Van ontkennen naar normaliseren: de nieuwe klimaatontkenning
Ons land kende deze zomer al drie hittegolven. De eerste hittegolf veroorzaakte ruim 2.000 doden. Daarmee scoort België het slechtst van heel Europa, zo slecht zelfs dat het een artikel opleverde in The New York Times.
Toen de media en de publieke opinie de aandacht vestigden op de ondraaglijke hitte voor veel mensen, reageerde minister Theo Francken: "Het is twee dagen warm en we gaan weer allemaal doodgaan precies. Man, man, die journalisten, waar blijven ze die toch vinden. Geniet van het prachtig weer. En LEEF!"
Na de brand op de Hoge Venen en ruim tweeduizend doden later probeert Theo Francken deze uitspraak te minimaliseren.
In een uitgebreide post op Facebook zet hij ook de lijnen uit die nagenoeg alle redacties de daaropvolgende dagen zullen volgen.
Bij DPG (De Morgen, Het Laatste Nieuws, VTM) passen ze daags nadien met volle overtuiging de nieuwe richtlijnen toe en krijgen ze daarvoor zelfs complimentjes van de minister.
Francken zet in zijn post ook uiteen hoe er volgens hem best gereageerd kan worden op politici, activisten, journalisten en wetenschappers die hopen dat men nu eindelijk werk zal maken van de broodnodige CO₂-uitstootreductie. Ontkennen dat wat we meemaken de gevolgen zijn van klimaatverandering kan niet langer, en dus schrijft hij:
"We zijn de gevolgen van de klimaatverandering uit het oog verloren."
KLOPT DEELS.
De klimaatverandering is een onmiskenbaar feit en hiermee leren omgaan is cruciaal, want er komen nog zwaardere calamiteiten aan: branden, zware stormen, lange periodes van droogte en regen, maar ook sneeuw. De algemene weerbaarheid van onze samenleving moet dan ook dringend omhoog.
Hiermee papegaait hij eigenlijk wat bepaalde energiebedrijven al enkele decennia verkondigen over de klimaatopwarming: "We moeten ermee leren leven." Het is een van de aanvalslijnen die werd uitgewerkt door pr-bureaus die de industrie inhuurde om weerwerk te bieden tegen de inzichten over klimaatverandering.
Eind 2029 zullen we de grens van 1,5 °C overschrijden
Wetenschappelijk bestaat er een brede consensus dat we de CO₂-uitstoot moeten verminderen om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. Zelfs een opwarming van 1,5 °C zal al ingrijpende gevolgen hebben. Delen van de planeet zullen moeilijker leefbaar worden, maar de situatie zou volgens wetenschappers nog beheersbaar blijven. Daarom legde het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 de lat op 1,5 °C. Wetenschappers gingen er toen van uit dat die grens rond 2045 bereikt zou worden. Intussen hebben ze die inschatting moeten bijstellen naar eind 2029.
Als we niet zeer ingrijpend optreden, zullen we eind 2029 dus de grens van 1,5 °C overschrijden. Vanaf dan gaan we voorbij de drempel waarvan de wetenschappelijke consensus stelde dat de gevolgen nog beheersbaar zouden blijven. De hittegolven en natuurbranden die we vandaag meemaken, zijn daarom een voorproefje van wat ons nog te wachten staat.
Dat dergelijke branden worden versterkt door de gevolgen van klimaatverandering, daarover bestaat een brede wetenschappelijke consensus. Zelfs Theo Francken en Georges-Louis Bouchez durven dat niet langer openlijk te ontkennen. Hun positie is dat de opwarming er nu eenmaal is en dat we ons vooral beter moeten voorbereiden op de gevolgen ervan.
Voor premier Bart de Wever is niet eens sprake van crisis
Wellicht zullen we inderdaad niet anders kunnen. Steden zullen moeten worden aangepast om leefbaar te blijven tijdens extreme hitte. Woonzorgcentra en ziekenhuizen zullen voldoende koeling nodig hebben als we niet elke zomer duizenden extra doden willen tellen. Een doordacht noodplan dringt zich op. Maar wanneer oppositiepartijen daarover een debat willen voeren, botsen zij op weerstand van de regeringspartijen. Voor premier Bart de Wever is niet eens sprake van crisis hij zet zijn vakantie gewoon verder.
Toen mijn jongste zoon, toen acht jaar oud, ruim tien jaar geleden een documentaire over klimaatverandering zag, stelde hij mij een eenvoudige vraag: "Papa, hoe kan dat nu? Ze weten wat het probleem is, ze weten wat de gevolgen zullen zijn en ze weten wat eraan gedaan kan worden. Waarom doen ze dan niets?"
Het antwoord is eenvoudig, maar tegelijk vreselijk: de hebzucht van enkelen.
Investeringen in duurzame energie blijven achter.
In This Changes Everything (2014) beschreef Naomi Klein al hoe er een bevoorrechte bovenlaag bestaat die zich weinig aantrekt van de klimaatopwarming, omdat zij er zelf nauwelijks de gevolgen van ondervindt. Ze zijn zo rijk dat ze zich tot op zekere hoogte kunnen onttrekken aan de gevolgen van de klimaatverandering. Evan Osnos schreef onlangs een boek over de kastelen, bunkers en luxejachten die deze superrijken bouwen, onder meer om zich te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatcrisis.
Die toplaag bouwt niet alleen forten en bunkers om te ontsnappen aan de gevolgen van de klimaatopwarming. Een aanzienlijk deel van deze superrijken verrijkt zich juist door de productie en verkoop van producten die schadelijk zijn voor het klimaat. De energiesector investeert bijvoorbeeld onvoldoende in elektriciteitsproductie op basis van wind- en zonne-energie, omdat de winstmarges vaak hoger liggen bij gascentrales. Daardoor blijven investeringen in duurzame energie achter.
In Antwerpen werd de bouw van een fabriek voor de productie van groene waterstof stilgelegd. Die fabriek moest uitgroeien tot een van de grootste productiesites voor groene waterstof in Europa en werd beschouwd als een sleutelproject voor de verduurzaming van de industrie in de Antwerpse haven.
Het project kwam echter tot stilstand doordat investeringen in duurzame elektriciteitsproductie achterblijven. Zonder voldoende groene stroom is de productie van groene waterstof immers niet rendabel.
Kortom voor een zekere toplaag wegen de winstverwachtingen zwaarder door dan investeringen die nodig zijn voor de klimaattransitie.