Toch geen besparing op leerlingenvervoer na bezorgdheid en verontwaardiging bij ouders
Het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs is sinds 2021 met 28 procent toegenomen, van 35.000 naar 45.000. Veel leerlingen maken daar gebruik van speciaal leerlingenvervoer georganiseerd door De Lijn. Ondanks de toename van de vraag vindt Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) dat De Lijn zich aan het vastgelegde budget van 139 miljoen euro moet houden.
In de voorbije jaren haalde De Lijn 11 miljoen euro uit andere werkingsposten om dit leerlingenvervoer rond te krijgen. Dat mogen ze nu niet meer van De Ridder, zo raakte deze week bekend.
Kinderen die vier uur per dag op de bus doorbrengen, verouderde bussen vaak zonder verwarming of airco
Meer leerlingen, gestegen brandstofprijzen, straks méér schooldagen wegens Demirs ‘beperking van het aantal pedagogische studiedagen’, én ook nog een geslonken vervoersbudget. 204 ritten zouden sneuvelen, wat neerkomt op één op tien ritten. Waar De Lijn zegt dat nu al 5 procent van de kinderen langer dan anderhalf uur op die schoolbussen zitten, zou dit drastisch toenemen.
De Lijn kon door de besparingen niet langer elk kind thuis ophalen en dacht aan ‘centrale opstapplekken’. Wat moet je je daar bij voorstellen? Een groep kinderen met erg verschillende beperkingen die op de bus wachten zonder begeleider?
Rekenbladbeleid
Wat voor de regering vaststaat, is dat De Lijn moet ‘ontvetten’. De gevolgen zijn voor de gebruikers. Kinderen die vier uur per dag op de bus doorbrengen, verouderde bussen vaak zonder verwarming of airco en een tekort aan begeleiders en aan goed opgeleide chauffeurs. Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens waarschuwde vroeger al voor onhoudbare toestanden en noemt de situatie vandaag al ronduit problematisch.
Dit nieuws over de extra besparingsmaatregel bij De Lijn komt slechts enkele weken na het ernstige ongeluk met een schoolbus op een overweg in Buggenhout dat juist onderweg was naar het buitengewoon onderwijs, en roept bij mensen vragen en verontwaardiging op. Na het ongeluk kwam ook een gebrekkige controle op onderbetaalde chauffeurs aan het licht.
“Ze heeft geen enkel voeling met hoe dit overkomt”
De regering had deze plannen nog helemaal niet naar buiten willen brengen, maar via de pers belandde het plan nu al in het Vlaams Parlement. In het regeerakkoord staat dat Onderwijsminister Demir de bevoegdheid over het leerlingenvervoer moet overnemen, maar dat is tot nu toe nog niet gebeurd omdat ze weet dat haar collega’s De Ridder (Mobiliteit) en Weyts (Begroting) - allemaal N-VA nochtans - haar niet de volledige en nodige 150 miljoen euro aan budget willen doorschuiven. Demir wilde daarom ook minister van Welzijn Caroline Genez van Vooruit mee laten betalen.
Vooruit en CD&V wisten nergens van?
De steeds grotere besparingen op De Lijn zijn op de ministerraden goedgekeurd, ook door coalitiepartners CD&V en Vooruit. Ook zij hadden dus de gevolgen van deze politiek kunnen zien aankomen.
Jos D'Haese van de PVDA vroeg in het Vlaams Parlement aan Vooruit “waarom jullie altijd plooien voor de kille besparingen van de N-VA”. Els Robeyns van Vooruit wekte de indruk dat haar partij van niks wist en “dat ze De Ridders prioriteit voor verlieslatende luchthavens en zelfrijdende auto’s “matig kon appreciëren". Robeyns voorzitter liet prompt op VTM weten dat “wat er nu op tafel ligt, we met Vooruit niet zullen laten gebeuren”.
"In werkelijkheid is het een besparing op de rug van kinderen die nu al tot de meest kwetsbaren behoren"
Ook An Christiaens van regeringspartij CD&V herhaalde in het parlement dunnetjes dat “deze beslissing niet door de regering is afgedekt”. “Al jaren belooft de Vlaamse regering oplossingen, maar in plaats daarvan krijgen leerlingen en ouders van het buitengewoon onderwijs nu de rekening van de stijgende energieprijzen gepresenteerd”, zei Groen-parlementslid Kim Buyst.
Plots toch een klein beetje Hart boven Hard?
Daags nadien, vrijdag 19 juni, kondigde Vlaams minister-president Diependaele (N-VA) ineens aan dat er voor volgend schooljaar toch geen enkele rit wordt afgeschaft. Zijn ommezwaai kwam niet door het lauwe verzet van Vooruit en CD&V, maar omdat we “deze uitschuiver electoraal cash gaan betalen, aangezien de maatregel heel asociaal overkomt”. Zo zei een anonieme N-VA-kabinetsmedewerker aan een journalist van De Standaard.
De nodige 11 miljoen euro voor het leerlingenvervoer werd ‘gevonden’ op departementen Economie en Onderwijs. Zo laat minister van Mobiliteit Annick De Ridder haar N-VA-collega Demir tóch nog meebetalen om haar eigen rekenbladbeleid overeind te houden. “Ze heeft geen enkele voeling met hoe dit overkomt”, zegt een andere N-VA-er over Demir. Temidden de storm erover in het Vlaams Parlement en in de grote media, stuurde De Ridder een persbericht uit over haar deelname aan het wereldfietscongres Vélo-City.
Frank Moreels, voorzitter van de socialistische chauffeursvakbond BTB-ABVV, zei eind april al: “Wat hier op tafel ligt, is onaanvaardbaar. Men noemt dit een efficiëntie-oefening, maar in werkelijkheid is het een besparing op de rug van kinderen die nu al tot de meest kwetsbaren behoren. Uren op een bus zonder garantie op comfort: dat is geen mobiliteitsbeleid, dat is pure afbraak.”
“Dit dossier sleept al jaren aan", zei Moreels verder. "Iedereen weet wat de problemen zijn: te weinig middelen, te weinig personeel en een stijgende vraag. En toch kiest men opnieuw voor besparen in plaats van investeren. […] Wie bespaart op leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs, bespaart op kansen, op welzijn en op de toekomst van deze kinderen.” Maar door nu toch niet extra te besparen op het budget van De Lijn voor leerlingenvervoer, zijn de mobiliteitsproblemen voor leerlingen en ouders in het buitengewoon onderwijs niet ineens opgelost.
Leerlingen te vaak naar bijzondere scholen
De oplossing ligt ook niet bij het afschaffen van circulatieplannen en zones 30. Toch voerde Koen Daniëls (N-VA) die maatregelen in het Vlaams-parlement aan ter verdediging van de regeringsbeslissing. Deze maatregelen zouden volgens hem mee verklaren waarom de kinderen zo lang op de bus zitten.
“Alleen door het aantal kinderen in het buitengewoon onderwijs te laten dalen, krijg je het schoolvervoerprobleem opgelost"
Het bredere plaatje wordt gevormd door duizenden plaatsen die er elk jaar te weinig zijn in het buitengewoon onderwijs. Daarom reizen deze leerlingen vaak erg ver naar een geschikte onderwijsvorm. Daarnaast is er voor hen ook te weinig buitenschoolse opvang, waardoor ouders niet vaker zelf hun kinderen naar en van school kunnen (laten) brengen.
“Het buitengewoon basisonderwijs is lang gebruikt als taalonderwijs voor nieuwkomers. Dat is niet goed. We sturen leerlingen veel te snel naar het buitengewoon onderwijs. Zes procent van de leerlingen in Vlaanderen zit in het buitengewoon onderwijs. Het eerstvolgende land in Europa zit op 3,5 procent (en het EU-gemiddelde is 2 procent, nvdr.). Terwijl kinderen geen echt diploma krijgen als ze daar afstuderen. Natuurlijk creëert dat problemen.” Dat zegt de topman van het Gemeenschaps Onderwijs (GO!) Koen Pelleriaux in De Morgen.
In 2015 moest het M-decreet zorgen voor betere ondersteuning van leerlingen met bijzondere noden in het regulier onderwijs, maar scholen en leerkrachten kregen nooit de nodige versterking om dat goede idee echt te kunnen uitwerken.
Omdat de naam 'M-decreet' te zeer verbrand was, werd het in 2023 vervangen door het Leersteundecreet, maar daarmee werd het gebrek aan middelen allerminst opgelost. De recente besparingen van minister Demir zorgen zelfs voor afbouw van ondersteunende leerkrachten, waardoor de kans op verdere toename richting buitengewoon onderwijs verder kan stijgen.
“Alleen door het aantal kinderen in het buitengewoon onderwijs te laten dalen, krijg je het schoolvervoerprobleem opgelost. En dat is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid”, besluit Pelleriaux.