Het schooljaar moet nog beginnen, en de strijd om therapie tijdens de lesuren begint alweer
Het is half augustus. De boekentassen staan nog in de kast, de schoolpoorten zijn nog dicht. En toch begint voor mij de strijd alweer.
De eerste vragen komen binnen. Kan de therapie niet na school? Kan het niet op woensdag? Kan het niet 's avonds? Een kind kan toch geen lessen missen?
Ik begrijp die vragen. Maar ik merk ook dat ze me moe maken.
Niet de kinderen. Niet mijn werk. Dat doe ik nog altijd ontzettend graag. Wel het telkens opnieuw moeten uitleggen waarom het voor sommige kinderen nodig is om tijdens de lesuren naar therapie te kunnen komen.
Ik denk aan een jongen van twaalf die ik begeleid. Hij heeft al heel wat meegemaakt en een gewone schooldag vraagt enorm veel van hem. Hij probeert, houdt vol en doet wat van hem verwacht wordt.
Therapie is óók leren, en leren vraagt mentale ruimte
Maar wanneer hij na school bij mij aankomt, is hij op. En dan moet therapie nog beginnen.
Dan verwachten we dat hij nadenkt, gevoelens verkent, moeilijke ervaringen bespreekt en nieuwe vaardigheden leert. Alleen: de ruimte daarvoor is er niet meer.
We hebben geprobeerd het na school te doen. De vooruitgang bleef beperkt. De spanning nam toe. Hij raakte steeds meer uitgeput en verloor motivatie.
Dat is geen onwil. Een kind kan maar geven wat er nog beschikbaar is.
Daarom moeten sommige kinderen tijdens de lesuren naar therapie kunnen komen. Niet omdat dat gemakkelijker is voor de therapeut en niet omdat school minder belangrijk is, maar omdat therapie óók leren is. En leren vraagt mentale ruimte.
Misschien moeten we ons daarom niet alleen afvragen hoeveel les een kind mist door therapie, maar ook hoeveel onderwijs een kind uiteindelijk kan verliezen wanneer noodzakelijke hulp niet op een haalbaar moment kan plaatsvinden.
En er is nog een realiteit. Alle zorg voor schoolgaande kinderen kan onmogelijk tussen vier en zeven uur 's avonds plaatsvinden.
Psychologen, logopedisten, ergotherapeuten, kinesitherapeuten en andere hulpverleners proberen al jaren te puzzelen. We werken 's avonds, op woensdagen en tijdens vakanties. We rekken onze werkdagen steeds verder uit omdat we kinderen willen helpen.
Maar ook hulpverleners raken moe. Wat mij daarbij misschien nog het meest uitput, zijn niet eens de therapieën. Het is de voortdurende strijd errond. De mails, telefoons en gesprekken waarin we telkens opnieuw moeten uitleggen waarom een kind tijdens de lesuren therapie nodig heeft.
Ik wil die strijd niet voeren met scholen. Ook scholen zitten klem. Zij willen leerlingen in de klas en moeten rekening houden met regelgeving, aanwezigheid en omkadering. Zeker vanuit het buitengewoon onderwijs hoor ik bezorgdheden over wat afwezigheden voor externe therapie kunnen betekenen voor de organisatie en paramedische ondersteuning.
Beste beleidsmakers: is dit wel een goed systeem?
Maar dan moeten we de vraag misschien hogerop stellen. Beste beleidsmakers: is dit wel een goed systeem?
Als een kind noodzakelijke externe therapie nodig heeft, waarom organiseren we onderwijs en zorg dan zo dat een school daar mogelijk nadeel van ondervindt? Waarom creëren we een systeem waarin scholen, ouders en hulpverleners soms tegenover elkaar terechtkomen, terwijl ze allemaal hetzelfde willen?
Ik vraag niet dat ieder kind tijdens de schooluren naar therapie gaat. Ik vraag ruimte voor maatwerk.
Voor het ene kind lukt therapie prima na school. Voor een ander kind is de batterij dan volledig leeg. Dan moeten we durven zeggen: voor dit kind mag therapie tijdens de lesuren plaatsvinden.
Niet als gunst. Niet na telkens opnieuw een strijd. Maar omdat we samen vaststellen dat dit kind anders onvoldoende ruimte heeft om geholpen te worden.
Het schooljaar moet nog beginnen. Ik wil mijn energie heel graag opnieuw geven aan de kinderen en jongeren die straks tegenover mij zitten. Aan hun ouders. En aan een goede samenwerking met scholen.
Wat zou het fijn zijn als we wat minder van die energie moesten verliezen aan de strijd over wanneer die hulp mag plaatsvinden. Want uiteindelijk gaat het niet over een uur therapie tegenover een uur wiskunde.
Het gaat over een kind dat beide nodig kan hebben. En soms moeten we een uur lestijd durven loslaten, zodat een kind voor de andere uren opnieuw ruimte krijgt om te leren.
Marcia Verhulst is klinisch psycholoog
Deze brief vertrekt vanuit mijn persoonlijke ervaring. Ik weet dat er geen eenvoudige oplossingen zijn en dat ook scholen, ouders, hulpverleners en beleidsmakers moeilijke keuzes maken. Net daarom hoop ik dat hij het begin kan zijn van een eerlijk gesprek over hoe onderwijs en zorg beter naast elkaar kunnen staan — met het kind ertussenin, niet ertussen gekneld.