De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Bezetting UGent: bondgenoten laat je niet achter na de arrestaties

Afbeelding
Studentenbezetting voor Palestina op UGent. Foto: Refaat Alareer Encampment
Studentenbezetting voor Palestina op UGent. Foto: Refaat Alareer Encampment
Koen Bogaert verklaarde zich solidair met de actievoerders aan UGent. Die solidariteit mag niet verdwijnen nu arrestaties en juridische gevolgen op concrete mensen terechtkomen, stelt Polle Griotto.

Toen UGent-hoofddocent Koen Bogaert na de bezetting van het rectoraat zijn solidariteit met de actievoerders uitsprak, deed hij iets belangrijks. Hij nam niet eerst de veilige afslag van de distantiëring. Hij ontkende niet dat er discussie mogelijk is over tactiek, blokkades of bekladdingen. Maar hij liet die discussie niet zwaarder wegen dan de reden waarom mensen in actie komen: de voortgaande vernietiging in Gaza en de weigering om medeplichtigheid daaraan als normale toestand te aanvaarden.

Dat gebaar verdient respect. Niet alleen omdat het op een gespannen moment werd gemaakt, maar ook omdat het een vraag openlegt die nu nog dringender wordt: wat betekent solidariteit wanneer de actie voorbij is, de camera’s verdwijnen en de gevolgen bij afzonderlijke mensen terechtkomen?

Een collectieve actie, individuele gevolgen

Op woensdag 20 mei bezetten pro-Palestijnse actievoerders het rectoraat van de UGent. Zij eisten een volledige academische boycot van Israëlische instellingen. In het gebouw werden spandoeken opgehangen, tenten op het dak geplaatst en bekladdingen aangebracht. De UGent veroordeelde de actie en schakelde de politie in.

Rond twee uur in de namiddag verlieten de bezetters volgens AVS vrijwillig het rectoraat. Buiten was de oproerpolitie massaal aanwezig en hadden sympathisanten zich verzameld. Toen actievoerders bij het verlaten van het gebouw gezamenlijk op de knieën gingen zitten, ontstond een handgemeen met de politie. In totaal werden 44 mensen gearresteerd. Twee personen werden later gerechtelijk aangehouden in het kader van vermeend geweld tegen de politie. 

Koen Bogaert getuigde dat ook de steunbetoging aan het rectoraat hardhandig werd uiteengedreven. Verschillende studenten uit die betoging kregen volgens hem stokslagen te verduren; ook een collega van hem werd geraakt toen zij tussenkwam. 

Een bezetting is zichtbaar en collectief. Mensen staan naast elkaar, maken hun eis publiek en nemen samen het risico van een confrontatie met een instelling die zij ter verantwoording willen roepen. Arrestaties werken anders. Zij halen mensen uit die collectieve context en maken van een politieke actie plots individuele dossiers, individuele verdachten en individuele gevolgen.

Juist daar wordt solidariteit vaak stiller. En juist daar moet ze luider en concreter worden.

Niet eerst bewijzen dat je redelijk bent

Na een omstreden actie ontstaat bijna altijd dezelfde druk op bondgenoten. Veroordeel eerst de vorm. Zeg eerst dat jij het anders zou hebben aangepakt. Neem eerst afstand van de bezetting, de schade, de blokkade of de escalatie. Daarna mag je misschien nog iets zeggen over de redenen waarom mensen tot actie overgingen. Die volgorde is niet onschuldig.

Natuurlijk mogen actiemiddelen besproken worden. Een rechtvaardige strijd maakt niet automatisch ieder middel verstandig. Niet elke actie versterkt een beweging. Niet elke escalatie is strategisch juist. Solidariteit betekent niet dat kritiek ophoudt te bestaan.

Maar kritiek is iets anders dan isolering. Wie pas naast actievoerders wil blijven staan zolang hun protest ordelijk, voorspelbaar en voor instellingen verdraagbaar blijft, maakt solidariteit afhankelijk van goed gedrag volgens de normen van de orde die wordt uitgedaagd.

De actievoerders aan de UGent kwamen niet in beweging omdat zij zin hadden in wanorde. Zij kwamen in beweging omdat zij vinden dat een universiteit niet kan volstaan met trage en gedeeltelijke stappen terwijl Gaza wordt verwoest en Israëlische instellingen betrokken blijven in academische samenwerkingen. De UGent stelt dat zij verder gaat dan andere universiteiten en besliste versneld uit vijf bijkomende problematisch beoordeelde samenwerkingen te stappen. Voor de bezetters volstaat dat niet: zij eisen een volledige academische boycot. 

Men kan discussiëren over de bezetting van het rectoraat. Men kan discussiëren over bekladdingen of over de vraag welke druk op welk moment het meest effectief is. Maar men mag die discussie niet gebruiken om de politieke aanklacht te laten verdwijnen zodra repressieve gevolgen concreet worden.

Ook het politieoptreden moet ter discussie staan

Bij radicale actie wordt proportionaliteit bijna vanzelfsprekend aan de actievoerders gevraagd. Was het nodig om het rectoraat te bezetten? Was de schade aanvaardbaar? Heeft deze actie het draagvlak vergroot of vernauwd?

Dat zijn legitieme vragen. Maar een eerlijk debat stelt de proportionaliteitsvraag niet alleen aan wie protesteert. Het stelt die ook aan instellingen en aan politie.

De UGent heeft het recht haar gebouwen te beschermen en schade te laten vaststellen. Dat beantwoordt nog niet de vraag waarom een vrijwillig vertrek uit het rectoraat moest eindigen in een massale politie-interventie en tientallen arrestaties, terwijl Bogaert getuigt dat ook mensen uit de steunbetoging stokslagen kregen.

Daarbij is het belangrijk de feiten helder te benoemen. In de berichtgeving is geen sprake van zwaar geweld door actievoerders. Er wordt melding gemaakt van twee lichtgewonde politieagenten en van twee gerechtelijke aanhoudingen wegens vermeend geweld, maar concrete details over de aard of ernst daarvan blijven onduidelijk. Dat maakt het des te noodzakelijker om voorzichtig om te gaan met termen als “geweld” aan de zijde van de actievoerders. 

Tegelijk staat vast dat het politieoptreden door verschillende media en getuigen als hardhandig werd omschreven. Het Nieuwsblad en Het Belang van Limburg spraken over beelden waarop een grote politiemacht actievoerders “hardhandig verdrijft”. De Morgen berichtte dat de politie “hardhandig” ingreep. Juist omdat de feiten over eventueel geweld door actievoerders beperkt en weinig gespecificeerd zijn, wordt de vraag naar de proportionaliteit van een massale interventie en tientallen arrestaties des te dringender.

Dat is geen juridisch oordeel dat disproportioneel politiegeweld al bewezen zou zijn. Maar het maakt wel duidelijk dat de vraag naar de proportionaliteit van het optreden geen detail is. Ze kan niet zomaar worden afgedaan als de gekleurde lezing van wie sympathiseert met de bezetters.

Ook wie verdacht wordt van strafbare feiten behoudt rechten. Ook bij een betwiste actie blijft hardhandig politieoptreden onderwerp van kritiek. Ook wanneer protest stoort, moet de reactie van instellingen en ordediensten bevraagd kunnen worden.

Wie alleen vraagt of de actievoerders te ver gingen, maar niet of de politie en de universiteit te ver gingen, voert geen eerlijk gesprek over geweld. Dan wordt de orde zelf buiten discussie geplaatst.

Wanneer solidariteit concreet moet worden

Solidariteit met actievoerders klinkt gemakkelijk zolang zij in groep zichtbaar zijn, slogans dragen en moreel bewondering oproepen. Zij wordt moeilijker wanneer mensen worden opgepakt, mogelijk met juridische gevolgen worden geconfronteerd en publiek steeds meer als ordeverstoorders of verdachten verschijnen.

Dan dreigt ook de solidariteit te individualiseren: een bezorgd berichtje hier, een persoonlijk woord daar, terwijl organisaties en bewegingen opnieuw overgaan tot de orde van de dag. Bondgenootschap vraagt het tegenovergestelde.

Het vraagt dat organisaties, academici, bewegingen en sympathisanten publiek blijven benoemen waarom deze actie werd gevoerd. Dat zij helderheid vragen over het politieoptreden en over de juridische nasleep van de arrestaties. Dat zij, waar nodig en gewenst, bijdragen aan juridische, materiële en publieke ondersteuning van getroffen actievoerders.

Maar vooral vraagt het dat zij weigeren mee te werken aan hun politieke isolering. Want dat is wat repressie doet wanneer bondgenoten zwijgen: zij snijdt concrete mensen los uit de strijd waarvan zij deel uitmaakten. 

Wat begon als verzet tegen banden met Israëlische instellingen, wordt dan gereduceerd tot schade, incidenten en gerechtelijke dossiers. De politieke eis verdwijnt naar de achtergrond; de individuele actievoerder blijft alleen achter tegenover universiteit, politie, gerecht en publieke opinie. Wie solidair is, mag die herschrijving niet zomaar laten gebeuren.

Niet namens hen, wel naast hen

Solidariteit betekent niet dat iedereen namens de bezetters moet spreken. Alleen zij kunnen vertellen welke afwegingen zij maakten, hoe zij hun actie beoordelen en welke ondersteuning zij nodig hebben.

Solidariteit betekent evenmin dat iedereen dezelfde tactiek zou hebben gekozen. Niet iedereen zou een rectoraat bezetten. Niet iedereen zou dezelfde risico’s nemen. Niet iedereen zal iedere handeling verdedigen. Maar wie andere middelen kiest, kan nog altijd naast hen blijven staan.

Men kan zeggen: wij voeren het debat over strategie, maar niet op de voorwaarden van wie jullie eerst geïsoleerd wil zien. Wij laten discussie over schade de discussie over medeplichtigheid aan genocide niet verdringen. Wij laten vermeende strafbare feiten door actievoerders niet dienen als vrijgeleide om hardhandig politieoptreden te normaliseren. Wij behandelen gearresteerde actievoerders niet alsof zij plots niets meer te maken hebben met de strijd waarvoor zij in actie kwamen. 

Dat is geen kritiekloosheid. Het is politieke volwassenheid.

Bondgenoten laat je niet achter

Koen Bogaert had gelijk om zijn solidariteit met de actievoerders uit te spreken op het moment dat de publieke veroordeling op gang kwam. Nu moet die solidariteit verder reiken dan het ogenblik van de bezetting zelf.

De vraag ligt niet alleen bij de mensen die het rectoraat binnengingen. Ze ligt ook bij iedereen die zegt dat verzet nodig is. Bij iedereen die vindt dat universiteiten verder moeten gaan. Bij iedereen die geschokt is door Gaza, maar terugdeinst wanneer verzet de gewone gang van zaken werkelijk onderbreekt.

Niet alle middelen zijn gelijk. Niet elke actie is evenwaardig. Daarover moet gesprek mogelijk blijven.

Maar bondgenootschap begint waar men weigert elkaar uit te leveren zodra verzet ongemakkelijk wordt, hardhandig wordt beantwoord en de gevolgen op concrete mensen terechtkomen. Bondgenoten laat je niet achter wanneer de arrestaties beginnen.

 

Steun ons!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?