Hart onder de riem voor activisten: verandering schiet wel degelijk wortel
Rebecca Solnits nieuwe boek Het begin volgt op het einde is traag geschreven en dat heeft een reden. De gevierde Amerikaanse schrijfster en activiste bespreekt in negen essays de bestrijding van missstanden rond klimaat, ecologie en burgerrechten, en de traagheid die daar vaak mee gepaard gaat. Solnit stelt vast dat mensen vaak moedeloos worden van een proces van kleine stapjes en voortdurende tegenwerking. Zulke moedeloosheid ontneemt het zicht op de vooruitgang die er wel degelijk is en is bovendien contra-productief, meent Solnit. Want moed houden is belangrijk, omdat actievoeren loont.
De auteur staat met vele voorbeelden stil bij de vooruitgang die er is geboekt op terreinen als energietransitie, natuurherstel, dierenrechten, gezondheid en ongelijke behandeling van mensen. Met haar voorbeelden toont Solnit niet alleen de vooruitgang maar bovendien een breder verhaal over deze vooruitgang waarin dwarsverbanden en wederzijdse beïnvloeding een rol spelen.
Inslijpen van ideeën
In de opeenvolgende hoofdstukken herneemt ze geregeld haar opvattingen. Dat dit traag aanvoelt, is vreemd genoeg niet saai, maar vormt een knappe weerspiegeling van haar boodschap dat nieuwe ideeën moeten inslijten voor ze genormaliseerd zijn. Als een veranderproces de tijd neemt is dit voor de acceptatie ervan gunstig, aldus Solnit.
De taak van activisme is het "onzichtbare zichtbaar te maken"
Actievoeren is voor het veranderproces cruciaal. De taak van activisme is, zoals Solnit zegt, het “vaak onzichtbare zichtbaar te maken, het onhoorbare hoorbaar te maken en alles en iedereen die werd buitengesloten binnen te laten.” Het zijn niet de nieuwe wetten die zorgen voor draagvlak, maar het is juist vanwege het toegenomen draagvlak dat nieuwe wetgeving en sociale codes mogelijk zijn en duurzaam blijken. Zelfs als er daarna weer een terugslag is.
Alert op mansplaining
Neem de vrouwenrechten. In het Nederlands taalgebied is Solnit onder meer bekend door haar ook in het Nederlands vertaalde essay uit 2008 Mannen leggen me altijd alles uit (Men explain things to me). Daarin legt ze de vinger op het bekende fenomeen dat mannen ongevraagd en met geen of een minimale kennisvoorsprong vrouwen allerlei zaken gaan uitleggen. Het fenomeen is nadien bekend gaan staan als “mansplaining”. Het is mede door Solnits essay (en later een boek waarin het essay werd opgenomen en dat in vele talen is vertaald) dat zowel vrouwen als mannen zich meer bewust werden van dit mechanisme van vernedering en machtsmisbruik.
In Het begin volgt op het einde merkt Solnit over vrouwenrechten op dat “de positie van vrouwen misschien onveranderd lijkt binnen een bestek van één jaar of een paar jaar”. Maar dat over een verloop van enkele decennia “de verandering adembenemend” is. Of, zoals ze elders nog schrijft “dit jaar misschien sterk op vorig jaar lijkt, maar 2025 in niets lijkt op 1965”.
Ze wijst naar de journalistiek, niet als schuldige maar als een barometer van de vertroebelde blik. Journalisten doen bij voorkeur verslag van gebeurtenissen die plotseling gebeuren en een radicale verandering inhouden, zoals verkiezingen of een ramp. Het registreren van een opeenstapeling van kleine en vaak onopgemerkte stappen, wordt meestal niet als een journalistieke taak gezien. In het nieuws domineert daarom de berichtgeving over conservatieve jongeren die vrouwenrechten willen beperken en van mannen die online hun triomffoto’s delen van gedrogeerde, verkrachte vrouwen. Zonder meer heftig, stelt Solnit vast, maar dergelijke berichtgeving ontneemt het zicht op het grote verhaal van de vooruitgang op het terrein van vrouwenrechten.
Inheemse wijsheid
Een bron van inspiratie voor Solnit is de oorspronkelijke bevolking van de Verenigde Staten. In het Californië waarin Solnit (1961) opgroeide kwam ze al jong in aanraking met de verhalen over de oorspronkelijke bewoners uit haar streek. Ze raakte geïnteresseerd en betrokken bij hun strijd.
In Solnits jeugd werd over de inheemse bevolking gesproken alsof die niet meer bestond. Ze haalt een inheemse leider aan die begin jaren negentig nog in een museum had gelezen dat hijzelf en zijn volk waren uitgestorven. Toen hij ernaar vroeg kreeg hij het ook nog eens recht in zijn gezicht te horen. In een gesprek met een vriend uit deze inheemse groep, ziet ze inmiddels veranderingen die “onwaarschijnlijk, zelfs onmogelijk werden geacht in de tijd dat we hier in de buurt opgroeiden”.
Voor inheemse volken in de Verenigde Staten is “het land een eerbiedwaardig levend wezen” en niet een magazijn vol grondstoffen
Solnits collega-schrijver Greg Sarris, sinds 1992 voorzitter van een collectief van inheemse volken uit de Californische kuststrook, werd in 1992 benaderd door een inheemse vrouw en haar dochter die nog eigenaar waren van een stuk land van hun voorouders. Het was het lustrumjaar van de zogenoemde ontdekking van Amerika door Columbus. De viering maakte veel tegenkrachten los bij de inheemse bevolking. De vrouwen wisten samen met Greg een wet uit te werken die in 2000 door president Clinton werd ondertekend. Die wet hield in dat de rechten van de lokale Miwok- en Pomo-bevolking werden erkend, inclusief de landrechten en andere bevoegdheden. De groep heeft nadien zowel het terrein in Californië als hun juridisch fundament nog kunnen uitbreiden en telt ook meer leden, allemaal afstammelingen van een klein aantal vrouwen dat een eerdere poging tot uitroeiing heeft overleefd.
Ook elders in de Verenigde Staten en in andere landen is er de afgelopen jaren afgenomen land teruggegeven aan de oorspronkelijke bewoners, musea tonen kunst van inheemse makers zonder die als primitief te bestempelen, en zelfs bij een bredere groep bewoners van de Verenigde Staten en daarbuiten groeit de belangstelling voor de zienswijzen en wijsheid van deze volken die al eeuwenlang in een andere relatie staat tot de natuur. In deze relatie is “het land een eerbiedwaardig levend wezen” en niet een magazijn vol grondstoffen. Die trend van erkenning van de rechten en ideeën van de oorspronkelijke bewoners beperkt zich bovendien niet tot de Verenigde Staten. Solnit wijst bijvoorbeeld naar Peru waar in 2024 in navolging van de inheemse volken een rivier rechtspersoonlijkheid heeft gekregen.
Tegengif tegen achteruitgang
Het begin volgt op het einde onderstreept hoe belangrijk opvoeding is en het doorgeven van ideeën als tegengif tegen achteruitgang. Het boek is, in de traditie van de inheemse volken, een sterk pleidooi voor denken in lange lijnen en niet vergeten. Want alleen als je je herinnert hoe het vroeger was, besef je dat een ongunstig besluit ook weer kan worden teruggedraaid. Herinneringen, doorgegeven van generatie op generatie, kunnen in gang zetten dat je je tegen achteruitgang verzet.
Voor Solnit is de huidige tijd van teruggave van land aan de inheemse bevolking en erkenning van hun levenswijze de afsluiting van “het tijdperk van geïnstitutionaliseerd vergeten”. Ofwel: de koloniale blik die heeft gemaakt dat de nieuwe Amerikanen konden geloven dat het land leeg was toen hun voorouders er kwamen omdat de oorspronkelijke bevolking er intussen bijna niet meer was.
“Rechten kun je afpakken, maar het geloof in die rechten niet”
Daarbij is Solnit niet blind voor de tegenkrachten in de Verenigde Staten en daarbuiten waar machtige bewegingen de tijd willen terugdraaien. Maar, zegt Solnit, vooruitgang binnen de klimaat- en burgerrechtenbeweging valt soms wel tijdelijk op te houden of in de tijd terug te werpen, maar uiteindelijk niet te stoppen. Ze citeert de aan de Chileense dichter Pablo Neruda toegeschreven woorden dat je weliswaar “bloemen kunt knakken, maar niet de lente tegenhouden”. Elders schrijft ze: “Rechten kun je afpakken, maar het geloof in die rechten niet”.
Purple Rain
Het boek is niet alleen een beschouwing, maar wijst ook heel praktisch op een probaat middel om de moed niet te verliezen. Dat is oog hebben voor hoe je eigen blik in de tijd is bijgesteld. Op een oude foto zie je dan opeens hoe nog redelijk recent iedereen in de pauze van een concert binnen staat te roken, terwijl dit je destijds niet opviel. Of hoe een marktplein vol staat met geparkeerde auto’s.
Solnit haalt in het boek aan hoe ze opnieuw de film Purple Rain zag met Prince in de hoofdrol. Ze had die film gezien toen die in 1984 uitkwam en vraagt ze nu af hoe het mogelijk is dat ze destijds niet heeft gezien hoe Prince in deze film een jonge vrouwelijke muzikant vernedert. Ze weet dat als ze er destijds iets van had gezegd, ze zou zijn weggezet als een zuurpruim zonder humor. Maar het was niet die angst voor kritiek die haar in de weg zat. Ze vond de film destijds geweldig. Ze heeft de vernedering echt niet gezien.
“Zeggen dat dingen veranderd zijn, is niet hetzelfde als zeggen dat die verandering is afgerond"
Ze is niet bitter. Ze schrijft dat ze nog steeds fan is van Prince. Ze vindt de film ook met terugwerkende kracht een baanbrekend werk waarin zwarte acteurs centraal staan en vrouwelijke musici vasthouden aan hun creatieve onafhankelijkheid. Maar terugkijken is leerzaam om de vooruitgang te herkennen en je te realiseren dat ook jijzelf onderdeel was van een wereld waarin het perspectief van de man de norm was en vernederingen acceptabel waren.
Sterk is ook hoe Solnit ferm de kritiek voor is dat ze een zwever zou zijn. Ze illustreert dat het hier niet alleen om haar eigen subjectieve waarneming en ervaring gaat, maar dat haar observaties breder zijn gedragen met verwijzingen naar talloze vindplaatsen (achterin) van gebeurtenissen, wetswijzigingen en citaten van andere denkers.
Ze pareert in het boek ook de al gehoorde bedenking dat ze zou beweren dat alles wel goed komt en mensen gewoon wat beter moeten leren kijken. “Zeggen dat dingen veranderd zijn, is niet hetzelfde als zeggen dat die verandering is afgerond of dat alles ten goede is veranderd, want er is overduidelijk veel ten kwade veranderd”, schrijft ze, zonder overigens uit te werken wat ze ten kwade veranderd vindt. Haar blik in dit boek is gericht op de positieve resultaten.
Ongelijksoortige problemen
Waarom blijf ik ondanks al deze lof toch met twijfel zitten? Waarschijnlijk is het omdat voor mij het ene probleem het andere niet is. Solnit benadrukt de samenhang van problemen en de gezamenlijke trage gang vooruit door tegendruk en actievoeren. Maar Solnits betoog dat we moed kunnen ontlenen aan succesvoorbeelden rond racisme of vrouwenrechten vind ik niet overtuigend voor ecologie en klimaat. De klimaatverandering is zo ingrijpend en zo mondiaal, de versnelling die hier plaats vindt zó onheilspellend, dat een vergelijking met andere problemen simpelweg niet opgaat. Je kunt de bloemen knakken, maar niet de lente tegenhouden, hebben we onthouden, maar dit is ook waar: een uitgestorven diersoort komt niet meer terug.
Hebben we genoeg tijd voor de trage aanpak?
Ergens lijkt Solnit dit punt ook aan te stippen als ze wijst op het nieuwe begin dat er steeds weer is, de filosofie waaraan ze ook de titel van haar boek ontleent. Ze verwijst naar sommige bomen waarvan de zaden pas weer ontkiemen als er een brand over het land raast. “In de vernietiging schuilt de wedergeboorte”. Kijk, dat geloof ik dus wel van zaden, maar niet bij het klimaat. Hebben we genoeg tijd voor de trage aanpak? Wat mij betreft had Solnits boek aan kracht gewonnen als zij aan het thema van het klimaat en de daarmee samenhangende ernstige aantasting van landschappen en de dierenwereld een ander, uitgebreid hoofdstuk had gewijd en dit thema niet tussendoor had behandeld als één van de zovele zorgelijke kwesties.
Koning Leopold II
Voor lezers van de Nederlandse vertaling kan ook de gevoelde afstand een knelpunt zijn bij het lezen. Solnits voorbeelden zijn overwegend uit de Amerikaanse wereld waarin zijzelf als activist een voortrekkersrol speelt. Solnit kan wat belerend overkomen en hoewel ze goed uitlegt is de herkenning van haar voorbeelden er toch niet altijd. Er zijn incidentele uitstappen naar het Verenigd Koninkrijk, maar voorbeelden van buiten de Engelstalige sfeer zijn beperkt en lijken er soms zelfs wat gekunsteld bijgehaald. Ik vraag me af of haar uitgever heeft gevraagd het spectrum wat te verbreden.
De lezer van de Nederlandse vertaling kan bovendien ook afstand voelen tot het betoog door gebrek aan herkenning van wat wel dicht bij huis is. Zo wordt België genoemd als voorbeeldland waar in de nasleep van de Black Lives Matter-beweging in 2020 “standbeelden van koning Leopold omvergetrokken” werden. Solnits vaststelling sluit wellicht aan bij een aantal geregistreerde observaties, maar zeker niet bij een veronderstelde gegroeide Belgische praktijk om controversiële standbeelden weg te halen of de koloniale geschiedschrijving drastisch aan te passen.
Dat Solnit België noemt als voorbeeld van daadkrachtig handelen in een mondiale anti-koloniale trend klinkt niet overtuigend. Het voorbeeld ondermijnt daarmee bovendien het geloof in de andere niet-Amerikaanse voorbeelden waarmee Solnit komt. Ondanks de soms gevoelde afstand tot de Amerikaanse voorbeelden had Solnit zich dus wat mij betreft wel degelijk mogen beperken tot de wereld die ze van binnenuit kent door persoonlijke ontmoetingen of betrokkenheid bij acties.
Wat zeker wel helpt voor de toegankelijkheid van dit boek is de uitstekende vertaling van Inger Limburg. Evenals de herkenbaarheid van het grote overkoepelende thema dat iedereen midden in een doorlopend verhaal zit waarin veranderingen wel degelijk wortel kunnen schieten. Dat er hoop valt te ontlenen door te kijken naar successen uit het recente verleden. Dat die successen benoemen moed inblaast. Dat machthebbers wel rechten kunnen afpakken, maar niet onze ideeën.
Het begin volgt op het einde
Oorspronkelijke titel The Beginning Comes After the End. Notes on a World of Change (2026). In het Nederlands vertaald door Inger Limburg. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2026