Politici op het internet zijn als krijsende kinderen op de speelplaats
Een filmpje waarin voormalig Amerikaans president Barack Obama als aap afgebeeld wordt op het socialemedia-account van Trump. Een oververhitte discussie op X, het voormalige Twitter, tussen de Amerikaanse ambassadeur Bill White en onze Belgische politici. Het zijn voorbeelden van felle internetdiscussies tussen politici. Internetdiscussies die grandioos uit de hand lopen en nauwelijks nog serieus genomen worden.
Het is een ondermijning van het politieke ambt, stelt voormalig Amerikaans president Barack Obama in een interview aan Brian Taylor Cogan: “Er speelt zich een soort clownshow af op sociale media en op televisie. En wat klopt, is dat er bij mensen die vroeger vonden dat je een zekere vorm van fatsoen, waardigheid en respect voor het ambt moest tonen, vandaag blijkbaar geen enkele schaamte meer lijkt te zijn.”
Op welke manier verschillen deze internetdiscussies nog van contentcreatie? Politici lijken niet langer te streven naar het beste beleid, maar naar de meeste likes. Likes, shares en virale fragmenten worden belangrijker dan doordachte standpunten. Denk maar aan de professionele branding rond politici zoals Conner Rousseau. Politiek wordt zo een strijd om de meeste volgers in plaats van een zoektocht naar de beste oplossingen. Wat vroeger een prestigieus beroep was, vervalt nu in roekeloze uitspraken en ridicule ruzies.
In een democratie horen politici volksvertegenwoordigers te zijn. Ze moeten onze samenleving in goede banen leiden, opkomen voor onze noden en de bevolking vertegenwoordigen. Toch vertonen sommige politici online gedrag dat meer weg heeft van een ruzie op de speelplaats dan van waardig politiek leiderschap. Nochtans zijn ze er zelf steeds als de kippen bij om het internetgedrag van jongeren aan banden te leggen.
Conner Rousseau: “We zien steeds meer bewijs dat sociale media gevaarlijk kunnen zijn voor jongeren. En laten we toch maar zoals men in Australië gaat doen, zoals men in Denemarken gaat doen, die jongeren echt afschermen.” Toch zijn politici zelf heel actief op sociale media. Dat getuigt van twee maten en twee gewichten.
Gelukkig is die online meningenstroom niet iedereen naar het hoofd gestegen. In de reeks Over vijf jaar deelt ook premier Bart De Wever zijn kijk op dergelijke uitspattingen: “Maar een partijvoorzitter moet misschien niet zijn gsm in een holster dragen om te tweeten op alles wat voorbijkomt of onmiddellijk op alles willen reageren, of dadelijk op die sociale media springen. Dat is misschien niet nodig.”
Van volksvertegenwoordiger naar influencer
De wijdverspreide discussies tussen politici brengen de politiek misschien dichter naar de mens. Voor mij voelt het eerder aan alsof er veel oproer wordt gezaaid over zaken die nog niet beslist zijn. Het hele land staat in rep en roer om vluchtige hypotheses, terwijl de politici elkaar beledigingen naar de kop gooien.
In plaats van naar een effectief beleid te zoeken, wordt de bevolking gepolariseerd. Mensen worden aan harde meningen blootgesteld zonder dat ze echt geïnformeerd worden. De verdeeldheid in ons kleine landje wordt alleen maar groter door deze zwart-witmeningen. Op die manier zou ik niet durven zeggen dat de betrokkenheid opweegt tegen de polarisatie.
“De voorbeeldfunctie die politici behoren te bekleden, vervalt in dramatische woordenwisselingen waar zelfs the real housewives of Antwerp nog iets van kunnen leren”
De voorbeeldfunctie die politici behoren te bekleden, vervalt in dramatische woordenwisselingen waar zelfs the real housewives of Antwerp nog iets van kunnen leren. Zo begint het bijvoorbeeld met een filmpje van partijvoorzitter Conner Rousseau. Op TikTok vergelijkt hij de gebeurtenissen in de Verenigde Staten met de gebeurtenissen in nazi-Duitsland:
“Tachtig jaar geleden veranderde Hitler extreemrechts en de nazi's Europa in een hel. Wij hebben toen allemaal gezegd: nooit meer zoiets gruwelijks. Tachtig jaar later hebben we daar niet goed naar geluisterd, denk ik. Maar wat zien we vandaag in Amerika? De extreemrechtse Trump met zijn privéleger, ICE, die kinderen van vijf jaar oppakt.”
Bij Bill White, Amerikaanse ambassadeur in België, schiet dit bericht in het verkeerde keelgat: “De Verenigde Staten van Amerika hebben Conner vriendelijk gevraagd, zoals ik dat ook persoonlijk heb gedaan, om te overwegen zijn grove uitspraak in te trekken waarin hij de president van de Verenigde Staten vergelijkt met iemand die miljoenen Joden heeft vermoord tijdens de Holocaust. Dat Rousseau dit zegt en blijft volhouden, is verwerpelijk. Daarom is er geen reden voor hem om naar Amerika te reizen en dat zal hij binnenkort ook niet doen, zolang hij zijn uitspraak niet intrekt. Punt.”
De situatie blijft maar escaleren wanneer Bill White lucht krijgt van een zaak over invallen van de Antwerpse politie bij drie mohels, Joodse besnijdenaars. Het Antwerpse parket liet nadien weten dat het onderzoek zich richt op de medische ingrepen en besnijdenissen die plaatsvinden zonder tussenkomst van een arts.
Maar Bill White beschuldigde de Belgische staat alsnog van antisemitisme. “Ik ben diep geschokt door deze ongepaste en zeer kwetsende opmerkingen. Je hoort de minachting en het gebrek aan respect tegenover de prachtige Joodse families in heel België. Nogmaals: dit is een absolute schande en het toont aan wat er gebeurt wanneer zulke woorden worden uitgesproken door een publieke functionaris. Er is hier in België een ernstig probleem met antisemitisme. Iedereen die dat niet ziet, is zo blind als een mol.”
Daarop reageerde minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prevot als volgt: “Elke suggestie dat België antisemitisch zou zijn, is onjuist, beledigend en onaanvaardbaar. Een ambassadeur die in België is geaccrediteerd, heeft de verantwoordelijkheid onze instellingen, onze verkozen vertegenwoordigers en de onafhankelijkheid van onze rechterlijke macht te respecteren. Persoonlijke aanvallen op een Belgische minister en inmenging in gerechtelijke aangelegenheden schenden de basisnormen van de diplomatie.”
België volgde deze ontwikkelingen op het puntje van zijn stoel en de verhitte discussie haalde alle krantenkoppen. Het was een heus gespreksonderwerp op kantoor, aan de keukentafel of aan de toog. We raakten er maar niet over uitgepraat.
Maar is dit dan waar het politieke ambt vandaag om draait? Besturen politici nog een land of zijn ze gewoon content aan het maken voor het algoritme? Terwijl de echte problemen van de burger onbeantwoord blijven, vechten de politici hun geschillen uit op het internet.
Leven we dan echt in een wereld waar een post op sociale media meer doorweegt dan een debat in het parlement? Laten we de discussies houden waarvoor ze bestemd zijn: in het parlement.
© 2026 StampMedia / Valentine Vanparys
Dit artikel verscheen eerst in audiovorm op Stampmedia, luisteren kan hier.