Mensenrechtenorganisaties slaan alarm bij EU: vanaf 6 juli kan Palestijnse staat onmogelijk worden
Het gaat niet om een symbolische datum, maar om een harde deadline. Op die dag loopt de tenderprocedure voor het E1-project - de zogenaamde “doomsday settlement” - af. 6 juli is daarmee het laatste moment waarop het felbekritiseerde project kan worden tegengehouden.
E1
Het E1-gebied is een strook van ongeveer 12 km² tussen Oost-Jeruzalem en de grote Israëlische nederzetting Ma’ale Adumim op de bezette Westelijke Jordaanoever. Die locatie is wat het project zo explosief maakt.
Als E1 wordt ontwikkeld, wordt de Westelijke Jordaanoever geografisch doormidden gesneden. Oost-Jeruzalem, de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat, raakt dan volledig omsingeld door koloniale nederzettingen en afgesneden van de rest van het Palestijnse gebied.
Als E1 wordt ontwikkeld, wordt de Westelijke Jordaanoever geografisch doormidden gesneden
Concreet wil de Israëlische regering in dit gebied illegale nederzettingen uitbreiden door de bouw van meer dan 3.000 Israëlische woningen, inclusief nieuwe gesegregeerde verkeersinfrastructuur. Dat betekent een aparte weg voor Palestijnen en een aparte snelweg voor Israëlische kolonisten die Ma'ale Adumim met Jeruzalem verbindt.
De tenderprocedure voor dit project loopt dus af op 6 juli 2026. Volgens mensenrechtenorganisaties is dit dus het laatste realistische moment voor de internationale gemeenschap om het project nog tegen te houden, voordat het op het terrein wordt verankerd en er aan de bouw begonnen wordt.
Symptoom van een apartheidssysteem
E1 staat niet op zichzelf. De ondertekenaars van de mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat het project een sleutelrol speelt in de bredere versnippering van het Palestijnse grondgebied. Een aanpak die zich beperkt tot een handvol individuele sancties biedt daar volgens hen geen antwoord op.
Op de Westelijke Jordaanoever versnelt de ruimtelijke hertekening: nieuwe infrastructuur, bypass-wegen en verbindingscorridors verankeren de nederzettingen en Israëlische apartheid verder. Tegelijkertijd blijven Israëlische kolonisten op systematische wijze Palestijnse gemeenschappen terroriseren.
Europese sancties schieten tekort
Deze waarschuwing van de mensenrechtenorganisaties komt kort nadat de EU een nieuwe sanctieronde aankondigde tegen drie Israëlische kolonisten en vier kolonistenorganisaties die betrokken zijn bij geweld en misstanden op de bezette Westelijke Jordaanoever. De maatregelen omvatten reisverboden, bevroren tegoeden en beperkingen op toegang tot Europese markten en het financiële systeem.
Het akkoord binnen de 27 lidstaten voor deze sancties kwam er pas na moeizame onderhandelingen, met onder meer langdurige blokkades door Hongaarse tegenstand. Daardoor bleef bijkomende Europese actie bijna twee jaar uit. Op 22 mei ondertekende België ook nog een verklaring waarin verschillende landen bedrijven afraden om betrokken te zijn bij de bouw van E1.
Maar deze aanpak blijft toch te beperkt, benadrukken mensenrechtenorganisaties. De EU richt zich vooral op individuele actoren, terwijl de structuren die de situatie op het terrein mee bepalen grotendeels buiten schot blijven.
“België moet nu doorpakken met een nationaal sanctiemechanisme"
“Op een moment dat Israël openlijk zegt dat het nooit een Palestijnse staat zal tolereren en de Palestijnse gebieden annexeert, is het tijd voor concrete en doortastende actie die de fundamenten van de bezetting raakt”, zegt 11.11.11-expert Willem Staes. “België moet nu doorpakken met een nationaal sanctiemechanisme.”
De organisatie roept op tot de onmiddellijke creatie van een nationaal sanctiemechanisme, waardoor België op eigen houtje verdere maatregelen kan treffen. In die zin diende CD&V begin 2026 al een wetsvoorstel in, maar die is nog niet aangenomen.
Botsing met internationaal recht
Hoewel de EU de nederzettingen als illegaal beschouwt, ontbreekt volgens de organisaties een consistent beleid om economische en institutionele betrokkenheid bij dat systeem effectief terug te dringen. Ze verwijzen naar het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, waarin staten worden opgeroepen geen steun te verlenen aan een situatie die in strijd is met het internationaal recht in bezet gebied.
Door die norm niet consequent te vertalen naar beleid, komt de EU volgens de organisaties in een moeilijk verdedigbare positie terecht. “Het handvol Europese sancties biedt geen krachtig antwoord op de Israëlische bezetting en etnische zuivering van Palestina”, zegt Staes. “Wie een op regels gebaseerde internationale orde ernstig neemt, moet nu in actie schieten en zich niet verbergen achter het gebrek aan Europese consensus.”