Hoe slaat polarisering om in geweld? 'Traum' toont het op theater
In ‘MAUS’, gepubliceerd tussen 1991 en 1997, probeert de Amerikaanse striptekenaar Art Spiegelman het verhaal van zijn vader op te tekenen, een Poolse Holocaust-overlevende met wie hij een moeilijke relatie heeft. Uiteindelijk gaat de bekroonde graphic novel daardoor niet alleen over de gruwelen van de Holocaust, maar ook over het doorwerken van het trauma op Spiegelmans eigen leven. De onmogelijkheid tot spreken van de ene generatie haakt in op de onmogelijkheid tot begrijpen van de volgende.
De droom, het onderbewuste is de enige manier om dichter bij ‘de waarheid’ van het trauma te komen
De vraag hoe we zoiets onzegbaar als trauma kunnen aanraken en welke symbolische handelingen daarvoor nodig zijn, maakt Simon De Vos tot de inzet van ‘TRAUM’. De essentie zit al in de titel: de droom, het droombeeld, het onderbewuste is de enige manier om dichter bij ‘de waarheid’ van het trauma te komen – het laat zich in al zijn rauwheid niet zonder bemiddeling bewerken.
In ‘MAUS’ zijn de personages dierenfiguren: Spiegelman tekent de joden als muizen, de nazi’s als katten. Bij De Vos spelen de personages dieren: de acteurs dragen maskers van vossen of konijnen maar zetten die soms ook af, of wisselen van masker. Het geeft ‘TRAUM’ iets van een film van Fellini, iets dromerigs. Het verhaal onttrekt zich aan de historische realiteit en lijkt zich in een onbestemde toekomst af te spelen.
Van Gaza naar ex-Joegoeslavië
Helaas: de mechanismen binnen het verhaal herkennen we wél, want ze zijn maar al te actueel. We volgen ‘vos’ Siem (Lukas Bulteel), zoon van Garnik (Geert Van Rampelberg), in zijn pogingen om een toneeltekst te schrijven. Zijn carrière zit wat in het slop, in tegenstelling tot die van zijn vriendin, actrice en ‘konijn’ Lucia (Evelien Bosmans). Siem hoopt met het verhaal van zijn vader, een overlever van de ‘Vierde Oorlog’, zichzelf als theatermaker op de kaart te zetten.
Dat hij tegelijkertijd ook dichter bij zijn vader en bij zijn eigen geschiedenis wil komen, beseft hij nog niet helemaal. Siem, bandrecorder in de aanslag, is erop gebrand om van zijn vader het hele verhaal te horen, in klare taal, in duidelijke woorden. Hij stoot op stilte en ruis. Niet alleen over de oorlog, ook over het verdwijnen van zijn moeder. Garnik: “Ze was er en nu niet meer – dat is taal genoeg.”
Zonder dat de namen vallen, denk je aan etnische zuiveringen in Gaza en Rwanda, maar evengoed aan ex-Joegoslavië en Tsjetsjenië
Een generatie eerder was Garnik een door vossen en konijnen gevierd acteur. Tijdens de ‘Vierde Oorlog’ richtten de vossen eerst een bloedbad aan onder de konijnen. Daarop volgde een vergeldingsactie in een theater, waar Garnik op dat moment ‘King Lear’ speelde. De konijnen grepen de macht, de vossen werden afgevoerd naar de ‘verwerkingszone’. Sounds familiar? Yep.
Dit is het treurig-herhaalde patroon van een burgeroorlog, waarbij families, buren, vrienden die kort tevoren nog samen aten en baadden, op een minimum aan tijd vergiftigd raken door een populistisch discours van verschil. Zonder dat de namen vallen, denk je aan etnische zuiveringen in Gaza en Rwanda, maar evengoed aan ex-Joegoslavië en Tsjetsjenië. De Vos’ taalgebruik is subtiel, maar treft doel. “Ge spreekt als iemand die wakker is” – zelfs de splijtzwam van het complotdenken vandaag komt voorbij. Terwijl er op de scène enkel vossen en konijnen te zien zijn, die van rol wisselen, van dader naar slachtoffer en terug.
Dat wisselende dader-slachtofferschap zet zich ook door op het persoonlijke vlak. Want hoewel een generatie later een broze vrede lijkt hersteld, zijn de littekens nog vers en gevoelig. De enormiteit van Garniks trauma geeft Siem geen ruimte om te bestaan. “Wat is van mij, echt van mij?’ vraagt hij zich wanhopig af. “Niets, zelfs niet mijn mislukking.” En al helemaal niet zijn geschiedenis. In zijn gevecht om adem dreigt hijzelf, rancuneus, die van Lucia af te snijden. Het gif van identitair zelfmedelijden, de jaloezie op de vermeende privileges van ‘de ander’ sijpelt door in hun relatie.
Wederzijds cynisme
Intussen is Garnik niet alleen slachtoffer maar speelt hij het ook, noodgedwongen. Het is alsof zijn essentie is gereduceerd tot een zwart gat, alsof zijn zijn is doodgemaakt, waardoor hij – topacteur die hij is – enkel nog door spel kan verder leven. Het maakt Siem razend (“Ik ben uw zoon, niet uw publiek”), maar hij begrijpt niet dat dat spel levensreddend is.
Bulteel en Van Rampelberg zijn sterk in hun schrijnend-komische vertolkingen van vader en zoon, met een herkenbare tiktakkende dynamiek van cynisme en onbegrip. Het zal lang duren voor ze inzien dat het er soms alleen om gaat nabij te zijn, nabij te blijven. Het zijn de vrouwen die uiteindelijk wijken, zowel Lucia als Garniks moeder Leila (Valckenaers), die na de oorlog zichzelf noch haar geliefde terugvindt en ervoor kiest het leven op te geven.
Verhalen over 'wij en de ander' zijn niet onschuldig, ze vormen het kruit dat door populisten makkelijk tot ontploffing kan worden gebracht
Het is wondermooi hoe De Vos erin slaagt om de oorspronkelijke graphic novel los te maken van het nazisme en open te trekken in tijd en ruimte, en tegelijkertijd zowel de collectieve als de individuele trauma’s gelaagd voelbaar te maken in tekst. Daarbovenop is de metatheatrale laag – de maskers, het feit dat Garnik een acteur is – een gouden greep. Hoe kan je van niets iets maken? De mislukking van Siems project, de zoektocht naar een theatertekst is de theatertekst – net zoals we over Garnik enkel iets te weten komen via zijn stilzwijgen. Het is de sluier, niet de transparantie, die ons in staat stelt om iets te begrijpen.
In die zin doet de bewerking van ‘MAUS’ denken aan de vorige en eerste productie van het gezelschap Roeshoofd (De Vos en Bulteel), ‘Er gaat iemand komen’ (2024). De beproefde klassieker van Jon Fosse, aartsmoeilijk omdat hij in mindere versies ofwel hopeloos pathetisch ofwel eindeloos saai uitvalt, werd door de beslagen pen van De Vos vaardig rechtgehouden op het snijpunt tussen transparantie en gelaagdheid. ‘TRAUM’ bevestigt nu dat Roeshoofd goed op weg is een stevige positie in te nemen als verfrissend teksttheatergezelschap.
In de sobere scenografie (Stef Stessel) van ‘TRAUM’ staat een klein podium centraal waarop Van Rampelberg een indrukwekkende Lear speelt, maar dat ook dient als schavot. Dat centrale podium maakt het ons onmogelijk om te vergeten dat mensen zowel op het wereldtoneel als in hun persoonlijke leven ‘rollen’ aannemen die hun handelen bepalen. Verhalen over 'wij en de ander' zijn niet onschuldig, ze zijn de potentiële prélude voor geweld. Ze vormen het kruit dat door populisten makkelijk tot ontploffing kan worden gebracht.
'TRAUM' van Roeshoofd speelt tussen 27 oktober en 5 december nog in Hasselt, Heist-op-den-Berg, Houthalen-Helchteren, Leuven, Tervuren, Beveren, Bornem, Evergem, Zaventem, Schoten, Ternat, Dendermonde, Oostende, Deurne en Tielt. Ook nog te zien in 2027. Hier vind je meer info en alle speeldata van de voorstelling (scroll naar beneden).
Deze recensie past in een vaste samenwerking tussen DeWereldMorgen en recensiewebsite pzazz. Op geregelde basis recenseert één van de 20 critici uit het schrijverscollectief van pzazz een voorstelling met een maatschappelijke inslag.
Wil je ook andere theaterrecensies lezen? Check www.pzazz.theater.