Gezinsbond: "Gezinnen vullen de gaten in de begroting"
Dit begrotingsakkoord is volgens de Gezinsbond een aanslag op gezinnen. Boven op de ruim 1 miljard euro die eerder al op het Groeipakket werd bespaard, komt er nu meer dan 300 miljoen aan nieuwe besparingen.
“Sinds de overheveling naar Vlaanderen wordt het Groeipakket uitgekleed. Het is eerder een Snoeipakket om de gaten in de begroting te vullen. De schoolbonus weg, kleutertoeslag weg, leeftijdsbijslagen bevroren en oudere studenten sneller uit het Groeipakket. Eén maatregel heet misschien een bijsturing. Een hele reeks is gewoon besparen op gezinnen. Het startbedrag is er enkel nog voor het eerste kind in een gezin, terwijl het Groeipakket een recht van het kind is, niet van een gezin. Het in onbegrijpelijk dat dit verkocht wordt als warm en verantwoordelijk beleid, terwijl gezinnen met kinderen bijzonder hard in hun portemonnee geraakt worden”, zegt Mechels
Gezinnen met oudere kinderen worden extra hard geraakt. Een eerste kind van 18 tot 24 jaar kost minimaal ongeveer 841 euro per maand, terwijl de kinderbijslag van kinderen geboren voor 2019 amper 16,6 procent daarvan dekt. Net waar de dekking het zwakst is, wordt verder gesnoeid. Met een gewogen gemiddelde bij een kind van 20.31 procent en bij twee kinderen van 29.64 procent ligt de dekkingsgraad voor een gezin met enkel kinderen onder het oude systeem lager dan in het nieuwe systeem. Enkel voor gezinnen met drie kinderen is het oude systeem ongeveer hetzelfde als het nieuwe.
Eén besparing veroorzaakt ook een domino-effect. Het wegvallen van het Groeipakket kan ook gevolgen hebben voor andere rechten. Zo speelt kinderlast mee bij wat bepaalde gepensioneerden mogen bijverdienen. Wie een overlevingspensioen ontvangt, mag daarnaast werken, maar moet inkomensgrenzen respecteren. Voor wie kinderen ten laste heeft waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen, ligt die grens hoger. Valt het Groeipakket weg, dan kan dus ook de ruimte om bij te verdienen kleiner worden.
De volledige impact is onduidelijk. De Gezinsbond betreurt dat zo fors wordt gesnoeid zonder dat duidelijk is of alle financiële neveneffecten voor gezinnen vooraf in kaart zijn gebracht.
Enkel je eerste kind krijgt het startbedrag
Enkel het eerste kind heeft nog recht op het startbedrag. Dat heeft een grote impact voor alle gezinnen die meer dan één kindje willen of verwachten. De redenering erachter is dat je de spullen van je eerste kind ook kan gebruiken voor je volgende kind(eren). Maar die redenering klopt volgens de Gezinsbond helemaal niet.
“Niet alleen je eerste kind kost geld. Je kan in één kinderzitje geen twee kinderen zetten, en ze samen in één bedje leggen, is ook niet aangeraden. Bepaalde zaken kan je natuurlijk hergebruiken, maar dat is lang niet voor alles zo. We krijgen hier als Gezinsbond ook al veel reacties over van bezorgde ouders. Het Groeipakket is trouwens ook een recht van het kind, niet van een gezin. Het is niet logisch dat dat startbedrag dan nu per gezin telt”, zegt Mechels.
Leeftijdsgrens en leeftijdsbijslagen
Vanaf 18 jaar gelden er strikte voorwaarden voor het ontvangen van het Groeipakket. Met andere woorden: door de leeftijd te verlagen bespaar je niet op jongeren die al financieel zelfstandig zijn, maar vooral op jongeren die nog studeren en daardoor nog ten laste van hun gezin zijn. Dat kan bijvoorbeeld door een langere opleiding, jongeren die van studierichting veranderden, vertraging opliepen of hun studies later begonnen.
Wat er precies met de leeftijdsbijslagen, voor kinderen wiens Groeipakket onder het oude systeem valt (alle kinderen geboren voor 2019), zal gebeuren, is nog niet helemaal duidelijk. Hier zou ook in gesnoeid worden door ze te bevriezen. Voor de Gezinsbond kan dat absoluut niet. Dat zorgt voor een groot ondersteuningsverschil voor kinderen in het oude en nieuwe systeem.
Registratierechten
De registratierechten worden verhoogd van 2 naar 3 procent. Dat geldt voor alle woningen. De maatregel is opvallend omdat de Vlaamse regering eerder het tarief net liet zakken van 3 naar 2 procent. Die verlaging geldt sinds 1 januari 2025, ook als compensatie voor de afgeschafte woonbonus.
“Dit is besparen op de woonkansen van jonge gezinnen. Wie de registratierechten verhoogt, duwt de lat voor een eigen woning bewust hoger. Vooral gezinnen zonder financiële ruggensteun van ouders betalen daarvan de prijs. De woningmarkt is al moeilijk genoeg toegankelijk. De overheid moet de drempel verlagen, niet opnieuw verhogen. Tel daar dan nog eens de andere maatregelen bij, dat weegt echt door op het gezinsbudget”, zegt Mechels.
Dienstencheques
Nadat het belastingvoordeel voor de dienstencheques werd afgeschaft, verhoogt nu ook opnieuw de prijs. Dat zorgt ervoor dat er minder legale jobs voor poets- en strijkhulpen en dus minder jobkansen voor kortgeschoolden. Bovendien rekenen heel wat gezinnen op dienstencheques als een betaalbare manier om gezin, werk en zorg te combineren in hun eigen gezin. Een dubbel effect ontstaan wanneer dienstencheques onbetaalbaar worden voor hun bejaarde ouders of zorgbehoevende familieleden, en gezinnen die zorg ook moeten dragen.
“Door deze prijsverhoging passeren gezinnen weeral langs de kassa. De prijsverhoging moet minstens teruggedraaid worden voor wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming”, zegt Mechels.
Eén gezin, verschillende verliezen
“Het is echt een ‘én én én’ verhaal. Voor de begroting wordt gekeken naar verschillende domeinen zoals het Groeipakket, het onderwijs, wonen, dienstencheques, energie... Een gezin kan die rekeningen niet van elkaar scheiden. Voor ouders komt alles terecht in dezelfde gezinsportemonnee. Dat maakt deze begrotingsoefening problematisch voor gezinnen. Je kan niet drastisch snijden in de inkomsten van gezinnen én de kosten voor diezelfde gezinnen fundamenteel laten stijgen. Op elk departement worden gezinnen geraakt. De Vlaamse regering spreekt van een warm beleid, maar voor gezinnen is dit ijskoud”, besluit Mechels.