Boven het Turks restaurant aan Tahrirsquare in Bagdad kijkt deze betoogster goedkeurend toe. Aan de overzijde van de Tigris bevindt zich de Green Zone met de VS-ambassade en de ministeries. Foto: Ali Dab Dab
Analyse -

Status van de vrouw in Irak op 8 maart 2021: terug naar de Middeleeuwen

De Internationale Vrouwendag van 8 maart is een goede aanleiding om de lezers te herinneren aan de miserabele toestand van de vrouwen in de “war on terror”. Ondanks de retoriek van het Westen over de ‘bevrijding van de vrouw’, werden vrouwenrechten in Irak sinds de invasie in 2003 serieus teruggeschroefd. 18 jaar later stelt criminoloog Dirk Adriaenssens vast dat mensenrechten niet gelden voor Iraakse vrouwen. "Voor hen is de invasie door de VS een catastrofe".

maandag 8 maart 2021 12:51
Spread the love

 

Het Westen heeft islamfundamentalisme gebruikt om de seculiere, vooruitstrevende, onafhankelijke stromingen in de Arabische wereld te onderdrukken. De grootste slachtoffers van die VS-strategie in Irak zijn de vrouwen. Zij zijn hun verworven rechten kwijt.

De ontvoogding van de Iraakse vrouw

Naziha Jawdet Ashgah al-Dulaimi was een vroege pionier van de Iraakse feministische beweging. Zij was een mede-oprichter van de Iraakse vrouwenfederatie in 1952 en werd de eerste voorzitter. Nadat de monarchie ten val werd gebracht, werd ze in het  kabinet opgepikt door president Abd al-Karim Qasim in 1959 als minister van Gemeenten. Zij was de eerste vrouwelijke minister in de moderne geschiedenis van Irak, en de eerste vrouwelijke minister in de Arabische wereld. Later had ze de post van minister van Staat in een latere kabinetsformatie.

“Op het Tahrirplein werd ik niet bekeken als vrouw, maar als mens, als gelijke. Dat was een echte verademing”. Alle foto’s in dit artikel van fotograaf Ali Dab Dab werden genomen tijdens talrijke protesten tussen oktober 2019 en februari 2020.Foto: Ali Dab Dab

Ter vergelijking: de eerste vrouwelijke minister in België was Marguerite De Riemaecker-Legot. Van 1965 tot 1968 was ze minister van het Gezin en de Huisvesting. In 1956 werd Marga Klompé de eerste vrouwelijke Nederlandse minister. Ze werd aangesteld als minister van Maatschappelijk Werk. Dit vertelt ons iets meer over de positie van de vrouw in Irak.

Na de machtsovername in 1968 startte de seculiere Ba’ath-partij met een programma om haar  gezag te consolideren en snelle economische groei te bereiken ondanks een tekort aan arbeidskrachten. Deelname van vrouwen was een integraal onderdeel van de verwezenlijking van beide doelen en de overheid vaardigde wetten uit, specifiek gericht op de verbetering van de positie van vrouwen in de publieke en in meer beperkte mate de private sector. De status van Iraakse vrouwen was dus rechtstreeks gekoppeld aan het overkoepelend politieke en economische beleid van de regering.

In 1982 bekroonde UNESCO Irak met een prijs voor zijn alfabetiseringsprogramma. Toen Saddam dit initiatief in 1978 had gelanceerd, was het grootste deel van de bevolking nog analfabeet. In het begin verzetten religieuze gemeenschappen en veel traditionalisten in de dorpen zich tegen het feit dat vrouwen zouden leren lezen en schrijven.

Foto: Ali Dab Dab

Maar er wachtte een gevangenisstraf van één week voor degenen die zich niet inschreven voor de verplichte cursussen of weigerden dat een familielid  dat zou doen, en afwezigheden brachten boetes met zich mee. De staat verordende dat alleen degenen die konden lezen en schrijven bankleningen of nieuwe banen en zelfs promoties konden krijgen. In drie jaar tijd werd het analfabetisme praktisch uitgeroeid in Irak.

Iraakse vrouwen hadden de meest vooruitstrevende mensenrechten in de regio en Iraakse vrouwen waren de eerste Arabische vrouwen om hoge posities in te nemen in de academische wereld, rechten, geneeskunde en de overheid. Mannen en vrouwen kregen gelijk loon voor gelijk werk en onderwijs en gezondheidszorg waren gratis op alle niveaus.

Saddam had daarom ook een speciale plek veroverd in de harten van de vrouwen. Iraakse vrouwen hadden reeds lang meer vrijheid genoten dan vrouwen in de buurlanden, en nu schaarde hij zich volledig achter hun emancipatie in de landelijke en religieuze gemeenschappen, waar de rol van de vrouw van oudsher beperkt bleef tot kinderen baren en de huishouding verzorgen. Saddams eigen vrouw bleef werken als onderwijzeres, en ze begon te verschijnen in het openbaar, wat een sterke breuk betekende met de traditie.

Foto: Ali Dab Dab

De eerste parlementaire verkiezingen in meer dan 20 jaar werden gehouden in 1980, de vrouwen kregen voor het eerst stemrecht en werden aangemoedigd om zich verkiesbaar te stellen. Ze behaalden 7 procent van de parlementszetels.

Saddam was trots op het erfgoed van Irak en beschouwde de bevordering van cultuur als een belangrijke overheidsopdracht. Hij creëerde een budget voor muziek- en kunstenfestivals, waardoor kunstenaars uit het buitenland werden aangetrokken om het culturele leven in Bagdad te stimuleren. Hij bouwde ook musea en schreef opdrachten uit voor schilderijen en beeldhouwwerken in openbare plaatsen, en verklaarde dat hij Bagdad wilde herschapen in een tuin van sculpturen. Ook in de culturele en creatieve sectoren werden vrouwen gestimuleerd.

In 1980 waren Iraakse vrouwen goed voor 46% van alle leraren in het land, 29% van alle artsen, 46% van alle tandartsen, 70% van alle apothekers, 15% van alle accountants, 14% van alle fabrieksarbeiders en 16% van alle ambtenaren

Tot in de jaren 1990 hebben Iraakse vrouwen een actieve rol gespeeld in de politieke en economische ontwikkeling van Irak. Voorafgaand de staatsgreep in 1968 had Irak een groot maatschappelijk middenveld, waaronder een aantal vrouwenorganisaties. De meeste van deze civiele groepen werden door de Ba’ath Partij ontmanteld na de machtsovername.

Kort daarna werd de Algemene Federatie van Iraakse vrouwen (GFIW) opgericht. De GFIW zou een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van het overheidsbeleid, vooral door haar rol in het beheer van meer dan 250 landelijke en stedelijke buurthuizen die job-training, educatieve en andere sociale programma’s aanboden voor vrouwen en diende als een communicatiekanaal voor staatspropaganda. Vrouwelijke ambtenaren binnen de GFIW speelden ook een rol bij de uitvoering van de wettelijke hervormingen in de status van vrouwen en in het lobbyen voor hun emancipatie.

De vooruitstrevende status van de Iraakse vrouwen voor 2003

De primaire juridische onderbouwing van de gelijkheid van vrouwen was opgenomen in de voorlopige Iraakse grondwet, die werd opgesteld door de Ba’ath-partij in 1970. Artikel 19, verklaart dat alle burgers gelijk zijn voor de wet, ongeacht geslacht, etniciteit, taal, sociale afkomst of religie. In januari 1971 ratificeerde Irak ook de internationale verdragen inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en de Economische, Sociale en Culturele Rechten (ICESCR), die gelijke bescherming bieden in het kader van het internationaal recht.

Die ontwerpgrondwet was de meest geavanceerde in het Midden-Oosten, zo niet van de islamitische wereld. De Iraakse regering vaardigde arbeids- en werkgelegenheidswetten uit om ervoor te zorgen dat vrouwen gelijke kansen kregen in het ambtenarenapparaat, kende hen moederschapsrechten toe, en regels ter vrijwaring van intimidatie op de werkvloer. Verkrachting werd bestraft met de doodstraf.

Foto: Ali Dab Dab

Zulke wetten hadden een directe invloed op het aantal vrouwen in de beroepsbevolking. Het feit dat de overheid (in tegenstelling tot de particuliere sector) vrouwen tewerk stelde droeg bij tot de afbraak van de traditionele terughoudendheid om vrouwen in huis te houden. Het Iraakse Bureau voor de Statistiek meldde dat in 1976, vrouwen ongeveer 38,5 procent vormden van onderwijskrachten, 31 procent van de medische sector, 25 procent van de laboranten, 15 procent van de accountants en 15 procent van de ambtenaren.

Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) hadden vrouwen een belangrijk aandeel in het aantal arbeidskrachten in het algemeen en het ambtenarenapparaat in het bijzonder, als gevolg van het tekort aan werkende mannen. Tot in de jaren 1990 bleef het aantal buitenshuis werkende vrouwen groeien.

Terwijl de meeste vooruitgang in de status van vrouwen zich voordeed op politiek en economisch gebied, bracht de overheid ook veranderingen aan de persoonswetten, bijvoorbeeld gescheiden moeders kregen de voogdij over hun kinderen tot de leeftijd van tien (voorheen zeven voor jongens en negen voor meisjes), en op elk moment kon een rechter het voogdijrecht uitbreiden tot vijftien jaar. Het kind kon dan kiezen bij welke ouder het wilde verblijven.

Veranderingen werden ook aangebracht aan de voorwaarden waaronder een vrouw de echtscheiding kon verkrijgen en aan de regelgeving met betrekking tot polygame huwelijken en erfrecht. Deze hervormingen weerspiegelden de pogingen van de Ba’athpartij om de Iraakse samenleving te moderniseren en loyaliteit aan uitgebreide families en tribale samenleving te wijzigen in loyaliteit aan de wetten van de overheid.

Irak was een van de eerste landen die de Conventie van Alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen (CEDAW) te ratificeren. Hoewel dit een positieve stap betekende voor de Iraakse vrouwen, werd toch een zeker voorbehoud gemaakt met betrekking tot artikelen die betrekking hadden op de rechten van vrouwen en meisjes in de familiale structuur op grond van het feit dat zij in strijd waren met de islamitische wetgeving. Zoals in andere landen uit de regio, heeft de meeste vooruitgang in de status van de Iraakse vrouwen dus plaatsgevonden in de publieke sfeer.

De VS invasie is een catastrofe gebleken voor de  Iraakse vrouwen

In de jaren na de Golfoorlog van 1991, tijdens de jaren van de sancties, werden veel van de positieve stappen die waren genomen om de positie van vrouwen en meisjes in de Iraakse samenleving te bevorderen, teruggedraaid als gevolg van een combinatie van juridische, economische en politieke factoren.

Waar voorafgaand aan de Amerikaanse invasie in 2003 de Iraakse vrouw de voorhoede vormde in de regio qua vrouwenrechten, bezet Irak volgens een Thomson Reuters Foundation poll bij 336 genderdeskundigen in november 2013, de voorlaatste plaats op 22 Arabische staten. Onder de Amerikaanse bezetting bleef de situatie van de Iraakse vrouwen verslechteren.

Foto: Ali Dab Dab

Onmiddellijk na de invasie sloten de VS allianties met religieuze groeperingen en geestelijken. Het doel was de volledige vernietiging van nationalistische bewegingen, inclusief vrouwenrechtenbewegingen, en ze te vervangen door buitenlandse religieuze fanatici en criminelen die meegekomen waren uit Iran, de VS en Groot-Brittannië.

Na de martelingen en seksueel geweld door de Amerikaanse bezettingstroepen, milities en criminele bendes, bleven een groot aantal Iraakse vrouwen en meisjes opgesloten in hun huis omwille van zeer reële angst voor ontvoering en crimineel misbruik.

Vrouwenrechten, vastgelegd in de vroegere grondwet, werden tenietgedaan (samen met de Iraakse politie en veiligheidsdiensten) door de Amerikaanse bezetting en vervangen door een door de VS vervaardigde “Interim Grondwet”, geproduceerd zonder de vertegenwoordiging van vrouwen, die de Iraakse vrouwen van hun rechten en waardigheid beroofde. In het Irak na 2003 werden de vrouwen teruggeduwd naar het niveau van voor de onafhankelijkheid in 1958.

Onder de Ba’ath regering kregen de vrouwen één jaar bezoldigd zwangerschapsverlof. dat is na 2003 teruggebracht tot zes maanden. Onder de Personal Status Law na 1958, hadden Iraakse vrouwen het grootste deel van de rechten die de westerse vrouwen genieten. Thans hebben de vrouwen artikel 2 van de Grondwet: “De islam is de officiële religie van de staat en is een fundamentele bron van wetgeving.”

Ondertitel A zegt: “Geen wet kan worden aangenomen die de onbetwiste regels van de islam tegenspreekt.” Op grond van dit artikel wordt de interpretatie van vrouwenrechten overgelaten aan religieuze leiders, en velen van hen zijn onder Iraanse invloed. Sinds de invasie van Irak werden Iraakse vrouwen hun mensenrechten ontzegd, waaronder het recht op gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid.

En wat na de zogenaamde terugtrekking? De socio-economische omstandigheden verslechterden nog verder na 2011, eindigend met een nieuw wetsontwerp dat Iraakse vrouwen hun fundamentele rechten zal ontnemen. Mensenrechtenorganisaties en religieuze leiders zijn woedend nadat een overweldigende meerderheid van de Iraakse Raad van Ministers in 2013 het omstreden ‘personal status wetsontwerp goedkeurde, waarin impliciet pedofilie wordt gelegaliseerd, verkrachting en prostitutie toegelaten, zolang ze vallen binnen de grenzen van een op de sharia gebaseerd huwelijk.

Foto: Ali Dab Dab

Het wetsontwerp verlaagt de leeftijd van het burgerlijk huwelijk voor vrouwen tot 9 jaar en voor mannen tot 15 (artikel 16), maakt onvoorwaardelijke polygamie mogelijk (artikel 104), bepaalt dat vrouwen boven de 18 jaar nog steeds de vaderlijke toestemming nodig hebben voor het huwelijk, en geeft de man het recht om geslachtsgemeenschap, zelfs zonder de toestemming van zijn vrouw (artikel 101).

Bovendien voorziet het wetsvoorstel dat een vrouw de echtelijke woning niet mag verlaten of een job uitvoeren zonder toestemming van haar man. De wet stelt verder dat een man zijn vrouw niet meer financieel moet ondersteunen als ze hem niet meer seksueel wil bevredigen (artikel 126). De wet bepaalt ook dat de vader de enige beschermer is van zijn kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar in echtscheidingszaken, en verbiedt moslims om te trouwen met niet-moslims (artikel 63).

Mensenrechten gelden niet voor de Iraakse vrouwen

Na de invasie van 2003 en de omverwerping van Saddam begonnen de VS nauw samen te werken met sjiitische en sommige soennitische islamitische politieke partijen en namen islamisten steeds meer de controle over het dagelijkse leven van mensen over. Vrouwen waren de eerste slachtoffers van deze samenwerking.

Het achterlijke fundamentalisme dat door de bezetter in Irak werd geïmporteerd heeft meisjes en vrouwen herleid tot paria’s. Maar was dit niet de bedoeling? De VS “helped midwife an Islamic state in Iraq”, schreef Isabel Coleman, Senior Fellow en directeur van het Women and US Foreign Policy Program bij de Council on Foreign Relations in het tijdschrift Foreign Affairs van januari / februari. 2006.

Foto: Ali Dab Dab

Eind 2012 beschuldigde Iraaks parlementslid Ali Shubbar Iraakse vrouwelijke gevangenen in de Iraakse gevangenissen van ‘seksuele lust’ en ging verder met te beweren dat zij ‘hun diensten aanbieden aan de politie’. Hij betoogde verder dat ‘de incidenten die zich voordoen in de gevangenissen geen verkrachtingen zijn, maar consensuele seks tussen gevangenen en politieagenten’. Ali Shubbar verklaarde ook dat “sommige gevangenen seksuele honger hebben. Ze presenteren zich aan de politie om seks met hen te hebben en dan beweren ze later dat ze zijn verkracht.”

Ali Shubbar is lid van de Iraakse parlementaire Mensenrechtencommissie. Dit zegt iets over de normen voor Mensenrechten die gehanteerd worden in het nieuwe ‘democratische’ Irak.

Shubbar ging verder met te zeggen dat er “geen enkel bewijs is voor de verkrachtingszaken die werden gepresenteerd in de rapporten”. Dit eervolle lid van de Commissie Mensenrechten erkende evenwel het bestaan van verkrachtingen: “individuele gevallen kunnen hier en daar optreden, maar zijn zeker geen algemeen fenomeen.”

Hanan Fatlawie, een vrouwelijke parlementariër labelde alle vrouwelijke gevangenen als “hoeren”, om de verkrachtingen te rechtvaardigen.

Wie zal de Iraakse vrouw beschermen tegen haar verkrachters … en wie zal de Iraakse vrouw beschermen tegen de Iraakse ‘Parlementaire Mensenrechtencommissie’?

Op 10 februari 2013 verklaarde Abtihal Alzidi, de Iraakse minister voor Vrouwenzaken in de regering Nouri Al-Maliki, dat ze niet gelooft in de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

“Ik ben tegen de gelijkheid tussen man en vrouw”, zei ze. “Als vrouwen gelijk zijn aan mannen zullen ze veel verliezen. Tot nu toe sta ik dankzij de kracht van de man in de samenleving. Als ik mijn huis verlaat, moet ik mijn man vertellen waar ik heen ga. Dat betekent niet dat de rol van de vrouw in de samenleving verschraalt, integendeel, het zal de vrouw meer macht geven als een moeder die zorgt voor de opvoeding van de kinderen”.

Mu’ta en polygamie katapulteert Irak meerdere eeuwen terug in de tijd. Mu’ta, een tijdelijk huwelijk, werd nieuw leven ingeblazen na 2003. Een religieuze figuur zegent een ‘contract van bepaalde duur’: voor een paar uur of jaar, voor een kleine bruidsschat. Een gelegaliseerde vorm van prostitutie. Polygamie wordt gepresenteerd als een oplossing voor het enorme aantal weduwen. Arme vrouwen … En dat in een land dat ooit het meest geseculariseerde was in de ganse regio.

Foto: Ali Dab Dab

De Iraakse minister van Justitie, Hassan al-Shammari, kondigde op 23 oktober 2012 aan dat hij een op de sharia gebaseerde wet had voorbereid en voorgelegd aan het kabinet ter goedkeuring. Maatschappelijke bewegingen startten onmiddellijk een uitgebreide campagne in Irak tegen dit wetsontwerp dat op grote schaal de mensenrechten zou schenden van vooral vrouwen en kinderen.

Mustafa Kazimi, een Iraakse mensenrechtenactivist: “Dit is een willekeurige en onrechtvaardige wet tegen de kansarmen. Deze wet geeft een licentie aan ouders om hun dochters te mogen uithuwelijken vanaf negen jaar en jongens vanaf 15 jaar. Dit is een misdaad tegen kinderen. Dit wetsontwerp stipuleert ook dat een man nafaqah [huisvesting, voedsel en kleding] biedt in ruil voor seksueel genot dat zijn vrouw hem verschaft. Dit is een duidelijke belediging voor vrouwen en een aantasting van hun waardigheid.”

Begin april 2017 diende het Iraaks parlementslid Jamila al-Obeidi een wetsvoorstel in, dat polygamie moet stimuleren. Volgens haar zou dit voorstel genoeg stemmen kunnen halen in het parlement. Het zou mannen aanmoedigen om meer dan één vrouw te trouwen door financiële stimulansen te geven, waaronder een maandelijkse vergoeding van ongeveer 300 dollar.

Foto: Ali Dab Dab

“De enorme aantallen weduwen, echtscheidingen en ongehuwde vrouwen, naar schatting 4 miljoen, hebben me overtuigd om dit voorstel in te dienen,” aldus Obeidi. “Het is een gevaarlijk fenomeen dat alle Iraakse vrouwen bedreigt die steeds kwetsbaarder worden en in financieel precaire posities zitten. Ze worden geëxploiteerd in ruil voor geld en levensonderhoud, een situatie die we moeten veroordelen.”

Een Iraakse wet van 1959 maakt onder bepaalde voorwaarden polygamie voor moslimmannen mogelijk, waaronder toestemming van een rechter en toestemming van de eerste vrouw. De echtgenoot moet “financieel bekwaam” zijn en “legitieme redenen” hebben om een ​​andere echtgenote te nemen, zoals een eerste vrouw die geen kinderen kan krijgen.

Obeidi verklaarde dat haar voorstel vooral gericht is op jonge weduwen en gescheiden vrouwen tussen de 15 en 25 jaar die misschien een getrouwde man willen trouwen die hen kan verzorgen en beschermen tegen uitbuiting.

“Polygamie is een noodzaak in de Iraakse samenleving om ze te helpen herstructureren en stabieler te maken,” zei Obeidi. “Vrouwen zouden elkaar moeten accepteren als partners om zichzelf te beschermen. We moeten afstand doen van de één-vrouw mentaliteit ten koste van onze zussen.”

Veel seculiere vrouwen zien dat echter anders. “Dit is een belediging voor Iraakse vrouwen,” aldus de vrouwenrechtenactiviste Hana Adour.

Pogingen om de sharia op te leggen in Irak zullen waarschijnlijk ook leiden tot verdere sektarische verdeeldheid in de samenleving omdat religieuze opvattingen verschillen naargelang de sekte waartoe iemand behoort.

Daarom gaan er in sommige soennitische wijken reeds stemmen op om zich af te scheiden van de sjiieten. De oprichting van een soennitische staat zou zogenaamd een oplossing zijn omdat zij beweren dat ook de sjiieten op weg zijn naar de oprichting van een sjiitische staat.

VN roept Iraakse leiders op om gender gerelateerd geweld te stoppen

UNAMI bracht op 25 november 2013 de volgende verklaring uit naar aanleiding van de Internationale dag voor de uitroeiing van geweld tegen vrouwen: “De speciale vertegenwoordiger van de VN-secretaris-generaal voor Irak, Nickolay Mladenov, maakte van de gelegenheid gebruik om de Iraakse leiders op te roepen om ‘concrete stappen te ondernemen en wetten te implementeren die op gender gebaseerd geweld voorkomen en kordaat te reageren, inclusief de daders ter verantwoording te roepen, en een beter wettelijk kader te creëren voor de bescherming van vrouwen en gemeenschappen’.”

Foto: Ali Dab Dab

De VN-gezant betreurde dat “geweld bijna elk aspect van het leven van vrouwen beheerst, zowel thuis, op school, op de werkplek als in de samenleving”, en hij riep op tot een fundamentele verandering in de mentaliteit die dit geweld bestendigt.

“Geweld tegen vrouwen is een schending van de mensenrechten. De ware aard en omvang van het geweld blijft vaak verborgen”, aldus Frances Guy, vertegenwoordiger van de VN-Vrouwen voor Irak. Zij benadrukte de noodzaak om het geweld tegen vrouwen uit te bannen en pleitte voor het creëren van een passend kader dat vrouwen fysieke veiligheid en economische zekerheid garandeert.

“Het is cruciaal dat alle Irakezen dit belangrijke doel steunen”, benadrukte ze. Waarom wordt in die ronkende verklaringen geen melding gemaakt van het feit dat vrouwenrechten in Irak onbestaand geworden zijn sinds de Amerikaanse invasie in 2003 en dat de situatie alleen maar erger wordt met de tijd?

Vrouwen worden vaak opgesloten om hun ondergedoken mannelijke familieleden te dwingen zich over te geven of misdaden te laten bekennen. Seksueel misbruik en dreigen met verkrachting worden straffeloos toegepast tegen zowel mannelijke als vrouwelijke gedetineerden, zelfs minderjarigen. Een gedetineerde imam vertelde een delegatie van de Iraakse parlementsleden: “ze dwongen ons te praten door ons te verkrachten.”

Op basis van stereotypen over de positie van vrouwen in Arabische en islamitische samenlevingen, hebben Amerikaanse en Britse functionarissen het bezettingsregime in Irak verdedigd door de positieve effecten ervan op de emancipatie van vrouwen te suggereren. Deze beweringen negeerden niet alleen de aanzienlijke vooruitgang in de opvoeding en het werk van vrouwen die tijdens de eerste twintig jaar van de Ba’athistische heerschappij plaatsvond; ze verdoezelen ook de bijzonder nadelige gevolgen van door de VS en de VN opgelegde sancties voor de Iraakse vrouwen in de jaren 1990.

Evenzo leiden deze stereotypen de aandacht af van de verdere verslechtering van de rechten van vrouwen en de toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt onder het religieuze fundamentalistische bezettingsregime. Dr. Souad Al Azzawi bewees in een uitgebreid statistisch onderzoek zien dat de verslechterende veiligheidssituatie de Iraakse vrouwen werkloos maakte.

Honderden vrouwen zijn aangevallen en vermoord omwille van hun werk of voor hun publieke rol in Irak. Alleen al in de medische wereld zijn velen gevlucht of hebben hun werk verlaten, waardoor een grote braindrain is ontstaan en het zorgstelsel is aangetast. En er zijn nu twee miljoen weduwen, de meesten zonder financiële middelen of overheidssteun.

Foto: Ali Dab Dab

Terwijl zowel mannen als vrouwen worden ontvoerd, eindigt het trauma van de ontvoering voor veel vrouwen niet met de vrijlating. De schaamte verbonden aan die gebeurtenis is een blijvend stigma. Dergelijke incidenten worden waarschijnlijk om dezelfde reden door Iraakse families onderbelicht.

In een rapport, dat in augustus 2011 is uitgegeven door de VN-ondersteuningsmissie voor Irak (UNAMI), werd opgemerkt dat de rechten van vrouwen in sommige opzichten zijn verslechterd in 2010 en kinderen nog steeds lijden onder geweld en gewapende conflicten.

Door de VS geleide coalitiekrachten pleegden meer willekeurige moorden op vrouwen en kinderen dan op opstandelingen, aldus een peer reviewed studie in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS in 2011.

Artikel 394 van het Iraakse strafwetboek maakt het illegaal om buitenechtelijke seks te hebben, een schending van het recht op privacy die onevenredig lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LGBT) treft, evenals vrouwen, aangezien zwangerschap kan worden beschouwd als bewijs van de overtreding. Ook vrouwen die verkrachting melden, kunnen op grond van deze wet worden vervolgd.

72,7% van de respondenten in de enquête Women for Women International-Iraq 2007 zei dat er in de toekomst één verenigd Irak zou moeten zijn met een centrale regering in Bagdad, en 88,6% van de vrouwen dacht dat de scheiding van mensen langs etnische / religieuze / sektarische lijnen een slechte zaak was.

Echter, slechts 32,3% van de respondenten dacht dat er binnen vijf jaar nog een verenigd Irak zou zijn met een centrale regering in Bagdad. Dit is een andere aanwijzing dat vrouwen niet het gevoel hebben dat met hun mening wordt rekening gehouden bij beslissingen over de toekomst van hun land.

Volgens een Oxfam-onderzoek van 8 maart 2009 kregen 33 procent van de vrouwen geen humanitaire bijstand sinds 2003; 76 procent van de weduwen hadden geen pensioen ontvangen; 52 procent was werkloos, 55 procent was ontheemd sinds 2003, en 55 procent was slachtoffer van geweld – 25,4 procent van willekeurig geweld op straat, 22 procent van huiselijk geweld, 14 procent van geweld door milities, 10 procent van misbruik of ontvoering, 9 procent van seksueel misbruik en 8 procent door geweld van de multinationale strijdkrachten.

Foto: Ali Dab Dab

Ondanks berichten over een afname van het geweld in Irak als geheel, zei bijna 60% van de ondervraagde vrouwen in dit Oxfam rapport dat veiligheid en beveiliging hun grootste zorg bleven. De enquête heeft in belangrijke mate aangetoond dat de golf van conflicten bijna elk aspect van het leven van veel vrouwen – en die van hun families – negatief heeft beïnvloed.

De Iraakse vrouw is meer dan tweemaal slachtoffer. Bovenop het feit dat zij dezelfde gruwelijke folteringen ondergaat dan mannen, wordt zij geconfronteerd met een aanranding van haar eerbaarheid (wat nog steeds een groot taboe is in de Arabische gemeenschappen) en wordt zij in het nieuwe Irak behandeld als derderangsburger.

Als moeder moet zij lijdzaam toezien hoe gezondheidszorg en onderwijs zo goed als onbestaande zijn, wat een nefast effect heeft op de gezondheid en de opleiding van haar kinderen, de toekomst van Irak.

Vrouwen gedwongen tot prostitutie

Uit dit artikel in de Britse krant The Independent van 24 juni 2007 onthouden we:

“Er zijn meer dan een miljoen Iraakse vluchtelingen in Syrië, veel vrouwen waarvan de echtgenoten of vaders zijn gedood. Verboden om legaal te werken, hebben ze weinig opties buiten de seksindustrie. Niemand weet hoeveel er in de prostitutie terechtkomen, maar Hana Ibrahim, oprichter van de Iraakse vrouwengroep Women’s Will, plaatst het cijfer op 50.000.

Foto: Ali Dab Dab

Ik ontmoette Fatima in een flatgebouw dat informeel functioneerde als een bordeel in Saida Zainab, een achterbuurt met een grote Iraakse bevolking. Miljoenen sjiieten gaan er elk jaar heen vanwege het heiligdom van de kleindochter van de profeet Mohamed. “Ik kwam naar Syrië nadat mijn man, waarmee ik twee kinderen had, was vermoord”, vertelt Fatima me. “Mijn tante vroeg me om hier bij haar te komen, en mijn broers dwongen me om te gaan.” Ze besefte niet welk werk haar tante deed, maar ze werd wel gedwongen worden om in de prostitutie te stappen, nadat ze arriveerde.

Fatima mag dan al halverwege de twintig zijn, campagnevoerders zeggen dat het aantal Iraakse kinderen dat als prostituee werkt hoog is. Bassam al-Kadi van het Syrian Women Observatory zegt: “Sommigen zijn seksueel misbruikt in Irak, maar anderen worden in de prostitutie gedwongen door vaders en ooms die hen hierheen brengen onder het voorwendsel om hen te beschermen. Ze zijn maagden en ze worden hier gebracht als een investering en worden op een zeer groffe manier geëxploiteerd.”

>En wie zijn de reguliere klanten? “Te oordelen naar de auto’s die buiten staan geparkeerd, komen de klanten uit de hele Golfregio – veel jonge Saoedische mannen die ontsnappen uit een nog conservatiever moreel klimaat.”

Huiselijk geweld

De meeste waarnemers zijn het er over eens dat huiselijk geweld de voorbije jaren enorm is toegenomen omwille van de veiligheidssituatie en de steeds verlechterende economische omstandigheden. Tot overmaat van ramp is door de golf van interne ontheemding de kwetsbaarheid van gevluchte vrouwen enorm toegenomen.

De meest uitgebreide recente statistieken over huiselijk geweld komen van de in 2011 uitgevoerde Iraq Women Integrated Social and Health Survey (I-WISH). 46 % van de ondervraagde meisjes tussen 10 en14 jaar meldde dat ze in de afgelopen maand waren blootgesteld aan geweld of vernedering door een familielid.

Foto: Ali Dab Dab

Bij de getrouwde vrouwen tussen 15 en 54 jaar was in het voorgaande jaar 44,5 procent slachtoffer van emotioneel geweld door hun echtgenoten, 5,5 procent van fysiek geweld, en 9,3 procent van seksueel geweld. Bovendien meldt 73 % van de vrouwen dat de echtgenoot meestal de bron is van geweld tegen vrouwen, gevolgd door vaders (57,2 %). Toen aan de vrouwen werd gevraagd waar ze het meest kwetsbaar zijn voor geweld, prijkt “thuis” bovenaan de lijst (64 %), gevolgd door de straat en openbare plaatsen.

Minority Rights Group’s partnerorganisatie, ASUDA, meldde tussen februari 2014 en mei 2015 1.249 gevallen van huiselijk geweld in zeven Iraakse steden. Uit de gevallen van huiselijk geweld, waarbij de identiteit van de dader werd onthuld (1.088 gevallen), was de echtgenoot veruit de meest voorkomende dader van geweld (71 %), gevolgd door de broer (9 procent), de vader (7 procent) en andere daders.

De vormen van geweld omvatten talrijke vormen van fysiek, verbaal, emotioneel, economisch en seksueel misbruik. De onderzoekers ontdekten ook tal van gevallen van gedwongen en vroege huwelijken, ‘eer’ geweld en vrouwelijke genitale verminking.

De meest voorkomende vorm van huiselijk geweld was verbaal of emotioneel misbruik, waarvan 637 vrouwen het slachtoffer waren (51 procent van alle gevallen). De dominante vormen van verbaal geweld waren beledigingen en vernederingen, die soms plaatsvonden in bijzijn van familieleden of collega’s van de vrouw. Bedreigingen zijn een andere vorm van verbaal of emotioneel misbruik. Deze omvatten de bedreiging met de dood, echtscheiding of het wegnemen van de kinderen.

517 vrouwen meldden fysiek geweld, wat neerkomt op 41 procent van alle gevallen. In zeven gevallen werden vrouwen die zwanger waren zwaar geslagen, wat leidde tot beëindiging van de zwangerschap. In 62 gevallen (5 procent), waren de vrouwen met geweld uit hun huisn gegooid. Een groot aantal van de gevallen werden gekenmerkt door een combinatie van zowel fysiek als verbaal geweld (458 gevallen, 37 procent).

Daarnaast ontdekt de ASUDA onderzoekers 39 gevallen van seksueel misbruik, met inbegrip van verkrachting binnen het huwelijk, incest, seksuele intimidatie en zelfs gedwongen prostitutie.

Een andere veel voorkomende oorzaak van huiselijk geweld was economische ontbering (183 gevallen, 15 procent). Controle over de beweging van een vrouw was een ander terugkerend kenmerk van huiselijk geweld. In 29 gevallen (2 procent), werden de vrouwen belemmerd door hun misbruikers om zich buiten te begeven of familieleden te bezoeken.

Foto: AliDabdab6

Vervroegde uittreding uit het onderwijs was een veel voorkomend scenario in geval van gedwongen of vroege huwelijken, maar in andere gevallen werden zusters en dochters gedwongen om de schoolopleiding te stoppen om te gaan werken of om familieleden te verzorgen. In sommige gevallen dwongen mannelijke familieleden hun vrouwelijke familieleden zich terug te trekken uit de school of universiteit omdat ze gesproken hadden met mannelijke collega’s of verdacht  werden van een relatie te hebben. Vrouwen die eerder gewerkt werden vaak gedwongen om hun baan te verlaten na het huwelijk, of soms na echtscheiding.

Ondanks de wijdverbreide prevalentie van huiselijk geweld, doen de meeste slachtoffers geen aangifte aan de betrokken instanties. De dominante cultuur in Irak beschouwt huiselijk geweld als een privé-aangelegenheid binnen het gezin, en zelfs een legitiem onderdeel van het huwelijksleven.

Volgens de I-WISH rapporteren denkt 49,8 % van de Iraakse mannen het recht te hebben om hun vrouwen te slaan als ze het huis verlaten zonder toestemming, terwijl 56,4 procent gelooft dat het recht te hebben om hun vrouw te slaan als ze niet gehoorzaamt. De ondervraagde vrouwen vertoonden vergelijkbare attitudes, met 51 procent van de vrouwen tussen de leeftijd van 15 en 49 jaar die menen dat de man heeft het recht om zijn vrouw te slaan onder bepaalde voorwaarden.

Echtscheiding plaatst vrouwen in een economisch kwetsbare positie. Vrouwen zijn vaak afhankelijk van hun man als enige kostwinner tijdens het huwelijk; Het is moeilijk om werk te vinden na de echtscheiding, te wijten aan het gebrek aan werkgelegenheid voor vrouwen en negatieve maatschappelijke perceptie van gescheiden vrouwen, waardoor ze kwetsbaar zijn voor seksuele aanrandingen. Bovendien zijn de bestaande openbare structuren ontoereikend om gescheiden en alleenstaande vrouwen te ondersteunen, vooral die met kinderen.

In een rapport van 22 december 2020, genaamd “Irak: te midden van een recente toename van gemelde gevallen van huiselijk geweld, waarschuwt IRC voor een andere pandemie die zich over het hele land verspreidt“, vermeldt de ngo International Rescue Committee een toename van 65% in meldingen van gender gerelateerd geweld sinds de lockdowns in maart en april, zijn er dit jaar tot nu toe 123 zelfmoordpogingen onder vrouwen en meisjes geregistreerd in Irak en is het aantal meldingen van kindhuwelijken tussen augustus en oktober gestegen van 8% naar 42%.

Femicide 

In een periode van vier maand in 2018 werden een reeks moorden in Irak gepleegd, waaruit een significant patroon naar voren kwam. De slachtoffers van deze misdaden waren allemaal mondige jonge vrouwen, die ijverden voor rechten en vrijheden van vrouwen. Deze sterfgevallen illustreren de dreiging voor vrouwen die de traditionele normen betwisten.

De trend lijkt begonnen met de dood van schoonheidsspecialiste Rafeef Al-Yasiri, op 16 augustus 2018. Al-Yasiri had haar eigen bedrijf. Slechts een week nadat Al-Yasiri overleed, stierf ook schoonheidsspecialiste Rasha Al-Hassan onder verdachte omstandigheden. Op 25 september werd vrouwenactiviste dr. Su’ad Al-Ali neergeschoten in Basra.

In tegenstelling tot al-Yasiri en al-Hassan, is er weinig twijfel over de doodsoorzaak van de Iraakse vrouwenactivist dr. Su’ad Al-Ali.

Foto: Ali Dab Dab

Twee dagen na de dood van Al-Ali werd het Instagram-model Tara Fares ook neergeschoten. Ze had ongeveer 2,7 miljoen volgers op Instagram en ongeveer 162 duizend abonnees op haar YouTube-kanaal. De inhoud die ze bracht toonde vaak de invloed van westerse modetrends. Dit leidde tot doodsbedreigingen.

Sociale normen voor vrouwen in Irak worden onder fundamentalistische druk steeds traditioneler en conservatiever.

De Iraakse maatschappij wordt steeds meer gedwongen geïslamiseerd door milities verbonden aan de Iraakse marionettenregering, die afhankelijk is van de Verenigde Staten voor haar voortbestaan. Ondertussen beweert Washington een oorlog uit te vechten tegen het islamitisch terrorisme. De werkelijkheid, zoals vaak het geval is, is precies het tegenovergestelde.

Voorheen een seculiere staat, wordt de Iraakse samenleving steeds gedwongen getransformeerd in een theocratie. In dergelijke systemen zijn vrouwen en meisjes onvermijdelijk de grote verliezers. 

Wie verdere informatie wil over de situatie van de vrouwen in Irak, kan het artikel “Misbruik van vrouwen in Irak: ‘Niemand is veilig’” raadplegen, over het 105-pagina’s tellende rapport van Human Rights Watch van 6 februari 2014: “ ‘Niemand is veilig’: Misbruik van Vrouwen in het Iraaks Strafrechtelijk Systeem”. Dit rapport documenteert nauwgezet het misbruik van vrouwen in detentie, op basis van interviews met vrouwen en meisjes in de gevangenis, soennieten en sjiieten, inclusief gesprekken met hun familie en hun advocaten en medische dienstverleners.

 

Dirk Adriaensens is criminoloog en lid van het uitvoerend comité van het BRussells Tribunal. Tussen 1992 en 2003 was hij verantwoordelijke van SOS Irak en leidde verschillende delegaties naar Irak om de verwoestende gevolgen van de VN-sancties te observeren. Hij was lid van het Internationale organisatiecomité van de Wereld Tribunaal over Irak (2003-2005). Hij is ook mede-coördinator van de Global Campaign Against the Assassination van Iraakse academici. Hij is co-auteur van ‘Rendez-Vous in Bagdad’, EPO (1994), ‘Cultural Cleansing in Iraq’, Pluto Press, Londen (2010), ‘Beyond Educide’, Academia Press, Gent (2012), Global Research Online Interactive I-Book ‘The Iraq War Reader’, Global Research (2012), ‘Het Midden Oosten, The Times They are a-changin’, EPO (2013) en schrijft regelmatig artikels voor Global Research, Truthout, Al Araby, Countercurrents, The International Journal of Contemporary Iraqi Studies en andere media. Hij is research associate bij Globalresearch

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!