Ze hebben Anas Al-Sharif als lastige getuige van de genocide vermoord
Sinds de avond van 10 augustus stapelen zich lagen rook en een zware geur van dood op in de lucht boven Gaza, niet anders dan de opeenhoping in onze borst van oude angst, onderdrukking en hongerige, steeds terugkerende pijn.
Het is alsof ons leven, wij de kinderen van deze aarde, gebouwd is op opeenvolgende lagen van verlies, waaraan elke dag een nieuwe laag shock wordt toegevoegd, die we snel leren verdragen zodat we niet twee keer sterven.
We verzachten het leed en begraven het onder het dagelijkse leven, totdat het bloeden even afneemt, en dan komt de dood met een nieuw gezicht: een journalist, een dokter, een kind, of eender welk wezen dat durft de waarheid uit te spreken.
Vannacht hebben ze Anas Al-Sharif vermoord, Anas die midden in het bloedbad stond om onze verweerde, uitgeputte gezichten te tonen terwijl wij zoeken naar manieren om te overleven.
Voordat je het land kunt bezetten, moet je zijn ogen dodenSlechts enkele uren daarvoor verscheen het hoofd van de bezettingsregering aan de wereld met het gezicht van iemand die bezorgd is om het leven van buitenlandse journalisten, terwijl hij hun toegang tot Gaza verbood.
De ironie is dodelijk en vol spot. Zo kunnen we begrijpen hoe de wereld van de witte mens draait: ze verbieden camera’s binnen te komen onder het mom van veiligheid en daarna doden ze de camera, het geluid en alles wat de moed heeft om de bloedgeur te onthullen.
De moord op Anas was geen uitzondering, maar onderdeel van het plan van de bezetter om Gaza te verzwelgen. Voordat je het land kunt bezetten, moet je zijn ogen doden die mensen gewend waren te zien op de schermen, bang en huilend.
Je moet de visuele herinnering van de plek wegnemen, die misschien iets van de aankomende verwoesting en gruweldaden zou kunnen onthullen.
Het bezettingsleger kiest de nacht als podium, zodat mensen gedwongen worden hun dag voort te zetten alsof er niets is gebeurdIsraël beheerst de kunst van het creëren van shock die het geheugen kan absorberen, zodat wat daarna komt – hoe verschrikkelijk ook – verbleekt tot een vaag detail in het algemene beeld.
Vaak kiest het bezettingsleger de nacht als podium, zodat mensen wakker worden van de ramp en vervolgens gedwongen worden hun dag voort te zetten alsof er niets is gebeurd.
Wanneer dit mechanisme zich herhaalt, vooral met het vooruitzicht van een volledige bezetting van de overgebleven gebieden die nog buiten controle van het leger waren, wordt moord normaal en komt de slachting binnen het kader van normalisatie met geweld, waardoor het tafereel van elke emotionele impact wordt ontdaan.
Wat het nog belachelijker maakt, is dat sommige buitenlandse zenders waaronder de BBC het nieuws over de moord op Anas brachten op basis van verklaringen in de Israëlische media die hem beschreven als een ‘lid van Hamas’.
Ze vroegen zich niet af hoe een journalist die al maanden voor de camera stond, zich achter dat kant-en-klare etiket kon verbergen? Alsof het rechtvaardigen van de misdaad niet meer vraagt dan te zeggen dat hij lid was van Hamas.
Zo is elke noodzaak voor bewijs of vragen verdwenen. In hun logica is het een kant-en-klare aanklacht, een gratis verklaring om de moord op een Palestijn te rechtvaardigen.
Anas schreef enkele dagen geleden zijn testament, misschien intuïtief deze keer, want wij in Gaza zijn de enigen die onze ogen sluiten en deze wereld duidelijk zien.
We horen ‘Palestijnse journalist gedood’ met dezelfde toon waarmee ze de beste zomerbestemmingen aankondigenZijn testament brak uit het journalistieke kader, waarbij hij zijn journalistieke taal en uniform aflegde, en sprak over Anas, alleen Anas, zoon van het stadje Al Majdal en vluchtelingenkamp Jabalia, over zijn liefde en familie, over zijn dochter Sham, het kleine meisje dat we zagen hem teder omhelzen met kleine vingertjes na maanden van afwezigheid thuis, over zijn zoon Salah die alleen zal opgroeien zonder de stem van zijn vader te horen, en over Gaza, dat een podium is geworden van vers bloed, en een object van observatie, als breaking news dat nieuwsbulletins met zachte, neutrale, kille taal brengen, erop bedacht om de pijn van de westerse ontvanger niet open te krabben.
Het Palestijnse bloed is onderdeel geworden van het nieuwsritme, zoals het weerbericht of de olieprijzen. We horen ‘Palestijnse journalist gedood’ met dezelfde toon waarmee ze de beste zomerbestemmingen aankondigen.
Wat in de nacht van 10 op 11 augustus gebeurde is niet zomaar een bombardement rond de stad Gaza, noch alleen de moord op journalisten. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk in het uitroeien van wat er over is, het uitwissen van het verhaal, zodat alleen wat de dader heeft geschreven en zal schrijven in het historisch archief blijft.