Recensie

Belgen streden 90 jaar geleden reeds tegen het oprukkende fascisme

Afbeelding
Solidariteitsactie in juli 1937 aan het Volkshuis van Sint-Amandsberg in Gent. Foto: AMSAB-ISG, Gent
Solidariteitsactie in juli 1937 aan het Volkshuis van Sint-Amandsberg in Gent. Foto: AMSAB-ISG, Gent
Het is in juni 2026 negentig jaar geleden dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Het leger pleegde daar een fascistische staatsgreep tegen de sociaaldemocratische regering om het status quo van semi-feodaal Spanje te behouden. Het boek ‘In Spaanse loopgraven’ vertelt het verhaal van 2400 Belgen die solidair met hun Spaanse lotgenoten tegen het fascisme gingen strijden.

Toen het Spaans leger in 1936 een staatsgreep pleegde tegen de democratisch verkozen regering, schaarden tienduizend vrijwilligers uit heel de wereld zich achter de regering, vaak tegen het verbod van hun eigen regeringen in. Zij zagen in dat de Spaanse Burgeroorlog veel meer was dan een intern politiek conflict. In de woelige jaren 1930 ging dit over het vrijwaren van de democratie tegen oprukkend extreemrechts in Europa (en daarbuiten).

Meer dan 2400 vrijwilligers werden ook vanuit België lid van de Internationale Brigades. Daarvan hadden ongeveer 800 niet de Belgische nationaliteit. Zij waren dikwijls politieke vluchtelingen uit andere landen. Heel wat van deze vrijwilligers waren Joodse vluchtelingen uit Oost-Europese landen en uit Duitsland. Zij wilden zich inzetten tegen wat ze reeds in Duitsland zagen gebeuren. 

“Voor de joodse vrijwilligers, die het koloniaal project van de zionisten verwierpen, niet geloofden tot een uitverkoren volk te behoren en de Arabieren als gelijken beschouwden, was het republikeinse Spanje het land waar zij hoopten hun plaats in de samenleving te vinden en hun dromen te verwezenlijken. Maar het mocht niet zijn”, zo valt te lezen in In de Spaanse loopgraven van Vincent Scheltiens en Sven Tuytens.

Afbeelding
Belgische Spanjestrijders
Onbekende Belgische vrijwilliger met Russisch Maxim-machinegeweer aan het front van Jamara in februari 1937. Foto: privécollectie Fernand Stevens/Rudi Van Doorslaer, Sint-Martens-Latem

Er zaten ook wel wat avonturiers tussen die zonder al te veel achtergrondkennis de trein naar Spanje namen, maar de meeste vrijwilligers vertrokken vanuit hun socialistische of communistische overtuiging of waren actieve vakbondsmilitanten.

Levensgevaarlijke beslissing

Hun beslissing was zonder meer levensgevaarlijk. Zij gingen immers strijden tegen een ervaren koloniaal en volledig uitgerust leger. Dat deden ze met slechte en weinig wapens. De eerste gevechtservaringen waren ontnuchterend. Elke groep strijders had verschillende wapens, kregen verkeerde kogels en werden amper geïnformeerd over het strijdperk door hun Spaanse bevelvoerders, die vaak geen enkele buitenlandse taal spraken. Ongeveer 300 van de 2400 Belgische vrijwilligers sneuvelden en honderden anderen raakten gewond.

Deze vrijwilligers beseften het internationale belang van hun strijd

Dat de zo goed als ongewapende en militair volledig onervaren democratische regering desondanks drie jaar stand kon houden tegen een koloniaal leger kan alleen worden verklaard door de kracht der overtuiging en door de internationale solidariteit.

Deze vrijwilligers beseften het internationale belang van hun strijd. “Wat ze beleefden, en de risico’s die ze daarbij liepen, werd door velen geïnterpreteerd als een voorbode van wat de wereld te wachten stond als het fascisme in Spanje niet werd gestopt”. Amper enkele maanden na die fascistische overwinning in 1939 werd hun vrees bevestigd, met de start van wat de Tweede Wereldoorlog werd.

Afbeelding
Belgische Spanjestrijders
Antwerpse kleermaker Alter Szerman (met drie handgranaten op de borst) samen met Antwerpse brigadisten in de buurt van Las Rosas, ten westen van Madrid, winter 1936. Foto: privécollectie familie Lachman-Szerman/CEDOBI, Albacete

Over de houding van de Belgische regering en de top van de socialistische partij - niet de basis - kan maar één ding worden gezegd: zij was hypocriet en laf. De regering sloot zich onmiddellijk aan bij een non-interventiepact en een totaal wapenembargo tegen alle ‘partijen in het conflict’. 

Zo anders was de houding van de sociaal-democratische basis. Zij kozen resoluut voor solidariteit, door de opvang van gevluchte kinderen (waaronder de vader van Vincent Scheltiens), door de opvang van gewonde strijders, door solidariteitsacties, door het verzenden van medisch materiaal en niet in het minst door te gaan strijden aan de zijde van hun Spaanse lotgenoten.

"Een nederlaag die zeker niet onafwendbaar was" 

Die Belgische solidariteit was in verhouding tot het aantal van de bevolking het grootst van alle deelnemende landen, meer nog dan Groot-Brittannië, Nederland en de Sovjet-Unie. Alleen in buurland Frankrijk (met een vijf maal zo grote bevolking) werden meer gevluchte kinderen opgevangen dan in België. 

De democratische regering werd aan haar lot overgelaten tegen een volledig uitgerust leger. Dat opstandig leger kreeg bovendien de openlijke steun van Duitsland onder Hitler, Italië onder Mussolini en Portugal onder fascistisch dictator Salazar. 

Wie in een ongelijke strijd ‘geen kant’ kiest, kiest de kant van de sterkste

Zo plaatsen deze zogenaamde neutraliteit tegenover "een intern conflict" “een wettelijke regering en rebellerende militairen op voet van gelijkheid”. Deze geveinsde neutraliteit kwam neer op “nagenoeg volledig internationaal isolement en een de facto economisch embargo dat de republiek – en enkel de republiek – een enorm nadeel bezorgde.”

Wie in een ongelijke strijd ‘geen kant’ kiest, kiest de kant van de sterkste. Dat is vandaag zo in Gaza. Het was niet anders in Spanje 90 jaar geleden. De Belgische vrijwilligers leerden een harde les in politieke realiteit. De democratische regeringen van Frankrijk, België, Nederland, Groot-Brittannië en de Scandinavische landen kozen de facto voor steun aan het fascisme in Spanje. 

Zelfs de linkse regering van het Volksfront in buurland Frankrijk koos voor ‘neutraliteit’. Die boodschap ging niet ongemerkt voorbij aan Hitler en Mussolini. Toen het er echt op aankwam koos het politieke centrum voor extreemrechts, dat het voordeel had de economische orde niet in vraag te stellen. “De overwinning van Franco was ook die van Hitler en Mussolini. De nederlaag van de republiek was ook die van de democratie. Een nederlaag die zeker niet onafwendbaar was.”

Fake news en leugens waren ook toen al een beproefde modus operandi. De Duitse regering drong er bij Franco op aan de Duitse betrokkenheid bij het tapijtbombardement op het Baskische stadje Guernica (het eerste massabombardement op een burgerdoelwit in de geschiedenis) te ontkennen. Franco verklaarde: “(Guernica) werd door de Basken zelf met vuur en benzine vernietigd. De Vlaams-katholieke krant De Standaard nam de leugen gretig over en in haar editie van 4 mei 1937 gaf ze eveneens de schuld aan ‘de roden’.”

De Belgische regering deed tijdens en na de Burgeroorlog geen enkele moeite om via haar ambassade in Madrid inlichtingen te verkrijgen over gesneuvelde, vermiste of gevangen Belgische strijders tegen het fascisme. 

Los niños de guerra 

Het boek In de Spaanse Loopgraven is via het verhaal van de Belgische vrijwilligers tevens een overzicht van de Burgeroorlog. Het begint met de vuurdoop van de eerste vrijwilligers, vandaar gaat het naar de eerste wezen die naar andere landen worden overgebracht. Een ander hoofdstuk blikt terug op de enkele Belgen die de kant van Franco kozen, niet verwonderlijk dat zij grotendeels van adel waren. België had heel wat economische belangen in Spanje en de houding van de regering was beschamend. Het boek In de Spaanse loopgraven eindigt met een kijk op de erkenning (of eerder het gebrek daaraan) van de Belgische vrijwilligers en hun politieke erfenis.

Afbeelding
Baskische oorlogswezen komen aan in België. Foto: AMSAB-ISG, Gent
Baskische oorlogswezen komen aan in België. Foto: Amsab-ISG, Gent)

Ook aandacht dus voor die andere vrijwilligers, zij die streden aan de kant van de fascistische staatsgreep. Zij zagen net als hun tegenstrevers in dat in Spanje werd gestreden tussen een oude en een nieuwe maatschappij, waar hun maatschappelijke privileges niet langer zouden gelden. Erg talrijk waren ze echter niet. 

Wat ik een beetje mis in het boek is een meer grondige analyse van de fanatieke collaboratie van de Rooms-Katholieke Kerk met de staatsgreep. De Belgische Kerk hielp Baskische kinderen op te vangen, om ze zo te bevrijden van socialistische indoctrinatie.

Het boek In de Spaanse loopgraven is een waardig eerbetoon aan Europese vrijheidsstrijders en een les voor hedendaagse antifascisten. De geschiedenis herhaalt zich niet, maar ze rijmt, zoals we dat vandaag in eigen land en daarbuiten zien gebeuren.

Auteurs met Spaanse kennis van zaken

Beide auteurs van In de Spaanse loopgraven hebben reeds eerder artikels en boeken geschreven over Spanje in het algemeen en de Spaanse Burgeroorlog in het bijzonder. Historicus Vincent Scheltiens publiceerde tevens over de politieke geschiedenis van België en over de Belgische linkerzijde. Hij volgt ook het hedendaagse Spanje op de voet. 

Vincents vader was een niño de guerra, kind van de burgeroorlog, dat amper 8 jaar oud was toen hij naar België vluchtte. Zijn grootvader langs vaderszijde streed mee aan het democratisch front. Zijn grootvader langs moederszijde werd door de fascistische troepen van Franco geëxecuteerd, in een onbekend naamloos graf gedumpt en nooit teruggevonden.

Afbeelding
Spaanse oorlogswezen
Spaanse niñas de guerra paraderen door de straten van Gent. ze zwaaien vlagjes van de socialistische krant Vooruit. Foto: Amsab-ISG, Gent

In de jaren 1950 werd Vincents vader door het Belgisch gezin Scheltiens geadopteerd. Als eerbetoon aan zijn grootouders tekent Vincent zijn naam als Scheltiens-Ortigosa, naar de Spaanse traditie van dubbele familienamen.

Sven Tuytens is sinds 2010 freelance correspondent voor de openbare omroep VRT en voor de NOS in Madrid. Over zijn ervaringen als Belg in Spanje schreef hij Groeten uit Spanje (2021). Na een intermezzo van drie jaar (2021-2024) in Brussel woont hij terug in Madrid met zijn gezin. 

Samen met Rudi Van Doorslaer schreef hij Piet Akkerman – Van Antwerps vakbondsleider tot Spanjestrijder (2016) over één van de 2400 Belgische vrijwilligers voor de strijd tegen het fascisme. En over de inzet van Belgische en Nederlandse verpleegsters voor gewonde republikeinse strijders in het hospitaal van Onteniente in de regio Valencia schreef hij Las mamás belgas - De onbekende strijd van jonge vrouwen uit België en Nederland tegen Franco en Hitler (2017).

 

Vincent Scheltiens & Sven Tuytens. In Spaanse loopgraven – België en de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Ertsberg, Antwerpen, 2026, 222 pp. ISBN 978 9022 3430 67

Lees ook dit interview van 3 mei 2024 met Vincent Scheltiens over zijn boek Extreemrechts – De geschiedenis herhaalt zich niet (op dezelfde manier).

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?