Besparen op zorg, cashen op winst: hoe Vlaanderen zijn ouderen laat vallen
“Wat is ’t plan?” Met die prangende vraag trekken directies van zowat zeshonderd woonzorgcentra aan de alarmbel. Een jaar na de start van de nieuwe Vlaamse ploeg is er nog steeds geen kompas voor ouderenzorg, zeggen ze. Wél zijn er heel concrete besparingen.
In september werd 30 miljoen euro weggesneden bij woonzorgcentra en 30 miljoen in de thuiszorg. Recent kwam daar nog eens 16 miljoen bovenop, onder meer door te snoeien in middelen voor bewoners met hogere zorgnoden. Omgerekend: ongeveer 45 euro minder subsidies per bewoner per maand.
Tegelijk klinkt het dat “er nog vet op de soep zit” en dat reserves kunnen worden afgeroomd, zelfs wanneer die dienen om te renoveren of te bouwen. De sector is “verontwaardigd en bezorgd” en mist een duidelijk plan van de minister.
Efficiëntiewinst?
Vlaanderen vergrijst en zorgvragen worden complexer. Personeel is schaars en het vertrouwen brokkelt af door beleid dat vooral lijkt te vertrekken uit controle en wantrouwen. In de open brief klinkt het dat de sector warmere en kleinere woonvormen wil en daarnaast betaalbare zorg en ondersteuning voor medewerkers.
Minister Caroline Gennez houdt vol dat de ingreep niet automatisch leidt tot hogere facturen of minder kwaliteit. Volgens haar kunnen er “efficiëntiewinsten” worden geboekt, en zal de overheid streng toezien op dagprijzen.
“Een citroen kun je een paar keer uitpersen, maar dan komt er echt niks meer uit”
Maar in de praktijk landt de besparing op de basistegemoetkoming voor zorg. Dat is precies het potje waaruit lonen van zorgkundigen en verpleegkundigen worden betaald. Omdat de woonzorgcentra hun dagprijs niet mogen verhogen zullen ze moeten besparen op personeel, met alle gevolgen voor de levenskwaliteit van de bewoners.
Directeurs rekenen het voor: 30 miljoen op een totaal van ongeveer 2,8 miljard lijkt een kleine procentuele ingreep. Maar op instellingniveau zullen er jobs sneuvelen en zal de zorgkwaliteit achteruit gaan. Een Limburgse koepel met 920 bewoners becijferde dat de besparingen neerkomen op het verlies van een halftijdse zorgmedewerker per instelling.
“Met minder personeel hetzelfde aantal bewoners even goed verzorgen? Dat is gewoon niet ernstig,” klinkt het. Wie vandaag al kleinschalig werkt - exact wat de overheid aanmoedigt - heeft net meer mensuren nodig. Daar valt weinig “efficiëntiewinst” uit te halen zonder dat het voelbaar wordt aan het bed.
“Een citroen kun je een paar keer uitpersen, maar dan komt er echt niks meer uit”, klinkt het.
Voor veel gepensioneerden overstijgt de maandelijkse factuur ruimschoots hun maandpensioen
Intussen wijst de minister op voorzieningen met reserves en op financiën die niet elke euro tot op de dag verantwoorden. Er zijn inderdaad spelers die met vastgoedconstructies winst op zorg proberen te puren. Strengere controle is daar aangewezen en terecht. Maar die excessen mogen geen alibi zijn voor een lineaire besparing in een sector die al jaren krap staat.
“Waarom pakt de minister die paar cowboys niet aan?", zo vraagt Jos Aben van de Zorggroep Ouderen Genk zich geërgerd af. De sector wil strengere controles in plaats van een breed snoeimes dat ook correcte voorzieningen treft.
Wie betaalt de rekening?
De Vlaamse basistegemoetkoming bedraagt 89 euro per bewoner per dag, of 2.700 euro per maand. Bewoners betalen daarbovenop hun woon- en leefkosten via de dagprijs. Die lag in 2024 gemiddeld op 72 euro per dag (ongeveer 2.200 euro per maand) en volgens de OKRA[1]-barometer in 2025 op 2.300 euro per maand.
Voor veel gepensioneerden overstijgt dat ruimschoots het maandpensioen. Familie springt bij en spaarcenten smelten. Een extra 30 euro per maand lijkt misschien beperkt, maar voor bewoners die nu al honderden euro’s bijleggen, is het opnieuw een tik.
Kinderen verkopen het ouderlijk huis om de zorgfactuur af te betalen. Partners duiken in reserves. Tantes teren hun leven lang gespaarde buffer op.
De getuigenissen zijn pijnlijk concreet. Duizend euro extra in vier jaar tijd bovenop een al zware rekening. Maandelijks 1.500 euro bijpassen voor beide ouders. Of een partner die elke maand duizend euro uit spaargeld bijlegt terwijl de kwaliteit onder druk staat.
De keuze wordt dan: minder mensentijd of hogere dagprijs
Tegen die realiteit klinkt het geruststellend dat dagprijzen niet mogen stijgen zonder toestemming van de minister. Maar die prijscontrole is geen wondermiddel als tegelijk de financiering aan de zorgzijde wordt teruggeschroefd. Wie niet aan personeel wil tornen, moet elders besparen of inkomsten zoeken.
De keuze wordt dan: minder mensentijd of hogere dagprijs. In beide gevallen verliest de bewoner.
Ook de thuiszorg voelt de knip. Minder middelen voor gezinszorgdiensten met veel oudere cliënten betekent minder ondersteuning waar net de druk het hoogst is. Dat botst frontaal met de ambitie om mensen langer thuis te laten wonen.
Zonder voldoende thuiszorg, respijtzorg[2] en aangepaste woningen verandert “zo lang mogelijk thuis” in een dure kapstok. Residentiële zorg wordt dan uitgehold, met wachtlijsten als gevolg. Terwijl we tegen 2030 nood hebben aan ongeveer 10.000 extra plaatsen, blijft een afdoende programmatie van bijkomende plaatsen uit.
“Op deze wijze stevenen we regelrecht af op lange wachtlijsten in de ouderenzorg. En veranderen we langzaam woonzorgcentra in loutere opvang van zwaar zorgbehoevende ouderen in de laatste maanden van hun leven”, aldus de Okra.
Winst of mensen
Dat onze ouderen op deze manier behandeld worden hoeft eigenlijk niet te verwonderen. In onze samenleving telt winst boven alles, en wie niet productief is en dus geen winst oplevert - zoals de ouderen – wordt gezien als kost in plaats van als waardevolle groep.
Daarom is er chronisch te weinig geld voor ouderenzorg terwijl er wél geld is voor bedrijven, defensie en grote projecten. Daarom is er structurele onderfinanciering wat leidt tot te weinig personeel, lage lonen, hoge werkdruk en slechte leefomstandigheden in woonzorgcentra.
Zolang winstmaximalisatie de prioriteit zullen de noden van ouderen onderaan belanden
Het is geen toeval dat die zorg steunt op laagbetaalde en laag gewaardeerde jobs, meestal vrouwen met (vaak) een migratieachtergrond.
Overheden en verzekeraars duwen de sector richting “efficiëntie”: minder personeel, meer flexibiliteit en lagere profielen. De rekening wordt betaald door bewoners, families en uitgeperst personeel.
Zolang winstmaximalisatie de prioriteit is van onze samenleving zullen de noden van ouderen, net als die van andere ‘onrendabele’ groepen, altijd onderaan belanden. Er is nog veel werk aan de winkel.
Note:
[1] OKRA is een onafhankelijke Vlaamse ouderenorganisatie van en voor 55-plussers die lokaal activiteiten organiseert én de belangen van senioren verdedigt.
[2] Respijtzorg is tijdelijke vervangende zorg zodat de mantelzorger even kan uitblazen. Dat kan enkele uren, dagen of weken via thuisoppas, dagopvang of kortverblijf.