50 jaar OCMW: een feestje in mineur
8 juli 1976 is een historische datum. De oprichting van het OCMW was en blijft een mijlpaal in onze sociale geschiedenis. Voortaan werd wettelijk vastgelegd dat "elke persoon recht heeft op maatschappelijke dienstverlening om een leven te kunnen leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid”.
Vijftig jaar later is het belangrijk om eraan te herinneren dat dit recht niet vanzelfsprekend tot stand kwam. Waar de armenzorg vroeger afhankelijk was van caritas of van de gunsten van de overheid, werd maatschappelijke dienstverlening met de oprichting van het OCMW voor het eerst een wettelijk verankerd recht. Of iemand hulp kreeg, hing toen af van het oordeel van anderen. De vraag was of een 'arme' wel voldoende zijn best deed.
Hulpvragen moesten voortaan beoordeeld worden vanuit één centraal criterium: menselijke waardigheid
Met de oprichting van de OCMW's kwam een fundamentele omslag. Hulpvragen moesten voortaan beoordeeld worden vanuit één centraal criterium: menselijke waardigheid. Die opdracht ging bovendien verder dan individuele ondersteuning. OCMW's kregen ook de taak om armoede en ongelijkheid structureel aan te pakken en antwoorden te formuleren op maatschappelijke uitdagingen zoals vergrijzing en migratie.
Vijftig jaar later staat die opdracht steeds meer onder druk. Sinds de opkomst van de actieve welvaartsstaat in de jaren negentig is de maatschappelijke dienstverlening opnieuw voorwaardelijker geworden. Responsabilisering is (opnieuw) het sleutelwoord. Maatschappelijk werkers en middenveldorganisaties waarschuwen al langer dat hun job langzaam verschuift van begeleiden naar controleren. Fraude moet worden aangepakt, maar vandaag lijkt wie hulp vraagt bij voorbaat verdacht.
Die verschuiving van solidariteit naar controle dreigt nu nog verder te versnellen. Minister Van Bossuyt voert de ene hervorming na de andere door. De ambitie uit het regeerakkoord om de sociale bijstand "zo mogelijk budgettair neutraal" te hervormen, wordt doorgeduwd zonder overleg en zorgt voor grote onzekerheid en angst op het terrein.
Cliënten bij het OCMW weten niet langer op welk inkomen ze kunnen gaan rekenen en vragen zich af hoe ze hun rekeningen zullen betalen. Die onzekerheid komt ook terecht bij de maatschappelijk werkers, die dagelijks met die vragen van hun cliënten worden geconfronteerd.
Tegelijk krijgen OCMW's steeds meer mensen over de vloer door de beperking van de werkloosheid in de tijd. Net op dat moment worden ook nieuwe regels ingevoerd voor de berekening van het leefloon. "De wijziging kreeg weinig aandacht, maar heeft grote gevolgen", waarschuwde Annemie Wauman, voorzitter van de Federatie van Maatschappelijk Werkers, in De Standaard.
Volgens haar zet de nieuwe regeling de familiale solidariteit onder druk. Voor sommige gezinnen kan het inkomensverlies oplopen tot duizend euro per maand. Voor wie nu al elke euro moet omdraaien, is dat een bijzonder zware klap.
Daar blijft het niet bij. Ook nieuwe beperkingen voor de steun aan nieuwkomers liggen op tafel. Daarnaast wil de minister mensen met een verslavingsproblematiek verplichten een GPMI te ondertekenen. Dat is een overeenkomst tussen cliënt en maatschappelijk werker in het kader van activering. Wie niet meewerkt, riskeert zijn leefloon te verliezen.
Nochtans zijn experts daar bijzonder kritisch over. Gedwongen behandeling werkt niet, zeggen zij. Meer nog: ze dreigt de vertrouwensrelatie tussen cliënt en hulpverlener te ondermijnen, terwijl net die relatie essentieel is om mensen vooruit te helpen.
De vrees leeft dat de Arizona-hervormingen de kern van het maatschappelijk werk uithollen
Opvallend is dat de kritiek niet alleen uit het middenveld komt. Ook bij de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten, doorgaans voorzichtig in haar adviezen, klinken scherpe waarschuwingen. De vrees leeft dat de Arizona-hervormingen de kern van het maatschappelijk werk uithollen.
Ook de Vlaamse Federatie van OCMW-maatschappelijk werkers laat steeds nadrukkelijker van zich horen. Het is de tweede keer in enkele maanden tijd dat de minister erin slaagt haar eigen personeel tegen zich in het harnas te jagen.
Nadat 500 medewerkers van Fedasil in een open brief scherpe kritiek op het beleid van Anneleen Van Bossuyt hebben geuit, zijn het nu de maatschappelijk werkers die openlijk reageren. Vandaag op 8 juli, 50 jaar na de oprichting van de OCMW’s, overhandigen ze aan de minister een petitie die ondertekend werd door maar liefst 1.582 maatschappelijk werkers van OCMW’s over gans Vlaanderen verspreid.
De boodschap van de petitie is duidelijk: 'Menswaardig leven: een onvoorwaardelijk recht ... maar niet voor lang meer?' Maatschappelijk werkers verzetten zich tegen de manier waarop de minister hun beroep herleidt tot controle en sanctionering. Ze vragen dat hervormingen opnieuw vertrekken vanuit zorg, respect en menselijke waardigheid.
Maatschappelijk werkers verzetten zich tegen de manier waarop de minister hun beroep herleidt tot controle en sanctionering
Dat was tenslotte ook de ambitie van de wetgever vijftig jaar geleden. Het OCMW moest het recht op een menswaardig leven garanderen. Vandaag lijken de minister en haar coalitiegenoten daar steeds verder van af te drijven. Maatschappelijke ondersteuning dreigt niet langer in de eerste plaats te draaien om menswaardig leven, en de activeringsijver is helemaal doorgeslagen. Het recht op arbeid is verworden tot een plicht, en om mensen aan de slag te krijgen moeten ze vooral niet teveel ‘bepamperd’ worden.
Dat is geen detail. Het raakt aan de kern van wat een samenleving wil zijn. Vijftig jaar na de oprichting van het OCMW moet menselijke waardigheid opnieuw het uitgangspunt zijn, niet de sluitpost. Daarom voelt deze verjaardag minder als een feest dan als een waarschuwing.
Guy Reynebeau is BCSD-raadslid bij Groen Gent en Jeroen Van Lysebettens is Federaal Parlementslid bij Groen