Analyse

Demonisering linkse partij La France Insoumise bereikt De Standaard

Afbeelding
Jean-Luc Mélenchon. Foto: jlm2017.fr/CC BY-SA 4:0
Jean-Luc Mélenchon. Foto: jlm2017.fr/CC BY-SA 4:0
Ludo De Witte las het interview dat Jolien De Bouw, correspondente in Frankrijk voor De Standaard, gaf aan haar krant naar aanleiding van haar boek over Frankrijk. “Zij heeft duidelijk een missie (zoals haar voorgangster Mia Doornaert): ons ver weghouden van elk alternatief voor de neoliberale orde”.

Jolien De Bouw, Frankrijk-correspondente van De Standaard, reisde 100 jaar na Joseph Roth door de Midi (het Zuiden van Frankrijk) en schreef er een boek over. In de krant van 13 augustus werd ze daarover geïnterviewd. Daarover wil ik het hier niet hebben, wél over wat ze zegt over de komende presidentsverkiezingen in Frankrijk, en dan vooral over Jean-Luc Mélenchon, presidentskandidaat voor La France Insoumise (‘Het Frankrijk dat zich niet onderwerpt’).

Ik citeer in extenso uit dat interview:

“Mélenchon “beschouw ik als een groot gevaar (…) vooral zijn splijtende discours is zorgwekkend. Zijn campagne voor La Nouvelle France is een spiegelbeeld van extreemrechts. In zijn idee van het creoolse Frankrijk wordt het land eveneens in twee identiteitsgroepen opgedeeld: traditionele, ouderwetse Fransen versus de nieuwe Fransen met een migratieachtergrond. Bovendien is hij emotioneler dan Le Pen.”

“In het boek La meute, waarin ex-medewerkers getuigen, wordt dat dictatoriale kantje goed belicht. Tijdens de huiszoeking (in 2018, op het partijkantoor en bij Mélenchon thuis, red.) riep hij niet voor niets ‘La République, c’est moi’. Dat is echt zijn overtuiging: hij staat boven alles. Ik merk die grimmige sfeer ook bij de partijrally’s. De revolutie mag over lijken gaan.”

Lezers van De Standaard nemen allicht voetstoots aan wat een journaliste zegt over het land waar ze woont en werkt, zonder te vergeten dat ze zich heeft ingelezen over het onderwerp waarover ze verslag uitbrengt, én veldonderzoek verricht door naar partijmeetings te gaan. 

Sta me toe hiertegen bezwaar aan te tekenen: het is ongehoord en ver beneden elke journalistieke standaard dat Jolien De Bouw de hysterische demonisering van La France Insoumise (LFI) en Jean-Luc Mélenchon (JLM) door de Franse massamedia gewoon na-papegaait.

‘La meute’

Ze steunt voor haar overname van die demonisering op het boek La meute (vertaling overbodig) van twee journalisten uit de mainstream pers (Charlotte Belaïch van Libération en Olivier Pérou van Le Monde) dat gaat over de pijlsnelle opgang van La France Insoumise. 

Het boek werd door de voltallige Franse massapers uitgebreid en lovend onthaald. De tekst op het achterplat maakt nochtans direct duidelijk waar het beide auteurs om te doen is. Zij willen geen evenwichtige analyse brengen, maar een moddercampagne zonder weerga opzetten.

Ik citeer uit de inleiding van de uitgever:

“Ze vallen als een meute aan.

Eendrachtig, in schijn tenminste.

De insoumis hebben met lawaai en razernij de media bezet en parlementszetels veroverd.

Afbeelding
La Meute
Inleiding van het boek 'La Meute'

Dit boek legt ijzingwekkende praktijken bloot: bedreigingen, pesterijen, zuiveringen, ideologische ontsporingen, antisemitische verklaringen, sexistisch en sexueel geweld, wazige financiën… Voor Jean-Luc Mélenchon lijken alle middelen goed om de macht te veroveren.”

Het boek La meute is geen ‘enquête’, zoals de cover beweert, maar een afrekening. Een opeenstapeling van niet-bewezen beschuldigingen van politieke tegenstanders. Zonder context, tegenstem of met duidelijke referenties geciteerde documenten. 

LFI, een sekte?

LFI wordt voorgesteld als een sekte in de greep van zijn autoritaire leider (de ‘goeroe’). Met citaten van anonieme personen die soms overlopen in parafraseringen waardoor het onduidelijk is of de geïnterviewde dan wel de twee auteurs spreken. Zware beschuldigingen van ‘ijzingwekkende praktijken’ (seksueel geweld, wazige financiën, antisemitisme en ‘islamo-gauchisme’….), maar bewijzen blijven uit.

Eén voorbeeldje toch: onder het hoofdstuk La dérive (‘de ontsporing’) staat als titel van het subhoofdstuk Vous n’allez quand même pas voter pour un Juif? (Je gaat toch niet voor een Jood stemmen?). Die titel is een citaat en laat de lezer veronderstellen dat antisemitisme een woekerend probleem is bij LFI. 

Maar, wie deed die uitspraak? Mélenchon? Zeker niet, dat had ongetwijfeld het boek gehaald en de man een proces ogeleverd. Een parlementslid of een andere leider van LFI dan? Al evenmin. Tegen het eind van het hoofdstuk staat er dat ‘militanten’ die uitspraak deden tijdens een verkiezingscampagen in Lille (Rijsel). Hun namen krijgen we niet te lezen. (p. 324) Geen harde feiten, maar dat is geen erg voor deze auteurs en de vele lovende kritieken in de Franse massapers. Hun beweringen voeden de twijfel, de afkeer.

Tussen 2008 en vandaag, in de periode dat maakte Mélenchon zich van de sociaaldemocratie waaruit hij voortkwam en een radicaal alternatief op de sporen zette. Het leidde achtereenvolgens tot de oprichting van de Parti de Gauche, wat het Front de Gauche werd en vervolgens LFI.  

Ten slotte volgden de eenheidsfronten Nouvelle Union populaire écologique et sociale (NUPES – ‘nieuwe ecologische en sociaal volkseenheid’) en Nouveau Front Populaire (NFP – ‘nieuw volksfront’) dat uiteindelijk uiteenspatte onder impuls van de sociaaldemocraten van de Franse PS, die na de parlementsverkiezingen president Macron en zijn minderheidsregeringen gedoogde.

Die evolutie zorgde voor politieke herschikkingen: fusies, splitsingen, toenaderingen, verwijderingen, waaronder dus breuken van de leiding van LFI met allerlei persoonlijkheden van oud-links. Die breuken worden in La Meute gepresenteerd als een afvallingskoers waarbij Mélenchon zich stap voor stap ontdoet van alle concurrenten op de lange weg naar het presidentieel paleis Elysée. 

De politieke opgang van de massabeweging LFI wordt zo gereduceerd tot de obsessie van één machtsgeile leider. Ze wordt voorgesteld als een reeks conflicten tussen personen, niet als breuken op basis van tactische of programmatorische meningsverschillen. De rol in het ontstaan van deze breuken van sociaaldemocraten (PS), communisten oude stijl (PCF) of de top van de groenen (Écologistes - Europe Écologie Les Verts - EELV) blijft volledig buiten beeld. 

Wat volledig wegvalt in het boek is wat dit in wezen is: een herschikking van linkse krachten tijdens het afgelopen decennium, met één constante: de geleidelijke groei van een radicale, volkse kracht, ten nadele van oud links.

Zo wordt de breuk tussen Mélenchon en Alexis Corbière (1) ‘verklaard’ door de grenzeloze ambitie van JLM om zich in 2027 als 75-jarige opnieuw kandidaat te stellen, iets waarmee Corbière moeite zou hebben gehad. Voor de auteurs ligt de verklaring voor de hand: 

“Mélenchon eist niet enkel groepsdiscipline en absolute loyauteit, maar ook blinde toewijding. Wie twijfelt, verraadt. Bij de insoumis geeft men geen lucht aan bezorgdheden, want slecht nieuws bestaat niet. (…) De chef zelf geeft nooit zijn fouten toe. Men kijkt ook niet naar slechte peilingen. En als men het toch doet, is het om ze in hun voordeel te lezen. ‘Ze hebben niets met de werkelijkheid te maken. Het is de vlucht vooruit en op een bepaald ogenblik zal dat ontploffen’, zegt een ex-leider van een lokale groep in Parijs met spijt. Hij vergelijkt de ontsporing van de beweging met die van het Sovjetregime.” (p. 123) Enzovoorts, enzovoorts…

Als ik mijn boeken over Lumumba, Rwagasore of de Arabisch-Europese Liga had geschreven met hetzelfde gebrek aan journalistieke ernst als de auteurs van La Meute, was ik met pek en veren het land uitgejaagd. Of doodgezwegen, wat allicht waarschijnlijker was.

Deze karikatuur van Mélenchon heeft een precies politiek doel. LFI reduceren tot zijn leider en die demoniseren, zodat het programma uit beeld blijft. Dat is dan een en programma dat absoluut niet ‘revolutionair’ is waarbij men ‘over lijken’ wil gaan, zoals De Standaard-journaliste Jolien De Bouw beweert. 

Dit is een links-reformistisch programma, maar wel eentje dat de eerste stappen wil zetten naar een ecosocialistische transformatie van het land en zo voor enthousiasme en hoop zorgt. Dat programma , verklaart waarom de Franse burgerlijke elite in paniek is over het enige echte alternatief voor het neoliberalisme en het atlantisme van Europa en de NAVO.

Het wordt gedragen door een energieke beweging van tienduizenden, terwijl het ‘radicale centrum’ rond president Macron verkruimelt, hopeloos verdeeld is tussen ambitieuze kopstukken en oud-links (PS, PCF en de groenen van EELV) en een duizelingwekkende leegte demonstreert.

“Il faut diaboliser Mélenchon”

Die elitaire paniek vertaalt zich in een demoniseringscampagne zonder weerga in de Franse massamedia. Deze door de Franse mediawaakhond ACRIMED (Action Critique Médias) samengebrachte covers van Franse dagbladen en tijdschriften in de periode 2022-2025 spreken boekdelen. 

Afbeelding
Mélenchon media
Collage ACRIMED, ‘Ce que nous dit l’acharnement médiatique contre LFI’, 15 mei 2025)

La France Insoumise en zijn leider worden afgebrand, 24uur op 24, 7 dagen op 7. Dat gebeurt geheel volgens de oproep van kaviaarfilosoof Bernard-Henry Lévy, die in het rechts-liberale weekblad Le Point een opiniestuk de titel Il faut diaboliser Mélenchon (8 juli 24) meegaf. 

Deze covers demonstreren hoe de media zélf als ‘een meute’ op LFI jagen. Hun ideologische eenheidsworst mag niet verbazen: 5 conservatieve of reactionaire miljardairs controleren ongeveer 90 procent van de Franse media. Zie o.a. daarover in deze YouTube het gesprek van LFI-parlementlsid Manuel Bompard met Mathieu Pigasse (2) op 22 augustus 2026:

Extreem-rechts normaliseren

Het ontgaat Jolien De Bouw allemaal. Als haar bedenkingen de redactie bevallen, waarom neemt de krant dan niet gewoon een abonnement op enkele Franse bladen? Een deskjournalist kan zelf zonder veel problemen synthetiseren  wat over Mélenchon en LFI moet gedacht worden. 

Maar wat de commentaar van De Bouw nog zorgelijker maakt, is wel dat ze ingeval een tweede ronde tussen Le Pen en Mélenchon eerder Marine Le Pen als nieuwe president van Frankrijk verkiest. Dit zegt ze zo in het interview:

DS: Volgend jaar zijn er verkiezingen. Valt Marine Le Pen nog tegen te houden?

JDB: “Misschien niet. Misschien heeft Frankrijk wel een schok nodig. De Fransen zijn altijd op zoek naar een redder van de natie die ze tot koning kunnen kronen, om die vervolgens weer te onthoofden. Ik denk dat Le Pen een ramp zou zijn voor de staatskas.” 

“Maar ik denk niet dat ze een fascist is. Het was voor mij een openbaring toen ik naar de rally’s van Rassemblement National kwam, hier in de buurt van Avignon. De grote Franse media schreven achteraf dingen die ik helemaal niet had gezien. Daar heb ik pas gemerkt hoe gekleurd de kijk vanuit de hoofdstad kan zijn.”

Jij rook geen ‘parfum du fascisme’?

“De quotes waar zij (de mediaover de rally, nvdr) mee kwamen, gingen inderdaad allemaal over racisme en fascisme. Terwijl ik tussen de mensen stond om een babbeltje te slaan en heel andere verhalen hoorde. Die mensen voelden zich gezien door Le Pen. Ze vormen een groeiende groep kiezers die op zoek waren naar verbinding en oplossingen voor hun problemen. Als ik het gesprek niet die kant opstuurde, was er geen racisme te horen.”

De onvrede zit ook op links. Hoe schat je de kansen in van Jean-Luc Mélenchon?

“Die beschouw ik als een groot gevaar, misschien ben ik wel banger voor hem dan voor Le Pen. Ik heb gemerkt dat dat in België niet zo doordringt.”

De huidige Frankrijk-correspondente van De Standaard heeft (zoals haar voorgangster Mia Doornaert) duidelijk een missie: ons ver weghouden van elk alternatief voor de neoliberale orde. Dat alternatief staat vandaag in Frankrijk in de steigers en heet La France Insoumise: een beweging die, zo waarschuwt ze, voor een revolutie staat die desnoods over lijken gaat. 

Die framing heeft ze allicht niet zelf bedacht, want het is het sluitstuk van de actuele strategie van de Franse heersende klasse, die zich opmaakt voor een breed burgerlijk blok dat extreem-rechts omarmt en Marine Le Pen op weg zet naar het presidentschap.

 

Notes (nvdr):

  1. Alexis Corbière (°1968) begon als jong communistisch militant, werd lid van de PS en vervolgens lid van de Parti de Gauche van Mélenchon, waarvan hij nationaal secretaris was en later woordvoerder van LFI. In 2017 eb 2022 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordiger voor LFI en in 2024 voor NFP. In 2024 brak hij met LFI. Hij zetelt nu als parlementslid voor de groene partij EcoS (niet de EELV).
  2. Manuel Bompard is nationaal coördinator van LFI en staat in voor de dagelijkse leiding van de partij. Mathieu Pigasse is voormalig hoog ambtenaar, adviseur van ministers van financiën van de PS en zakenman. Via zijn holding Combat Médias is hij eigenaar van Les Inrockuptibles en Radio Nova. De humoristische programma’s van Radio Nova bereiken 2 miljoen luisteraars met een mix van sarcastische humor en linkse kritiek op de andere Franse media en mediapersoonlijkheden.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?