De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Door overheden zelf georganiseerde belangenvermenging is niet meer strafbaar
Belangenneming is een misdrijf uit het federale Strafwetboek (Artikel 245) waarbij een openbaar ambtenaar of politicus privébelangen mengt met dossiers waarover hij of zij controle heeft. In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het Decreet Lokaal Bestuur maakt het een erg belangrijk gegeven uit.
Het risico op belangenvermenging komt vooral voor bij lokale mandatarissen (zoals burgemeesters of schepenen) en ambtenaren die beslissen over omgevingsvergunningen (VCRO), ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP), en overheidsopdrachten.
Omdat belangenvermengiming het openbaar belang ondermijnt was het altijd al strafbaar. De wijzigingen in de immobiliënsector hebben het risico op belangenneming sterk vergroot.
Individuele woningbouw is wegens een tekort aan bouwgronden de uitzondering geworden. Als het nog gebeurt is het veelal de verbouwing van een bestaande woning. In de plaats daarvan kwamen bouwpromotoren die op ieder vrijgekomen stukje grond hoogbouw, appartementen, neerzetten.
De tussenkomst van de overheid is daarin niet meer beperkt tot het afleveren van een vergunning voor de bouw van een individuele woning of één gebouw van enkele appartementen.
Het gaat nu vooral over ruimtelijke uitvoeringsplannen waarin grote percelen bouwrijp worden gemaakt voor de oprichting van meerdere woningen en vooral van hoogbouw-appartementen.
Bouwpromotor
In deze nieuwe wijze van woningbouw is de tussenkomst van een nieuwe actor, de bouwpromotor, een opmerkelijk gegeven. De bouwpromotor zorgt voor alles, voor het bekomen van de eigendom van de grond, de bouwplannen, de voorbereiding van het RUP, en ook voor het bekomen van de vergunningen.
Dat wijzigt de verhouding tussen de overheid en de bouwheer-eigenaar van het enkel afleveren van een vergunning voor een individuele woning naar een samenwerking tussen de overheid en de bouwpromotor naar een heel wat uitgebreider en complex plan waarin tegelijk ofwel meerdere woningen, meerdere appartementsgebouwen, of beide samen worden opgenomen.
In de centrumsteden gaat het zelfs over gehele wijken waarin het stadsbeeld grondig wordt gewijzigd veelal van laag- naar hoogbouw. Dit fenomeen, gekend als de “appartementisering”, heeft zich ook doorgezet naar landelijke gemeenten.
Ook daar worden bestaande woningen vervangen door appartementen of worden vrijgemaakte percelen met een RUP voor de bouw van meerdere appartementsgebouwen aangewend. Deze nieuwe werkwijze heeft ook een ander erg belangrijk kenmerk: het gaat over heel wat grotere bedragen, over heel veel geld.
Wetgever
De wetgever was zich erg bewust van het grotere risico wanneer het om de samenwerking tussen de overheid en de bouwpromotoren gaat. De opdracht van de overheid, de zorg voor het algemeen belang, staat hierin immers recht tegenover het opzet van de promotor, winst maken. Dat is overigens het kernprobleem van iedere publiek-private samenwerking.
Om het behoorlijk te houden werd in één groot principe voorzien: “Openbaarheid van Bestuur”. Ook de strafrechtelijke voorzieningen werden aangepast. Door het wijzigen van Artikel 42, 3° van het Strafwetboek en het invoeren van Artikel 43bis met de Wet van 17 juli 1990 werd de bijzondere verbeurdverklaring mogelijk van vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf werden verkregen, die in de plaats ervan zijn gesteld, alsook van de inkomsten uit belegde voordelen.
Waar de rechter overeenkomstig Artikel 195, 2e lid van het Strafwetboek moet overgaan tot motivering van de straf en strafmaat, zal hij in het geval van ontzetting uit bepaalde rechten aan deze verplichting voldoen door erop te wijzen dat de beklaagde betrokken was bij zaken die niet verenigbaar zijn met zijn ambt en door zijn gedrag afbreuk heeft gedaan aan de bijzondere eisen van fatsoen, kiesheid en rechtschapenheid die verbonden zijn met dat ambt.
De artikelen op de strafbare deelneming zijn eveneens van toepassing bij het misdrijf belangenneming. De niet-ambtenaar die bij het misdrijf strafbaar gesteld door Artikel 245 van het Strafwetboek een zodanige hulp verstrekt zonder dewelke het niet gepleegd kon worden of die door beloften het wanbedrijf rechtstreeks uitlokt, wordt krachtens Artikel 66 gestraft als de dader ervan.
Vlaanderen
Om het toezicht te kunnen handhaven heeft Vlaanderen een uitgebreide Codex gemaakt, een eigen onafhankelijk agentschap opgericht om er onderzoek over te doen en een eigen bestuurlijk rechtscollege, de Raad voor Vergunningsbetwistingen, opgericht.
Deze Raad is een onafhankelijk administratief rechtscollege dat zich uitspreekt over beroepsprocedures inzake stedebouwkundige vergunningen of verkavelingsvergunningen die in Vlaanderen verleend of geweigerd zijn.
Audit Vlaanderen verkreeg vergaande bevoegdheden om zelfs forensische onderzoeken over zowel bestuurlijke maar ook strafrechtelijke inbreuken te kunnen sanctioneren. Beide instellingen hebben hun opdrachten naar behoren ingevuld. De Raad voor Vergunningsbetwistingen ontving tussen 1 september 2022 en 31 augustus 2023 1.030 beroepsaanvragen. In dezelfde periode heeft de Raad 1.133 dossiers afgesloten met een eindarrest. Het aantal einduitspraken in het voorbije werkjaar ligt dus hoger dan de instroom.
Daarnaast heeft de Raad 78 uitspraken in de schorsingsprocedure en 45 ‘uiterst dringende’ uitspraken geveld. Ondanks de stijgende instroom slaagt de Raad erin om een standaarddossier nog steeds gemiddeld na 12 maanden finaal te beslechten.
De doorlooptijd van de schorsingsprocedure bedraagt maximaal vier maanden. Die van de uiterst dringende procedure bedraagt 10 dagen. In het meest recente werkjaar leverde Audit Vlaanderen 146 reguliere auditrapporten op. De Forensische Dossiers (meldingen mogelijke fraude, belangenverstrengeling of zware organisatieproblemen) is de afgelopen jaren spectaculair gestegen.
Het agentschap ontvangt ruim 210 tot 219 meldingen per jaar. Ter vergelijking: gemiddeld resulteert ongeveer 15 procent van de meldingen in de effectieve opstart van een forensische audit (gemiddeld zo'n 9 intensieve dossiers per jaar bij de lokale besturen). Zowel de federale als de Vlaamse wetgever heeft dus gedaan wat moest gebeuren.
Er is een duidelijke strafbaarstelling in het federaal Strafwetboek, er is de oprichting van een daadwerkelijk onderzoeksorgaan als Audit Vlaanderen en van een onafhankelijk rechtscollege, de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
De Raad van State treedt ook op als cassatierechter om te beoordelen of de Raad de wet correct heeft toegepast en vernietigt in Vlaanderen grotere plannen, zoals ruimtelijke uitvoeringsplannen van gemeenten of provincies.
Feitelijkheid
Uit menig rapport van Audit Vlaanderen blijkt dat belangenvermenging een fenomeen is geworden. Audit Vlaanderen leverde op 4 november 2025 een auditverslag af bij Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA). Blijkt dat het om een forensische audit gaat wat betekent dat er vermoedens zijn van bestuurlijke en/of strafrechtelijke inbreuken. Tegelijk stapt de topman van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) waarover de audit gaat, zelf op.
De Vlaamse minister-president Matthias Diependaele (N-VA) en zijn viceminister-presidenten Ben Weyts (N-VA), Hilde Crevits (CD&V) en Melissa Depraetere (Vooruit) waren op de hoogte. Ook Trudo Motmans, voorzitter van de raad van bestuur van de VDAB, was in het bezit van deze audit.
Naar verluidt waren de overige bestuursleden niet op de hoogte. Heeft het ontslag van Wim Adriaens met deze audit te maken? Wat staat er dan in? Wie mag er kennis van nemen? Wie is verantwoordelijk voor de gevolgen? Wat is de waarde en de betekenis van Audit Vlaanderen?
Om uit te klaren of federaal minister van justitie Annelies Verlinden (CD&V) heeft gelogen toen zij verklaarde niets te weten over het wanbeleid van burgemeester van Aalter Pieter De Crem (CD&V) wil de oppositie meer uitleg tijdens hoorzittingen in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken.
Federaal Kamerlid Franky Demon (CD&V) stelde dat de minister vorige week de Kamer een duidelijk en correct antwoord had bezorgd. “Ik snap dat de oppositie wil stoken, maar dit heeft echt geen zin.” Demon zei ook dat eerst de resultaten van de Vlaamse audit naar het beleid van De Crem moeten worden afgewacht” (De Standaard, 4mei 2025).
Audit Vlaanderen, het agentschap van de Vlaamse regering, is natuurlijk niet bevoegd om de verantwoordelijkheid van de federale voogdijminister te onderzoeken. Wat een onderzoek door Audit Vlaanderen nog betekent is dan weer een geheel ander verhaal.
Tien procent van alle Vlaamse burgemeesters heeft een zakelijk belang in vastgoed. Dat blijkt uit onderzoek van Het Nieuwsblad. Van de 285 burgemeesters in Vlaanderen blijken 29 betrokken te zijn bij een onderneming die handel in onroerend goed vermeldt in zijn statuten (Het Nieuwsblad, 11 oktober 2025).
Op Knack.Be van 06 september 2022 hekelden journalisten Peter Renard en Tom Coppens, auteurs van het boek Met voorbedachten Rade, het Vlaams wanbeleid ruimtelijke ordening. “Kun je spreken van schuldig verzuim van de verschillende Vlaamse regeringen?
Renard: “Het is nog erger, want verzuim is niets doen. De Vlaamse overheid heeft met voorbedachten rade een aanslag gepleegd op de open ruimte. Het maakt niet uit welke partijen in de regering zitten: de groenen, de liberalen, de socialisten… De open ruimte is altijd de pineut.”
“Projectontwikkelaars zouden moeten bouwen zoals de overheid bepaalt dat ze mogen bouwen. Nu doen ze aan zelfbediening. Ze schrijven mee aan de uitvoeringsplannen, terwijl dat het monopolie van de overheid zou moeten zijn.”
Coppens: “De wetgeving over vergunningsaanvragen is zo ingewikkeld gemaakt dat ze aanzet tot lobbyen. Het zakboekje ruimtelijke ordening is meer dan 1500 pagina’s dik. Stedenbouwkundige ambtenaren zitten geregeld met de handen in het haar vanwege de juridisering van het ruimtelijk beleid.”
“Vroeger was de ontwerpende architect aanwezig bij de vergunningsbesprekingen, nu zitten vaak gespecialiseerde juristen rond de tafel. De vraag of een vergunning kan worden verleend, heeft nog weinig te maken met goede ruimtelijke ordening. Plannen, vergunnen en handhaven zijn verworden tot juridische steekspelletjes, waarbij de spitsvondigste jurist het pleit wint.”
Nogmaals Renard: “Kijk naar het project van bouwbedrijf Cordeel Group in de Pelikaanstraat in Antwerpen. Knack heeft gesignaleerd dat het twee torens van honderd meter mag bouwen, dubbel zo hoog als wettelijk is toegelaten. Dat kan omdat Cordeel het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) zelf heeft geschreven, terwijl dat de taak van de overheid is.”
“Onbegrijpelijk. Het is alsof je een zak geld van de overheid krijgt. Cordeel Group mag er vlak bij het Centraal Station een ondergrondse parkeergarage bouwen voor 1600 auto’s. Ik ken geen enkele stad in het buitenland waar zoiets mogelijk is. Waarom kan het dan wel in Antwerpen? Omdat veel politici vinden dat de overheid geen rol hoort te spelen in de ruimtelijke ordening. Ze laten het helemaal over aan de privésector, met alle gevolgen van dien.”
Coppens: “We mogen de toestanden in Antwerpen niet extrapoleren naar heel Vlaanderen. Er zijn stadsbesturen die wél vinden dat de overheid de regie moet behouden. In Antwerpen geloven ze dat de private markt de beste oplossing biedt.”
“In Brussel zie je een omgekeerde beweging. Waarom hangt er zo vaak een waas van corruptie over grote vastgoedprojecten? Omdat we de kat te dicht bij de melk zetten. De regelgeving is, zoals gezegd, hopeloos ingewikkeld en dat maakt misbruiken makkelijker.”
“Lobbyisten van grote bouwprojecten roepen dat we de toegang tot de rechter moeilijker moeten maken omdat Jan met de pet ieder bouwproject kan boycotten. Dat klopt gewoon niet. Meer dan 96 procent van de vergunningen wordt níét betwist.”
Bekwaamheid en voldoende moreel gezag
De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming tot burgemeester nadat de aangewezen burgemeester de eed heeft afgelegd en zij daarvan in kennis is gesteld door de gemeenteraad (Artikel 58, Vlaamse codex).
Het is de opdracht en de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Binnenlands bestuur om te beslissen over de benoeming. De beslissing wordt in een besluit gemotiveerd aangegeven. Om een beslissing te kunnen nemen beschikt de minister over verschillende elementen.
Vooreerst is er het eigen dossier waarin mogelijke klachten of aangiften worden bijgehouden. Dan is er mogelijks ook de rapportering van de eigen dienst, Audit Vlaanderen.
Deze onafhankelijke dienst kan immers onderzoeken doen aangaande klachten en aangiften waaronder ook een forensische onderzoek dat tot doel heeft zowel bestuurlijke inbreuken als mogelijke misdrijven vast te stellen. Buiten haar eigen dossier verkrijgt de minister ook een advies van de gouverneur en van de procureur-generaal.
Bij de niet-benoeming tot burgemeester van Anthony Dumarey (Open VLD, nu Anders) deed Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) wat zij verklaarde. Dumarey moest in 2023 zijn sjerp in Oudenburg afstaan na een onderzoek over belangenvermenging. Vorig jaar werd hij toch herverkozen, maar minister Hilde Crevits (CD&V) weigert hem nu te benoemen.”
“Dumarey beschikt”, aldus Crevits, “niet over de vereiste kwaliteiten en vaardigheden om de stad Oudenburg met bekwaamheid en voldoende moreel gezag te leiden en het ambt van burgemeester uit te oefenen. Tijdens de vorige legislatuur zijn er ernstige vaststellingen gebeurd door Audit Vlaanderen en liep het verbetertraject moeizaam”, stelt ze in een persbericht”(De Standaard, 14 maart 2025).
Minister Crevits steunt haar beslissing enerzijds op het rapport van haar eigen dienst, Audit Vlaanderen. Audit Vlaanderen stelde vast dat er belangenvermenging kon weerhouden worden en maakte ook een verslag aan de Centrale Dienst voor Bestrijding van Corruptie omdat er voldoende aanwijzingen zijn van schending van het beroepsgeheim wat een misdrijf is.
Anderzijds stelt de minister dat het verbeterproject moeizaam verloopt. Er is ook het advies van West-Vlaams provinciegouverneur Carl Decaluwé (CD&V) die zegt akte genomen te hebben van het lopende gerechtelijke onderzoek. Hilde Crevits doet dus in dit dossier wat zij verklaarde.
Bij de benoeming van de burgemeester van Boechout verliep het anders. Ook bij deze benoemingsbeslissing beschikte minister Crevits over meer dan voldoende kennis van zaken. Zij werd door een klager, tevens raadslid en bestuurder in het Autonoom Gemeentelijk bedrijf, in kennis gesteld van alle bestuurlijke én strafrechtelijke klachten.
Audit Vlaanderen deed over het wanbeheer van burgemeester Koen T'Sijen niet één maar twee forensische onderzoeken. In het door Audit Vlaanderen opgeleverde rapport werden alle inbreuken aangetoond, bewezen en besproken.
De toenmalige Vlaamse minister van Binnenlands bestuur, Bart Somers (Open VLD, nu Anders) stelde de gemeente onder “versterkt toezicht”. Dat is een onbestaande maatregel die enkel inhoudt dat de minister en de gouverneur er “versterkt” naar blijven kijken. Hij nam zelfs eigenmachtig en zonder tegenspraak het bewijs van strafbare poging corruptie uit het dossier.
Over de door Audit Vlaanderen vastgestelde inbreuken kan echter weinig betwisting bestaan. Allen steunen ze op het e-mailverkeer tussen de burgemeester en de lokale bevriende promotoren.
Toch werd Koen T'Sijen herbenoemd. In het benoemingsbesluit vergat de minister evenwel de rapporten van haar eigen agentschap en de aan haar bezorgde klachten over de lopende strafonderzoeken. Ook de procureur-generaal vergat in zijn gunstig advies de lopende strafdossiers en de rechtstreekse dagvaarding wegens poging corruptie te vermelden.
Privacy
De afscherming van de inhoud van de dossiers wordt verantwoord door een verkeerde interpretatie van het begrip “privacy”. Het gaat hierin evenwel niet over de bescherming van de privébelangen van de betrokken burgers maar om de wijze waarop de opdracht van een openbaar ambtenaar, de burgemeester, in uitoefening van zijn bediening, wordt afgeschermd.
Hier staat het begrip openbaarheid van bestuur recht tegenover dat van de bescherming van de privacy. Misbruik van dit laatste begrip belet zowel de openbaarheid van een bestuursmaatregel als de mogelijke beoordeling door instellingen als de rechtscolleges van de behoorlijkheid ervan.
Het is het grondwettelijk recht van een burger om toegang te verkrijgen tot zijn rechter, zowel de bestuurlijke als de strafrechter. Het is ook één van de vereisten van het eerlijk proces dat de behandeling in een publiek proces gebeurt. Gerechtigheid moet zichtbaar gebeuren.
Wat kan er verkeerd aan zijn om de vereisten van het eerlijk proces te eerbiedigen? Dat ontneemt de procureur op geen enkel wijze de kans om publiekelijk zijn standpunten naar voor te brengen, wel integendeel. Het herstelt ook het gebrek aan respect voor de kundige en waarheidsgetrouwe rapportering van het officieel instituut Audit Vlaanderen.
Doofpot
Wat kan een minister nog doen om de rapporten van haar eigen agentschap in de doofpot te houden? Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits (CD&V) heeft er een oplossing voor in de maak:
“Een betere bescherming van klokkenluiders dreigt volgens vakbonden en milieuorganisaties ten koste te gaan van de openbaarheid van bestuur. Zij vrezen dat een nieuw decreet van Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) overheden meer mogelijkheden geeft om documenten geheim te houden”. (Tex van Berlaer, Knack Be).
De 110 klachten tegen burgemeester van Aalter Pieter De Crem (CD&V), waarvan 90 procent door de Dienst Vreemdelingenzaken, werden nooit aan minister Hilde Crevits overgemaakt. “Ik vind dat een heel rare manier van werken” antwoordt de minister van Binnenlands bestuur.
Met deze uitspraak kan je het enkel eens zijn. In de Boechoutse dossiers werden alle klachten wél aan de minister overgemaakt. Maar noch het gemeentebestuur, noch de gouverneur, noch de procureur, noch de procureur-generaal, noch de minister hielden er rekening mee. Alles werd integendeel in de doofpot gehouden. Openbaarheid van bestuur is daardoor in Vlaanderen een lachtertje geworden.
Waarom
De geschiedenis van het begrip belangenvermenging toont aan dat de strafbaarheid reeds in het eerste Strafwetboek werd voorzien en deze recentelijk werd verzwaard door de mogelijkheid van verbeurdverklaring en niet-verkiesbaarheid. Ook de wetgeving op corruptie werd versterkt. Poging ertoe werd zelfs strafbaar gesteld.
Recentelijk nam ook de Europese Raad een nieuwe wet aan die de definitie van corruptie in de lidstaten en de minimumsancties voor daarmee verbonden strafbare feiten harmoniseert. De wet zal de strijd tegen corruptie in zowel de publieke als de particuliere sector versterken, met maatregelen om corruptie te voorkomen en om het onderzoek ernaar en de vervolging ervan te versterken.
De nieuwe regels zorgen ervoor dat belangrijke corruptiemisdrijven in de hele EU op vergelijkbare wijze worden gedefinieerd en behandeld. Het gaat onder meer om: omkoping in de publieke en particuliere sector, verduistering, ongeoorloofde beïnvloeding, belemmering van de rechtspleging en verrijking door corruptie, verdoezeling en ernstige vormen van onrechtmatige uitoefening van openbare functies.
Volgens de nieuwe EU-regels moeten de lidstaten voorzien in gemeenschappelijke minimumstraffen voor corruptiemisdrijven, waarbij de maximumstraffen niet te laag mogen zijn. Daders kunnen worden veroordeeld tot gevangenisstraffen van 3 tot 5 jaar, afhankelijk van het strafbare feit.
Bedrijven die de regels overtreden, zullen worden bestraft met boetes van ten minste 3 tot 5 procent van hun totale wereldwijde omzet, dan wel van ten minste €24 miljoen of €40 miljoen, afhankelijk van het strafbare feit.
De lidstaten zullen ook gespecialiseerde instanties moeten oprichten om corruptie te voorkomen en de publieke bewustwording rond het thema te vergroten, om zo een cultuur van integriteit te bevorderen.
De EU is deelnemende verdragspartij bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen Corruptie (UNCAC), het meest uitgebreide internationale rechtsinstrument op dit gebied. De richtlijn zal het bestaande wetgevingskader van de EU actualiseren en er internationale normen in opnemen die bindend zijn voor de EU, zoals de normen van het UNCAC.
De richtlijn treedt in werking op de 20ste dag na bekendmaking in het EU-Publicatieblad. De EU-lidstaten hebben vervolgens 24 maanden de tijd om de richtlijn in nationaal recht om te zetten.
Algemeen beleid
Het doofpotdecreet van Hilde Crevits is niet uitzonderlijk maar de uiting van een algemeen beleid. In het nieuwe federale Strafwetboek wordt belangenneming niet meer strafbaar als er ook openbaar belang kan worden aangetoond en het openbaar gebeurt. Gezien de toestand van de woningmarkt in Vlaanderen is de bouw van iedere woning van openbaar belang.
En wat is nog openbaar? Zakelijk “pragmatisme” heeft de regelgeving en de handhaving ervan vervangen door geheime overeenkomsten. Dat was zichtbaar in het onderzoek over het Oosterweel-3M schandaal. Een geheime dading verving de dagvaarding van 3M in vergoeding van alle schade en beperkte die tot deze op het eigen terrein.
In de bestelling van antidronemateriaal werd in een krant een verhaal opgedist om de toewijzing buiten de regels aan een bedrijf uit Hasselt toe te kennen. Met de Franse uitbater van de gewestelijke vliegvelden werd een geheime dadingovereenkomst gemaakt die de subsidiering van privévluchten garandeert.
Het doofpotdecreet zet nu de kat bij de melk. Gezien de woningnood kan je altijd beweren dat er een openbaar belang is. En als je er openbaarheid aan geeft moet je het niet meer geheim houden. Fatsoen, kiesheid en rechtschapenheid die verbonden zijn met een openbaar ambt zijn niet meer van tel.
Vraag is wat Europa ervan denkt. Meester Isabelle Larmusseau heeft het op Knack.Be duidelijk verwoord:
“Onze eigen overheid is nog crimineler dan 3M. Wij hebben die ingebakken zin voor compromis en het eeuwige relativeringsvermogen. Als de Raad van State of de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij ons jaren na dato een overheidsbesluit vernietigt, komt het vaak voor dat de overheid aansluitend op dat vernietigingsarrest precies hetzelfde besluit neemt.”
“Wij hebben bedrijven die al decennialang illegaal aan het exploiteren zijn ondanks een veelheid aan vernietigingsarresten. Zo werkt dat bij ons. Dat is onze publieke moraal. Een relativeringszin die nu tegen zijn grenzen aanbotst. Het moment is gekomen dat we een voorbeeld moeten nemen aan Nederland, want het absolute dieptepunt is nu wel bereikt”.
Met de nieuwe strafrechtelijke bepalingen over belangenneming en het doofpotdecreet wordt het absolute dieptepunt nog overschreden. Ook hierin begint het Belgisch beleid op Griekse wantoestanden te gelijken.