Joseph Stiglitz: "De ongelijkheidscrisis is een even groot probleem als de klimaatcrisis"
De Commissie van Onafhankelijke Experts[i] inzake Wereldwijde Ongelijkheid, voorgezeten door econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz[ii], heeft op 4 november een rapport over ongelijkheid uitgebracht. Dit gebeurde op uitnodiging van de G20[iii], die eind deze maand in Johannesburg een top houdt.
De belangrijkste aanbeveling is de oprichting van een nieuw, internationaal en onafhankelijk panel – geïnspireerd op het Intergouvernementeel Panel inzake Klimaatverandering (IPCC) – dat trends in ongelijkheid volgt, de oorzaken en gevolgen ervan beoordeelt en alternatieve beleidsmaatregelen evalueert om deze aan te pakken. Dit panel zou regeringen, beleidsmakers en de internationale gemeenschap van informatie voorzien, die nu slechts gedeeltelijk of soms helemaal niet beschikbaar is.
“Ongelijkheid is een verraad aan de menselijke waardigheid en een bedreiging voor de democratie”
De president van Zuid-Afrika, Cyril Ramaphosa - gastheer van de G20-top eind november - zei bij de bekendmaking van het rapport: “Ongelijkheid is een verraad aan de menselijke waardigheid, een belemmering voor inclusieve groei en een bedreiging voor de democratie zelf. Het aanpakken van ongelijkheid is onze onontkoombare generatie-opdracht. Dit rapport schetst verstandige en pragmatische stappen die we kunnen nemen om ongelijkheid te verminderen.”
Alarmerende cijfers
“Het beschikbare bewijs over ongelijkheid zou leiders overal ter wereld zorgen moeten baren”, voegt Stiglitz eraan toe. “De wereld erkent dat we te maken hebben met een klimaatcrisis, het is tijd dat we ook erkennen dat we een ongelijkheidscrisis doormaken. Die is niet alleen oneerlijk en ondermijnt de sociale samenhang, maar vormt ook een probleem voor onze economie en onze politiek."
“83 procent van alle landen, goed voor 90 procent van de wereldbevolking, voldoet aan de definitie van hoge ongelijkheid volgens de Wereldbank. Landen met hoge ongelijkheid hebben zeven keer meer kans op een democratische terugval dan meer gelijke landen.”
"De rijkste 1 procent heeft sinds het jaar 2000 41 procent van de nieuw gecreëerde rijkdom naar zich toegetrokken, terwijl de onderste 50 procent van de mensheid zijn rijkdom met slechts 1 procent heeft zien toenemen", volgens gegevens van het World Inequality Lab.
“Dit betekent dat de rijkste 1 procent zijn gemiddelde vermogen heeft zien stijgen met 1,3 miljoen dollar, terwijl de onderste 50 procent zijn vermogen slechts met 585 dollar zag toenemen over dezelfde periode.”
“Eén op de vier mensen wereldwijd slaat nu regelmatig maaltijden over”
De ongelijkheid tussen alle individuen wereldwijd is in de afgelopen decennia gedaald, grotendeels door de inkomensgroei in China, maar de vooruitzichten voor verdere afname zijn onzeker. De totale inkomenskloof tussen landen in het mondiale Noorden en Zuiden blijft zeer groot.
Nieuwe gegevens over de forse toename van geërfd vermogen laten zien dat naar verwachting 70 biljoen dollar aan vermogen in de komende tien jaar zal worden overgedragen aan erfgenamen. Dit is een grote uitdaging voor sociale mobiliteit, rechtvaardigheid en gelijke kansen.
Steeds rijker door erfenissen, niet door ondernemen
Vandaag al hebben miljardairs meer vermogen bijeengehaald via erfenissen dan via economische activiteiten. In de komende drie decennia gaan zo’n duizend miljardairs meer dan 5.200 miljard dollar doorschuiven naar hun erfgenamen, meestal zonder belastingen.
Grote vermogensongelijkheid ondermijnt zowel de democratie als de economische vooruitgang. Recente gebeurtenissen sinds 2020, zoals COVID-19, de oorlog in Oekraïne, en nieuwe tarieven en handelsconflicten sinds begin 2025, creëren een ‘perfecte storm’ die armoede en ongelijkheid verder vergroot.
Eén op de vier mensen wereldwijd slaat nu regelmatig maaltijden over, terwijl het vermogen van miljardairs het hoogste niveau ooit heeft bereikt.
Opstand tegen die armoede en het gebrek aan goeie banen leidde recent tot de ‘Gen Z-protesten’ in verschillende landen. Die massamanifestaties leiden onder andere tot de val van de regeringen in Madagaskar en in Nepal.
Wat kan er gedaan worden?
Om de ongelijkheidscrisis tegen te gaan is er hervorming nodig van internationale economische regels. Denk hierbij aan herziening van regels inzake intellectueel eigendom, zoals met betrekking tot pandemieën en klimaatverandering. Of aan het herschrijven van belastingregels om eerlijke belastingheffing van multinationals en ultrarijken te waarborgen. En aan het verkennen van nieuwe samenwerkingsvormen tussen landen, bijvoorbeeld op het gebied van belastingen, handel en de groene transitie.
Ook nationale maatregelen zijn belangrijk, zoals betere rechten voor werknemers, het verminderen van bedrijfsconcentratie, het belasten van grote vermogens(winsten), investeren in openbare diensten en een meer progressieve belasting- en uitgavenpolitiek
“Rapport toont dat andere wereld mogelijk is: niet geregeerd door en voor miljardairs”
De oprichting van een Internationaal Panel over Ongelijkheid (IPI) – zou een blijvende erfenis van het Zuid-Afrikaanse voorzitterschap van de G20 kunnen vormen. Dit technische orgaan, gericht op data en beleidsrelevante analyse, zou worden ondersteund door ‘voorhoedestaten, met multilaterale agentschappen als belangrijke belanghebbenden’.
Oxfam International verwelkomt rapport
Amitabh Behar, directeur van Oxfam International, zegt dat “het een historische mijlpaal vormt in de internationale erkenning van de ongelijkheidscrisis. Die vernietigt onze democratieën, tast onze samenlevingen aan en ondermijnt onze economieën. Een onafhankelijk panel voor ongelijkheid is een uitstekend voorstel dat er eigenlijk al lang had moeten zijn. Het zal dezelfde wetenschappelijke ernst en doelgerichtheid aan de aanpak van de ongelijkheidscrisis geven, als het IPCC aan het tegengaan van de klimaatcrisis.”
“Zuid-Afrika is bijzonder moedig door de strijd voor een meer gelijkwaardige wereld centraal te stellen op de agenda van de G20. Ze zetten de stem van mensen die gebukt gaan onder ongelijkheid kracht bij. Ze laten zien dat een andere wereld mogelijk is: niet geregeerd door en voor miljardairs, maar door en voor de rest van ons.”
“Het valt niet te ontkennen dat de G20 plaatsvindt tegen de achtergrond van ongekende geopolitieke onrust, nu de VS ongelijkheid in eigen land en wereldwijd aanwakkert: van roekeloze invoerheffingen tot regressieve belastingvoordelen. Maar dit maakt de keuze voor regeringen duidelijk. Ofwel een internationale orde die is opgezet om gewone mensen in elk land te dienen, of een orde die in handen is van oligarchen.”
Notes:
[i] De zes onafhankelijke experts zijn: Professor Joseph E. Stiglitz (VS); Dr. Adriana E. Abdenur (Brazilië); mevrouw Winnie Byanyima (Oeganda); professor Jayati Ghosh (India); professor Imraan Valodia (Zuid-Afrika); en dr. Wanga Zembe-Mkabile (Zuid-Afrika).
[ii] Joseph Eugene Stiglitz, µ°1943 is een econoom uit de VS, in 2001 winnaar van de Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie (Nobelprijs voor de Economie). Hij is bekend om zijn kritische standpunten over globalisering en over internationale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds.
[iii] De G20 werd opgericht in 1999 als een informeel forum voor de ministers van Financiën en de gouverneurs van de centrale banken van de belangrijkste geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden, om internationale economische en financiële stabiliteit te bespreken.
Het forum richt zich op brede macro-economische vraagstukken, maar ook op handel, klimaatverandering, duurzame ontwikkeling, gezondheid, landbouw, energie, milieu, klimaatverandering en corruptiebestrijding op te nemen.
Het bestaat uit 19 landen: Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, China, Frankrijk, Duitsland, India, Indonesië, Italië, Japan, Republiek Korea, Mexico, Rusland, Saoedi-Arabië, Zuid-Afrika, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, en twee regionale organisaties: de Europese Unie (EU) en de Afrikaanse Unie (AU).
De G20-landen vertegenwoordigen ongeveer 85 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product, meer dan 75 procent van de wereldhandel en ongeveer twee derde van de wereldbevolking.