Opinie

ICC-Strafhof bedreigd door VS-Israël, passieve bondgenoten medeplichtig

Afbeelding
Protest tegen de genocide in Helsinki. Foto: rajatonvimma/CC BY-SA 2:0
Protest tegen de genocide in Helsinki. Foto: rajatonvimma/CC BY-SA 2:0
Onder leiding van VS-president Trump wordt een campagne gevoerd door een aantal landen om het Internationaal Strafhof te ontbinden. De westerse bondgenoten en hun media lijken zich hier grotendeels bij neer te leggen. Terwijl het enige gepaste antwoord volledige steun is aan het Palestijnse volk in zijn recht op zelfbeschikking en aan het voortbestaan van het Internationaal Strafhof.

De hetze van de VS en Israël tegen het Internationaal Strafhof (verder ‘het Strafhof’) onder leiding van hoofdaanklager Karim Khan begon toen het Strafhof besliste aanhoudingsbevelen uit te vaardigen tegen Benjamin Netanyahu. De eerste minister van Israël wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden.

De campagne dreigt in haar doel te slagen, niet zozeer door deze gerichte aanval van de VS en Israël, maar vooral door de passiviteit waarmee de andere westerse landen er op reageren. Immers, zonder dat expliciet te zeggen, stemmen zij de facto in met de strategie van de VS om het Strafhof te vernietigen. Zo dreigt het Strafhof als hoogste rechtsorgaan ter wereld voor de bescherming van het internationaal recht na amper 24 jaar te verdwijnen.

Breuk met lang historisch verleden

Alvorens dieper in te gaan op deze gang van zaken, is context en geschiedenis nodig. Het Strafhof werd opgericht in 2002 als toepassing van een verdrag met de naam Statuut van Rome, dat werd aangenomen in 1998 tijdens een diplomatieke conferentie in Rome. Het legt functie, bevoegdheden en structuur van het Strafhof vast. Vaste standplaats werd Den Haag.

Afbeelding
ICC-hoofdkwartier
Hoofdkwartier van het Internationaal Strafhof, Oude Waaldorperweg, Den Haag. Foto: Choinowski/CC BY-SA 4:0

In Den Haag is ook het Internationaal Gerechtshof gevestigd (International Court of Justice – ICJ) dat reeds werd opgericht door de VN in 1945. Dit hof heeft in tegenstelling tot wat zijn naam suggereert geen strafrechtelijke bevoegdheden. Het vaardigt wel ‘arresten’ uit maar heeft geen enkel instrument om die af te dwingen. Dat kan alleen de VN-Veiligheidsraad doen. Het ICJ beoordeelt staten, geen individuele personen. Meest bekend is de zaak die Zuid-Afrika heeft ingeleid tegen Israël, waarbij het ICJ heeft geoordeeld dat er wel degelijk sprake is van de intentie tot genocide in Gaza. 

Het Strafhof is wel een echte rechtbank, bevoegd om individuele personen te vervolgen en te bestraffen, voor vier specifieke misdaden: genocide, misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en de misdaad van agressie. Bovendien bepaalt het Statuut van Rome dat voor deze misdaden geen verjaringstermijn geldt. 

De meeste lidstaten van het Statuut hebben sindsdien hun wetgeving aangepast. In België geldt de verjaringstermijn van dertig jaar voor zware misdaden niet langer voor seksuele misdrijven op minderjarigen en voor misdaden die onder de bevoegdheid van het Strafhof vallen.

Aan de oprichting van het Strafhof is een lange geschiedenis voorafgegaan. Het is belangrijk die te kennen om te vatten hoe ernstig de hudige poging tot vernietiging van het Strafhof is voor het internationaal recht op bescherming van volkeren en mensen. Wat de VS en Israël nastreven is het herstel van de niets ontziende overmacht voor de Eerste Wereldoorlog.

Eerste pogingen mislukten

Na de Eerste Wereldoorlog werden in 1919 en 1937 twee pogingen gedaan door de Volkerenbond, de voorganger van de Verenigde Naties, om een internationaal strafhof op te richten. Een in 1937 volledig uitgeschreven conventie voor de instelling van een dergelijk strafhof kwam echter nooit tot concrete resultaten. 

Na de Tweede Wereldoorlog richtten de geallieerde troepen, na de nederlaag van nazi-Duitsland en zijn collaborerende landen (Italië, Hongarije, Roemenië, Slovakije, Kroatië, Finland, Japan en Thailand) twee ad-hoctribunalen op. Eén strafhof in Nuremberg veroordeelde de Duitse leiders, een tweede in Tokyo deed hetzelfde met de Japanse leiders. Bij de oprichting van deze twee strafhoven bestonden de Verenigde Naties nog niet. De voorganger Volkerenbond was tijdens de oorlog reeds opgehouden met bestaan, zonder dat dit ooit officieel werd vastgelegd.

Bij zijn oprichting in 1945 erkende de VN onmiddellijk de noodzaak van een permanente internationale rechtbank naar het model van het tribunaal van Nuremberg. Statuten voor een strafhof lagen vijf jaar later in 1950 klaar. De Koude Oorlog in 1949 keerde zich tegen de Sovjet-Unie, de voormalige geallieerde bondgenoot, die heel alleen twee derden van het Duitse leger had verslagen. Vanaf 1950 werd elke verdere stap in die richting verhinderd door de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad (Frankrijk, Groot-Brittannië, VS, China en de Sovjet-Unie).

In 1989 bij het einde van de Koude Oorlog werd het idee voor een permanent strafhof nieuw leven ingeblazen. In plaats van daar snel werk van te maken, richtte de VN-Veiligheidsraad drie ad-hocstrafhoven op, een eerste in 1991 tegen Sierra Leone, in 1993 tegen de misdaden tijdens het uiteenvallen van Joegoslavië en in 1994 na de genocide in Rwanda. 

Het duurde vervolgens tot 1998 voor er de definitieve tekst kwam van het Statuut van Rome. Maar, ook na de oprichting van het Strafhof ging de VN door met ad-hoctribunalen. Het Cambodja-tribunaal van 2006 was geen echt internationaal strafhof, maar een Cambodjaanse rechtbank aangevuld met internationale rechters. Eenzelfde structuur kreeg het Libanon-tribunaal van 2007. 

‘The Hague Invasion Act’

China stemde tegen het Statuut en heeft het nooit ondertekend, net als Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Oman. De VS hebben het Statuut in 2000 wel ondertekend maar trokken hun akkoord twee jaar later terug in, net als Israël. Rusland trok zijn ondertekening in toen het Strafhof de annexatie van de Krim in 2014 illegaal verklaarde.

Afbeelding
George W. Bush
President George W. Bush tekende in 2002 de Hague Invasion Act. Foto: Fitzsimmons/CC BY-SA 4:0

In 2002 ondertekende president George Bush junior tevens een decreet dat de VS het unieke recht toekent om eigen VS-burgers militair te ‘bevrijden’ uit Den Haag, de standplaats van het Strafhof. Later werd dat decreet nog uitgebreid naar militaire steun voor bondgenoten die het Strafhof niet erkennen, wanneer hun burgers door het Strafhof worden vervolgd.

De twee officiële redenen die de VS en Israël geven zijn dat het Strafhof politiek zou worden ingezet om hun soevereine acties te verhinderen en dat volgens hen de eigen rechtbanken reeds voldoende garanties bieden voor adequate vervolging van eventuele misdadigers. 

Het eerste argument ontkent dat internationale vervolging geldt voor misdaden die landen in andere landen begaan, reden waarom het Strafhof werd gesticht. Het tweede argument kan de toets van de praktijk niet doorstaan. Israël heeft nog nooit echte vonnissen geveld tegen eigen soldaten, net zomin als de VS. Waar Israël nog de schijn hooghoudt met af en toe enkele rechtszaken die tot vrijspraak of zeer lichte straffen leiden, hebben de VS zelfs dat nooit gedaan.

Bovendien zijn de rechtbanken in beide landen reeds lang berucht voor discriminerende behandeling van minderheden en van buitenlandse beschuldigden, aan wie het recht op bijstand van hun ambassades wordt geweigerd. Ook daarom bestaat het Strafhof, om te doen wat nationale rechtbanken weigeren te doen. 

Alleen voor onze vijanden

Kortom, de VS zijn voorstander van tijdelijke ad-hoctribunalen op strikte voorwaarde dat ze er zelf van uitgesloten blijven. Met andere woorden, de VS tonen zich een voorstander van internationale rechtspraak zolang de VS zelf en zijn bondgenoten daar niet onder vallen. Concreet komt het er op neer dat volgens de VS internationaal recht enkel voor vijanden geldt. 

Wat er nu gebeurt, gaat nog veel verder. Het is een poging tot volledige afschaffing van het Strafhof. Het exclusief gebruik van deze instelling voor het vervolgen van politieke leiders in Afrika, Azië en Latijns-Amerika lukt niet langer. Daarom deze hetze, met twee doelstellingen op korte en lange termijn. De eerste doelstelling is het intrekken van het arrestatiebevel voor oorlogsmisdaden tegen Benjamin Netanyahu, de tweede is de volledige afschaffing van het Strafhof.

In die context moet het recente ontslag worden gezien van Karim Khan, hoofdaanklager van het Strafhof sinds 2021. Dit is een mandaat dat negen jaar duurt en éénmaal verlengbaar is. Op 24 juli 2026 werd hij vroegtijdig ontslagen op basis van een beschuldiging van persoonlijk wangedrag tijdens de uitoefening van zijn ambt, met name niet-consensueel seksueel gedrag tegen een medewerker van het Strafhof, een Maleisische advocate. 

Uit een intern onderzoek was gebleken dat de feiten noch onweerlegbaar konden worden bewezen, noch werden tegengesproken. Een grondig onderzoek door drie rechters die er een jaar over deden, leidde tot een lijvig rapport van meer dan duizend pagina’s. Volgens dat rapport was er geen concreet bewijs van enig wangedrag, seksueel of ander, door Khan. 

Deze drie rechters waren aangeduid door de Assembly of State Parties, de landen die het Strafhof erkennen. Toch besliste een grote meerderheid van de lidstaten van het Strafhof hem te ontstaan. De ijver van die meerderheid van de lidstaten om Khan te ontslaan staat in schril contrast met hun volledige weigering om enig onderzoek te starten naar de verklaringen van de Gambiaanse rechter Fatou Bensouda, voorganger van Khan als hoofdaanklager van het Strafhof.  

Zij verklaarde in mei 2024 in een interview met de Britse krant The Guardian dat zijzelf en haar familie waren bedreigd door Israël en de VS, dat al haar communicatie door hen werd afgeluisterd en dat ze onaangekondigde intimiderende bezoeken kreeg in haar woonplaats in Den Haag. “Als u zo doorgaat met onderzoek naar de misdaden van Israël zou u of leden van uw familie kunnen verwond (‘harmed’) of gedood worden". 

De Nederlandse overheid weigerde haar verklaringen te onderzoeken of bijkomende bescherming aan te bieden. Daarmee overtrad ze het Statuut van het Strafhof, dat Nederland als gastland verplicht de veiligheid van de leden van het Strafhof, hun medewerkers en hun familie te garanderen.

Het blijft mogelijk dat de beschuldiging door het slachtoffer tegen Khan gegrond is. Hij werd hier echter nooit juridisch voor vervolgd in een rechtsgang die recht op verdediging van de beschuldigde en recht op tegenspraak van de eiser garandeert. Zijn ontslag was een politieke beslissing.

Verdachte timing

De timing van zijn ontslag is minstens verdacht. Khan werd pas met deze beschuldiging geconfronteerd enkele dagen voor hij aankondigde internationale arrestatiebevelen te zullen uitvaardigen tegen Benjamin Netanyahu. Dat werd hem letterlijk gezegd door een delegatie van VS-Congresleden onder leiding van Republikeinse hardliner Lindsay Graham. Hij kreeg van hen tevens de boodschap dat het ICC enkel bedoeld was voor Afrikaanse leiders en voor Poetin, niet voor “democratieën als Israël en de VS”. 

Israël stelt dat het arrestatiebevel tegen Netanyahu niet gebaseerd zou zijn op degelijk onderzoek en dat Khan al eerder liet blijken over Palestina bevooroordeeld te zijn. Daarbij gaat Israël, daarin gesteund door de VS, voorbij aan twee essentiële elementen. 

Het besluit tot arrestatie van Netanyahu is geen beslissing van hoofdaanklager Khan alleen, maar van alle achttien rechters, van het volledige college van het Strafhof. Ook als Khan door een echte rechtbank zou worden veroordeeld voor seksueel wangedrag tijdens de uitoefening van zijn ambt, verandert dat niets aan de argumentatie van het Strafhof om Netanyahu te laten vervolgen voor oorlogsmisdaden.

Afbeelding
Karim Khan
Brief van 12 Republikeinse senatoren aan Karim Khan 'You have been warned'. Screenshot: zeteo.com

Khan mag niet langer werken als advocaat in zijn land Groot-Brittannië en zijn bankrekeningen werden door de VS geblokkeerd, evenals al zijn communicatiemiddelen. Deze behandeling is niet alleen tegen hemzelf bedoeld. Het is een niet mis te verstane bedreiging van elke nieuwe kandidaat-rechter in het Strafhof. De unilaterale sancties van de VS gelden nu reeds voor acht van de achttien rechters van het Strafhof. 

Israël doet geen enkele moeite om te verhullen dat hun geheime dienst Mossad achter deze beschadigingsoperatie zit. Minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar “overzag een toegewijde task force en zette intensieve diplomatieke middelen in om Khan uit zijn functie te verwijderen”. De ultieme vraag die je hierbij moet stellen is "Cui bono?" (Wie heeft hier voordeel bij?").

Hoe passief het Strafhof in zijn 22-jarig bestaan ook is geweest wanneer het niet over Afrikaanse of Aziatische misdadigers ging, toch mag het morele gezag en de symbolische waarde van deze instelling niet worden onderschat. Dat is een derde reden waarom de VS en Israël er het einde van willen. Leiders van andere staten zullen zich zonder Strafhof gesterkt weten in hun aanvallen op de mensenrechten, waar ook ter wereld. 

Passieve goedkeuring

Het is echter te eenvoudig en te gemakkelijk om het succes van deze campagne enkel toe te schrijven aan de fanatieke inzet van de VS en Israël. Die hetze kan maar slagen omdat de rest van de westerse wereld niets doet om ze te veroordelen of er maatregelen tegen te treffen. In lijn daarmee tonen de mainstream media hier nauwelijks belangstelling voor deze zaak. 

De genocide in Gaza is geen regionaal conflict dat 'begon op 7 oktober 2023'. Het is een moreel keerpunt voor de hele mensheid. Het enige antwoord dat de internationale gemeenschap kan geven, is doorgaan met zijn volledige steun aan het Palestijnse volk voor zijn recht op zelfbeschikking en aan het voortbestaan van het Strafhof.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?