in welke mate het kapitaal mediacommunicatie ten diepste structureert. Impliciete solidariteit met niet-stakers is de journalistieke norm, solidariteit met stakers is uit den boze.

De ondernemer is heilig

Een andere ijzeren wet: de staker wordt altijd geportretteerd als de nuttige idioot van de vakbonden. In vrijwel alle berichtgeving over de staking zijn de vakbonden subject en stakers object. Alsof de vakbond een legerleiding is die de hersenloze troepen op bevel het veld instuurt. 

De werkelijkheid is omgekeerd. In tegenstelling tot het leger zijn vakbonden uitgesproken democratische massaorganisaties die de belangen van hun leden verdedigen door acties te ondersteunen. Ze organiseren, kanaliseren en representeren het klassenconflict dat ontstaat op de werkvloer en in de ruimere samenleving. Maar voor die verdienste bestaat nauwelijks publieke erkenning: vakbonden worden bijna altijd voorgesteld als instituten die in naam van het eigen belang tegen de meerderheid van de bevolking ingaan. 

Het hangt samen met een bredere dispositie die steeds opnieuw, vaak zelfs niet impliciet, terugkeert in het dominante vertoog: de ondernemer is oprecht en volkseigen, de vakbonden manipulatief en volksvreemd. De vakbonden zijn daarom per definitie verdacht en moeten altijd kritisch worden bejegend. 

Van een ondernemer wordt nooit beweerd dat die oubollig, gedateerd of contraproductief is

Een interview met een vertegenwoordiger van vakbonden is nooit welwillend. Dit in tegenstelling tot een interview met een ondernemer. Van een ondernemer wordt nooit beweerd dat die oubollig, gedateerd of contraproductief is. 

Ondernemen wordt gezien als een karakterdeugd, maar zich democratisch organiseren en rechten beschermen staat gelijk aan schadelijk en contraproductief gedrag. Ondernemers excelleren in ondernemerschap, maar vakbondschap is zelfs geen woord. 

Klasse is een realiteit en de brute, groeiende ongelijkheden, uitbuiting en ellende die met de tegenstellingen tussen klassen gepaard gaan, zijn dat nog meer. Wie denkt dat klasse een negentiende-eeuws verzinsel is nodig ik uit om eens een wandeling te maken van pakweg Brasschaat doorheen Merksem en Antwerpen-Noord tot aan het Antwerpse Centraal Station. 

Wat je zal doorkruisen zijn opeenvolgende ruimtes die gestructureerd zijn door de klassentegenstellingen en de conflicten die ze meebrengen. Wat de federale regering beslist heeft, is om die tegenstellingen verder aan te scherpen en dieper te maken: sociale ellende op te leggen

Er bestaat nauwelijks nog een manier om over klasse te spreken in de publieke sfeer

Er bestaat nauwelijks nog een manier om over klasse te spreken in de publieke sfeer, terwijl die publieke sfeer meer dan ooit gestructureerd wordt door klassenverschillen. Dat is een paradox, maar geen contradictie. Het is de uiting van een klassenstrijd die al veertig jaar wordt gewonnen door de heersende klasse. 

Klassenstrijd wordt permanent van bovenaf, op initiatief van de heersende klasse en met behulp van de politiek, georganiseerd, maar iedere erkenning daarvan is taboe. Dat is naast een sociaal probleem ook een groot democratisch probleem. Net daarom is sociale actie zo nodig: ze maakt zichtbaar wat onbespreekbaar is. 

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?