Verkiezingen in Israël zijn een politieke machtsstrijd voor een identiek beleid
Op dinsdag 27 oktober kunnen alle stemgerechtigde burgers van Israël 120 volksvertegenwoordigers verkiezen in de Knesset (‘vergadering’). De huidige regering onder leiding van eerste minister Benjamin Netanyahu heeft vier jaar kunnen regeren met een meerderheid van 67 zetels. Het is een samengaan van de rechtse partij Likoed (32 zetels) met zes kleine rechtse en uiterst rechtse partijen (35 zetels).
Versnipperd politiek landschap
In de huidige parlementaire oppositie zetelen acht partijen. Alleen de Joods-Israëlische communistische partij neemt standpunten in tegen de bezetting van de Palestijnse gebieden en schaart zich achter de zaak van Zuid-Afrika bij het Internationaal Gerechtshof voor genocide door Israël.
Zij hebben als enige partij in de Knesset twee Palestijns-Israëlische verkozenen samen met drie Joods-Israeli’s. Dan zijn er nog de vijf verkozenen van de reactionaire Palestijns-Israelische partij Ra’am. Zij worden regelmatig afgeblokt of hen wordt de toegang tot de plenaire vergadering ontzegd wanneer zij standpunten innemen tegen de bezetting en de apartheid.
De grote versnippering van het politieke landschap in Israël is een gevolg van hun proportionele kiesstelsel. De kiesdrempel ligt op slechts 3,25 procent, wat eenmaal voorbij dat percentage direct recht geeft op vier zetels.
Ook de koloniale settlers in de bezette gebieden hebben sinds 1969 stemrecht. Maar geen enkele Palestijn in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem heeft stemrecht, net zomin als de Syrische inwoners van de Golanhoogte die sinds 1981 werd geannexeerd door Israël.
Eendrachtige oppositie
In de peilingen gaat de partij Likoed van Netanyahu gelijk op met een blok van vijf partijen rond de nieuwe partij Yashar (wat ‘eerlijk’ betekent) van zijn belangrijkste uitdager Gadi Eisenkot. Die vijf partijen komen wel afzonderlijk van elkaar op, maar hebben afgesproken samen een regering te zullen vormen als ze 61 zetels halen.
Inhoudelijk staat Eisenkot voor hetzelfde beleid als Netanyahu, zowel sociaal-economisch als voor de Palestijnse kwestie
De partij Yashar werd pas opgericht in september 2025. Eisenkot wil dat Netanyahu valt. Maar dit is geen politieke strijd voor een ander beleid. Het gaat ook hem, net als Netanyahu, om de macht. Inhoudelijk staat hij voor hetzelfde beleid als de huidige eerste minister, zowel sociaal-economisch als voor de Palestijnse kwestie.
Zo is Eisenkot voormalig stafchef van het leger (2015-2019). Hij is onder andere de bedenker van de Dahiya-doctrine die voor het ogenblik in Libanen en Syrië wordt toegepast. Deze strategie bestaat erin zich bij militaire conflicten niet te concentreren op gevechten tegen de militaire vijand, maar zich, integendeel, maximaal te richten op de weerloze burgerbevolking.
Deze doctrine is een openlijke schending van de Conventies van Genève over het oorlogsrecht. Door maximale vernietiging van civiele infrastructuur moet de wil van de onderdrukte bevolking gebroken worden. “We zullen ons daarbij niet laten afschrikken door de protesten van de wereld.”
Eisenkot verzet zich tegen een erkenning van een Palestijnse staat ‘in eender welke vorm’ en wil de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem volledig annexeren
Hij verzet zich tegen een erkenning van een Palestijnse staat ‘in eender welke vorm’ en wil de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem volledig annexeren als Israëlisch grondgebied. Israël is volgens hem een exclusief Joodse en democratische staat.
Met deze man als eerste minister verandert er met andere woorden niets voor de Palestijnen in de bezette gebieden en voor de belegerde Libanezen en de Syriërs. Hij zal zich weliswaar niet laten verleiden tot het fanatieke discours van Netanyahu, maar zijn beleid zal hetzelfde zijn. Onder zijn leiding zal de bezetting en de kolonisatie gewoon verder gaan.
Eisenkot, Bennett of Netanyahu
Eisenkot heeft dus met de vier grootste oppositiepartijen een pact gesloten om elkaar niet aan te vallen tijdens de verkiezingscampagne en alle pijlen te richten op Netanyahu. Als hij er in slaagt om met deze vier partijen samen 61 zetels te behalen, kan hij een regering vormen en Netanyahu samen met zijn extreemrechtse coalitiepartners naar de oppositie verwijzen. Het kan echter ook Naftali Bennett zijn die eerste minister wordt, als die meer zetels zou halen met zijn partij Nieuw Rechts.
Zeker is dit alles echter niet. De peilingen voorspellen 57 zetels voor de partijen van de huidige regering en 49 zetels voor het blok van de oppositie. De Palestijnse partijen zouden veertien zetels halen. Zij mogen echter uitgesloten worden als mogelijke coalitiepartners van een nieuwe regering. De marges van deze peilingen zijn wel zo groot dat alles nog mogelijk is. Veel zal afhangen van het aantal kiezers dat komt stemmen.
Commentatoren verwachten wel dat de Palestijnse minderheid binnen Israël ditmaal veel talrijker zal deelnemen aan de verkiezingen dan voorheen. Een poging van de huidige regering om de Palestijns-Israëlische partijen te verbieden om deel te nemen aan de verkiezingen is mislukt, nadat het Hooggerechtshof dat verbod door de Knesset onwettig verklaarde.
Bovendien voorspellen de peilingen ook dat Likoed binnen de regeringscoalitie zetels zal verliezen ten voordele van de extremistische partij Otzma Yehudit (‘Joodse macht’) van Itamar Ben Gvir. Zijn partij zou het meest electoraal voordeel halen uit hun radicaal zionistische beleid van de voorbije vier jaar. Hij kan rekenen op het overgrote deel van de ongeveer 500.000 stemgerechtigde kiezers in de koloniale nederzettingen.
Hoop op een ‘gematigde’ regering?
Mediacommentatoren in onder andere The Guardian, BBC en The New York Times stellen dat een nieuwe Israëlische regering onder leiding van Eisenkot of Bennett een meer 'gematigde' koers zou gaan varen. In de praktijk betekent dit dat Israël terugkeert naar het beleid van voor de genocide en dat het dan mogelijk zou worden om het desastreuse imago van Israël in de wereld te keren.
Een recente peiling in 85 landen door de organisatie Alliance for Democracies toont dat Israël het minst populaire land ter wereld is sinds de genocide in Gaza. Zelfs in de VS is 62 procent van de bevolking nu tegenstander van de militaire samenwerking van hun regering met Israël. Dit resultaat is merkwaardig omdat de Alliance for Democracies een pro-Israël NAVO-vehikel is onder leiding van voormalig NAVO-secretaris-generaal Anders Rasmussen.
Israël zou dan terugkeren naar het beleid van voor de genocide en het zou dan mogelijk worden om het desastreuse imago van Israël in de wereld te keren
Israël is in deze peiling nog minder populair dan Noord-Korea, Afghanistan en Iran, met de VS als vijfde meest geminachte land ter wereld. Rusland staat op de zevende plaats. Een andere regering zonder Netanyahu kan dit desastreuze imago nooit terug opkrikken, terwijl dezelfde repressie van de Palestijnse bevolking blijft doorgaan.
Het enige 'uitzonderlijke' aan Eisenkot is dat hij de allereerste eerste minister van Israël zou worden die niet uit de Oost-Europese Ashkenazi-diaspora afkomstig is. Zijn ouders zijn Mezrahi Joden uit Marokko die bij hun migratie naar Israël hun Berberse familienaam Asencot veranderden in de Duits-Ashkenazi klinkende naam Eisenkot.
Men mag er nu al van uitgaan dat westerse politici en mediacommentatoren in hun panels en opinies zullen oproepen om een ‘gematigde regering zonder Netanyahu’ een kans te geven. Zij blijven zo de diepe verontwaardiging van de wereldbevolking over de genocide onderschatten. Zover is het echter nog niet. Het is evengoed mogelijk dat een patstelling zal leiden tot nieuwe verkiezingen. Ondertussen blijft Netanyahu eerste minister.
Voor de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden verandert deze 25ste parlementaire verkiezing sinds 1948 niets. De strijd voor hun recht op zelfbeschikking, zoals erkend door het internationaal recht en het VN-Handvest, en hun recht op verzet tegen koloniale bezetting, gaat na 27 oktober onverminderd door net als de wereldwijde campagne van solidariteit.
Note:
- Dahiya is een wijk in de Libanese hoofdstad Beiroet waar deze doctrine voor het eerst werd toegepast in 2006 door generaal Eisenkot.