Open brief

Open brief van studenten en medewerkers Afrikaanse Talen en Culturen aan UGent: 'Thuishoren vereist actie'

Afbeelding
Foto links: Helenka Spanjer. Foto rechts: Nathancofnas.com
Foto links: Helenka Spanjer. Foto rechts: Nathancofnas.com
Hoe is het mogelijk dat de enige universiteit in België die met trots Afrikaanse studies aanbiedt en op een kritische manier omgaat met het reeds lang achterhaalde erfgoed van 19e-eeuws rassendenken, tegelijkertijd een thuis biedt aan datzelfde gedachtegoed? In deze open brief aan UGent vragen studenten en medewerkers van de opleiding Afrikaanse Talen en Culturen om concrete maatregelen tegen structureel racisme.

Als studenten, alumni en medewerkers van de opleiding Afrikaanse Talen en Culturen aan de Universiteit Gent kunnen we niet zwijgen over de aanstelling van Nathan Cofnas, de mediastorm met professor Jason Arday als doelwit en de vragen die deze gebeurtenissen oproepen over systemisch racisme in de academische wereld. 

Een vorige open brief zette al uitgebreid bekommernissen omtrent Cofnas’ aanstelling uiteen en we wensen ons hier bijgevolg ook niet verder uit te spreken over lopende interne procedures. Onze bezorgdheid reikt verder dan één enkele onderzoeker. 

Kunnen geracialiseerde studenten en academici aan onze universiteit studeren, lesgeven en werken zonder hun waardigheid of aanwezigheid te moeten verdedigen?

Ons doel met deze brief - op initiatief van geracialiseerde studenten en gesteund door ATC en WeDecolonize - is het gesprek terug te leiden naar diegenen die het zwaarst getroffen worden door dit bredere probleem van systemisch racisme binnen onze instelling(en), namelijk zwarte studenten en personeelsleden. Voor ons stelt zich de vraag of geracialiseerde studenten en academici aan onze universiteit kunnen studeren, lesgeven en werken zonder hun waardigheid of aanwezigheid te moeten verdedigen.

In de bacheloropleiding Afrikaanse Talen en Culturen en de masteropleiding African Studies leren we uitgebreid over hoe ideeën over zogenaamde verschillende menselijke 'rassen' werden geconstrueerd en ingezet om slavernij, kolonialisme en ongelijkheid te rechtvaardigen. Verder bestuderen we hoe die ideeën de perceptie van Afrika en Afrikanen blijven vormen. 

De gelijkwaardigheid van mensen, talen en culturen ligt aan de basis van onze studies. Hoe is het dan mogelijk dat de enige universiteit in België die met trots deze Afrikaanse studies aanbiedt en op een kritische manier omgaat met het reeds lang achterhaalde erfgoed van 19e-eeuws rassendenken, tegelijkertijd een thuis biedt aan datzelfde gedachtegoed? Een tegenstelling die des te pijnlijker wordt, wetende dat zo’n discriminatoir gedachtegoed zich op een steenworp afstand van de gangen en klaslokalen van ATC probeert te nestelen.

De gebeurtenissen van de afgelopen maanden, van Cofnas' aanstelling tot het overlijden van professor Jason Arday en Mortiers daaropvolgende uitspraken tijdens een plechtige proclamatie kwamen niet uit het niets. Ze trekken juist opnieuw aandacht naar de aloude ongelijkheden binnen de academische wereld. 

Beschuldigingen van plagiaat moeten serieus genomen worden en eerlijk worden onderzocht, ongeacht wie wordt beschuldigd. Voor veel zwarte studenten en academici zit de pijn echter in de disproportionele aandacht naar professor Arday en de duidelijk racistische motieven die daaraan ten grondslag lagen. 

Zwarte wetenschappers mogen zichtbaar aanwezig zijn in de academische wereld, maar enkel als symbolen van de vermeende tolerantie

In plaats van zich uitsluitend te richten op de beschuldigingen tegen professor Arday, veranderde het debat al snel in een zaak waarin de legitimiteit van zwarte academici en de waarde van diversiteitsbeleid in het algemeen ter discussie werden gesteld. Dit legt een zorgwekkende verwachting bloot die door de overwegend witte academische wereld wordt opgelegd aan zwarte en andere geracialiseerde mensen. 

Zwarte wetenschappers mogen zichtbaar aanwezig zijn in de academische wereld, maar enkel als symbolen van de vermeende tolerantie en openheid van de instelling. Ze blijken een bedwongen vorm van zwartheid op te moeten voeren die acceptabel, niet-bedreigend en bovenal vlekkeloos is. Nauwelijks is er ruimte voor fouten, meningsverschillen of het aanvechten van de structuren om hen heen, op straffe van een afschrikwekkend voorbeeld voor anderen te worden.

Het debat dat volgde toonde ons hoe diep wit superioriteitsdenken nog steeds verankerd is in de academische wereld, hoe subtiel of expliciet dit zich ook manifesteert. Voor velen werd de beschuldiging het bewijs dat ze nodig hadden om hun eugenetische opvattingen over raciale inferioriteit en het vermeende falen van Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie beleid te rechtvaardigen.

Voor meer 'respectabele' academici bood het een gemakkelijke manier om 'vrijheid van meningsuiting' te verdedigen zonder openlijk racistische standpunten te hoeven steunen. Wat deze beide reacties gemeen hebben, is dat ze aantonen hoe maatschappelijk geaccepteerd het nog steeds is om de intelligentie en waardigheid van geracialiseerde mensen in twijfel te trekken, hoe wijdverbreid de misvatting is dat de mensheid verdeeld zou kunnen worden in genetisch verschillende 'rassen', en hoe zwarte stemmen afwezig zijn wanneer de discussie gaat over mensen die als zwart worden geracialiseerd. 

Dit is niet alleen kwetsend, het is gevaarlijk. Als we aanvaarden dat 'wetenschap' wordt gebruikt om bestaande machtsverhoudingen te bevestigen of te versterken, terwijl de getroffenen van de discussie worden uitgesloten, zouden we ons allemaal zorgen moeten maken. Academische vrijheid mag dan formeel toebehoren aan iedereen, epistemische autoriteit doet dat duidelijk niet. Wie wordt er gehoord? Wie wordt er geloofd? En wie mag er met gezag spreken over wie?

Doorheen de geschiedenis is de vrijheid van witte academici zo goed als altijd, en terecht, beschermd. Wat echter veel minder gegarandeerd is geweest, is de waardigheid van zwarte en andere geracialiseerde mensen. Het is dan ook die waardigheid die centraal moet staan in onze huidige discussie. 

Welke plek is er voor mensen van kleur aan de universiteit en in de samenleving? Welke garanties kan de Universiteit Gent geracialiseerde mensen bieden zodat ze hun plek in de academische wereld niet hoeven te blijven verdedigen? Wat voor witte academici louter een moreel debat is, is voor zwarte academici een existentiële strijd.

Zwarte studenten en personeelsleden kunnen de universiteit enkel vertrouwen als het zichtbare actie onderneemt tegen racistisch gedachtegoed

De Universiteit Gent citeert in haar eigen Beleidskader Diversiteit, Gelijkheid, Inclusie en Thuishoren de woorden: “Diversity is having a seat at the table, inclusion is having a voice, belonging is having that voice heard.” (Fosslien, 2025–2029, p. 3) Dit zijn mooie woorden, maar ze vragen om meer dan een intentieverklaring. Het brengt belangrijke vragen naar boven over ‘thuishoren’ en wie kan beslissen wat het precies betekent. 

Zwarte studenten en personeelsleden kunnen de universiteit enkel vertrouwen als het zichtbare actie onderneemt tegen racistisch gedachtegoed, opmerkingen en intimidatie. Actie die verder gaat dan enkele woorden. Het is daarom noodzakelijk dat zwarte studenten en personeelsleden weten wat ze kunnen verwachten van de universiteit wanneer ze een doelwit worden. 

Ook dat zwarte stemmen inspraak hebben op beslissingen die hun werk en veiligheid beïnvloeden. Als studenten en personeel er niet op kunnen vertrouwen dat hun zorgen worden gehoord en opgevolgd, hoe kan de universiteit dan beweren dat ze erbij horen?

Zorgen over het koloniale verleden van de universiteit en het huidige beleid zijn al eerder geuit en worden nog steeds genegeerd. In 2020 deelde Umoja, een studentenorganisatie voor en door studenten van Afrikaanse afkomst, een open brief waarin concrete stappen richting een gedekoloniseerde universiteit werden voorgesteld. 

Het is schandalig dat het (opnieuw) zover heeft moeten komen en dat we aan de alarmbel moeten trekken omdat zwarte studenten en medewerkers zich afvragen of er wel plaats voor hen is aan de universiteit - ironisch genoeg een onderwerp waar professor Arday zelf onderzoek naar deed. Dit had voorkomen kunnen worden.

Wij roepen de Universiteit Gent op om met concrete actie te reageren op de zorgen die in deze brief worden geuit. We vragen onze universiteit uit te leggen hoe haar beleid van toepassing is op racistische uitspraken en grensoverschrijdend gedrag, en om duidelijke manieren te voorzien voor preventie, bescherming en ondersteuning van degenen die getroffen worden. 

We vragen om specifieke maatregelen om structureel racisme aan te pakken, met duidelijke verantwoordelijkheden en een tijdpad. Haar betrokkenheid bij het creëren van een plek waar iedereen thuishoort, zal worden gemeten aan wat de universiteit nu doet.

Afbeelding
Steunoproep - rand
Steun hier

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?