Interview

Een ode aan killjoys: we moeten meer willen weten over seksueel geweld

Afbeelding
Bewerkt beeld: jaochainoi via canva.com
Bewerkt beeld: jaochainoi via canva.com
In ‘Wat we niet willen weten over seksueel geweld’ richt Dries Dulsster - psychoanalyticus met praktijk te Gent, lector en docent aan de UGent – zijn en onze aandacht op seksueel geweld. Volgens Dulsster geloven we liever in schadelijke mythes om de pijnlijke realiteit van seksueel geweld op afstand te houden.

“De grootste passie van de mens is het niet willen weten.” In het midden van ons gesprek, in de praktijk van Dries Dulsster, komt de oorsprong van de titel van zijn nieuwste boek terloops naar boven. Voor Dulsster was het citaat van psychoanalyticus Jacques Lacan een ontbrekend puzzelstukje voor het boek.

In zijn praktijk in Gent krijgt Dulsster vaak verhalen van seksueel geweld te horen. Tegelijk zorgt zijn vak 'Genderstudies en seksuologie' aan de psychologiestudenten van de UGent ervoor dat hij zich al lang verdiept in de materie en nog meer de urgentie van dit thema inziet. Voor hem was de autobiografische debuutroman Academische gezelligheid van Hilde Van Liefferinge over seksueel geweld in de, hem bekende, academische context het laatste duwtje om zijn kennis te bundelen. 

Het boek besteedt veel aandacht aan verkrachtingsmythes. Die zijn te herkennen aan zinnetjes die het publieke debat over seksueel geweld domineren. Zo valt er vaak wel ergens een kwalijke mythe te horen als: "Ze had maar iets anders moeten dragen." Of: "Zo erg zal het wel niet geweest zijn." Zulke uitspraken minimaliseren seksueel geweld en verleggen de verantwoordelijkheid van dader naar overlever. 

Wat we niet willen weten over seksueel geweld biedt ons net inzichten en handvaten om een cultuur te creëren waarin de realiteit van seksueel geweld zichtbaar wordt. Dulsster legt ons in dit interview uit hoe we kunnen stoppen met ons achter mythes te verschuilen. 

Om met de deur in huis te vallen: waarom willen we niets weten over seksueel geweld?

“Omdat het te confronterend is. Een cruciaal punt voor die vaststelling was het verschijnen van het boek Academische gezelligheid van Hilde Van Liefferinge. In de nasleep van de publicatie schreven enkele vakgroepsleden van de bewuste prof een open brief met als teneur ‘zoiets zou hij nooit doen’.” 

“Die opmerking raakte mij. Ze vormde zelfs de inspiratie voor de eerste werktitel van dit boek: ‘Hij zou zoiets nooit doen!’ Waarom konden die collega’s zich niet voorstellen dat iemand zich niet in elke situatie op dezelfde manier gedraagt? Ik vond dat problematisch. Dat is extra opmerkelijk omdat seksueel geweld meestal niet wordt gepleegd door een onbekende: in 70 tot 80 procent van de verkrachtingszaken kent de overlever de dader. Precies die vertrouwdheid kan het moeilijk maken om het geweld te erkennen. Het beeld van de persoon die men kent, lijkt onverenigbaar met wat diezelfde persoon heeft gedaan.”

"Het zijn waarheden die als mens heel moeilijk te verdragen zijn"

“Door die open brief vanuit een psychoanalytische invalshoek te lezen, klikte er iets in elkaar. Vaak zitten we te tobben over een probleem en dan is het vaak nuttig de kwestie om te draaien en dat eigenlijk als een oplossing te zien. Mensen komen op gesprek met een probleem, zoals een burn-out, of paniekaanvallen, maar vaak blijken dat eerder oplossingen te zijn. Het lichaam dat bijvoorbeeld zegt dat het genoeg is geweest. Door therapie komen we uit op waarvoor dat probleem precies een oplossing is en zo kunnen er stappen gezet worden. De overtuiging dat een bekende onmogelijk een dader kon zijn, was een oplossing: het beschermd tegen de ontregelende vaststelling dat iemand die we vertrouwden of waardeerden seksueel geweld kan plegen.”

“Dus die opmerking ‘zoiets zou hij nooit doen’ en al die verkrachtingsmythes dat lost iets op. Dat is problematisch, maar het is een oplossing in ons hoofd. Als je denkt dat vrouwen liegen, dan hoef je niet te denken dat seksueel geweld zo vaak voorkomt. Als je vraagt: “Welke kledij had je aan?” dan leg je de verantwoordelijkheid bij de overlevers en kan je zelf denken als ik mij niet zo kleed of in die buurt kom, stel ik mezelf veilig. Als je de schuld bij het slachtoffer legt, dan hoef je niet na te denken over of je partner, je zoon, je baas, tot zoiets in staat zouden zijn. Daarom wordt er niet geluisterd, omdat dat gewoon waarheden zijn die als mens heel moeilijk te verdragen zijn.”

Hoe kunnen we dat niet-willen-weten doorbreken?

“Dat blijkt heel moeilijk te zijn. Een eerste conclusie van het boek was het belang van het doorbreken van de stilte. Dat blijft belangrijk, maar #MeToo toont aan dat de stilte doorbreken niet meteen zorgt voor verandering. De andere conclusie voor mij was dat het dus belangrijk is om inzicht te krijgen in alle psychische mechanismen die meespelen in hoe we de realiteit rond seksueel geweld op afstand proberen houden. Hoe we gebruik maken van allerlei mythes om alles op afstand te houden. We hebben dus niet alleen nood aan getuigenissen.”

“We hebben vooral als luisteraars werk te doen. Dat is niet gemakkelijk. Het staat of valt bij het willen weten, het ingaan tegen het valse comfort van de mythes. De moeilijkheid daarvan las ik in het boek van Caroline Darian, de dochter van Dominique Pélicot, die beschrijft hoe ze het proces van haar moeder volgt met alle gruwelijkheden van haar vader en ze tegelijk moet denken aan een barbecue en hoe gezellig die was. Dat zijn twee dezelfde figuren. Dan zie je dat je te maken hebt met een soort cognitieve dissonantie (Het onaangename gevoel wanneer je handelen niet in lijn is met je overtuigingen, nvda). Waarbij de vraag is: wat doe je daarmee? Kun je dat toelaten of duw je dat weg.”

Is dat het doel van het boek, mensen aanzetten om die clash toe te laten en te willen weten?

“Momenteel merk ik dat het effect van het boek erin zit dat mensen met elkaar praten. Ouders met hun kinderen, vrouwen met hun partners, vriendinnen onder elkaar of vaders die mailen over hun zoon. Wat een heel tof effect is. Je merkt dat mensen willen ingaan tegen hun niet-willen-weten. Die clash toelaten is inderdaad belangrijk. Ik hoop vooral ook dat het boek overlevers helpt om inzicht te krijgen in al deze mechanismen en dat het omstaanders helpt om gepaster te reageren op getuigenissen van seksueel geweld.

Inzicht in die mechanismen, het spreken en de taal zijn dus belangrijk?

“Ja, het vraagt een alertheid voor wat werkt. Zo kwam ik tijdens het schrijven een artikel tegen dat mijn eigen lespraktijk in vraag stelde. Zo blijkt dat als je de mythes eerst uitlegt en ze dan ontkracht, dat mensen enkel de mythes onthouden en niet de ontkrachting. We moeten daar dus rekening mee houden, zoals ik ook in het boek doe.”

“Evengoed heb je soms vooral de woorden nodig. Dat merk ik in reacties van sommige mensen: ‘Voor het eerst begrijp ik wat er gebeurd is’. Of: ‘Dit geeft ons woorden om erover na te denken of helpt bepaalde argumenten te doorzien.’ Dat is ook één van de centrale lijnen van het boek: het is de taal die bepaald hoe je de dingen ervaart. Plots krijg je een woord voor iets en kun je daar iets mee doen.” 

"Plots is dat woord daar en helpt dat mensen om iets te benoemen en daar iets mee te kunnen doen”

“Zo een ervaring die me is bijgebleven: het leren kennen van het woord stealthing (Ook wel “condoombedrog” het stiekem verwijderen of beschadigen van een condoom voor of tijdens seksuele penetratie, nvda). Daar bestaat dus een woord voor en dan spreek je met iemand en zegt die ‘Amai, maar dat ben ik al een paar keer tegengekomen’. Terzelfdertijd zijn dat vaak mensen die wel merken dat ze een vreemde ervaring hebben meegemaakt die ze niet goed begrijpen en liever negeren. Plots is dat woord daar en helpt dat mensen om iets te benoemen en daar iets mee te kunnen doen.”

Een woord dat zich in het centrum van onze taal over seksueel geweld heeft genesteld, recent ook juridisch, is consent. In het boek kijk je kritisch naar de ondertussen ingeburgerde slagzin “Nee is nee, enkel ja is oké”. Wat is er mis met die slagzin?

“Het is natuurlijk vervelend om er commentaar op te geven, want het is een super belangrijke campagne. Het was duidelijk aanwezig op de Gentse Feesten  en het hangt bijvoorbeeld uit aan de Overpoort hier in Gent. Als statement is het goed om het gesprek erover te voeren. Het is een goede oneliner, maar de nuance van consent en macht binnen relaties verdwijnt." 

"Ik zie in het debat rond consent een meerwaarde in het woord: misschien. Het houdt rekening met de zoektocht met de ander. De ‘ja’ kan elk moment omslaan in een ‘neen’. Met ‘misschien’ als uitgangspunt is een gezonde aandacht voor de signalen van de ander onontbeerlijk. Een ‘ja’, kan ook het gevolg zijn van voortdurend aandringen, dan is het geen toestemmen, maar toegeven zoals in Academische Gezelligheid wordt duidelijk gemaakt.” 

“Een woord dat helpt om in te zien dat ‘ja’ niet altijd ‘ja’ betekent is point of no return. Het duidt op de ervaring van veelal vrouwen die het gevoel hebben dat ze al zo ver zijn gegaan, denk aan kussen of mee naar huis gaan, maar geen zin meer hebben in een seksueel vervolg en toch besluiten om door te doen omdat het minder nadelen zou opleveren dan vragen om te stoppen.”

Het derde hoofdstuk van het boek staat stil bij porno. Daarin schrijf je dat “porno onze werkelijkheid en onze culturele omgang met seksualiteit vormgeeft.” Wat bedoel je hiermee?

“Uit onderzoek blijkt dat het, ten eerste, een pedagogische rol speelt. Jongeren kijken er niet alleen naar om te masturberen, maar ook om bij te leren. Terwijl alles wat in sulke video’s gebeurt gescript is. Het is geen voorbeeld van hoe seks er werkelijk aan toegaat. Die specifieke scripts hebben een impact op wat je als seks ziet. En de scripts worden aangevuld met titels waarvan onderzoek aantoont dat één op de acht seksueel geweld beschrijven.” 

“Ook blijkt dat de kans om verkrachtingsmythes te onderschrijven met meer dan 300 procent vergroot door het kijken van pornografie. Met als grootste, kwalijke, rode draad de aanname dat alle vrouwen eigenlijk wel seks willen, ook al geven ze hun grenzen aan.”

Een andere vaststelling uit je boek is dat porno niet te veel toont, maar eerder te weinig?

“Ja, er wordt niet gesproken. ‘Is dit oké? Wat wil jij?’ Dat soort vragen worden niet gesteld. Waar in pornografie zie je geknuffel, gestreel of gesukkel? Het is niet alleen in porno, maar ook in populaire cultuur, films en series. Als je seks ziet, is er geen condoom, zelden voorspel of het wegvallen van iemands goesting. Waar het eigenlijk over gaat in seks komt eigenlijk niet aan bod in porno.”

De verkrachtingsmythes, onze beperkte kijk op consent en porno zorgen er allemaal op hun manier voor dat het gemakkelijk blijft om niet te willen weten. Maar wat is de impact hiervan op de overlevers?

“Die zaken maken het erg moeilijk om de stilte te doorbreken. We moeten een klimaat creëren waardoor dat gemakkelijker wordt. Overlevers botsen op het probleem dat het nooit de juiste manier is. Zijn ze te luidruchtig dan wordt dat als vreemd beschouwd, zijn ze te stil dan wordt dat evengoed als vreemd beschouwd. Zo gebruikte een procureur in een verkrachtingszaak als argument dat de overlever er niet direct met haar vrienden over had gepraat.” 

"De schaamte moet van kant veranderen"

“Rechters spelen trouwens een belangrijke rol in het voortzetten of ontmantelen van deze mythes. Uitspraken zoals ‘dit is geen klassieke verkrachting’ in Hasselt of de ‘jong en getalenteerd’-uitspraak stellen kwalijke precedenten. Het is zowel een vrijgeleide voor daders als een extra reden om overlevers stil te houden.”

Naar het einde van je boek richt je je tot mannen. Evident aangezien seksueel geweld een mannenprobleem is. Je geeft zelf aan dat “in 99 procent van de gevallen van seksueel geweld de daders mannen zijn.” Wat betekent dat voor mannen?

“Wel. De schitterende opmerking van Dominique Pélicot kan een handvat zijn: de schaamte moet van kant veranderen. Schaamte is een gevoel dat vanuit de maatschappij wordt opgelegd, het is de internalisering van normen in je maatschappij. Mannen, samen met anderen, moeten zorgen dat het schaamtelijk is om te blijven aandringen, seksistische moppen te maken of seksueel grensoverschrijdend gedrag te plegen.” 

“Daar hebben we killjoys voor nodig, mensen die de sfeer verpesten om onrecht aan te klagen, die seksistisch gedrag niet laten passeren. Wat erg moeilijk blijkt. Daarin is het betoog van de comedian Daniel Sloss zo sterk. Hij maakt duidelijk dat je kan denken dat je mee strijdt tegen seksueel geweld, maar als je op momenten van seksisme of het overschrijden van grenzen niets zegt, dan kan je er evengoed niet zijn. Een toepasselijk dichterlijk neologisme dat ik tegenkwam, beschrijft mooi wat we moeten zijn: broosmoedig.”

Zijn er, tot slot, ook meer maatschappelijk gerichte preventiemaatregelen die onze aandacht zouden moeten krijgen?

“Zeker, het is iets dat doorheen ons gesprek naar voren kwam: het bespreekbaar maken. Er is nood aan vormingen over relaties, seksualiteit en gender. Alsook de nuances van consent aanbrengen van jongs af aan. Ik weet dat dat thuis erg ongemakkelijk kan zijn om met je kinderen over porno te praten bij de aanschaf van hun eerste smartphone, maar de huidige kost van die ongemakkelijkheid lijkt mij maatschappelijk enorm. Zo’n preventie start in het onderwijs en van daaruit moeten we verder bouwen om het maatschappelijk anders aan te pakken.”

Wat we niet willen weten over seksueel geweld
Dries Dulsster

Wat we niet willen weten over seksueel geweld

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?