Nieuws

Besparingen woonzorgcentra: vakbonden CNE en SETCA hekelen een onacceptabel signaal voor een sector al in crisis

Afbeelding
DepositPhotos
DepositPhotos
De Waalse regering heeft drie indexsprongen van twee procent aangekondigd op de overheidsfinanciering van de woonzorgcentra. De sector zal volgens de werkgeversfederaties tegen 2029 150 miljoen euro mislopen. Voor de vakbonden is dit signaal onaanvaardbaar: de bewoners en werknemers zullen de rekening betalen.

De Waalse regering heeft drie indexsprongen van twee procent aangekondigd op de overheidsfinanciering van de woonzorgcentra, in 2027, 2028 en 2029. Volgens de werkgeversfederaties zal de sector daardoor tegen 2029 150 miljoen euro mislopen (25 miljoen in 2027, 50 miljoen in 2028 en 75 miljoen in 2029), terwijl de regering het voorlopig slechts over 11 miljoen euro voor 2027 heeft. Welk cijfer ook wordt gehanteerd, de vakbonden zijn duidelijk: dit signaal is onaanvaardbaar. De bewoners en de werknemers zullen de rekening betalen.

Een vaststelling die de vakbonden delen met de werkgevers

Op twee punten zitten de CNE en het SETCa op dezelfde lijn als de werkgeversfederaties. Ten eerste komt de betaalbaarheid van de woonzorgcentra in gevaar. Wanneer de overheidsinkomsten de stijgende kosten niet langer volgen, blijft er als enige aanpassingsmogelijkheid de dagprijs over, met andere woorden: de factuur voor de bewoners en hun families. De federaties zelf spreken over een mogelijke stijging van maar liefst 135 euro per maand tegen 2029.

Ten tweede gaat het om een regelrechte aanval op een sector waarvan de behoeften steeds groter worden. Mensen komen steeds later in een woonzorgcentrum terecht, met een grotere zorgafhankelijkheid en vaker psychische gezondheidsproblemen, in een landschap waar de bezettingsgraad nu al bijna 100 procent bedraagt.

Werkgelegenheid: alle werknemers dragen bij aan de kwaliteit van de zorg

De CNE en het SETCa maken zich zorgen over de werkgelegenheid in de sector, en in het bijzonder over de zogenaamde ‘non-care’-jobs (hoteldiensten, keuken, onderhoud, logistiek enzovoort), die worden gefinancierd via de dagprijs. Als de directies weigeren de volledige kostenstijging door te rekenen aan de bewoners, zullen deze functies als eerste in gevaar komen.

De CNE en het SETCa verzetten zich ook tegen het standpunt van Femarbel dat personeel kan worden ontslagen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de zorg. Dat klopt niet. De kwaliteit van de zorg beperkt zich niet tot de zorgverlening zelf. Voor de bewoners en hun familie wordt de kwaliteit ook bepaald door een goede maaltijd die op tijd wordt geserveerd, een schone kamer, goed onderhouden wasgoed, een veilige omgeving en de aandacht die aan hen wordt besteed. Elke collega draagt bij aan de levenskwaliteit van de bewoners, aan de zorg die ze krijgen en aan de verwezenlijking van hun levensplannen.

In onze woonzorgcentra is het de interdisciplinaire samenwerking die het mogelijk maakt de bewoners te begeleiden. Minder personeel in eender welke afdeling van het woonzorgcentrum zal een rechtstreekse impact hebben op de werkdruk van alle andere collega's. Het schrappen van non-care-functies zou ook een rechtstreekse impact hebben op het zorgpersoneel. Vandaag kunnen de essentiële non-care-taken voor de bewoners niet aan hen worden toevertrouwd, zoals de kwaliteitsinspecties van het AViQ in herinnering brengen. Als deze werknemers verdwijnen, zal de druk om hun taken over te nemen enorm zijn, zonder enige omkadering of erkenning en ten koste van de tijd die aan de bewoners wordt besteed. Voor teams die al uitgeput zijn, zou dit een bijkomende belasting betekenen.

De werkgevers zijn het onderling overigens niet eens. Femarbel wijst op de mogelijkheid van ontslagen, terwijl Unessa stelt dat de directies geen personeel meer kunnen ontslaan zonder het risico te lopen dat de AViQ de instelling sluit. Santhea erkent dan weer dat veel woonzorgcentra met 15 tot 25 procent meer personeel werken dan er via het forfait wordt gefinancierd. Het is tijd dat de federaties hun standpunt verduidelijken: personeel is geen variabele om de begroting in evenwicht te brengen.

Voor de vakbonden is het standpunt duidelijk: in deze sector is geen enkele job overbodig. Het is, voor CNE en SETCa, uitgesloten dat de arbeidsomstandigheden en de kwaliteit van de begeleiding van de bewoners nog verder onder druk worden gezet.

Een opeenstapeling van aanvallen

De vakbonden stellen vast dat de maatregelen die werkende mensen treffen zich opstapelen en ook gevolgen hebben voor gepensioneerden, die vandaag de bewoners zijn van woonzorgcentra. De prijzen stijgen explosief op alle vlakken, zowel voor werkenden als voor bewoners, die de indexering van hun rechtmatige pensioen geplafonneerd zagen op 2.000 euro bruto! Hoeveel kinderen moeten vandaag al niet het ouderlijk huis verkopen om de hoge kosten van het woonzorgcentrum te kunnen betalen?

Hoe kunnen we van diezelfde mensen, of van hun kinderen, vragen om een hogere dagprijs te betalen?

Een sterk gecommercialiseerde en dus kwetsbare sector

In Wallonië behoort bijna de helft van de bedden in woonzorgcentra tot de commerciële sector. Als de rendabiliteit van deze instellingen onder druk komt te staan, is het risico op desinvesteringen, de terugtrekking van groepen of sluitingen groot. In een sector die nu al bijna verzadigd is, zouden alle woonzorgcentra en hun bewoners daarvan de gevolgen ondervinden.

Vakbondseisen

CNE en SETCa eisen een omgekeerd signaal. De sector staat al met de rug tegen de muur: “We hebben extra collega's nodig in alle afdelingen van de woonzorgcentra, geen bijkomende besparingen.”

Daarnaast eisen ze een herziening van de personeelsnormen, met extra collega's op het terrein. De normen zijn verouderd en weerspiegelen niet langer de realiteit van de zorgverlening: meer psychiatrische problematieken en een grotere zorgafhankelijkheid. Zelfs als ze voor 100 procent worden nageleefd, volstaan ze niet langer om kwaliteitsvolle zorg te garanderen.

Als volgt vragen ze een herwaardering van de zorgkundigen. Het belangrijkste beroep in de sector wacht al drie jaar op een loonsverhoging die automatisch had moeten worden toegekend in het kader van het dynamische onderhoudssysteem van IFIC, dat sinds 2022 van kracht is in de woonzorgcentra. “IFIC 12 is een recht, geen gunst”, luidt het bij de vakbonden.

Vervolgens willen ze een echt sociaal overleg. De werkgeversfederaties betreuren dat ze niet werden geraadpleegd. Ook de vakbonden werden niet geraadpleegd, hoewel zij de werknemers vertegenwoordigen die deze woonzorgcentra dagelijks draaiende houden.

Ten slotte: woonzorgcentra waar de bewoners graag leven en de collega's graag werken.

De CNE en het SETCa zetten zich in om ervoor te zorgen dat deze sector met respect wordt behandeld, en “zullen alle nodige maatregelen nemen om dit te verwezenlijken”.

“De werknemers van de woonzorgcentra houden de sector al jaren met moeite overeind. Je kunt hen niet vragen om met minder middelen nog meer te doen, en je kunt de rekening evenmin bij de bewoners leggen”, vertelt Sébastien Robeet, nationaal secretaris Non-Profit, CNE.

“Woonzorgcentra moeten plaatsen zijn waar iedereen betaalbaar kan wonen en waar kwalitatief wordt ingespeeld op de behoeften van ouderen, met aandacht voor menselijke contacten en hun zelfstandigheid. Wanneer je al op je tandvlees zit, is elk verlies een breuk te veel. Noch de collega's, noch de bewoners of hun families mogen de rekening betalen!” aldus Nathalie Lionnet, federaal secretaris Non-Profit, SETCa.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?